Manipuleren hoef je die Grieken niet aan te leren

10 december 2009

Het EU-land zit nu financieel tot over zijn oren in de problemen, door corruptie op kleine én grote schaal
Door Marloes de Koning

Iedereen weet dat Griekse statistieken nooit helemaal kloppen. Ook Brussel.
Waarom die opwinding, nu de cijfers dus onjuist blijken?

In het negende belastingkantoor van de Atheense binnenstad legt directeur Dimitris Tsoukas zijn gratis krant aan de kant om uit te leggen hoe zijn kantoor dagelijks tussen 8 uur ’s ochtends en half twee ’s middags de belasting van 20.000 buurtbewoners afhandelt. En hoe wordt gewerkt aan verdere digitalisering, wat een machtig wapen kan zijn in de bestrijding van corruptie. „Al was het maar wegens de nepbonnen en nepstempels die rondgaan.” In een poging vervalste aangiftes te ontmaskeren „geven we de formulieren iedere maand een ander nummer”, onthult hij. Loonsverhoging zou volgens hem ook geen kwaad kunnen.
Je hoeft Grieken niet uit te leggen dat statistieken de werkelijkheid niet weergeven. Geen Griek was dan ook verrast toen de nieuw aangetreden minister van Financiën, Giorgos Papakonstantinou, in Brussel kwam melden dat het begrotingstekort dit jaar niet 6 procent is, zoals door de vorige regering was gemeld, maar meer dan het dubbele, bijna 13 procent.
„Natuurlijk was die 6 procent niet realistisch”, zegt Gikas Hardouvelis, topeconoom van EFG Eurobank, een grote bank in Griekenland. Hij zit in de commissie die namens de banken moet adviseren hoe de financiële rapportages transparanter kunnen. Hardouvelis werpt een denkbeeldig rapport over zijn schouder om te laten zien wat hij met de kwartaalcijfers van het Griekse bureau voor de statistiek doet. „Die verzinnen ze, nadat ze de jaarcijfers verzonnen hebben.” Waar vertrouwt hij dan op om een van de grootste banken van Griekenland goed te kunnen besturen? „Intuïtie.”
Ambtenaren kregen met verkiezingen op komst van hun politieke bazen opdracht de waarheid voor het Europese bureau voor de statistiek (Eurostat) te verzwijgen, vermoedt de econoom. Dat kan makkelijk, want de overheidsboekhouding is „zwaar verouderd”. Scholen en ziekenhuizen werken vaak alleen met een papieren kasboek. Apparatuur die is gekocht maar niet betaald, blijft in de boeken onzichtbaar, totdat de schuldeiser echt stennis begint te schoppen. „De opeenstapeling van uitgestelde betalingen gaat tot op het hoogste niveau.” Economische groei, dalende rentes en Europese subsidies maakten ontkenning vijftien jaar lang mogelijk, „nu haalt de realiteit ons in”.
Dinsdag besloot kredietbeoordelaar Fitch als eerste de kredietwaardigheid van Griekenland een slechter cijfer te geven. Standard & Poor’s en Moody’s overwegen te volgen. Dat betekent voor Griekenland duurdere kredieten en daardoor meer moeite om de staatsschuld te financieren. Het woord ‘staatsbankroet’ zingt rond in de financiële pers.
Griekenland heeft nu een staatsschuld van 100 procent van het bbp en de verwachting is dat die snel verder stijgt. De regering reageert geschrokken en verontwaardigd op „de negatieve houding die veel buitenlanders hebben aangenomen jegens de economie”. Het is volgens minister Papakonstantinou „naïef” te geloven dat de reactie van de markten een weerspiegeling is van hoe de Griekse economie er werkelijk voorstaat. Vorig jaar groeide de economie met 2 procent. Dit jaar is 1 procent krimp voorspeld. Banken presteren goed.
De verontwaardiging in het buitenland is huichelachtig, vindt Yannis Stournaras, hoofd onderzoek bij de stichting voor onderzoek naar de economie en industrie. Men had al lang kunnen weten dat die 6 procent begrotingstekort niet klopte. „Zij lezen toch ook Griekse kranten? Iedere maand komt een team van de EU poolshoogte nemen.” De gouverneur van de centrale bank beweert bovendien dat hij de juiste gegevens trouw en met grote regelmaat naar de Europese Centrale Bank (ECB) heeft gestuurd. „Ik geloof hem.”
Griekenland laat zich makkelijk casten voor de rol van zondebok. Het land met elf miljoen inwoners is een relatief kleine economie met een bepaalde reputatie. Na iedere machtswisseling tussen de twee grote partijen – de centrum-linkse PASOK en het iets rechtsere Nieuwe Democratie (ND) – constateert een nieuw aangetreden regering met pathos dat zij het land in een veel beroerdere staat heeft aangetroffen dan zij in haar stoutste verwachtingen had gevreesd. Toen in 2004 weer de ND aan de macht kwam, veranderde zij de boekhoudingssystematiek met terugwerkende kracht, om voorganger PASOK dwars te zitten en tegelijk ruimte te creëren op de begroting. Het effect van de herberekening was zo groot, dat Griekenland achteraf bezien niet aan de toetredingscriteria voor de euro bleek te hebben voldaan. De Grieken hebben zich de euro in gemanipuleerd, werd het beeld. Een leugenachtige reputatie, die hen nu in Brussel parten speelt.
„Volkomen onterecht”, zo windt Stournaras zich op. Hij vertegenwoordigde Griekenland voor de PASOK-regering in het Europese overleg ter voorbereiding op de monetaire unie. Griekenland was daarbij volgens hem „niet creatiever” dan andere landen. Stournaras: „Brussel heeft die nieuwe rekenmethode destijds zelf geaccepteerd. Daar waren ze tegen gewaarschuwd en dat hadden ze nooit moeten doen. Brussel liet ons daarmee zien geen strikte principes te hebben, zelf geen fatsoenlijke auditing te doen. Ze accepteren klakkeloos wat regeringen sturen.”
In chaos schuilen ook altijd kansen, zijn Grieken gewoon te denken. Naar schatting is nog aldoor eenderde van de Griekse economie zwart. De regering denkt dat de meeste winst te halen is in het bestrijden van belastingontduiking, die ongeveer gelijk zou staan aan 10 procent van het bbp. Notoire belastingontduikers zijn advocaten en artsen. De minister van Financiën heeft zijn verontwaardiging geuit over artsen die minder dan 2.500 euro opgeven bij de belastingdienst, maar het tegelijk breed laten hangen in een dure Atheense wijk.
Voorbeelden van kleine en grote fraude en corruptie somt iedereen moeiteloos op. Ministers met illegale huizen. Buren met dubbele huurcontracten: een voor de belastingen en een met de echte prijs. Om op de begraafplaats een gunstig plekje – vlak bij de poort – te krijgen moet de grafdelver worden omgekocht. Wie wil dat zijn zoon zijn dienstplicht niet op een afgelegen eiland hoeft te vervullen belt een politicus.
In de jongste corruptievergelijking van Transparancy International geeft 18 procent van de Grieken toe dat hij of een gezinslid afgelopen jaar smeergeld heeft betaald. Ter vergelijking: in het om zijn corruptie beruchte Roemenië is dat 14 procent, in Denemarken 1 procent.
De Europese fondsen die het land al decennia ontvangt (Griekenland is sinds 1981 EU-lid en tot nu toe netto-ontvanger) zijn vooral gebruikt voor infrastructuur, zoals wegen en gebouwen. Modernisering van de ‘zachte’ kant gaat trager. We zijn nog in transitie, zeggen de bewoners van het land, dat qua EU-integratie een grote voorsprong heeft op zijn buren Albanië, Macedonië, Bulgarije en Turkije.
Het is hoog tijd voor de Griekse regering om „moedig” zijn, zei ECB-president Jean-Claude Trichet. De situatie is ernstig, maar we fiksen het wel, probeert de Griekse regering de wereld te overtuigen.

