admin

Berichten door admin


‘Technologie voor omschakeling is er al’

Door Marcel aan de Brugh

Milieuwerkgroepen van zes politieke partijen hebben elkaar gevonden in een ambitie om alle energie in Nederland in 2050 duurzaam te maken.

Nijmegen. Een Noordzee vol met windmolens. Snelwegen met alleen maar auto’s die op biodiesel rijden, of op groene stroom. Perfect geïsoleerde huizen en kantoren waarvan de daken vol liggen met zonnepanelen.

Het zijn vergezichten die opdoemen bij het lezen van het document   Nederland krijgt nieuwe energie, dat vandaag is gepubliceerd. Het roept op tot een energierevolutie. In  2050 moet Nederland al zijn energie halen uit hernieuwbare bronnen als wind, zon en biomassa. Geen olie meer, en ook geen kolen, uranium of aardgas.

Het is om meerdere redenen een baanbrekend document. Het is opgesteld door de milieu- en energiewerkgroepen van zes politieke partijen (CDA, ChristenUnie, D66, GroenLinks, PvdA, SGP). Het is  voor het eerst  dat er zo’n breed politiek draagvlak is om de energievoorziening van Nederland volledig te  verduurzamen. Een zevende ondertekenaar,  de milieuwerkgroep van de VVD, heeft zich  gisteren plotseling teruggetrokken.

Het document is om nog een andere reden bijzonder. Het ligt op ramkoers  met veel gevestigde belangen. Want als Nederland in 2050 geen olie meer mag gebruiken, kan een bedrijf als Shell er geen druppel benzine of diesel meer verkopen. Het zal moeten overstappen op biobrandstoffen. En stroomproducenten als het Belgische Electrabel en het Duitse RWE mogen niet langer elektriciteit  opwekken met kolen, gas of uranium. Die zullen rigoureus moeten switchen naar windenergie, of centrales op biomassa.

Initiatiefnemers van het document zijn Marco Witschge (D66, werkgroep duurzame ontwikkeling) en Klaas van Egmond, directeur van het Utrechts centrum voor aarde en duurzaamheid.

Witschge: „Het belangrijkste dat we duidelijk willen maken is dat het mogelijk is.  De technologie om onze samenleving om te laten schakelen van fossiele naar hernieuwbare energie is er al lang. We moeten alleen manieren vinden om die overgang te stimuleren.”
Van Egmond: „Eigenlijk gaat het terug op de kernvraag rond milieu en economie. Kosten milieumaatregelen geld, of kunnen ze ook iets opleveren? Nog altijd heerst in grote delen van Nederland het idee dat het alleen maar geld kost. Maar groene technologieën kunnen wel degelijk winstgevend zijn. De vraag ernaar zal de komende decennia alleen maar groeien. Olie en gas worden schaarser. Daar moeten alternatieven voor komen. Duurzame alternatieven, want we zitten ook nog eens met de klimaatopwarming. Er komt een prijs te staan op het uitstoten van broeikasgassen.”

Waarom maakt Nederland tot nu toe maar moeizaam vorderingen op het gebied van duurzame energie?
Witschge: „Omdat er geen helder doel is, geen visie. Daardoor wordt de discussie erg versnipperd. De ene keer gaat het over wel of niet een extra kerncentrale, de andere keer over de criteria voor biomassa. Als de politiek nu gewoon zegt: in 2050 is onze energievoorziening volledig hernieuwbaar, dan heb je een duidelijk kader en zullen veel discussies verdwijnen.”

Van Egmond: „Het beleid was de afgelopen decennia erg grillig. De overheid stimuleerde zonnepanelen en zette dan plots zo’n maatregel weer stop omdat die te veel succes had en een te groot beslag ging leggen op de subsidiepot. Zo ging het een aantal keren. Het heeft investeerders in groene technologieën weggejaagd.”

U pleit onder meer voor één ministerie voor Energie.  Waarom werkt het nu niet?
Van Egmond: „Het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van Milieu zitten elkaar regelmatig in de weg.”
In de wandelgangen heet het dat voormalig minister Jacqueline Cramer van Milieu wel een visie had, maar geen politieke kracht. En minister Maria van der Hoeven van Economische Zaken had wel politieke kracht, maar geen visie.
Van Egmond glimlacht. „Dat is mooi uitgedrukt.”

Hoe zit het met de lobby van de gevestigde macht? Heeft die ook remmend gewerkt?
Witschge: „De gevestigde macht is sterk in Nederland. Met name Shell lobbyt veel. Ik kan het vanuit de industrie ook wel begrijpen. Ze hebben nou eenmaal veel gevestigde belangen. De Rotterdamse haven is wereldwijd de grootste haven voor fossiele energie. De gevestigde macht zal niet  uit zichzelf zulke grote stappen gaan zetten. Dat moet de politiek opleggen.”

Pakt uw plan niet rampzalig uit voor bedrijven  die veel stroom en gas verbruiken? Want energie uit wind en zon is nu nog duur. Jaagt u ze  niet het land uit?
„Als die bedrijven extra kosten krijgen kun je kijken of je ze op een andere manier kunt compenseren. Bijvoorbeeld via een verlaging van de inkomstenbelasting.”

Wat betekent uw plan voor de drie kolencentrales die nu in Nederland worden gebouwd?
Witschge: „Die bouw moet gestopt worden. We realiseren ons dat de Nederlandse overheid zich daarmee in een lastig parket manoeuvreert, maar het is waanzin om nog centrales te bouwen die op fossiele brandstoffen draaien en die er nog 50 tot 60 jaar  staan. De schattingen zijn dat zonnepanelen in Nederland over een jaar of vijftien concurrerend zijn met grijze stroom. Windmolens op land zijn dat al over een jaar of zeven.”

Hoe is het document eigenlijk tot stand gekomen?
Witschge: „We hebben vijf avonden georganiseerd waarbij we talloze sprekers hebben uitgenodigd om te praten  over energiezaken. Adviseurs van  McKinsey en Boston Consulting Group, de directeur van KEMA, een hoogleraar transitiemanagement.”
Van Egmond: „De collegezaal in Utrecht die we hadden afgehuurd  zat iedere keer tot de nok toe vol.”
Witschge: „Toen hebben we een document opgesteld dat nog een paar keer is rondgegaan totdat ieder zich erin kon vinden. We noemen het ‘De verklaring van Utrecht’.
Van Egmond: „Het succes van deze aanpak is hoopgevend. Wellicht zou het ook kunnen werken bij andere grote thema’s die een langetermijnvisie nodig hebben, zoals de AOW en de herziening van het belastingstelsel.”

