Berichten gepost op 26 januari 2010

Manipuleren hoef je die Grieken niet aan te leren

10 december 2009

Het EU-land zit nu financieel tot over zijn oren in de problemen, door corruptie op kleine én grote schaal
Door Marloes de Koning

Iedereen weet dat Griekse statistieken nooit helemaal kloppen. Ook Brussel.
Waarom die opwinding, nu de cijfers dus onjuist blijken?

In het negende belastingkantoor van de Atheense binnenstad legt directeur Dimitris Tsoukas zijn gratis krant aan de kant om uit te leggen hoe zijn kantoor dagelijks tussen 8 uur ’s ochtends en half twee ’s middags de belasting van 20.000 buurtbewoners afhandelt. En hoe wordt gewerkt aan verdere digitalisering, wat een machtig wapen kan zijn in de bestrijding van corruptie. „Al was het maar wegens de nepbonnen en nepstempels die rondgaan.” In een poging vervalste aangiftes te ontmaskeren „geven we de formulieren iedere maand een ander nummer”, onthult hij. Loonsverhoging zou volgens hem ook geen kwaad kunnen.
Je hoeft Grieken niet uit te leggen dat statistieken de werkelijkheid niet weergeven. Geen Griek was dan ook verrast toen de nieuw aangetreden minister van Financiën, Giorgos Papakonstantinou, in Brussel kwam melden dat het begrotingstekort dit jaar niet 6 procent is, zoals door de vorige regering was gemeld, maar meer dan het dubbele, bijna 13 procent.
„Natuurlijk was die 6 procent niet realistisch”, zegt Gikas Hardouvelis, topeconoom van EFG Eurobank, een grote bank in Griekenland. Hij zit in de commissie die namens de banken moet adviseren hoe de financiële rapportages transparanter kunnen. Hardouvelis werpt een denkbeeldig rapport over zijn schouder om te laten zien wat hij met de kwartaalcijfers van het Griekse bureau voor de statistiek doet. „Die verzinnen ze, nadat ze de jaarcijfers verzonnen hebben.” Waar vertrouwt hij dan op om een van de grootste banken van Griekenland goed te kunnen besturen? „Intuïtie.”
Ambtenaren kregen met verkiezingen op komst van hun politieke bazen opdracht de waarheid voor het Europese bureau voor de statistiek (Eurostat) te verzwijgen, vermoedt de econoom. Dat kan makkelijk, want de overheidsboekhouding is „zwaar verouderd”. Scholen en ziekenhuizen werken vaak alleen met een papieren kasboek. Apparatuur die is gekocht maar niet betaald, blijft in de boeken onzichtbaar, totdat de schuldeiser echt stennis begint te schoppen. „De opeenstapeling van uitgestelde betalingen gaat tot op het hoogste niveau.” Economische groei, dalende rentes en Europese subsidies maakten ontkenning vijftien jaar lang mogelijk, „nu haalt de realiteit ons in”.
Dinsdag besloot kredietbeoordelaar Fitch als eerste de kredietwaardigheid van Griekenland een slechter cijfer te geven. Standard & Poor’s en Moody’s overwegen te volgen. Dat betekent voor Griekenland duurdere kredieten en daardoor meer moeite om de staatsschuld te financieren. Het woord ‘staatsbankroet’ zingt rond in de financiële pers.
Griekenland heeft nu een staatsschuld van 100 procent van het bbp en de verwachting is dat die snel verder stijgt. De regering reageert geschrokken en verontwaardigd op „de negatieve houding die veel buitenlanders hebben aangenomen jegens de economie”. Het is volgens minister Papakonstantinou „naïef” te geloven dat de reactie van de markten een weerspiegeling is van hoe de Griekse economie er werkelijk voorstaat. Vorig jaar groeide de economie met 2 procent. Dit jaar is 1 procent krimp voorspeld. Banken presteren goed.