Of terugdringen van het tekort lukt, is hoogst onzeker
Of het Griekse begrotingstekort volgend jaar kan worden teruggedrongen, zoals de Europese Commissie en Griekenlands partners in de Raad van Ministers van de EU hebben geëist, is hoogst onzeker.
Het vertrouwen in de Griekse overheid is helemaal weg. Nu al is sprake van stijgende sociale onrust, en de bezuinigingsoperatie moet nog beginnen.
Het land zal volgend jaar waarschijnlijk 55 miljard euro moeten lenen op de kapitaalmarkt, en dat is voor een kleine economie (40 procent van de Nederlandse) als de Griekse een enorm bedrag.
Het Griekse tekort betekent ook een risico voor de andere landen die de euro voeren, terwijl bijvoorbeeld het hoge Britse tekort geen direct risico oplevert voor de zestien eurolanden.
De financiën terug op orde brengen zal zonder hulp van andere eurolanden zeer moeilijk worden. Maar of Griekenland die hulp krijgt, is ten zeerste de vraag.
Het vertrouwen dat de Grieken zich voortaan zullen gedragen, heeft daarvoor te veel deuken opgelopen.

Waren dat maar euro’s

15 januari

Grieken moeten nu snel hun financiën op orde krijgen
Door Caroline de Gruyter

Eurostat publiceerde deze week een vernietigend rapport over Griekenland.  De regering komt nu met allerlei plannen, maar zijn die nog wel op tijd?
Schulden van Griekse ziekenhuizen die de ene dag 5,2 miljard euro bedragen en een dag later maar 2,2 miljard. Militaire uitgaven waarvan niemand weet hoe hoog ze zijn: staatsgeheim. De baas van het Griekse bureau voor de statistiek die collega’s bij Eurostat – het Europese statistiekbureau in Luxemburg – vertelt dat de regering cijfers manipuleert. Het rapport dat Eurostat deze week uitbracht over de statistische rotzooi die Griekenland de afgelopen jaren heeft geproduceerd om eurolanden om de tuin te leiden, is vernietigend.
De financiële markten reageerden direct op dit dertig pagina’s tellende rapport. Aandelen van Griekse banken kelderden. Wéér stegen de rentes die Griekenland moet betalen op leningen, vergeleken met andere eurolanden. En een IMF-team zit sinds deze week in Athene om te helpen met het terugdringen van het astronomische begrotingstekort van 12,7 procent waarvan, stelt Eurostat, niemand weet „hoe accuraat dit is”. Investeerders vragen zich af of Griekenland failliet kan gaan, wie het land dan te hulp schiet en welke gevolgen dit heeft voor de euro.
Het Eurostat-rapport beschrijft de chaos van de Griekse statistiek die statistici in oktober aantroffen. De informatie kregen zij van de net aangetreden socialistische regering-Papandreou. De socialisten ontdekten dat de vorige, conservatieve, regering gemanipuleerde cijfers naar Brussel had gestuurd. Het begrotingstekort bedroeg niet 7, maar 12,7 procent van het bbp, omdat de crisis niet werd verdisconteerd en miljardenuitgaven buiten de boeken bleven. Het rapport geeft hier concrete staaltjes van. De toon is hard en koel – precies de toon die de Europese Commissie en Europese ministers van Financiën sinds oktober aanslaan. Om met de voorzitter van de eurozone te spreken, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker: „Nu is het spel uit.”
Brussel wist allang dat het door Athene bij de neus werd genomen. Dat de Grieken tanks buiten de begroting hielden om lid te worden van de eurozone is bekend. Vorig jaar stuurde Athene zulke tegenstrijdige jaarcijfers dat Eurostat geen grafieken kon maken. Nu de Griekse regering (naar eigen zeggen) openheid geeft over deze oplichterij, legt zij ook de zwakheden van het eurosysteem bloot – een systeem waarin alle landen, ondanks de gemeenschappelijke munt, met een beroep op hun nationale soevereiniteit toch doen waar ze zin in hebben.
Ingewijden zeggen het al jaren: sancties en collectieve verantwoordelijkheid zijn in het Stabiliteits- en Groeipact niet hard genoeg geregeld. Rijkere landen als Duitsland, die weten dat een slecht gemanagede munt en hyperinflatie tot politiek extremisme kunnen leiden, geven meer om een stabiele euro dan sommige andere. Deze dode hoek in het reglement was bij economisch hoogtij nauwelijks zichtbaar. Nu, in crisistijd, wordt die hoek door de Griekse perikelen blootgelegd. Politici kunnen niet anders dan een van de meest coöperatieve Griekse regeringen sinds tijden bekritiseren. Zij moeten tonen dat ze de zaak onder controle hebben.
Europese ministers van Financiën vroegen Eurostat in november om een rapport over de Griekse statistieken. Eurostat-statistici moesten ‘op missie’, het rapport schrijven, redigeren, fiatteren. Bureaucratieën hebben deugdelijke rapporten nodig als basis voor besluitvorming. Daardoor lopen ze per definitie achter de feiten aan. Griekenland zit, zei minister Giorgos Papaconstantinou deze week, permanent „in het oog van de storm”. Ontwikkelingen gaan razendsnel. Deze week diende hij een wetsontwerp in voor een nieuw bureau voor de statistiek, onafhankelijk van ministeries, met parlementaire controle om gesjoemel te voorkomen. Het bureauhoofd wordt niet door het kabinet benoemd, maar door parlementariërs gekozen. In oktober stelde Papandreou een comité van bankiers, consumenten en dergelijke aan, dat deze week met 51 aanbevelingen kwam. Een Commissiedelegatie stelde vorige week in Athene vast dat de Grieken begonnen zijn de stal schoon te vegen.
Niettemin voelt Brussel zich in zijn hemd gezet door Griekenland. Betrekkingen tussen Athene en Eurostat zijn gespannen. Want wie zegt dat déze regering oprecht is?
De kredietwaardigheid van Griekenland is verschillende keren naar beneden bijgesteld. Dit is een reclameposter voor een Griekse bank.

Griekse plannen zijn gisteren goedgekeurd
In Griekenland keurde het kabinet gisteren een pakket maatregelen goed dat het land uit de financiële problemen moet helpen. Diepgaande bezuinigingen en belastingverhogingen moeten de staatsopbrengsten op peil brengen.
Vandaag biedt de minister van Financiën Papaconstantinou die plannen aan de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank aan.
Papaconstantinou waarschuwde dat het maanden kan duren voordat de internationale beurzen erop vertrouwen dat die plannen ook daadwerkelijk effect hebben.
Kredietbeoordelaars verlaagden de afgelopen maanden de kredietwaardigheid van Griekenland. Hoe lager die beoordeling, hoe duurder het voor een land is om leningen te verkrijgen.
Wat zijn de risico’s voor andere landen met de euro?
Als Griekenland zijn financiën niet op orde krijgt, en de rest van de eurolanden schiet niet te hulp, loopt de rest van de eurozone gevaar.
Dat betekent voor de eurolanden een politieke klap: overige landen zien dat de eurozone kennelijk zijn verantwoordelijkheid niet neemt. Bovendien zal het vertrouwen in de euro als munt dalen.
Dalend vertrouwen betekent een slechtere positie van de euro op de wereldwijde financiële markten. Daar zouden bijvoorbeeld de Nederlandse pensioenfondsen direct hinder van kunnen ondervinden.

Brief FNV over zelfstandigen

Ministerie van Algemene Zaken
T.a.v. de Minister President
de heer mr. J.P. Balkenende
Postbus 20001
2500 EA Den Haag

Datum 18 januari 2010
Telefoonnr. 020 58 16 547
Onderwerp Positie zelfstandigen
Ronald.vanderKrogt@vc.fnv.nl

Geachte heer Balkenende,

De Vakcentrale FNV vraagt u en uw kabinet dringende aandacht voor het volgende:

Onlangs heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers gepubliceerd waaruit blijkt dat het inkomen van zzp’ers in het derde kwartaal 2009 met gemiddeld 12 procent is gekrompen. Het CBS omschrijft dit als ‘de grootste inkomensduikeling van dit decennium’. Vooral na de zomer blijkt het aantal opdrachten en uitstaande orders van de zzp’ers fors te zijn afgenomen en gevreesd mag worden dat deze tendens zich voorlopig zal voortzetten. Een deel van de zelfstandigen heeft de klap kunnen opvangen door in te teren op reserves die in betere tijden zijn aangelegd, onder andere als pensioenvoorziening. Er is echter ook een aanzienlijke groep die geen buffer heeft kunnen opbouwen.