Speculeren tegen de euro, hoe gaat dat?

Door Egbert Kalse

Wie wil weten wat de koers van de dollar of de euro gaat doen, doet er goed aan de Japanse huisvrouwen in de gaten te houden. Wilfried van Hulten, hoofd buitenlandse valutahandel Benelux voor Royal Bank of Scotland: „Handel in buitenlandse valuta is in Japan enorm populair. Omdat het daar zo massaal gebeurt, zijn de Japanse huisvrouwen een speler om rekening mee te houden.”

De vraag was hoe dat nou in de praktijk gaat, speculeren tegen een munt. Het meest simpele antwoord: mensen bieden massaal euro’s aan, waardoor een overaanbod ontstaat en de prijs daalt. De aanleiding: de euro staat al weken onder druk, met als directe aanleiding de economische positie van Griekenland, Italië, Spanje en Portugal.

De euro en de dollar zijn heel moeilijk ‘kapot’ te speculeren. De slagkracht van de economische blokken is zo groot, dat zelfs miljardenposities tegen zo’n munt nauwelijks effect hebben. Chris Turner, valuta-analist in Londen voor ING Commercial Banking, ziet maar een echte wereldspeler die de koersen kan beïnvloeden: „Er is wereldwijd voor 7.800 miljard aan dollarreserves, en de Chinezen zitten op 2.400 miljard. Als zij zouden verkopen, gaat de dollar onderuit.”
Toch staat de euro nu onder druk. Hoe kan dat? Van Hulten van RBS: „Er wordt inderdaad flink gespeculeerd tegen de euro. Dat gebeurt voornamelijk door put-opties af te sluiten op de euro.” Daarbij spreek je als belegger af dat je op een vooraf afgesproken datum de euro voor een vooraf vastgestelde koers kunt verkopen. In de tussentijd daalt de koers van de euro, en je koopt hem pas zo laat en dus zo laag mogelijk. De winst voor de belegger is het verschil tussen de werkelijke lage koers en de vooraf afgesproken hogere verkoopprijs.

Een tweede manier om tegen de euro te speculeren is via de spotmarkt. Van Hulten: „Daar verkopen mensen euro’s en kopen daar bijvoorbeeld dollars voor in de plaats.” De wet van vraag en aanbod bepaalt dan dat de euro omlaag gaat en de dollar omhoog. Deze zogenoemde futures (speculeren op een toekomstige lage eurokoers) zitten op het hoogste niveau in jaren, zegt Van Hulten.

Turner van ING ziet één groot risico voor de koers van de euro. De afgelopen jaren is veel geld richting de zogenoemde money market funds gestroomd, een soort spaarfondsen. Dat heeft de vraag naar euro’s opgedreven (en daarmee de koers). „Dat geld is echter zeer vluchtig. Als de sentimenten over de risico’s in de eurozone aanhouden, kan dat geld net zo snel weer weggetrokken worden en daalt de koers van de euro verder.”

Maar zo hard gaat dat vooralsnog niet. De euro is sinds zijn top in december vorig jaar met een kleine 15 dollarcent gedaald, dat is nog geen 10 procent. Voor een euro kon vanmiddag 1,37 dollar gekocht worden. Ter illustratie: vlak na de fysieke introductie van de munt eind 2000 stond de koers op 0,83 dollar.

‘Groene’ bedrijven willen concurreren

Een groep van 34 bedrijven wil onder de naam De Groene Zaak een snellere verduurzaming van de economie bewerkstelligen. Nederland moet voorp lopen, vinden ze.

Door Marcel aan de Brugh

Wageningen. Oud-minister Roger van Boxtel wijst naar de grond, naar het tapijt. „Dat is gerecycled”, zegt Van Boxtel op het hoofdkantoor van zorgverzekeraar Menzis in Wageningen, waarvan hij voorzitter is. Het leggen van gerecycled  tapijt is een van de manieren waarop  Menzis probeert  zijn bedrijfsvoering te vergroenen. „Ons nieuwe kantoor in Groningen wordt een van de duurzaamste gebouwen in Nederland”, zegt Van Boxtel.

Zoals Menzis komen er steeds meer bedrijven in Nederland. Cateraar Albron, energieproducent Eneco, afvalverwerker  Van Gansewinkel, Triodos Bank. Allemaal hebben ze duurzaamheid hoog in hun vaandel staan. En allemaal vinden ze dat Nederland veel te langzaam de omslag maakt naar een duurzame economie.  Daarom hebben ze zich gebundeld, tot nu toe 34 bedrijven in totaal. Ze zijn een nieuwe ondernemersvereniging gestart, De Groene Zaak, die vandaag officieel is opgericht. Van Boxtel is er voorzitter van. „We willen de politiek stimuleren een snellere omslag te maken naar een duurzame samenleving”, zegt hij.

Volgens topman Matthijs Bierman van Triodos Bank is het hard nodig dat er vanuit het bedrijfsleven een roep komt om meer duurzaamheid. Het klimaatprobleem groeit. Westerse landen raken voor hun olie en gas afhankelijker van landen als Rusland, Iran en Irak. Daarnaast neemt de wereldbevolking toe van de huidige 6 miljard mensen naar circa  9 miljard in 2050. Als die allemaal hetzelfde consumptiepatroon willen als de huidige westerling, zal dat een aanslag zijn op natuur en milieu wereldwijd. Dat kan de aarde niet dragen, zegt Bierman. En dat kan maar tot één ding leiden: de huidige consumptiemaatschappij moet op de schop. Welkom, duurzame economie.

