Berichten gepost op 22 december 2009

Manipuleren hoef je die Grieken niet aan te leren


Griekenland zit nu financieel tot over zijn oren in de problemen, door corruptie op kleine én grote schaal
Door Marloes de Koning
Athene. In het negende belastingkantoor van de Atheense binnenstad legt directeur Dimitris Tsoukas zijn gratis krant aan de kant om uit te leggen hoe zijn kantoor dagelijks tussen 8 uur ’s ochtends en half twee ’s middags de belasting van 20.000 buurtbewoners afhandelt. En hoe wordt gewerkt aan verdere digitalisering, wat een machtig wapen kan zijn in de bestrijding van corruptie. „Al was het maar wegens de nepbonnen en nepstempels die rondgaan.” In een poging vervalste aangiftes te ontmaskeren „geven we de formulieren iedere maand een ander nummer”, onthult hij. Loonsverhoging zou volgens hem ook geen kwaad kunnen.
Je hoeft Grieken niet uit te leggen dat statistieken de werkelijkheid niet weergeven. Geen Griek was dan ook verrast toen de nieuw aangetreden minister van Financiën, Giorgos Papakonstantinou, in Brussel kwam melden dat het begrotingstekort dit jaar niet 6 procent is, zoals door de vorige regering was gemeld, maar meer dan het dubbele, bijna 13 procent.
„Natuurlijk was die 6 procent niet realistisch”, zegt Gikas Hardouvelis, topeconoom van EFG Eurobank, een grote bank in Griekenland. Hij zit in de commissie die namens de banken moet adviseren hoe de financiële rapportages transparanter kunnen. Hardouvelis werpt een denkbeeldig rapport over zijn schouder om te laten zien wat hij met de kwartaalcijfers van het Griekse bureau voor de statistiek doet. „Die verzinnen ze, nadat ze de jaarcijfers verzonnen hebben.” Waar vertrouwt hij dan op om een van de grootste banken van Griekenland goed te kunnen besturen? „Intuïtie.”
Ambtenaren kregen met verkiezingen op komst van hun politieke bazen opdracht de waarheid voor het Europese bureau voor de statistiek (Eurostat) te verzwijgen, vermoedt de econoom. Dat kan makkelijk, want de overheidsboekhouding is „zwaar verouderd”. Scholen en ziekenhuizen werken vaak alleen met een papieren kasboek. Apparatuur die is gekocht maar niet betaald, blijft in de boeken onzichtbaar, totdat de schuldeiser echt stennis begint te schoppen. „De opeenstapeling van uitgestelde betalingen gaat tot op het hoogste niveau.” Economische groei, dalende rentes en Europese subsidies maakten ontkenning vijftien jaar lang mogelijk, „nu haalt de realiteit ons in”.
Dinsdag besloot kredietbeoordelaar Fitch als eerste de kredietwaardigheid van Griekenland een slechter cijfer te geven. Standard & Poor’s en Moody’s overwegen te volgen. Dat betekent voor Griekenland duurdere kredieten en daardoor meer moeite om de staatsschuld te financieren. Het woord ‘staatsbankroet’ zingt rond in de financiële pers.
Griekenland heeft nu een staatsschuld van 100 procent van het bbp en de verwachting is dat die snel verder stijgt. De regering reageert geschrokken en verontwaardigd op „de negatieve houding die veel buitenlanders hebben aangenomen jegens de economie”. Het is volgens minister Papakonstantinou „naïef” te geloven dat de reactie van de markten een weerspiegeling is van hoe de Griekse economie er werkelijk voorstaat. Vorig jaar groeide de economie met 2 procent. Dit jaar is 1 procent krimp voorspeld. Banken presteren goed.
De verontwaardiging in het buitenland is huichelachtig, vindt Yannis Stournaras, hoofd onderzoek bij de stichting voor onderzoek naar de economie en industrie. Men had al lang kunnen weten dat die 6 procent begrotingstekort niet klopte. „Zij lezen toch ook Griekse kranten? Iedere maand komt een team van de EU poolshoogte nemen.” De gouverneur van de centrale bank beweert bovendien dat hij de juiste gegevens trouw en met grote regelmaat naar de Europese Centrale Bank (ECB) heeft gestuurd. „Ik geloof hem.”
Griekenland laat zich makkelijk casten voor de rol van zondebok. Het land met elf miljoen inwoners is een relatief kleine economie met een bepaalde reputatie. Na iedere machtswisseling tussen de twee grote partijen – de centrum-linkse PASOK en het iets rechtsere Nieuwe Democratie (ND) – constateert een nieuw aangetreden regering met pathos dat zij het land in een veel beroerdere staat heeft aangetroffen dan zij in haar stoutste verwachtingen had gevreesd. Toen in 2004 weer de ND aan de macht kwam, veranderde zij de boekhoudingssystematiek met terugwerkende kracht, om voorganger PASOK dwars te zitten en tegelijk ruimte te creëren op de begroting. Het effect van de herberekening was zo groot, dat Griekenland achteraf bezien niet aan de toetredingscriteria voor de euro bleek te hebben voldaan. De Grieken hebben zich de euro in gemanipuleerd, werd het beeld. Een leugenachtige reputatie, die hen nu in Brussel parten speelt.
„Volkomen onterecht”, zo windt Stournaras zich op. Hij vertegenwoordigde Griekenland voor de PASOK-regering in het Europese overleg ter voorbereiding op de monetaire unie. Griekenland was daarbij volgens hem „niet creatiever” dan andere landen. Stournaras: „Brussel heeft die nieuwe rekenmethode destijds zelf geaccepteerd. Daar waren ze tegen gewaarschuwd en dat hadden ze nooit moeten doen. Brussel liet ons daarmee zien geen strikte principes te hebben, zelf geen fatsoenlijke auditing te doen. Ze accepteren klakkeloos wat regeringen sturen.”
In chaos schuilen ook altijd kansen, zijn Grieken gewoon te denken. Naar schatting is nog aldoor eenderde van de Griekse economie zwart. De regering denkt dat de meeste winst te halen is in het bestrijden van belastingontduiking, die ongeveer gelijk zou staan aan 10 procent van het bbp. Notoire belastingontduikers zijn advocaten en artsen. De minister van Financiën heeft zijn verontwaardiging geuit over artsen die minder dan 2.500 euro opgeven bij de belastingdienst, maar het tegelijk breed laten hangen in een dure Atheense wijk.
Voorbeelden van kleine en grote fraude en corruptie somt iedereen moeiteloos op. Ministers met illegale huizen. Buren met dubbele huurcontracten: een voor de belastingen en een met de echte prijs. Om op de begraafplaats een gunstig plekje – vlak bij de poort – te krijgen moet de grafdelver worden omgekocht. Wie wil dat zijn zoon zijn dienstplicht niet op een afgelegen eiland hoeft te vervullen belt een politicus.
In de jongste corruptievergelijking van Transparancy International geeft 18 procent van de Grieken toe dat hij of een gezinslid afgelopen jaar smeergeld heeft betaald. Ter vergelijking: in het om zijn corruptie beruchte Roemenië is dat 14 procent, in Denemarken 1 procent.
De Europese fondsen die het land al decennia ontvangt (Griekenland is sinds 1981 EU-lid en tot nu toe netto-ontvanger) zijn vooral gebruikt voor infrastructuur, zoals wegen en gebouwen. Modernisering van de ‘zachte’ kant gaat trager. We zijn nog in transitie, zeggen de bewoners van het land, dat qua EU-integratie een grote voorsprong heeft op zijn buren Albanië, Macedonië, Bulgarije en Turkije.
Het is hoog tijd voor de Griekse regering om „moedig” zijn, zei ECB-president Jean-Claude Trichet. De situatie is ernstig, maar we fiksen het wel, probeert de Griekse regering de wereld te overtuigen.