De FNV had op basis van signalen van de zzp-achterban al langer zorgen over de financiële positie van een deel van de zzp’ers, maar ziet in de cijfers van het CBS de bange vermoedens bevestigd. Wij zijn dan ook van mening dat de zzp’ers beschouwd mogen worden als de grootste slachtoffers van de huidige economische crisis.

Na het uitbreken van de economische crisis heeft het kabinet een pakket maatregelen genomen om de economie krachtig te ondersteunen en zoveel mogelijk werkgelegenheid te behouden. Nog los van de miljarden euro’s die in de bankensector zijn gestoken, investeert uw regering zeventien miljard euro extra in de Nederlandse economie. De FNV juicht deze maatregelen en investeringen natuurlijk toe, maar constateert tegelijkertijd dat zzp’ers daar niet of nauwelijks profijt van hebben. Derhalve vraagt de FNV het kabinet om op korte termijn een aantal maatregelen te nemen ter ondersteuning van de (financiële) positie van de groep zzp’ers, ter voorkoming van een verdere inkomensterugval en ter overbrugging van de leegloop aan uren waar velen mee worden geconfronteerd. Wij stellen daarbij de volgende maatregelen voor:

1. Om in aanmerking te komen voor onder andere de zelfstandigenaftrek, startersaftrek en MKB-winstvrijstelling, moet een zzp’er voldoen aan het zogenaamde urencriterium dat is vastgesteld op 1.225 uur. Zzp’ers die in 2008 aan het urencriterium hebben voldaan zouden voor 2009 dispensatie moeten krijgen indien zij als gevolg van de crisis niet meer aan het urencriterium kunnen voldoen. Op deze wijze behouden zij de fiscale aftrekmogelijkheden en wordt een verdere inkomensdaling voorkomen. Een alternatief is het tijdelijk verlagen van het urencriterium op bijvoorbeeld 650 uur.

2. Zzp’ers die (tijdelijk) in de financiële problemen (dreigen te) komen kunnen een beroep doen op het Besluit Bijstandsverlening zelfstandigen (BBZ) Zzp’ers die daarop een beroep willen doen worden echter geconfronteerd met een verplichte afkoop van pensioenvoorzieningen indien dit lijfrenteverzekeringen betreft. Naast het feit dat deze afkoop financieel zeer nadelig uitpakt voor de betreffende zzp’er moeten we ons ook realiseren dat dit de aanvullende oudedagsvoorziening van de ondernemer betreft. Hij of zij heeft immers (vooralsnog) geen andere mogelijkheden voor het opbouwen van aanvullend pensioen, dan het afsluiten van een lijfrenteverzekering. Wij stellen voor om de vermogenstoets voor zzp’ers die een beroep moeten doen op de BBZ (tijdelijk) te verruimen en voorzieningen voor aanvullend pensioen buiten de vermogenstoets te houden.

3. Hoewel het aantal zzp’ers dat een beroep moet doen op de BBZ-regeling sterk is gestegen, is ons gebleken dat veel zzp’ers nog onbekend zijn met deze regeling. Wij verzoeken u dan ook het initiatief en voortouw te nemen voor een landelijke campagne waarin het bestaan en de mogelijkheden van de BBZ-regeling voor zzp’ers onder de aandacht wordt gebracht. Via de bestanden van de Kamers van Koophandel en in samenwerking met de gemeenten moet het mogelijk zijn om op korte termijn alle zzp’ers over de regeling te informeren. Vanzelfsprekend zullen de bij de FNV aangesloten bonden die zzp’ers organiseren hun verantwoordelijkheid nemen bij het informeren van de ruim 35.000 zzp-leden.

4. Analoog aan de voorwaarden die zijn gesteld bij de deeltijd-WW pleit de FNV voor een uitbreiding van de scholingsmogelijkheden voor zzp’ers. Scholing is immers van groot belang om de markt- en concurrentiepositie van zzp’ers te vergroten en voor het behoud en uitbreiding van kennis en vaardigheden. De FNV pleit dan ook voor een (tijdelijke) extra fiscale stimulering van de scholingsmogelijkheden voor zzp’ers, bijvoorbeeld door de scholingskosten dubbel aftrekbaar te maken tot een maximum van bijvoorbeeld 80 procent.

5. Ons bereiken nog steeds signalen dat, ondanks de goede voornemens, de betalingsmoraal van de landelijke-, provinciale- en gemeentelijke overheden nog steeds te wensen overlaat. Er worden nog steeds (zeer) lange betalingstermijnen gehanteerd waardoor zzp’ers die voor overheden werken financieel in de knel komen. Wellicht ten overvloede roepen wij u op de overheden (nogmaals) aan te sporen hun rekeningen tijdig te betalen.

Naar het oordeel van de FNV is bovenstaand 5puntenplan snel te realiseren zonder dat dit hoge investeringen vereist. Voor de langere termijn wil de FNV de onderhandelingen binnen de SER naar aanleiding van uw adviesaanvraag inzake zelfstandigen aangrijpen om de positie van zzp’ers structureel te verbeteren.

Gezien de lastige situatie waarin veel zzp’ers momenteel verkeren, willen wij u vriendelijk maar ook dringend vragen om bovenstaand 5puntenplan op zeer korte termijn binnen uw kabinet te bespreken en daarbij financiële middelen vrij te maken voor de uitvoering. Vanzelfsprekend zijn wij te allen tijde bereid om het plan nader toe te lichten en mee te denken over een efficiënte en effectieve uitvoering.

Met vriendelijke groet,
Vakcentrale FNV

Agnes Jongerius
Voorzitter

    Google gelooft in vrij verkeer van internetdata

    Door Marc Hijink

    De telecomwereld hanteert andere verdienmodellen dan Google. Maar Googles model van gratis software met betaalde advertenties zal ook in de telecom zegevieren, denkt Vint Cerf.