De verontwaardiging in het buitenland is huichelachtig, vindt Yannis Stournaras, hoofd onderzoek bij de stichting voor onderzoek naar de economie en industrie. Men had al lang kunnen weten dat die 6 procent begrotingstekort niet klopte. „Zij lezen toch ook Griekse kranten? Iedere maand komt een team van de EU poolshoogte nemen.” De gouverneur van de centrale bank beweert bovendien dat hij de juiste gegevens trouw en met grote regelmaat naar de Europese Centrale Bank (ECB) heeft gestuurd. „Ik geloof hem.”
Griekenland laat zich makkelijk casten voor de rol van zondebok. Het land met elf miljoen inwoners is een relatief kleine economie met een bepaalde reputatie. Na iedere machtswisseling tussen de twee grote partijen – de centrum-linkse PASOK en het iets rechtsere Nieuwe Democratie (ND) – constateert een nieuw aangetreden regering met pathos dat zij het land in een veel beroerdere staat heeft aangetroffen dan zij in haar stoutste verwachtingen had gevreesd. Toen in 2004 weer de ND aan de macht kwam, veranderde zij de boekhoudingssystematiek met terugwerkende kracht, om voorganger PASOK dwars te zitten en tegelijk ruimte te creëren op de begroting. Het effect van de herberekening was zo groot, dat Griekenland achteraf bezien niet aan de toetredingscriteria voor de euro bleek te hebben voldaan. De Grieken hebben zich de euro in gemanipuleerd, werd het beeld. Een leugenachtige reputatie, die hen nu in Brussel parten speelt.
„Volkomen onterecht”, zo windt Stournaras zich op. Hij vertegenwoordigde Griekenland voor de PASOK-regering in het Europese overleg ter voorbereiding op de monetaire unie. Griekenland was daarbij volgens hem „niet creatiever” dan andere landen. Stournaras: „Brussel heeft die nieuwe rekenmethode destijds zelf geaccepteerd. Daar waren ze tegen gewaarschuwd en dat hadden ze nooit moeten doen. Brussel liet ons daarmee zien geen strikte principes te hebben, zelf geen fatsoenlijke auditing te doen. Ze accepteren klakkeloos wat regeringen sturen.”
In chaos schuilen ook altijd kansen, zijn Grieken gewoon te denken. Naar schatting is nog aldoor eenderde van de Griekse economie zwart. De regering denkt dat de meeste winst te halen is in het bestrijden van belastingontduiking, die ongeveer gelijk zou staan aan 10 procent van het bbp. Notoire belastingontduikers zijn advocaten en artsen. De minister van Financiën heeft zijn verontwaardiging geuit over artsen die minder dan 2.500 euro opgeven bij de belastingdienst, maar het tegelijk breed laten hangen in een dure Atheense wijk.
Voorbeelden van kleine en grote fraude en corruptie somt iedereen moeiteloos op. Ministers met illegale huizen. Buren met dubbele huurcontracten: een voor de belastingen en een met de echte prijs. Om op de begraafplaats een gunstig plekje – vlak bij de poort – te krijgen moet de grafdelver worden omgekocht. Wie wil dat zijn zoon zijn dienstplicht niet op een afgelegen eiland hoeft te vervullen belt een politicus.
In de jongste corruptievergelijking van Transparancy International geeft 18 procent van de Grieken toe dat hij of een gezinslid afgelopen jaar smeergeld heeft betaald. Ter vergelijking: in het om zijn corruptie beruchte Roemenië is dat 14 procent, in Denemarken 1 procent.
De Europese fondsen die het land al decennia ontvangt (Griekenland is sinds 1981 EU-lid en tot nu toe netto-ontvanger) zijn vooral gebruikt voor infrastructuur, zoals wegen en gebouwen. Modernisering van de ‘zachte’ kant gaat trager. We zijn nog in transitie, zeggen de bewoners van het land, dat qua EU-integratie een grote voorsprong heeft op zijn buren Albanië, Macedonië, Bulgarije en Turkije.
Het is hoog tijd voor de Griekse regering om „moedig” zijn, zei ECB-president Jean-Claude Trichet. De situatie is ernstig, maar we fiksen het wel, probeert de Griekse regering de wereld te overtuigen.