De Groene Zaak beseft dat het bedrijfsleven een cruciale rol speelt in de omslag naar een duurzame economie. Gebundeld kunnen de 34 bedrijven nu een sterker geluid laten horen. En dat liegt er niet om. Ze verwerpen de huidige consumptiemaatschappij die drijft op het steeds maar weer vervangen van producten door nieuwere versies. Ze wil recyclebare goederen met een langere levensduur. Nadruk ligt er ook  op het beperken van het energiegebruik, en op het gebruik van meer duurzame energie uit wind, biomassa, en zon. Verder sturen de leden van  De Groene Zaak hun bedrijf niet alleen aan op winstmaximalisatie. Net zo belangrijk is het personeel, en het effect dat het bedrijf heeft op de omgeving en de natuur.

Bierman van Triodos Bank vraagt zich af waarom Nederland niet gretiger op deze duurzame ontwikkeling inspringt.  „We weten dat we linksom of rechtsom van de fossiele brandstoffen af moeten. Waarom proberen we als Nederland daarin niet voorop te lopen”, zegt hij. Kansen zijn er volgens hem genoeg.

Neem Richard Sikkel en zijn autoleasebedrijf Athlon Car Lease. Het concern is marktleider in Nederland, en least 130.000 auto’s. Sinds een aantal jaren probeert Sikkel  zijn klanten over te halen zuinigere, schonere auto’s te leasen. Ook vraagt hij ze of ze niet beter met de trein kunnen reizen, of thuis kunnen werken. Athlon biedt klanten  nu de mogelijkheid om een contract te sluiten met niet alleen een lease-auto, maar ook een NS-abonnement. Dat klinkt duur, maar volgens Sikkel  kunnen  klanten daarmee netto toch goedkoper uit zijn dan wanneer ze overal met een lease-auto naartoe zouden rijden.

Sikkel en Bierman vinden dat het duurzame ondernemers in Nederland niet altijd even makkelijk wordt gemaakt. Op veel gebieden is er nog geen gelijk speelveld. Dat zegt ook Xander Meijer, directeur van Wessanen Benelux. De voedselleverancier verkoopt onder meer biologische levensmiddelen, en is op dit gebied een van de grotere aanbieders in Nederland. Volgens Meijer zijn biologische boeren veel tijd en geld kwijt aan de bestrijding van onkruid. Dat gebeurt met de hand, of machinaal. Een traditionele boer spuit daarvoor pesticiden. De bestrijdingsmiddelen komen vervolgens in het grondwater terecht. Maar voor de kosten van drinkwaterzuivering draait die boer niet op. Dat betaalt de samenleving. „Het zou goed zijn als de overheid de biologische boer voor dat nadeel corrigeert”, zegt Meijer. Datzelfde geldt bijvoorbeeld voor de elektriciteit die kolencentrales produceren. De maatschappelijke kosten – gezondheidsproblemen door fijnstof, klimaatopwarming door de uitstoot van CO2 – zijn slechts deels verwerkt in de prijs van kolenstroom. Waardoor exploitanten van windturbines in het nadeel zijn. Daar zou de overheid meer rekening mee moeten houden, zegt Bierman. Milieueconomen noemen dat het internaliseren van externe kosten. Oftewel, meer het principe van ‘de vervuiler betaalt’ toepassen.

De Groene Zaak wil de overheid helpen de omslag naar een duurzame economie sneller te maken. Maar niet via meer  regelgeving. „De regeldruk is al zo groot”, zegt Marga Hoek, die directeur is van de vereniging. De overheid kan wel de eigen uitgaven tegen het licht houden. Jaarlijks geeft ze  50 miljard euro uit aan goederen en diensten. Als ze daarvan een groter deel duurzaam besteedt, zou ze daarmee  de omslag aanjagen.

‘Groene’ werkgeversvereniging opgericht

Door Marcel aan de Brugh
Wageningen. Nederland doet er veel te lang over om de omslag naar een duurzame economie te maken, vindt een groep van 34 bedrijven. Ze richten daarom een nieuwe ondernemersvereniging op, als alternatief voor werkgeversorganisatie VNO-NCW.

De nieuwe vereniging, die De Groene Zaak heet, gaat zich ervoor inzetten dat bijvoorbeeld milieu- en klimaatproblemen sneller worden aangepakt. Onder de 34 bedrijven die zich tot nu toe bij De Groene Zaak hebben aangesloten bevinden zich grote concerns zoals postbedrijf TNT, voedingsmiddelenproducent Wessanen, zorgverzekeraar Menzis en autoleasebedrijf Athlon.

Voorzitter Roger van Boxtel van De Groene Zaak benadrukt dat het initiatief „geen aanval” is op VNO-NCW. De werkgeversorganisatie blijft voor de meeste zaken de enige en belangrijkste spreekbuis van het Nederlandse bedrijfsleven. Maar voor het thema duurzaamheid is er nu een alternatief. „Dit onderwerp verdient het om een tijd een apart geluid te laten horen”, zegt Van Boxtel, die voor D66 minister is geweest voor Grotesteden- en integratiebeleid. Tegenwoordig is hij voorzitter van zorgverzekeraar Menzis.

Algemeen directeur Niek Jan van Kesteren van VNO-NCW laat weten De Groene Zaak niet als een bedreiging te zien.  Het is goed dat er zo’n vereniging komt, zegt hij. „Bedrijven die hun geld verdienen met duurzaamheid kunnen zich nu beter profileren.”

De Groene Zaak wil vooral laten zien dat duurzaam ondernemen winstgevend kan zijn. Er liggen volgens de vereniging grote kansen voor het bedrijfsleven. Succesvolle voorbeelden zijn het bedrijf Tendris, pionier in energiezuinige led-verlichting, en Van Gansewinkel, dat afval hergebruikt.

Een van de leidende principes van De Groene Zaak is dat bedrijven zich niet alleen richten op korte termijnwinst, en op aandeelhouderswaarde. „De kredietcrisis heeft ons geleerd dat we afscheid moeten nemen van dat model”, zegt Marga Hoek, directeur van De Groene Zaak. Bedrijven horen meer rekening te houden met hun  werknemers en hun effect op de samenleving. Ze moeten bijvoorbeeld meer aandacht hebben voor natuur en biodiversiteit in Nederland.

Cruciaal, zegt Hoek, is de verduurzaming van de financiële sector. Deze sector heeft een grote economische impact omdat ze kredieten verstrekt aan bedrijven. „Niet alleen het economische plaatje van een bedrijf zou aanleiding moeten zijn om al dan niet een krediet te verstrekken”, zegt Hoek. Er moeten volgens haar ook eisen komen voor sociaal en ecologisch bedrijfsbeleid.

