‘Groene’ bedrijven willen concurreren
Een groep van 34 bedrijven wil onder de naam De Groene Zaak een snellere verduurzaming van de economie bewerkstelligen. Nederland moet voorp lopen, vinden ze.
Door Marcel aan de Brugh
Wageningen. Oud-minister Roger van Boxtel wijst naar de grond, naar het tapijt. „Dat is gerecycled”, zegt Van Boxtel op het hoofdkantoor van zorgverzekeraar Menzis in Wageningen, waarvan hij voorzitter is. Het leggen van gerecycled tapijt is een van de manieren waarop Menzis probeert zijn bedrijfsvoering te vergroenen. „Ons nieuwe kantoor in Groningen wordt een van de duurzaamste gebouwen in Nederland”, zegt Van Boxtel.
Zoals Menzis komen er steeds meer bedrijven in Nederland. Cateraar Albron, energieproducent Eneco, afvalverwerker Van Gansewinkel, Triodos Bank. Allemaal hebben ze duurzaamheid hoog in hun vaandel staan. En allemaal vinden ze dat Nederland veel te langzaam de omslag maakt naar een duurzame economie. Daarom hebben ze zich gebundeld, tot nu toe 34 bedrijven in totaal. Ze zijn een nieuwe ondernemersvereniging gestart, De Groene Zaak, die vandaag officieel is opgericht. Van Boxtel is er voorzitter van. „We willen de politiek stimuleren een snellere omslag te maken naar een duurzame samenleving”, zegt hij.
Volgens topman Matthijs Bierman van Triodos Bank is het hard nodig dat er vanuit het bedrijfsleven een roep komt om meer duurzaamheid. Het klimaatprobleem groeit. Westerse landen raken voor hun olie en gas afhankelijker van landen als Rusland, Iran en Irak. Daarnaast neemt de wereldbevolking toe van de huidige 6 miljard mensen naar circa 9 miljard in 2050. Als die allemaal hetzelfde consumptiepatroon willen als de huidige westerling, zal dat een aanslag zijn op natuur en milieu wereldwijd. Dat kan de aarde niet dragen, zegt Bierman. En dat kan maar tot één ding leiden: de huidige consumptiemaatschappij moet op de schop. Welkom, duurzame economie.
De Groene Zaak beseft dat het bedrijfsleven een cruciale rol speelt in de omslag naar een duurzame economie. Gebundeld kunnen de 34 bedrijven nu een sterker geluid laten horen. En dat liegt er niet om. Ze verwerpen de huidige consumptiemaatschappij die drijft op het steeds maar weer vervangen van producten door nieuwere versies. Ze wil recyclebare goederen met een langere levensduur. Nadruk ligt er ook op het beperken van het energiegebruik, en op het gebruik van meer duurzame energie uit wind, biomassa, en zon. Verder sturen de leden van De Groene Zaak hun bedrijf niet alleen aan op winstmaximalisatie. Net zo belangrijk is het personeel, en het effect dat het bedrijf heeft op de omgeving en de natuur.
Bierman van Triodos Bank vraagt zich af waarom Nederland niet gretiger op deze duurzame ontwikkeling inspringt. „We weten dat we linksom of rechtsom van de fossiele brandstoffen af moeten. Waarom proberen we als Nederland daarin niet voorop te lopen”, zegt hij. Kansen zijn er volgens hem genoeg.
Neem Richard Sikkel en zijn autoleasebedrijf Athlon Car Lease. Het concern is marktleider in Nederland, en least 130.000 auto’s. Sinds een aantal jaren probeert Sikkel zijn klanten over te halen zuinigere, schonere auto’s te leasen. Ook vraagt hij ze of ze niet beter met de trein kunnen reizen, of thuis kunnen werken. Athlon biedt klanten nu de mogelijkheid om een contract te sluiten met niet alleen een lease-auto, maar ook een NS-abonnement. Dat klinkt duur, maar volgens Sikkel kunnen klanten daarmee netto toch goedkoper uit zijn dan wanneer ze overal met een lease-auto naartoe zouden rijden.
Sikkel en Bierman vinden dat het duurzame ondernemers in Nederland niet altijd even makkelijk wordt gemaakt. Op veel gebieden is er nog geen gelijk speelveld. Dat zegt ook Xander Meijer, directeur van Wessanen Benelux. De voedselleverancier verkoopt onder meer biologische levensmiddelen, en is op dit gebied een van de grotere aanbieders in Nederland. Volgens Meijer zijn biologische boeren veel tijd en geld kwijt aan de bestrijding van onkruid. Dat gebeurt met de hand, of machinaal. Een traditionele boer spuit daarvoor pesticiden. De bestrijdingsmiddelen komen vervolgens in het grondwater terecht. Maar voor de kosten van drinkwaterzuivering draait die boer niet op. Dat betaalt de samenleving. „Het zou goed zijn als de overheid de biologische boer voor dat nadeel corrigeert”, zegt Meijer. Datzelfde geldt bijvoorbeeld voor de elektriciteit die kolencentrales produceren. De maatschappelijke kosten – gezondheidsproblemen door fijnstof, klimaatopwarming door de uitstoot van CO2 – zijn slechts deels verwerkt in de prijs van kolenstroom. Waardoor exploitanten van windturbines in het nadeel zijn. Daar zou de overheid meer rekening mee moeten houden, zegt Bierman. Milieueconomen noemen dat het internaliseren van externe kosten. Oftewel, meer het principe van ‘de vervuiler betaalt’ toepassen.
De Groene Zaak wil de overheid helpen de omslag naar een duurzame economie sneller te maken. Maar niet via meer regelgeving. „De regeldruk is al zo groot”, zegt Marga Hoek, die directeur is van de vereniging. De overheid kan wel de eigen uitgaven tegen het licht houden. Jaarlijks geeft ze 50 miljard euro uit aan goederen en diensten. Als ze daarvan een groter deel duurzaam besteedt, zou ze daarmee de omslag aanjagen.