Of terugdringen van het tekort lukt, is hoogst onzeker
Of het Griekse begrotingstekort volgend jaar kan worden teruggedrongen, zoals de Europese Commissie en Griekenlands partners in de Raad van Ministers van de EU hebben geëist, is hoogst onzeker.
Het vertrouwen in de Griekse overheid is helemaal weg. Nu al is sprake van stijgende sociale onrust, en de bezuinigingsoperatie moet nog beginnen.
Het land zal volgend jaar waarschijnlijk 55 miljard euro moeten lenen op de kapitaalmarkt, en dat is voor een kleine economie (40 procent van de Nederlandse) als de Griekse een enorm bedrag.
Het Griekse tekort betekent ook een risico voor de andere landen die de euro voeren, terwijl bijvoorbeeld het hoge Britse tekort geen direct risico oplevert voor de zestien eurolanden.
De financiën terug op orde brengen zal zonder hulp van andere eurolanden zeer moeilijk worden. Maar of Griekenland die hulp krijgt, is ten zeerste de vraag.
Het vertrouwen dat de Grieken zich voortaan zullen gedragen, heeft daarvoor te veel deuken opgelopen.

Waren dat maar euro’s

15 januari

Grieken moeten nu snel hun financiën op orde krijgen
Door Caroline de Gruyter

Eurostat publiceerde deze week een vernietigend rapport over Griekenland.  De regering komt nu met allerlei plannen, maar zijn die nog wel op tijd?
Schulden van Griekse ziekenhuizen die de ene dag 5,2 miljard euro bedragen en een dag later maar 2,2 miljard. Militaire uitgaven waarvan niemand weet hoe hoog ze zijn: staatsgeheim. De baas van het Griekse bureau voor de statistiek die collega’s bij Eurostat – het Europese statistiekbureau in Luxemburg – vertelt dat de regering cijfers manipuleert. Het rapport dat Eurostat deze week uitbracht over de statistische rotzooi die Griekenland de afgelopen jaren heeft geproduceerd om eurolanden om de tuin te leiden, is vernietigend.
De financiële markten reageerden direct op dit dertig pagina’s tellende rapport. Aandelen van Griekse banken kelderden. Wéér stegen de rentes die Griekenland moet betalen op leningen, vergeleken met andere eurolanden. En een IMF-team zit sinds deze week in Athene om te helpen met het terugdringen van het astronomische begrotingstekort van 12,7 procent waarvan, stelt Eurostat, niemand weet „hoe accuraat dit is”. Investeerders vragen zich af of Griekenland failliet kan gaan, wie het land dan te hulp schiet en welke gevolgen dit heeft voor de euro.
Het Eurostat-rapport beschrijft de chaos van de Griekse statistiek die statistici in oktober aantroffen. De informatie kregen zij van de net aangetreden socialistische regering-Papandreou. De socialisten ontdekten dat de vorige, conservatieve, regering gemanipuleerde cijfers naar Brussel had gestuurd. Het begrotingstekort bedroeg niet 7, maar 12,7 procent van het bbp, omdat de crisis niet werd verdisconteerd en miljardenuitgaven buiten de boeken bleven. Het rapport geeft hier concrete staaltjes van. De toon is hard en koel – precies de toon die de Europese Commissie en Europese ministers van Financiën sinds oktober aanslaan. Om met de voorzitter van de eurozone te spreken, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker: „Nu is het spel uit.”
Brussel wist allang dat het door Athene bij de neus werd genomen. Dat de Grieken tanks buiten de begroting hielden om lid te worden van de eurozone is bekend. Vorig jaar stuurde Athene zulke tegenstrijdige jaarcijfers dat Eurostat geen grafieken kon maken. Nu de Griekse regering (naar eigen zeggen) openheid geeft over deze oplichterij, legt zij ook de zwakheden van het eurosysteem bloot – een systeem waarin alle landen, ondanks de gemeenschappelijke munt, met een beroep op hun nationale soevereiniteit toch doen waar ze zin in hebben.