Manipuleren hoef je die Grieken niet aan te leren

10 december 2009

Het EU-land zit nu financieel tot over zijn oren in de problemen, door corruptie op kleine én grote schaal
Door Marloes de Koning

Iedereen weet dat Griekse statistieken nooit helemaal kloppen. Ook Brussel.
Waarom die opwinding, nu de cijfers dus onjuist blijken?

In het negende belastingkantoor van de Atheense binnenstad legt directeur Dimitris Tsoukas zijn gratis krant aan de kant om uit te leggen hoe zijn kantoor dagelijks tussen 8 uur ’s ochtends en half twee ’s middags de belasting van 20.000 buurtbewoners afhandelt. En hoe wordt gewerkt aan verdere digitalisering, wat een machtig wapen kan zijn in de bestrijding van corruptie. „Al was het maar wegens de nepbonnen en nepstempels die rondgaan.” In een poging vervalste aangiftes te ontmaskeren „geven we de formulieren iedere maand een ander nummer”, onthult hij. Loonsverhoging zou volgens hem ook geen kwaad kunnen.
Je hoeft Grieken niet uit te leggen dat statistieken de werkelijkheid niet weergeven. Geen Griek was dan ook verrast toen de nieuw aangetreden minister van Financiën, Giorgos Papakonstantinou, in Brussel kwam melden dat het begrotingstekort dit jaar niet 6 procent is, zoals door de vorige regering was gemeld, maar meer dan het dubbele, bijna 13 procent.
„Natuurlijk was die 6 procent niet realistisch”, zegt Gikas Hardouvelis, topeconoom van EFG Eurobank, een grote bank in Griekenland. Hij zit in de commissie die namens de banken moet adviseren hoe de financiële rapportages transparanter kunnen. Hardouvelis werpt een denkbeeldig rapport over zijn schouder om te laten zien wat hij met de kwartaalcijfers van het Griekse bureau voor de statistiek doet. „Die verzinnen ze, nadat ze de jaarcijfers verzonnen hebben.” Waar vertrouwt hij dan op om een van de grootste banken van Griekenland goed te kunnen besturen? „Intuïtie.”
Ambtenaren kregen met verkiezingen op komst van hun politieke bazen opdracht de waarheid voor het Europese bureau voor de statistiek (Eurostat) te verzwijgen, vermoedt de econoom. Dat kan makkelijk, want de overheidsboekhouding is „zwaar verouderd”. Scholen en ziekenhuizen werken vaak alleen met een papieren kasboek. Apparatuur die is gekocht maar niet betaald, blijft in de boeken onzichtbaar, totdat de schuldeiser echt stennis begint te schoppen. „De opeenstapeling van uitgestelde betalingen gaat tot op het hoogste niveau.” Economische groei, dalende rentes en Europese subsidies maakten ontkenning vijftien jaar lang mogelijk, „nu haalt de realiteit ons in”.
Dinsdag besloot kredietbeoordelaar Fitch als eerste de kredietwaardigheid van Griekenland een slechter cijfer te geven. Standard & Poor’s en Moody’s overwegen te volgen. Dat betekent voor Griekenland duurdere kredieten en daardoor meer moeite om de staatsschuld te financieren. Het woord ‘staatsbankroet’ zingt rond in de financiële pers.
Griekenland heeft nu een staatsschuld van 100 procent van het bbp en de verwachting is dat die snel verder stijgt. De regering reageert geschrokken en verontwaardigd op „de negatieve houding die veel buitenlanders hebben aangenomen jegens de economie”. Het is volgens minister Papakonstantinou „naïef” te geloven dat de reactie van de markten een weerspiegeling is van hoe de Griekse economie er werkelijk voorstaat. Vorig jaar groeide de economie met 2 procent. Dit jaar is 1 procent krimp voorspeld. Banken presteren goed.
De verontwaardiging in het buitenland is huichelachtig, vindt Yannis Stournaras, hoofd onderzoek bij de stichting voor onderzoek naar de economie en industrie. Men had al lang kunnen weten dat die 6 procent begrotingstekort niet klopte. „Zij lezen toch ook Griekse kranten? Iedere maand komt een team van de EU poolshoogte nemen.” De gouverneur van de centrale bank beweert bovendien dat hij de juiste gegevens trouw en met grote regelmaat naar de Europese Centrale Bank (ECB) heeft gestuurd. „Ik geloof hem.”
Griekenland laat zich makkelijk casten voor de rol van zondebok. Het land met elf miljoen inwoners is een relatief kleine economie met een bepaalde reputatie. Na iedere machtswisseling tussen de twee grote partijen – de centrum-linkse PASOK en het iets rechtsere Nieuwe Democratie (ND) – constateert een nieuw aangetreden regering met pathos dat zij het land in een veel beroerdere staat heeft aangetroffen dan zij in haar stoutste verwachtingen had gevreesd. Toen in 2004 weer de ND aan de macht kwam, veranderde zij de boekhoudingssystematiek met terugwerkende kracht, om voorganger PASOK dwars te zitten en tegelijk ruimte te creëren op de begroting. Het effect van de herberekening was zo groot, dat Griekenland achteraf bezien niet aan de toetredingscriteria voor de euro bleek te hebben voldaan. De Grieken hebben zich de euro in gemanipuleerd, werd het beeld. Een leugenachtige reputatie, die hen nu in Brussel parten speelt.
„Volkomen onterecht”, zo windt Stournaras zich op. Hij vertegenwoordigde Griekenland voor de PASOK-regering in het Europese overleg ter voorbereiding op de monetaire unie. Griekenland was daarbij volgens hem „niet creatiever” dan andere landen. Stournaras: „Brussel heeft die nieuwe rekenmethode destijds zelf geaccepteerd. Daar waren ze tegen gewaarschuwd en dat hadden ze nooit moeten doen. Brussel liet ons daarmee zien geen strikte principes te hebben, zelf geen fatsoenlijke auditing te doen. Ze accepteren klakkeloos wat regeringen sturen.”
In chaos schuilen ook altijd kansen, zijn Grieken gewoon te denken. Naar schatting is nog aldoor eenderde van de Griekse economie zwart. De regering denkt dat de meeste winst te halen is in het bestrijden van belastingontduiking, die ongeveer gelijk zou staan aan 10 procent van het bbp. Notoire belastingontduikers zijn advocaten en artsen. De minister van Financiën heeft zijn verontwaardiging geuit over artsen die minder dan 2.500 euro opgeven bij de belastingdienst, maar het tegelijk breed laten hangen in een dure Atheense wijk.
Voorbeelden van kleine en grote fraude en corruptie somt iedereen moeiteloos op. Ministers met illegale huizen. Buren met dubbele huurcontracten: een voor de belastingen en een met de echte prijs. Om op de begraafplaats een gunstig plekje – vlak bij de poort – te krijgen moet de grafdelver worden omgekocht. Wie wil dat zijn zoon zijn dienstplicht niet op een afgelegen eiland hoeft te vervullen belt een politicus.
In de jongste corruptievergelijking van Transparancy International geeft 18 procent van de Grieken toe dat hij of een gezinslid afgelopen jaar smeergeld heeft betaald. Ter vergelijking: in het om zijn corruptie beruchte Roemenië is dat 14 procent, in Denemarken 1 procent.
De Europese fondsen die het land al decennia ontvangt (Griekenland is sinds 1981 EU-lid en tot nu toe netto-ontvanger) zijn vooral gebruikt voor infrastructuur, zoals wegen en gebouwen. Modernisering van de ‘zachte’ kant gaat trager. We zijn nog in transitie, zeggen de bewoners van het land, dat qua EU-integratie een grote voorsprong heeft op zijn buren Albanië, Macedonië, Bulgarije en Turkije.
Het is hoog tijd voor de Griekse regering om „moedig” zijn, zei ECB-president Jean-Claude Trichet. De situatie is ernstig, maar we fiksen het wel, probeert de Griekse regering de wereld te overtuigen.