    Vint Cerf is de wetenschapper die in de jaren zeventig de basis legde voor het moderne internet. Hij koppelde netwerken aan elkaar met dezelfde technologie die nu het dataverkeer op het wereldwijde web voor zijn rekening nemen.
    Cerf, jarenlang voorzitter van internetbeheerder ICANN, is sinds 2005 internetevangelist bij Google.
    De 66-jarige is in zijn keurige maatpak makkelijk te herkennen in het Googleplex, waar de gemiddelde leeftijd van de medewerkers rond de dertig ligt. Cerf heeft, veertig jaar na de uitvinding die ten grondslag ligt aan het web, nog niets aan energie en enthousiasme ingeboet.
    „De introductie van onze eerste mobiele telefoon is een mooi symbool voor de manier waarop we bij Google tegen internet aankijken. Een open toestel dat iedereen mag gebruiken, waarop iedereen applicaties mag bouwen, op een besturingssysteem dat iedereen mag veranderen. Dat is heel anders dan de telecomwereld nu in elkaar zit. Daar proberen ze diensten te blokkeren omdat een andere partij er geld aan verdient. Onzin, ze krijgen geld voor het doorgeven van data, zowel van de consumenten als van partijen als Google. Diegene die het netwerk levert, moet los staan van de applicaties die op dat netwerk draaien.
    „We hebben wel zien aankomen toen we het internet bouwden, dat het tot andere bedrijfsmodellen zou leiden. Bijvoorbeeld voor telefonie, maar ook voor de media. Alles wat omgezet kan worden in een digitaal pakketje kan goedkoper gedistribueerd worden via internet. Dat wil niet zeggen dat alles op internet gratis moet zijn. Google verdient geld met het plaatsen van advertenties bij gratis informatie, maar er is ruimte voor andere betaalmodellen.
    „Het mobiele web wordt uiteindelijk groter dan het gewone web, er zijn nu al meer telefoons dan computers en het aantal smartphones blijft groeien. Veel mensen in armere landen zullen het web voor het eerst leren kennen op een telefoon. Maar tegelijkertijd kan het web ook niet veel verder doorgroeien, omdat we aan het eind van dit jaar waarschijnlijk geen capaciteit meer over hebben om meer nieuwe gebruikers aan te sluiten.
    „Het web moet kunnen blijven groeien. Dat is niet alleen in het belang van Google, dat is in ieders belang. Sommige landen hebben helaas andere opvattingen over de openheid van gegevens dan wij in het Westen. Maar zelfs de Chinese regering beseft dat er een economisch belang is om mensen toegang tot het web te bieden.
    „Dat nijpend gebrek aan capaciteit is een van de tekortkomingen die we ons destijds, bij de ontwikkeling van internet, niet hebben gerealiseerd. We hebben domweg niet kunnen bedenken dat er meer dan 4,3 miljard zogeheten IP-adressen nodig zouden zijn.
    „Hetzelfde geldt voor mobiliteit: als je wilt overschakelen van de ene server op de andere, dan ben je je verbinding weer kwijt. Maar 35, 40 jaar geleden waren computers nog zo groot als een kamer, we konden niet voorzien dat ook draadloze telefoons sterk genoeg zouden zijn om onderdeel van het netwerk uit te maken.
    „Het web moet ook veiliger worden. Dat was ook Googles doel, om met Chrome een browser en uiteindelijk een besturingssysteem te bouwen dat beter omgaat met moderne bedreigingen. En een grote uitdaging zit in het uitwisselen van gegevens tussen de verschillende ‘zwevende’ diensten, de web
    applicaties zoals Google Docs die op een ‘wolk’ van internetservers draaien. Dit soort diensten is erg populair, maar je moet als gebruiker de vrijheid hebben je gegevens te kopiëren of te verplaatsen naar een andere zwevende dienst, bijvoorbeeld van Microsoft of IBM. Zo denken we er in ieder geval bij Google over. Dus heb ik alle partijen uitgenodigd om te praten over een manier om beter gegevens uit te wisselen. Hoe laat je verschillende netwerken met elkaar praten? Eigenlijk is dat precies hetzelfde vraagstuk dat we 40 jaar geleden moesten oplossen.”

    Nieuwe verzekeraar begint met het treiteren van de concurrent

    Door Daan van Lent

    Sinds de woekerpolisaffaire wantrouwen consumenten verzekeraars. Door daar op in te spelen wil  Brand new day de markt  openbreken voor  beleggingspolissen.

    Met veel lawaai beginnen Thierry Schaap en Kalo Bagijn, de oprichters van internetbeleggingsbank Binck, vanavond met spotjes op Nederland 1, 2 en 3 en de SBS-zenders  een campagne om hun bedrijf Brand new day te lanceren. Fors lagere kosten moeten klanten verleiden hun huidige beleggingspolissen op te zeggen en over te stappen naar dit nieuwe internetbedrijf. Daarbij horen grote woorden. ‘Wij pikken het niet’, is de populistische slogan van de reclamecampagne.
    „Wij zijn anti-establishment”, zegt Bagijn. „De motivatie om dit te doen zijn alle  affaires met financiële instellingen. Wij laten zien dat we anders zijn. Verzekeraars hebben consequent de belangen van aandeelhouders laten prevaleren. Dat heeft geleid tot  extreem hoge kosten en de woekerpolisaffaire. Maar de tarieven zijn daarna niet genoeg omlaag gegaan.”
    Verzekeraars richten zich sinds een kleine twee jaar op de Wabekenorm. De financiële ombudsman Jan Wolter Wabeke schreef in april 2008 dat 2,5 tot 3 procent aan kosten redelijk is bij beleggingspolissen. Brand new day gaat 0,5 procent rekenen. In een rekenvoorbeeld laat Bagijn zien dat bij een maandelijkse inleg van 500 euro het eindkapitaal bij vier grote verzekeraars (Interpolis, Zwitserleven, ASR en Aegon) tussen de 384.732 en 478.575 euro uitkomt en bij Brand new day op 635.839 euro. De risico’s voor inflatie en rente zijn afgedekt.
    Het rendement zal afhangen van welk risico een klant wil lopen. Hij kan geheel in staatsobligaties („alleen Franse, Duitse en Nederlandse”) beleggen, maar ook in aandelen via ‘indextrackers’. Sparen kan niet, beleggen in beleggingsfondsen evenmin. De klant kan zijn beleggingspolis geheel via internet afsluiten. De kosten kan hij online vergelijken met die van zijn eigen verzekeraar, daarbij worden volgens Bagijn de beëindigingsboetes meegerekend.
    Samenwerking is al afgesproken met tussenpersonen van De Hypotheekshop en van de VvAA voor medici, voor klanten die tegen een vast uurtarief advies willen krijgen. Met buitenlandse financiële instellingen hoopt Bagijn binnen een paar maanden pakketten van hypotheekleningen en beleggingspolissen te kunnen aan bieden. „Alleen als zij ook zeer scherp geprijsd zijn.”
    Bagijn en Schaap, die in 2008 en 2009 bij Binck zijn vertrokken, financieren hun bedrijf geheel zelf. „Financiers hadden wel mee willen doen, maar dan neemt de druk toe om op korte termijn resultaten te boeken”. Ze gaan ervan uit dat ze „ „jarenlang” verlies zullen lijden. „Als je de ambitie hebt om de klant centraal te stellen, dan kun je niet op korte termijn winst proberen te maken.”
    Hun bedrijf mikt op hoge volumes en lage marges. Net als bij Binckbank, dat de eerste jaren ook verliesgevend was, zullen ze eerst flink veel klanten moeten trekken om winstgevend te worden. Maar ze zien veel kansen. „Deze markt is veel groter. Er zijn in Nederland 7 miljoen van dergelijke polissen. Zelfs met een klein percentage van de markt draai je al een behoorlijk volume. Dat moeten we in twee of drie jaar bereiken. Wij hopen op langere termijn een marktaandeel van 10 tot 20 procent te halen.”
    Echt bang voor concurrenten zijn ze niet. Voor nieuwe toetreders is de drempel in de financiële wereld hoog. „Wij hebben de ervaring en we hebben ook zelf de centen die we verdiend hebben aan Binck.” De huidige grote partijen kunnen niet volgen, denkt Bagijn, „tenzij ze grote verliezen accepteren.”
    De naam Brand new day komt van een vriend van Bagijn. „Ik vertelde hem over onze plannen en hij zei gelijk: hé, dat klinkt als Brand new day uit de filmmusical The Wizard of Oz. De strijd tegen het kwaad en het hoop geven voor de toekomst.” Het liedje bij de campagne van Brand new day is de gelijknamige single van Diana Ross en Michael Jackson.
    De campagne zal eerst vooral inspelen op het wantrouwen dat consumenten door de woekerpolisaffaire en de kredietcrisis toch al tegen financiële instellingen hebben ontwikkeld. Daarna gaat Brand new day met naam en toenaam de kosten vergelijken. Bagijn verwacht dat de irritatie bij de traditionele verzekeraars groot zal zijn, net als bij banken bij de lancering van Binck toen de campagneslogan was: „Zij hebben de hoge gebouwen, wij de lage tarieven.” De advocaten van de banken stuurden binnen de kortste keren boze brieven, vertelt Bagijn. „We weten dus wat we kunnen verwachten. Ons advocatenkantoor staat  klaar.”

