
Gio uit Svanetië
Svanetië ligt afgelegen. Het is alleen te bereiken over een slingerende bergweg vol gaten. De marshrutka, een bus met vijftien zitplaatsen, schudt zo erg dat de bouten waarmee de stoelen vastzitten het begeven en de Israelische bergbeklimmer voor ons door de bus stuitert.
Maar bij aankomst in Mestia, de ‘hoofdstad’ van Svanetië, sta je – nog gammel op je benen – oog in oog met de besneeuwde pieken van de Kaukasus. Deze bergketen loopt als een muur van de Zwarte – naar de Kaspische Zee en is de grens tussen Rusland en haar zuiderburen; Europa en Azië. Onder de sneeuwgrens wisselen dichte wouden en frisgroene alpenweiden vol dikke Milka-koeien elkaar af.
De kleine dorpjes in de regio worden bewoond door Svaneten, een volk dat verwant is aan de Georgiers maar dat nog veel eigen tradities heeft. Zo spreekt dit bergvolk bijvoorbeeld een taal waarvoor geen alfabet bestaat en deed het tot voor kort nog aan eerwraak. Onze hoteleigenaar waarschuwt ons niet met de meisjes te praten, tenzij we bereid zijn te vechten of te trouwen.
En uitgerekend hier ontmoeten we de achttienjarige Gio, een vreemde eend in de bijt.
Lees verder