Of terugdringen van het tekort lukt, is hoogst onzeker
Of het Griekse begrotingstekort volgend jaar kan worden teruggedrongen, zoals de Europese Commissie en Griekenlands partners in de Raad van Ministers van de EU hebben geëist, is hoogst onzeker.
Het vertrouwen in de Griekse overheid is helemaal weg. Nu al is sprake van stijgende sociale onrust, en de bezuinigingsoperatie moet nog beginnen.
Het land zal volgend jaar waarschijnlijk 55 miljard euro moeten lenen op de kapitaalmarkt, en dat is voor een kleine economie (40 procent van de Nederlandse) als de Griekse een enorm bedrag.
Het Griekse tekort betekent ook een risico voor de andere landen die de euro voeren, terwijl bijvoorbeeld het hoge Britse tekort geen direct risico oplevert voor de zestien eurolanden.
De financiën terug op orde brengen zal zonder hulp van andere eurolanden zeer moeilijk worden. Maar of Griekenland die hulp krijgt, is ten zeerste de vraag.
Het vertrouwen dat de Grieken zich voortaan zullen gedragen, heeft daarvoor te veel deuken opgelopen.

Waren dat maar euro’s

15 januari

Grieken moeten nu snel hun financiën op orde krijgen
Door Caroline de Gruyter

Eurostat publiceerde deze week een vernietigend rapport over Griekenland.  De regering komt nu met allerlei plannen, maar zijn die nog wel op tijd?
Schulden van Griekse ziekenhuizen die de ene dag 5,2 miljard euro bedragen en een dag later maar 2,2 miljard. Militaire uitgaven waarvan niemand weet hoe hoog ze zijn: staatsgeheim. De baas van het Griekse bureau voor de statistiek die collega’s bij Eurostat – het Europese statistiekbureau in Luxemburg – vertelt dat de regering cijfers manipuleert. Het rapport dat Eurostat deze week uitbracht over de statistische rotzooi die Griekenland de afgelopen jaren heeft geproduceerd om eurolanden om de tuin te leiden, is vernietigend.
De financiële markten reageerden direct op dit dertig pagina’s tellende rapport. Aandelen van Griekse banken kelderden. Wéér stegen de rentes die Griekenland moet betalen op leningen, vergeleken met andere eurolanden. En een IMF-team zit sinds deze week in Athene om te helpen met het terugdringen van het astronomische begrotingstekort van 12,7 procent waarvan, stelt Eurostat, niemand weet „hoe accuraat dit is”. Investeerders vragen zich af of Griekenland failliet kan gaan, wie het land dan te hulp schiet en welke gevolgen dit heeft voor de euro.
Het Eurostat-rapport beschrijft de chaos van de Griekse statistiek die statistici in oktober aantroffen. De informatie kregen zij van de net aangetreden socialistische regering-Papandreou. De socialisten ontdekten dat de vorige, conservatieve, regering gemanipuleerde cijfers naar Brussel had gestuurd. Het begrotingstekort bedroeg niet 7, maar 12,7 procent van het bbp, omdat de crisis niet werd verdisconteerd en miljardenuitgaven buiten de boeken bleven. Het rapport geeft hier concrete staaltjes van. De toon is hard en koel – precies de toon die de Europese Commissie en Europese ministers van Financiën sinds oktober aanslaan. Om met de voorzitter van de eurozone te spreken, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker: „Nu is het spel uit.”
Brussel wist allang dat het door Athene bij de neus werd genomen. Dat de Grieken tanks buiten de begroting hielden om lid te worden van de eurozone is bekend. Vorig jaar stuurde Athene zulke tegenstrijdige jaarcijfers dat Eurostat geen grafieken kon maken. Nu de Griekse regering (naar eigen zeggen) openheid geeft over deze oplichterij, legt zij ook de zwakheden van het eurosysteem bloot – een systeem waarin alle landen, ondanks de gemeenschappelijke munt, met een beroep op hun nationale soevereiniteit toch doen waar ze zin in hebben.
Ingewijden zeggen het al jaren: sancties en collectieve verantwoordelijkheid zijn in het Stabiliteits- en Groeipact niet hard genoeg geregeld. Rijkere landen als Duitsland, die weten dat een slecht gemanagede munt en hyperinflatie tot politiek extremisme kunnen leiden, geven meer om een stabiele euro dan sommige andere. Deze dode hoek in het reglement was bij economisch hoogtij nauwelijks zichtbaar. Nu, in crisistijd, wordt die hoek door de Griekse perikelen blootgelegd. Politici kunnen niet anders dan een van de meest coöperatieve Griekse regeringen sinds tijden bekritiseren. Zij moeten tonen dat ze de zaak onder controle hebben.
Europese ministers van Financiën vroegen Eurostat in november om een rapport over de Griekse statistieken. Eurostat-statistici moesten ‘op missie’, het rapport schrijven, redigeren, fiatteren. Bureaucratieën hebben deugdelijke rapporten nodig als basis voor besluitvorming. Daardoor lopen ze per definitie achter de feiten aan. Griekenland zit, zei minister Giorgos Papaconstantinou deze week, permanent „in het oog van de storm”. Ontwikkelingen gaan razendsnel. Deze week diende hij een wetsontwerp in voor een nieuw bureau voor de statistiek, onafhankelijk van ministeries, met parlementaire controle om gesjoemel te voorkomen. Het bureauhoofd wordt niet door het kabinet benoemd, maar door parlementariërs gekozen. In oktober stelde Papandreou een comité van bankiers, consumenten en dergelijke aan, dat deze week met 51 aanbevelingen kwam. Een Commissiedelegatie stelde vorige week in Athene vast dat de Grieken begonnen zijn de stal schoon te vegen.
Niettemin voelt Brussel zich in zijn hemd gezet door Griekenland. Betrekkingen tussen Athene en Eurostat zijn gespannen. Want wie zegt dat déze regering oprecht is?
De kredietwaardigheid van Griekenland is verschillende keren naar beneden bijgesteld. Dit is een reclameposter voor een Griekse bank.