    Het vaccin is: (a) wapen (b) chip (c) kwik

    Verhalen circuleren op het web

    Door Jessica van Geel en Frederiek Weeda

    Rotterdam. Minister Klink wil websites aanpakken die angst voor vaccinaties aanwakkeren.
    Zulke sites verspreiden volgens hem spookverhalen over de Mexicaanse griep.
    Het is een complot. En Anneke Bleeker, oprichter van de website verontrustemoeders.nl, heeft een dagtaak aan de bestrijding ervan. Ze verwijt de overheid en farmaceutische industrie het vaccin tegen Mexicaanse griep te adviseren voor hun eigen financieel gewin. Het vaccin, aldus verontruste moeders, is een „massavernietigingswapen” dat kinderen „miniherseninfarcten” bezorgt. De overheid, zeggen medestanders, doet nanochips in het vaccin om burgers te volgen.
    Het lijkt alsof de angst voor de Mexicaanse griep heeft plaatsgemaakt voor angst voor vaccinatie. Ook websites als wijwordenwakker.org, despuitblijfteruit.nl en die van de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken uiten kritiek op het vaccinatieprogramma. Er circuleren kettingmails met verwijzingen naar ‘wetenschappelijke onderzoeken’. Belangrijkste kritiek: er zitten schadelijke stoffen als kwik en aluminium in het vaccin en het vaccinatieprogramma is alleen bedoeld om de industrie te spekken.
    Grafisch ontwerper Liesbeth Hiddema van prikmijmaarlek.nl zette haar site op uit vrees dat mensen zich onvoldoende laten informeren. „De overheid is te onduidelijk en onvolledig. Zo denken veel mensen in mijn omgeving dat vaccinatie verplicht is. Dat is niet zo.”
    Minister Klink (Volksgezondheid, CDA) kondigde gisteren een campagne aan tegen ‘spookverhalen’ over griep en vaccin. Hij zal de overheidssite grieppandemie.nl meer promoten en zijn ministerie plaatst banners op internetfora en blogs die onjuiste of verwarrende informatie verspreiden over het vaccin. Volksgezondheid zoekt nog uit op welke websites het precies moet zijn.
    Veel te laat, oordeelt Albert Benschop, internetsocioloog van de Universiteit van Amsterdam. „Als de overheid de grote groep wil informeren die wel op internet rondstruint, maar geen serieuze media tot zich neemt, dan had ze veel eerder een internetoffensief moeten inzetten.”
    Intussen hebben Anneke Bleeker en mede-‘verontruste moeder’ Désirée Röver het druk. Drie keer per week worden ze, naar eigen zeggen, uitgenodigd voor lezingen. In een zaaltje bij een komkommerkweker, in bijzaaltjes van kerken, in cafés. Van Almere tot Brabant. Allemaal bezorgde ouders. Op de website van Bleeker en Röver staan verwijzingen naar boeken, lezingen en documenten van Amerikaanse, Canadese en Australische artsen.
    Dagblad De Telegraaf publiceerde eind augustus een interview met Röver. Zij spreekt daarin van ‘een groep’ die via vaccins de wereldbevolking zou willen decimeren: afstammelingen van een in 740 na Christus tot het jodendom bekeerd volk dat in Zuid-Rusland en Georgië woonde. Röver: ‘Ik heb het nu over de Khazars. Hun nazaten heten Rockefeller, Rothschild, Brzezinski en Kissinger. Zij bidden tot een andere god. Lucifer, Satan. Of hoe je hem ook wilt noemen! Zíj zitten hierachter.’ ” Tal van media hebben Bleeker en Röver recentelijk uitgenodigd: Nova, Zembla, Radio 1, BNR Nieuwsradio.
    Hoe bestaat het dat mensen ‘informatie’ serieus nemen die onbekenden verspreiden? Dat komt doordat op internet iedereen gelijk is, zegt internetsocioloog Benschop. „Iedereen kan roepen wat hij wil, status of achtergrond is irrelevant. ”
    Veel mensen die internet gebruiken om wantrouwen jegens gezagsdragers te ventileren, staan „buiten de gevestigde systemen”, zegt Benschop. Ze voelen zich machteloos en proberen complexe kwesties tot simpele verhalen terug te brengen. „Die had je vroeger ook. Maar toen wist iedereen wie ze waren en werden ze in het café tegengesproken. Op internet is alles ongecensureerd”
    Met deze nieuwe ‘informatiesituatie’ weet de overheid zich nog geen raad, zegt Benschop. „Stel: straks komt er echt een lelijk virus waarbij de overheid vaccinatie verplicht moet stellen. Dan heeft ze met zo’n anticampagne echt een probleem.”