Land van radeloze kinderen

Haïti is er beroerd aan toe na vier orkanen en de kredietcrisis

Haïti verkeert al decennia in een uitzichtloze cyclus van honger, corruptie en geweld.
Na de orkanen is het nog erger. „Mensen eten koekjes van modder tegen de honger.”

Op slechts anderhalf uur vliegen van Miami ligt het armste land van het westelijk halfrond: Haïti. Hoewel het op hetzelfde eiland ligt als de Dominicaanse Republiek, waar de witte stranden drommen toeristen trekken, verkeert Haïti al decennia in een uitzichtloze cyclus van honger, corruptie en geweld. Tachtig procent van de bevolking moet rondkomen van 2 dollar per dag. Wekelijks eindigen de lichaampjes van 150 kinderen op de vuilnisbelt omdat er geen hout is om doodskisten te maken.

De gemiddelde leeftijd op Haïti is zestien. „Haïti is een land van kinderen”, vertelt Rick Frechette, een Amerikaanse dokter en priester die er al 22 jaar werkt. „Kinderen die nooit een bloem hebben gezien. Die niets anders kennen dan chaos, geweld, corruptie en overstromingen. Juist omdat deze generatie niets anders kent, wordt de situatie nooit beter.”

In 1987 kwam Frechette als priester naar Haïti, maar hij realiseerde zich al snel dat de bevolking meer behoefte had aan een dokter. Dus ging hij medicijnen studeren in New York. Inmiddels heeft hij niet alleen een weeshuis opgericht in samenwerking met Stichting WereldOuders, maar ook een kinderziekenhuis met speciale zorg voor gehandicapten, waar jaarlijks 50.000 mensen worden geholpen. Frechette was onlangs op bezoek in Nederland.