Griekse plannen zijn gisteren goedgekeurd
In Griekenland keurde het kabinet gisteren een pakket maatregelen goed dat het land uit de financiële problemen moet helpen. Diepgaande bezuinigingen en belastingverhogingen moeten de staatsopbrengsten op peil brengen.
Vandaag biedt de minister van Financiën Papaconstantinou die plannen aan de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank aan.
Papaconstantinou waarschuwde dat het maanden kan duren voordat de internationale beurzen erop vertrouwen dat die plannen ook daadwerkelijk effect hebben.
Kredietbeoordelaars verlaagden de afgelopen maanden de kredietwaardigheid van Griekenland. Hoe lager die beoordeling, hoe duurder het voor een land is om leningen te verkrijgen.
Wat zijn de risico’s voor andere landen met de euro?
Als Griekenland zijn financiën niet op orde krijgt, en de rest van de eurolanden schiet niet te hulp, loopt de rest van de eurozone gevaar.
Dat betekent voor de eurolanden een politieke klap: overige landen zien dat de eurozone kennelijk zijn verantwoordelijkheid niet neemt. Bovendien zal het vertrouwen in de euro als munt dalen.
Dalend vertrouwen betekent een slechtere positie van de euro op de wereldwijde financiële markten. Daar zouden bijvoorbeeld de Nederlandse pensioenfondsen direct hinder van kunnen ondervinden.

Brief FNV over zelfstandigen

Ministerie van Algemene Zaken
T.a.v. de Minister President
de heer mr. J.P. Balkenende
Postbus 20001
2500 EA Den Haag

Datum 18 januari 2010
Telefoonnr. 020 58 16 547
Onderwerp Positie zelfstandigen
Ronald.vanderKrogt@vc.fnv.nl

Geachte heer Balkenende,

De Vakcentrale FNV vraagt u en uw kabinet dringende aandacht voor het volgende:

Onlangs heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfers gepubliceerd waaruit blijkt dat het inkomen van zzp’ers in het derde kwartaal 2009 met gemiddeld 12 procent is gekrompen. Het CBS omschrijft dit als ‘de grootste inkomensduikeling van dit decennium’. Vooral na de zomer blijkt het aantal opdrachten en uitstaande orders van de zzp’ers fors te zijn afgenomen en gevreesd mag worden dat deze tendens zich voorlopig zal voortzetten. Een deel van de zelfstandigen heeft de klap kunnen opvangen door in te teren op reserves die in betere tijden zijn aangelegd, onder andere als pensioenvoorziening. Er is echter ook een aanzienlijke groep die geen buffer heeft kunnen opbouwen.

De FNV had op basis van signalen van de zzp-achterban al langer zorgen over de financiële positie van een deel van de zzp’ers, maar ziet in de cijfers van het CBS de bange vermoedens bevestigd. Wij zijn dan ook van mening dat de zzp’ers beschouwd mogen worden als de grootste slachtoffers van de huidige economische crisis.

Na het uitbreken van de economische crisis heeft het kabinet een pakket maatregelen genomen om de economie krachtig te ondersteunen en zoveel mogelijk werkgelegenheid te behouden. Nog los van de miljarden euro’s die in de bankensector zijn gestoken, investeert uw regering zeventien miljard euro extra in de Nederlandse economie. De FNV juicht deze maatregelen en investeringen natuurlijk toe, maar constateert tegelijkertijd dat zzp’ers daar niet of nauwelijks profijt van hebben. Derhalve vraagt de FNV het kabinet om op korte termijn een aantal maatregelen te nemen ter ondersteuning van de (financiële) positie van de groep zzp’ers, ter voorkoming van een verdere inkomensterugval en ter overbrugging van de leegloop aan uren waar velen mee worden geconfronteerd. Wij stellen daarbij de volgende maatregelen voor:

1. Om in aanmerking te komen voor onder andere de zelfstandigenaftrek, startersaftrek en MKB-winstvrijstelling, moet een zzp’er voldoen aan het zogenaamde urencriterium dat is vastgesteld op 1.225 uur. Zzp’ers die in 2008 aan het urencriterium hebben voldaan zouden voor 2009 dispensatie moeten krijgen indien zij als gevolg van de crisis niet meer aan het urencriterium kunnen voldoen. Op deze wijze behouden zij de fiscale aftrekmogelijkheden en wordt een verdere inkomensdaling voorkomen. Een alternatief is het tijdelijk verlagen van het urencriterium op bijvoorbeeld 650 uur.