Ingewijden zeggen het al jaren: sancties en collectieve verantwoordelijkheid zijn in het Stabiliteits- en Groeipact niet hard genoeg geregeld. Rijkere landen als Duitsland, die weten dat een slecht gemanagede munt en hyperinflatie tot politiek extremisme kunnen leiden, geven meer om een stabiele euro dan sommige andere. Deze dode hoek in het reglement was bij economisch hoogtij nauwelijks zichtbaar. Nu, in crisistijd, wordt die hoek door de Griekse perikelen blootgelegd. Politici kunnen niet anders dan een van de meest coöperatieve Griekse regeringen sinds tijden bekritiseren. Zij moeten tonen dat ze de zaak onder controle hebben.
Europese ministers van Financiën vroegen Eurostat in november om een rapport over de Griekse statistieken. Eurostat-statistici moesten ‘op missie’, het rapport schrijven, redigeren, fiatteren. Bureaucratieën hebben deugdelijke rapporten nodig als basis voor besluitvorming. Daardoor lopen ze per definitie achter de feiten aan. Griekenland zit, zei minister Giorgos Papaconstantinou deze week, permanent „in het oog van de storm”. Ontwikkelingen gaan razendsnel. Deze week diende hij een wetsontwerp in voor een nieuw bureau voor de statistiek, onafhankelijk van ministeries, met parlementaire controle om gesjoemel te voorkomen. Het bureauhoofd wordt niet door het kabinet benoemd, maar door parlementariërs gekozen. In oktober stelde Papandreou een comité van bankiers, consumenten en dergelijke aan, dat deze week met 51 aanbevelingen kwam. Een Commissiedelegatie stelde vorige week in Athene vast dat de Grieken begonnen zijn de stal schoon te vegen.
Niettemin voelt Brussel zich in zijn hemd gezet door Griekenland. Betrekkingen tussen Athene en Eurostat zijn gespannen. Want wie zegt dat déze regering oprecht is?
De kredietwaardigheid van Griekenland is verschillende keren naar beneden bijgesteld. Dit is een reclameposter voor een Griekse bank.

Griekse plannen zijn gisteren goedgekeurd
In Griekenland keurde het kabinet gisteren een pakket maatregelen goed dat het land uit de financiële problemen moet helpen. Diepgaande bezuinigingen en belastingverhogingen moeten de staatsopbrengsten op peil brengen.
Vandaag biedt de minister van Financiën Papaconstantinou die plannen aan de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank aan.
Papaconstantinou waarschuwde dat het maanden kan duren voordat de internationale beurzen erop vertrouwen dat die plannen ook daadwerkelijk effect hebben.
Kredietbeoordelaars verlaagden de afgelopen maanden de kredietwaardigheid van Griekenland. Hoe lager die beoordeling, hoe duurder het voor een land is om leningen te verkrijgen.
Wat zijn de risico’s voor andere landen met de euro?
Als Griekenland zijn financiën niet op orde krijgt, en de rest van de eurolanden schiet niet te hulp, loopt de rest van de eurozone gevaar.
Dat betekent voor de eurolanden een politieke klap: overige landen zien dat de eurozone kennelijk zijn verantwoordelijkheid niet neemt. Bovendien zal het vertrouwen in de euro als munt dalen.
Dalend vertrouwen betekent een slechtere positie van de euro op de wereldwijde financiële markten. Daar zouden bijvoorbeeld de Nederlandse pensioenfondsen direct hinder van kunnen ondervinden.