      Manipuleren hoef je die Grieken niet aan te leren


      Griekenland zit nu financieel tot over zijn oren in de problemen, door corruptie op kleine én grote schaal
      Door Marloes de Koning
      Athene. In het negende belastingkantoor van de Atheense binnenstad legt directeur Dimitris Tsoukas zijn gratis krant aan de kant om uit te leggen hoe zijn kantoor dagelijks tussen 8 uur ’s ochtends en half twee ’s middags de belasting van 20.000 buurtbewoners afhandelt. En hoe wordt gewerkt aan verdere digitalisering, wat een machtig wapen kan zijn in de bestrijding van corruptie. „Al was het maar wegens de nepbonnen en nepstempels die rondgaan.” In een poging vervalste aangiftes te ontmaskeren „geven we de formulieren iedere maand een ander nummer”, onthult hij. Loonsverhoging zou volgens hem ook geen kwaad kunnen.
      Je hoeft Grieken niet uit te leggen dat statistieken de werkelijkheid niet weergeven. Geen Griek was dan ook verrast toen de nieuw aangetreden minister van Financiën, Giorgos Papakonstantinou, in Brussel kwam melden dat het begrotingstekort dit jaar niet 6 procent is, zoals door de vorige regering was gemeld, maar meer dan het dubbele, bijna 13 procent.
      „Natuurlijk was die 6 procent niet realistisch”, zegt Gikas Hardouvelis, topeconoom van EFG Eurobank, een grote bank in Griekenland. Hij zit in de commissie die namens de banken moet adviseren hoe de financiële rapportages transparanter kunnen. Hardouvelis werpt een denkbeeldig rapport over zijn schouder om te laten zien wat hij met de kwartaalcijfers van het Griekse bureau voor de statistiek doet. „Die verzinnen ze, nadat ze de jaarcijfers verzonnen hebben.” Waar vertrouwt hij dan op om een van de grootste banken van Griekenland goed te kunnen besturen? „Intuïtie.”
      Ambtenaren kregen met verkiezingen op komst van hun politieke bazen opdracht de waarheid voor het Europese bureau voor de statistiek (Eurostat) te verzwijgen, vermoedt de econoom. Dat kan makkelijk, want de overheidsboekhouding is „zwaar verouderd”. Scholen en ziekenhuizen werken vaak alleen met een papieren kasboek. Apparatuur die is gekocht maar niet betaald, blijft in de boeken onzichtbaar, totdat de schuldeiser echt stennis begint te schoppen. „De opeenstapeling van uitgestelde betalingen gaat tot op het hoogste niveau.” Economische groei, dalende rentes en Europese subsidies maakten ontkenning vijftien jaar lang mogelijk, „nu haalt de realiteit ons in”.
      Dinsdag besloot kredietbeoordelaar Fitch als eerste de kredietwaardigheid van Griekenland een slechter cijfer te geven. Standard & Poor’s en Moody’s overwegen te volgen. Dat betekent voor Griekenland duurdere kredieten en daardoor meer moeite om de staatsschuld te financieren. Het woord ‘staatsbankroet’ zingt rond in de financiële pers.
      Griekenland heeft nu een staatsschuld van 100 procent van het bbp en de verwachting is dat die snel verder stijgt. De regering reageert geschrokken en verontwaardigd op „de negatieve houding die veel buitenlanders hebben aangenomen jegens de economie”. Het is volgens minister Papakonstantinou „naïef” te geloven dat de reactie van de markten een weerspiegeling is van hoe de Griekse economie er werkelijk voorstaat. Vorig jaar groeide de economie met 2 procent. Dit jaar is 1 procent krimp voorspeld. Banken presteren goed.
      De verontwaardiging in het buitenland is huichelachtig, vindt Yannis Stournaras, hoofd onderzoek bij de stichting voor onderzoek naar de economie en industrie. Men had al lang kunnen weten dat die 6 procent begrotingstekort niet klopte. „Zij lezen toch ook Griekse kranten? Iedere maand komt een team van de EU poolshoogte nemen.” De gouverneur van de centrale bank beweert bovendien dat hij de juiste gegevens trouw en met grote regelmaat naar de Europese Centrale Bank (ECB) heeft gestuurd. „Ik geloof hem.”
      Griekenland laat zich makkelijk casten voor de rol van zondebok. Het land met elf miljoen inwoners is een relatief kleine economie met een bepaalde reputatie. Na iedere machtswisseling tussen de twee grote partijen – de centrum-linkse PASOK en het iets rechtsere Nieuwe Democratie (ND) – constateert een nieuw aangetreden regering met pathos dat zij het land in een veel beroerdere staat heeft aangetroffen dan zij in haar stoutste verwachtingen had gevreesd. Toen in 2004 weer de ND aan de macht kwam, veranderde zij de boekhoudingssystematiek met terugwerkende kracht, om voorganger PASOK dwars te zitten en tegelijk ruimte te creëren op de begroting. Het effect van de herberekening was zo groot, dat Griekenland achteraf bezien niet aan de toetredingscriteria voor de euro bleek te hebben voldaan. De Grieken hebben zich de euro in gemanipuleerd, werd het beeld. Een leugenachtige reputatie, die hen nu in Brussel parten speelt.
      „Volkomen onterecht”, zo windt Stournaras zich op. Hij vertegenwoordigde Griekenland voor de PASOK-regering in het Europese overleg ter voorbereiding op de monetaire unie. Griekenland was daarbij volgens hem „niet creatiever” dan andere landen. Stournaras: „Brussel heeft die nieuwe rekenmethode destijds zelf geaccepteerd. Daar waren ze tegen gewaarschuwd en dat hadden ze nooit moeten doen. Brussel liet ons daarmee zien geen strikte principes te hebben, zelf geen fatsoenlijke auditing te doen. Ze accepteren klakkeloos wat regeringen sturen.”
      In chaos schuilen ook altijd kansen, zijn Grieken gewoon te denken. Naar schatting is nog aldoor eenderde van de Griekse economie zwart. De regering denkt dat de meeste winst te halen is in het bestrijden van belastingontduiking, die ongeveer gelijk zou staan aan 10 procent van het bbp. Notoire belastingontduikers zijn advocaten en artsen. De minister van Financiën heeft zijn verontwaardiging geuit over artsen die minder dan 2.500 euro opgeven bij de belastingdienst, maar het tegelijk breed laten hangen in een dure Atheense wijk.
      Voorbeelden van kleine en grote fraude en corruptie somt iedereen moeiteloos op. Ministers met illegale huizen. Buren met dubbele huurcontracten: een voor de belastingen en een met de echte prijs. Om op de begraafplaats een gunstig plekje – vlak bij de poort – te krijgen moet de grafdelver worden omgekocht. Wie wil dat zijn zoon zijn dienstplicht niet op een afgelegen eiland hoeft te vervullen belt een politicus.
      In de jongste corruptievergelijking van Transparancy International geeft 18 procent van de Grieken toe dat hij of een gezinslid afgelopen jaar smeergeld heeft betaald. Ter vergelijking: in het om zijn corruptie beruchte Roemenië is dat 14 procent, in Denemarken 1 procent.
      De Europese fondsen die het land al decennia ontvangt (Griekenland is sinds 1981 EU-lid en tot nu toe netto-ontvanger) zijn vooral gebruikt voor infrastructuur, zoals wegen en gebouwen. Modernisering van de ‘zachte’ kant gaat trager. We zijn nog in transitie, zeggen de bewoners van het land, dat qua EU-integratie een grote voorsprong heeft op zijn buren Albanië, Macedonië, Bulgarije en Turkije.
      Het is hoog tijd voor de Griekse regering om „moedig” zijn, zei ECB-president Jean-Claude Trichet. De situatie is ernstig, maar we fiksen het wel, probeert de Griekse regering de wereld te overtuigen.

      Land van radeloze kinderen

      Haïti is er beroerd aan toe na vier orkanen en de kredietcrisis

      Haïti verkeert al decennia in een uitzichtloze cyclus van honger, corruptie en geweld.
      Na de orkanen is het nog erger. „Mensen eten koekjes van modder tegen de honger.”

      Op slechts anderhalf uur vliegen van Miami ligt het armste land van het westelijk halfrond: Haïti. Hoewel het op hetzelfde eiland ligt als de Dominicaanse Republiek, waar de witte stranden drommen toeristen trekken, verkeert Haïti al decennia in een uitzichtloze cyclus van honger, corruptie en geweld. Tachtig procent van de bevolking moet rondkomen van 2 dollar per dag. Wekelijks eindigen de lichaampjes van 150 kinderen op de vuilnisbelt omdat er geen hout is om doodskisten te maken.

      De gemiddelde leeftijd op Haïti is zestien. „Haïti is een land van kinderen”, vertelt Rick Frechette, een Amerikaanse dokter en priester die er al 22 jaar werkt. „Kinderen die nooit een bloem hebben gezien. Die niets anders kennen dan chaos, geweld, corruptie en overstromingen. Juist omdat deze generatie niets anders kent, wordt de situatie nooit beter.”

      In 1987 kwam Frechette als priester naar Haïti, maar hij realiseerde zich al snel dat de bevolking meer behoefte had aan een dokter. Dus ging hij medicijnen studeren in New York. Inmiddels heeft hij niet alleen een weeshuis opgericht in samenwerking met Stichting WereldOuders, maar ook een kinderziekenhuis met speciale zorg voor gehandicapten, waar jaarlijks 50.000 mensen worden geholpen. Frechette was onlangs op bezoek in Nederland.

      Twintig jaar lang zag Frechette geen enkele vooruitgang op Haïti. „Het land kent absolute armoede. Politie en justitie zijn door drugsdealers compleet van corruptie doordrongen. Ontvoeringen van buitenlanders waren voor veel mensen de enige bron van inkomsten, maar daardoor werd het op straat onveilig. Politici zijn toen wapens uit gaan delen en dat heeft alles nog erger gemaakt. Een pistool in handen van een hongerige 18-jarige is anders dan in handen van een agent.”

      Hulporganisaties verminderden de laatste jaren de voedselhulp aan Haïti, hoewel de honger er niet minder om werd. Frechette: „Er kwam maar geen verbetering, geen oplossing, en voedselhulp werd te duur. Mensen werden moe van Haïti. Weer een coup, weer een overstroming.”

      Twee jaar geleden begonnen de Verenigde Naties echter een groot offensief tegen de ontvoeringen van buitenlanders op het eiland. „Voor het eerst in twintig jaar heerste er relatieve vrede”, vertelt Frechette. „Ik zeg relatief, want vorige week werd er nog een Italiaanse journalist vermoord, maar er leek een eerlijke kans op ontwikkeling te komen. Eindelijk konden mensen zich focussen op de structurele problemen, in plaats van zich dagelijks af te vragen of ze die avond levend thuis zouden komen.”

      Maar toen kwam Fay. En toen Gustav. En Hanna. En ten slotte Ike. Vier orkanen teisterden Haïti in 2008, en maakten een miljoen mensen dakloos. Onder hen 300.000 kinderen. De infrastructuur is compleet verwoest – er zijn geen verharde wegen meer en de overheid heeft geen middelen om te herbouwen.
      Bovenop het natuurgeweld kwam de kredietcrisis. Met een bruto nationaal product dat voor 66 procent afkomstig is uit het buitenland, werd Haïti keihard getroffen. Voedselprijzen stegen met 300 procent en de honger nam weer toe. Frechette: „Mensen eten nu ‘koekjes’ van modder om hun lege magen te vullen.”
      Al met al noemt Frechette, met gevoel voor understatement, de orkanen en de crisis een kwestie van ‘bad timing’. Hij heeft zijn hoop gevestigd op de Amerikaanse oud-president Bill Clinton, die zich inzet om buitenlandse bedrijven en industriëlen aan te trekken om in Haïti te investeren.