Twintig jaar lang zag Frechette geen enkele vooruitgang op Haïti. „Het land kent absolute armoede. Politie en justitie zijn door drugsdealers compleet van corruptie doordrongen. Ontvoeringen van buitenlanders waren voor veel mensen de enige bron van inkomsten, maar daardoor werd het op straat onveilig. Politici zijn toen wapens uit gaan delen en dat heeft alles nog erger gemaakt. Een pistool in handen van een hongerige 18-jarige is anders dan in handen van een agent.”

Hulporganisaties verminderden de laatste jaren de voedselhulp aan Haïti, hoewel de honger er niet minder om werd. Frechette: „Er kwam maar geen verbetering, geen oplossing, en voedselhulp werd te duur. Mensen werden moe van Haïti. Weer een coup, weer een overstroming.”

Twee jaar geleden begonnen de Verenigde Naties echter een groot offensief tegen de ontvoeringen van buitenlanders op het eiland. „Voor het eerst in twintig jaar heerste er relatieve vrede”, vertelt Frechette. „Ik zeg relatief, want vorige week werd er nog een Italiaanse journalist vermoord, maar er leek een eerlijke kans op ontwikkeling te komen. Eindelijk konden mensen zich focussen op de structurele problemen, in plaats van zich dagelijks af te vragen of ze die avond levend thuis zouden komen.”

Maar toen kwam Fay. En toen Gustav. En Hanna. En ten slotte Ike. Vier orkanen teisterden Haïti in 2008, en maakten een miljoen mensen dakloos. Onder hen 300.000 kinderen. De infrastructuur is compleet verwoest – er zijn geen verharde wegen meer en de overheid heeft geen middelen om te herbouwen.
Bovenop het natuurgeweld kwam de kredietcrisis. Met een bruto nationaal product dat voor 66 procent afkomstig is uit het buitenland, werd Haïti keihard getroffen. Voedselprijzen stegen met 300 procent en de honger nam weer toe. Frechette: „Mensen eten nu ‘koekjes’ van modder om hun lege magen te vullen.”
Al met al noemt Frechette, met gevoel voor understatement, de orkanen en de crisis een kwestie van ‘bad timing’. Hij heeft zijn hoop gevestigd op de Amerikaanse oud-president Bill Clinton, die zich inzet om buitenlandse bedrijven en industriëlen aan te trekken om in Haïti te investeren.

Werkloosheid is volgens Frechette nu het grootste probleem. „Ondervoeding en honger zijn grote kwesties, maar die worden veroorzaakt doordat 90 procent van de bevolking geen baan heeft.” Frechette ziet de oplossing in microkrediet en scholing. Zo krijgen ruim 7.000 kinderen in de sloppenwijken onderwijs vanuit een school op wielen: een busje vol schoolspullen en zelfs computers. Want zonder computervaardigheden ben je volgens Frechette tegenwoordig „nog steeds een analfabeet”.
Om het probleem van de lijken op de vuilnisbelt aan te pakken, zette Frechette een begrafenisproject op, waarbij hij jongeren inhuurt om van papier-maché grafkisten te maken. Vijfhonderd mensen per week krijgen zo een menswaardige begrafenis en de jongeren hebben een baan.

„Ik denk dat microkrediet in de vorm van geld niet werkt”, stelt Frechette. In plaats daarvan geeft hij jongeren, die hij heeft opgevoed in zijn weeshuis, een autobusje. Daarmee kunnen ze geld verdienen, want er is geen openbaar vervoer op het eiland. „Dat busje kost dan wel 20.000 dollar, maar dat geef ik ze als rentevrije lening. Ze betalen me af door diensten aan de missie te verlenen.” Bijvoorbeeld door vanuit het busje films te vertonen voor de kinderen in de sloppenwijken. „Als ze er ook popcorn bij leveren betalen ze hun lening extra snel af”, zegt hij lachend.

Op kleine schaal heeft Frechette heel wat klaargespeeld, maar hij ziet ook dat het grote plaatje na al die jaren onveranderd is. „Het enige wat het land uit deze tragiek kan halen is toerisme”, zegt hij. „Haïti is prachtig, maar voor je op het mooie strand bent, heb je al zo veel bedelende, stervende mensen gezien dat je geen trek meer hebt in een cocktail. Toeristen kunnen zich hier niet vermaken zonder zich schuldig te voelen. Toch hebben we hun geld nodig om banen te creëren. Reisbureaus zouden kunnen benadrukken hoe toeristen het land kunnen helpen door wel die cocktail op ons strand te komen drinken.”