2. Zzp’ers die (tijdelijk) in de financiële problemen (dreigen te) komen kunnen een beroep doen op het Besluit Bijstandsverlening zelfstandigen (BBZ) Zzp’ers die daarop een beroep willen doen worden echter geconfronteerd met een verplichte afkoop van pensioenvoorzieningen indien dit lijfrenteverzekeringen betreft. Naast het feit dat deze afkoop financieel zeer nadelig uitpakt voor de betreffende zzp’er moeten we ons ook realiseren dat dit de aanvullende oudedagsvoorziening van de ondernemer betreft. Hij of zij heeft immers (vooralsnog) geen andere mogelijkheden voor het opbouwen van aanvullend pensioen, dan het afsluiten van een lijfrenteverzekering. Wij stellen voor om de vermogenstoets voor zzp’ers die een beroep moeten doen op de BBZ (tijdelijk) te verruimen en voorzieningen voor aanvullend pensioen buiten de vermogenstoets te houden.

3. Hoewel het aantal zzp’ers dat een beroep moet doen op de BBZ-regeling sterk is gestegen, is ons gebleken dat veel zzp’ers nog onbekend zijn met deze regeling. Wij verzoeken u dan ook het initiatief en voortouw te nemen voor een landelijke campagne waarin het bestaan en de mogelijkheden van de BBZ-regeling voor zzp’ers onder de aandacht wordt gebracht. Via de bestanden van de Kamers van Koophandel en in samenwerking met de gemeenten moet het mogelijk zijn om op korte termijn alle zzp’ers over de regeling te informeren. Vanzelfsprekend zullen de bij de FNV aangesloten bonden die zzp’ers organiseren hun verantwoordelijkheid nemen bij het informeren van de ruim 35.000 zzp-leden.

4. Analoog aan de voorwaarden die zijn gesteld bij de deeltijd-WW pleit de FNV voor een uitbreiding van de scholingsmogelijkheden voor zzp’ers. Scholing is immers van groot belang om de markt- en concurrentiepositie van zzp’ers te vergroten en voor het behoud en uitbreiding van kennis en vaardigheden. De FNV pleit dan ook voor een (tijdelijke) extra fiscale stimulering van de scholingsmogelijkheden voor zzp’ers, bijvoorbeeld door de scholingskosten dubbel aftrekbaar te maken tot een maximum van bijvoorbeeld 80 procent.

5. Ons bereiken nog steeds signalen dat, ondanks de goede voornemens, de betalingsmoraal van de landelijke-, provinciale- en gemeentelijke overheden nog steeds te wensen overlaat. Er worden nog steeds (zeer) lange betalingstermijnen gehanteerd waardoor zzp’ers die voor overheden werken financieel in de knel komen. Wellicht ten overvloede roepen wij u op de overheden (nogmaals) aan te sporen hun rekeningen tijdig te betalen.

Naar het oordeel van de FNV is bovenstaand 5puntenplan snel te realiseren zonder dat dit hoge investeringen vereist. Voor de langere termijn wil de FNV de onderhandelingen binnen de SER naar aanleiding van uw adviesaanvraag inzake zelfstandigen aangrijpen om de positie van zzp’ers structureel te verbeteren.

Gezien de lastige situatie waarin veel zzp’ers momenteel verkeren, willen wij u vriendelijk maar ook dringend vragen om bovenstaand 5puntenplan op zeer korte termijn binnen uw kabinet te bespreken en daarbij financiële middelen vrij te maken voor de uitvoering. Vanzelfsprekend zijn wij te allen tijde bereid om het plan nader toe te lichten en mee te denken over een efficiënte en effectieve uitvoering.

Met vriendelijke groet,
Vakcentrale FNV

Agnes Jongerius
Voorzitter

    Google gelooft in vrij verkeer van internetdata

    Door Marc Hijink

    De telecomwereld hanteert andere verdienmodellen dan Google. Maar Googles model van gratis software met betaalde advertenties zal ook in de telecom zegevieren, denkt Vint Cerf.

    Vint Cerf is de wetenschapper die in de jaren zeventig de basis legde voor het moderne internet. Hij koppelde netwerken aan elkaar met dezelfde technologie die nu het dataverkeer op het wereldwijde web voor zijn rekening nemen.
    Cerf, jarenlang voorzitter van internetbeheerder ICANN, is sinds 2005 internetevangelist bij Google.
    De 66-jarige is in zijn keurige maatpak makkelijk te herkennen in het Googleplex, waar de gemiddelde leeftijd van de medewerkers rond de dertig ligt. Cerf heeft, veertig jaar na de uitvinding die ten grondslag ligt aan het web, nog niets aan energie en enthousiasme ingeboet.
    „De introductie van onze eerste mobiele telefoon is een mooi symbool voor de manier waarop we bij Google tegen internet aankijken. Een open toestel dat iedereen mag gebruiken, waarop iedereen applicaties mag bouwen, op een besturingssysteem dat iedereen mag veranderen. Dat is heel anders dan de telecomwereld nu in elkaar zit. Daar proberen ze diensten te blokkeren omdat een andere partij er geld aan verdient. Onzin, ze krijgen geld voor het doorgeven van data, zowel van de consumenten als van partijen als Google. Diegene die het netwerk levert, moet los staan van de applicaties die op dat netwerk draaien.
    „We hebben wel zien aankomen toen we het internet bouwden, dat het tot andere bedrijfsmodellen zou leiden. Bijvoorbeeld voor telefonie, maar ook voor de media. Alles wat omgezet kan worden in een digitaal pakketje kan goedkoper gedistribueerd worden via internet. Dat wil niet zeggen dat alles op internet gratis moet zijn. Google verdient geld met het plaatsen van advertenties bij gratis informatie, maar er is ruimte voor andere betaalmodellen.
    „Het mobiele web wordt uiteindelijk groter dan het gewone web, er zijn nu al meer telefoons dan computers en het aantal smartphones blijft groeien. Veel mensen in armere landen zullen het web voor het eerst leren kennen op een telefoon. Maar tegelijkertijd kan het web ook niet veel verder doorgroeien, omdat we aan het eind van dit jaar waarschijnlijk geen capaciteit meer over hebben om meer nieuwe gebruikers aan te sluiten.
    „Het web moet kunnen blijven groeien. Dat is niet alleen in het belang van Google, dat is in ieders belang. Sommige landen hebben helaas andere opvattingen over de openheid van gegevens dan wij in het Westen. Maar zelfs de Chinese regering beseft dat er een economisch belang is om mensen toegang tot het web te bieden.
    „Dat nijpend gebrek aan capaciteit is een van de tekortkomingen die we ons destijds, bij de ontwikkeling van internet, niet hebben gerealiseerd. We hebben domweg niet kunnen bedenken dat er meer dan 4,3 miljard zogeheten IP-adressen nodig zouden zijn.
    „Hetzelfde geldt voor mobiliteit: als je wilt overschakelen van de ene server op de andere, dan ben je je verbinding weer kwijt. Maar 35, 40 jaar geleden waren computers nog zo groot als een kamer, we konden niet voorzien dat ook draadloze telefoons sterk genoeg zouden zijn om onderdeel van het netwerk uit te maken.
    „Het web moet ook veiliger worden. Dat was ook Googles doel, om met Chrome een browser en uiteindelijk een besturingssysteem te bouwen dat beter omgaat met moderne bedreigingen. En een grote uitdaging zit in het uitwisselen van gegevens tussen de verschillende ‘zwevende’ diensten, de web
    applicaties zoals Google Docs die op een ‘wolk’ van internetservers draaien. Dit soort diensten is erg populair, maar je moet als gebruiker de vrijheid hebben je gegevens te kopiëren of te verplaatsen naar een andere zwevende dienst, bijvoorbeeld van Microsoft of IBM. Zo denken we er in ieder geval bij Google over. Dus heb ik alle partijen uitgenodigd om te praten over een manier om beter gegevens uit te wisselen. Hoe laat je verschillende netwerken met elkaar praten? Eigenlijk is dat precies hetzelfde vraagstuk dat we 40 jaar geleden moesten oplossen.”