      Werkloosheid is volgens Frechette nu het grootste probleem. „Ondervoeding en honger zijn grote kwesties, maar die worden veroorzaakt doordat 90 procent van de bevolking geen baan heeft.” Frechette ziet de oplossing in microkrediet en scholing. Zo krijgen ruim 7.000 kinderen in de sloppenwijken onderwijs vanuit een school op wielen: een busje vol schoolspullen en zelfs computers. Want zonder computervaardigheden ben je volgens Frechette tegenwoordig „nog steeds een analfabeet”.
      Om het probleem van de lijken op de vuilnisbelt aan te pakken, zette Frechette een begrafenisproject op, waarbij hij jongeren inhuurt om van papier-maché grafkisten te maken. Vijfhonderd mensen per week krijgen zo een menswaardige begrafenis en de jongeren hebben een baan.

      „Ik denk dat microkrediet in de vorm van geld niet werkt”, stelt Frechette. In plaats daarvan geeft hij jongeren, die hij heeft opgevoed in zijn weeshuis, een autobusje. Daarmee kunnen ze geld verdienen, want er is geen openbaar vervoer op het eiland. „Dat busje kost dan wel 20.000 dollar, maar dat geef ik ze als rentevrije lening. Ze betalen me af door diensten aan de missie te verlenen.” Bijvoorbeeld door vanuit het busje films te vertonen voor de kinderen in de sloppenwijken. „Als ze er ook popcorn bij leveren betalen ze hun lening extra snel af”, zegt hij lachend.

      Op kleine schaal heeft Frechette heel wat klaargespeeld, maar hij ziet ook dat het grote plaatje na al die jaren onveranderd is. „Het enige wat het land uit deze tragiek kan halen is toerisme”, zegt hij. „Haïti is prachtig, maar voor je op het mooie strand bent, heb je al zo veel bedelende, stervende mensen gezien dat je geen trek meer hebt in een cocktail. Toeristen kunnen zich hier niet vermaken zonder zich schuldig te voelen. Toch hebben we hun geld nodig om banen te creëren. Reisbureaus zouden kunnen benadrukken hoe toeristen het land kunnen helpen door wel die cocktail op ons strand te komen drinken.”

      KPN: geen extra investeringen in aanleg van breedbandnetwerk

      Den Haag. Glasvezel mag dan de toekomst hebben, in 2020 zal hooguit de helft van de Nederlandse huishoudens over een verglaasde internetverbinding kunnen beschikken, verwacht KPN.

      Door Marc Hijink

      Het allersnelste internet komt er toch niet zo snel als gehoopt. KPN heeft, na een test in tien gemeenten, besloten het glasvezelnetwerk per stad uit te gaan rollen – als daar tenminste voldoende potentiële klanten wonen. Ondanks aansporingen vanuit Den Haag – gemeenten en provincies mogen wat betreft staatssecretaris Heemskerk (Economische Zaken, PvdA) ‘mee-investeren’ in nieuwe netwerken – denkt KPN dat er in 2020 „tussen de 30 en 60 procent” van de Nederlandse huishoudens over glasvezel kan beschikken.
      „Ik denk niet dat heel Nederland uiteindelijk glasvezel zal hebben”, zegt Baptiest Coopmans, het KPN-bestuurslid dat over consumentenzaken gaat. Vandaag maakte hij de strategie bekend van het bedrijf dat nu 44 procent van de Nederlandse breedbandverbindingen levert.
      Glasvezel is een stuk voordeliger in onderhoud dan het oude kopernetwerk waar de ADSL-verbindingen nu nog over lopen. Glazvezel biedt nu snelheden tot 100 Mbit per seonde, met de mogelijkheid om door te groeien. Maar de aanleg kost geld: ongeveer 1.000 tot 1.500 euro om de straat open te breken en de huishoudens aan te sluiten. KPN probeert de glasvezelupgrade met gesloten portemonnee uit te voeren en wil per jaar niet meer dan 2 miljard investeren in zijn netwerk, evenveel als het bedrijf tot nu toe uitgaf.
      Uit een evaluatie van een test in tien gemeenten blijkt KPN met Fiber to the home (FttH), de snelste technologie waarbij glasvezel tot in huis wordt gelegd, een marktaandeel van 30 procent te kunnen behalen. Fiber to the curb (FttC), waarbij de laatste verbinding van de hoek van de straat tot aan huis nog koperlijn is, blijft steken op 22 procent maximaal marktaandeel.
      KPN zegt dat het aanleggen van de nieuwe netwerken met joint venture Reggefiber probleemloos is verlopen. Wel waren er grote problemen met het aannemen van nieuwe klanten, omdat het computersysteem voor klantenregistratie nog niet klaar was. Daardoor heeft KPN het inschrijven van nieuwe glasvezelklanten moeten stoppen. „We willen problemen voorkomen zoals ze destijds met internetplusbellen ontstonden”, zegt Koopmans. Ook toen kon KPN de toeloop van nieuwe klanten niet aan.
      De teller voor Fiber to the home is blijven steken op 10.000 abonnees, terwijl er volgens Reggefiber 60.000 mensen aan de KPN-testen meededen. Hoewel de glasvezeltechniek het mogelijk maakt om ook hoge uploadsnelheden te realiseren, beperkte KPN die snelheid tot 6 Mbit. Vanaf medio 2010 worden alle verbindingen echter symmetrisch, belooft Coopmans. De snelste verbinding – 100 Mbit – heeft dan zowel 100 Mbit up – als downloadsnelheid, à 110 euro per maand.
      KPN voerde zijn tests uit in Apeldoorn, Rosendaal, Hengelo, Oosterhout en Zoeterwoude (FttC) en Almere Haven, Haaksbergen, Son & Breugel, Uden en Elburg (FttH). Welke steden nu aangesloten worden op glasvezel is niet bekend. Reggefiber-directeur Jan Davids zegt niet ontevreden te zijn met KPN’s ambitie om het aantal glasvezelaansluitingen uit te breiden van 460.000 naar ruim 1,1 miljoen in 2012. KPN rekent wel op „andere partijen” die ‘mee investeren’ in de nieuwe netwerktechnologie. Volgens Coopmans zijn er al gesprekken gaande met enkele provincies. Dit tot grote ergernis van de concurrerende kabelexploitanten, die vinden dat overheden geen rol horen te spelen bij de aanleg van nieuwe netwerken.
      Nu lopen KPN’s ADSL-producten achter op de snelste internetverbinding van de kabel. UPC en Ziggo halen in sommige gebieden 120 Mbit per seconde. Om op korte termijn beter te kunnen concurreren gaat KPN een groot deel van de netwerken verbeteren met VDSL-apparatuur. Dat maakt snelheden van 40 Mbit mogelijk, snel genoeg om high definition tv-kanalen te versturen, iets waar ADSL niet toe in staat is. Met de upgrade naar VDSL is een eenmalige investering van 50 miljoen euro gemoeid, zegt Coopmans. KPN wil het WK voetbal gebruiken om HDTV aan de man te brengen.

      Een stick om mee te slaan

      Door Karel Knip

      Wetenschappers die belangrijk werk deden voor het klimaatpanel IPCC liggen onder vuur.

      Phil Jones is afgetreden. Of preciezer gezegd: hij is tijdelijk teruggetreden. Begin deze week was hij nog hoofd van de Climate Research Unit (CRU) van de University of East Anglia. Nu is hij een milieu-hoogleraar die wacht op de uitslag van minstens twee onderzoeken.

      051209WET_Temp_hockeystick

      Wat heeft hij misdaan? Daarop is geen begrijpelijk antwoord te geven zonder uit te leggen in welke vaarwater Jones is terechtgekomen. Jones, van huis uit hydrograaf, begon zich in 1980 te verdiepen in het versterkte broeikaseffect. Hij zette zich aan de taak om uit oude, verspreide temperatuurregistraties, teruggaand tot 1860, de gemiddelde aardse temperatuur af te leiden. Dan kon definitief worden vastgesteld of de aarde opwarmde en konden de klimaatmodellen aan feitelijke ontwikkelingen worden getoetst. Jones ontdekte dat de wereld na 1860 wel een halve graad warmer was geworden.
      Het succes van het monnikenwerk en Jones’ bevlogenheid heeft hem van lieverlee een belangrijke positie bezorgd binnen het IPCC. Het IPCC is een in 1988 onder VN-auspiciën opgericht tijdelijk samenwerkingsverband tussen wetenschappers. In een uitzonderlijke zware peer review toetst het IPCC de waarde van allerlei klimaatonderzoek.
      JAARRINGEN
      Dat is één lijn. De tweede is dat anderen besloten het werk van Jones uit te breiden naar een verder verleden dan dat van de thermometermetingen. Ook in jaarringen van bomen, in koraal en oude ijs- en sliblagen zit een soort temperatuursignaal opgeslagen. Met voldoende inspanning en – misschien – een beetje nattevingerwerk valt daaruit ook de gemiddelde mondiale temperatuur af te leiden. Maar dat lukt alleen als de moderne reacties van bomen, koraal en ijs op goed gemeten temperatuurveranderingen bekend zijn.
      Voor deze ‘calibratie’ is de temperatuurreconstructie van Jones onmisbaar. De Amerikaanse paleoklimatoloog Michael Mann, verbonden aan Pennsylvania State University, timmert het meest aan de weg met klimaatreconstructies voor vroegere tijden. Mann en collega’s publiceerden de eerste uitkomsten van hun onderzoek in 1998 in Nature. Ze lieten zien dat de temperatuur van het noordelijk halfrond sinds 1400 praktisch constant was geweest maar na 1900 plotseling ging stijgen. In 1999 publiceerden ze opnieuw, nu in Geophysical Research Letters, met een reconstructie die terugging tot het jaar 1000. Het was ook vakgenoten een raadsel hoe je met zo weinig gegevens de temperatuur van het hele noordelijk halfrond kon bepalen. Maar Mann gebruikt zeer geavanceerde statistische hulpmiddelen die hij ten dele zelf ontwikkelt. Prikkelend was zijn conclusie dat het rond het jaar 1000 misschien wel warm is geweest, maar bij lange na niet zo warm als tegenwoordig. Het jaar 1000 ligt midden in de wel beschreven Middeleeuwse Warme Periode, met wijnbouw in Engeland en landbouw op Groenland. Manns klimaatcurve werd vanwege de vorm al gauw de hockeystick genoemd. Dat is een ijshockeystick.
      OVERZICHT
      De toch al actieve ‘klimaatsceptici’, die weinig van een versterkt broeikaseffect willen weten, verlegden hun vuur naar de hockeystick en de groep rond Mann en Jones. Het laatste IPCC-rapport (2007) geeft een mooi overzicht van alle kritiek en hoe die werd weerlegd. Gezegd moet worden dat de critici heel verschillende bezwaren hadden. Sommigen, zoals Hans von Storch van de universiteit van Hamburg, hadden gefundeerde kritiek op de statistische methoden. Anderen meenden dat jaarringen van bomen niet geschikt zijn voor temperatuurreconstructies. Een niet te onderschatten groep klimaatsceptici zag Jones en Mann in de eerste plaats als boegbeelden van het vermaledijde IPCC dat zij nooit vertrouwd hadden. Een laatste groep critici schortte het oordeel op tot ze het werk van Mann hadden nagerekend. Met een beroep op de vrijheid van informatie werden Mann en Jones gedwongen inzicht te geven in de gigantische hoeveelheid meetgegevens waaruit zij hun conclusies hadden getrokken. En zoals dat gaat: daarin werden fouten, leemtes en omissies aangetroffen. Niet van groot belang, maar ze wáren er en het vuil is in triomf rondgedragen.
      Van belang is dat Jones en Mann al tien jaar zwaar onder vuur liggen en dat de belegerde wetenschappers van de weeromstuit obstinaat werden. Ze stonden steeds minder makkelijk hun gegevens af en begonnen de wetenschappelijke wereld om hen heen al op voorhand in voor- en tegenstanders in te delen. En beten van zich af. Onnodig hard, misschien. Zelfs binnen de CRU moeten er wetenschappers geweest zijn die het niet beviel.
      Hoe het zij: rond 20 november heeft ergens iemand de vrijheid genomen om al het e-mailverkeer waar Phil Jones sinds 1993 aan had deelgenomen op internet te zetten. Of hier gehackt of gelekt is is nog niet duidelijk. Het gaat om duizenden e-mails. De echtheid staat vast.
      In de twee weken die sindsdien verliepen is Jones, Mann en anderen overkomen wat bijna iedereen zou overkomen wiens vertrouwelijke e-mails in de openbaarheid belanden. Ze zijn te schande gezet omdat ze zich vaak grof of laatdunkend uitlieten over medewetenschappers en in het bijzonder de irritante klimaatsceptici. Maar tussen alle triviale uitingen zitten e-mails die te denken geven. Er zou uit zijn af te leiden dat Jones c.s. opzettelijk gegevens achterhouden, dat ze misschien gegevens wat hebben aangepast of weggewerkt om eerdere conclusies overeind te houden en dat ze het publiceren door hun opponenten proberen te bemoeilijken. Er tekent zich iets af dat lijkt op fraude, vriendjespolitiek en machtsmisbruik. Pijnlijk is dat hier en daar collega’s afstand nemen van de opstelling van Jones zoals die uit de e-mails blijkt.
      Veel klimaatsceptici verkeren nu in een overwinningsroes. Het ‘gooi die vent met zijn vriendjes het IPCC uit’ klinkt luid in veel lelijke blogs. Het is de sceptici ook niet ontgaan dat er e-mails zijn waaruit blijkt dat gerenommeerde wetenschappers, zoals Kevin Trenberth, erkennen niet te begrijpen waarom de aarde de laatste zeven jaar niet meer opwarmt. Maar wie de rijen langsloopt ziet dat veel sceptische wetenschappers zich toch ook veel genuanceerder opstellen. Jones zelf heeft verklaard dat veel e-mails verkeerd zijn begrepen omdat ze uit hun context zijn gehaald.
      KERNVRAAG
      Het kan bijna geen toeval zijn dat de kwaadaardige e-mailactie plaatsvond vlak voor het klimaatoverleg in Kopenhagen. De kernvraag is dus: is nu ook zomaar de broeikastheorie onderuit gehaald? Daar is geen sprake van. Behalve Phil Jones waren er in de jaren tachtig nóg twee onafhankelijke onderzoeksgroepen die klimaatreconstructies maakten. Ze kwamen op dezelfde reconstructie uit. En de temperatuurregistraties van de laatste decennia worden niet alleen verzameld door de CRU van Jones maar ook door de Amerikaanse NASA en NOAA en een Japans meteorologisch instituut.
      In het klimaatonderzoek speelt de hockeystick van Mann geen doorslaggevende rol. De reconstructie is van belang om zicht te krijgen op de natuurlijke variabiliteit van het klimaat en voor het toetsen van klimaatmodellen. Maar de geaccepteerde broeikastheorie steunt vooral op onderzoek aan de samenstelling van de atmosfeer en aan de fysische eigenschappen van de verschillende gassen. En op moderne temperatuurmetingen. Zelfs al zou het in de middeleeuwen mondiaal gemiddeld warmer zijn geweest dan nu, dan verandert dat niets aan het gezag van de broeikastheorie.
      Overigens toonden Michael Mann c.s. vorige week in Science (27 november) aan dat de hitte van de middeleeuwen slechts zeer lokaal heerste, vooral boven het noordelijk deel van de Atlantische oceaan. In Azië was het afwijkend koud, waardoor het gemiddelde van het noordelijk halfrond toch beperkt bleef. Wel stelt de oplettende lezer vast dat Mann de steel van zijn ijshockeystick in opvolgende publicaties steeds verder omhoog takelt.

      admin

      Geen commentaar | admin | 7 december 2009 om 19:16