    Nieuwe verzekeraar begint met het treiteren van de concurrent

    Door Daan van Lent

    Sinds de woekerpolisaffaire wantrouwen consumenten verzekeraars. Door daar op in te spelen wil  Brand new day de markt  openbreken voor  beleggingspolissen.

    Met veel lawaai beginnen Thierry Schaap en Kalo Bagijn, de oprichters van internetbeleggingsbank Binck, vanavond met spotjes op Nederland 1, 2 en 3 en de SBS-zenders  een campagne om hun bedrijf Brand new day te lanceren. Fors lagere kosten moeten klanten verleiden hun huidige beleggingspolissen op te zeggen en over te stappen naar dit nieuwe internetbedrijf. Daarbij horen grote woorden. ‘Wij pikken het niet’, is de populistische slogan van de reclamecampagne.
    „Wij zijn anti-establishment”, zegt Bagijn. „De motivatie om dit te doen zijn alle  affaires met financiële instellingen. Wij laten zien dat we anders zijn. Verzekeraars hebben consequent de belangen van aandeelhouders laten prevaleren. Dat heeft geleid tot  extreem hoge kosten en de woekerpolisaffaire. Maar de tarieven zijn daarna niet genoeg omlaag gegaan.”
    Verzekeraars richten zich sinds een kleine twee jaar op de Wabekenorm. De financiële ombudsman Jan Wolter Wabeke schreef in april 2008 dat 2,5 tot 3 procent aan kosten redelijk is bij beleggingspolissen. Brand new day gaat 0,5 procent rekenen. In een rekenvoorbeeld laat Bagijn zien dat bij een maandelijkse inleg van 500 euro het eindkapitaal bij vier grote verzekeraars (Interpolis, Zwitserleven, ASR en Aegon) tussen de 384.732 en 478.575 euro uitkomt en bij Brand new day op 635.839 euro. De risico’s voor inflatie en rente zijn afgedekt.
    Het rendement zal afhangen van welk risico een klant wil lopen. Hij kan geheel in staatsobligaties („alleen Franse, Duitse en Nederlandse”) beleggen, maar ook in aandelen via ‘indextrackers’. Sparen kan niet, beleggen in beleggingsfondsen evenmin. De klant kan zijn beleggingspolis geheel via internet afsluiten. De kosten kan hij online vergelijken met die van zijn eigen verzekeraar, daarbij worden volgens Bagijn de beëindigingsboetes meegerekend.
    Samenwerking is al afgesproken met tussenpersonen van De Hypotheekshop en van de VvAA voor medici, voor klanten die tegen een vast uurtarief advies willen krijgen. Met buitenlandse financiële instellingen hoopt Bagijn binnen een paar maanden pakketten van hypotheekleningen en beleggingspolissen te kunnen aan bieden. „Alleen als zij ook zeer scherp geprijsd zijn.”
    Bagijn en Schaap, die in 2008 en 2009 bij Binck zijn vertrokken, financieren hun bedrijf geheel zelf. „Financiers hadden wel mee willen doen, maar dan neemt de druk toe om op korte termijn resultaten te boeken”. Ze gaan ervan uit dat ze „ „jarenlang” verlies zullen lijden. „Als je de ambitie hebt om de klant centraal te stellen, dan kun je niet op korte termijn winst proberen te maken.”
    Hun bedrijf mikt op hoge volumes en lage marges. Net als bij Binckbank, dat de eerste jaren ook verliesgevend was, zullen ze eerst flink veel klanten moeten trekken om winstgevend te worden. Maar ze zien veel kansen. „Deze markt is veel groter. Er zijn in Nederland 7 miljoen van dergelijke polissen. Zelfs met een klein percentage van de markt draai je al een behoorlijk volume. Dat moeten we in twee of drie jaar bereiken. Wij hopen op langere termijn een marktaandeel van 10 tot 20 procent te halen.”
    Echt bang voor concurrenten zijn ze niet. Voor nieuwe toetreders is de drempel in de financiële wereld hoog. „Wij hebben de ervaring en we hebben ook zelf de centen die we verdiend hebben aan Binck.” De huidige grote partijen kunnen niet volgen, denkt Bagijn, „tenzij ze grote verliezen accepteren.”
    De naam Brand new day komt van een vriend van Bagijn. „Ik vertelde hem over onze plannen en hij zei gelijk: hé, dat klinkt als Brand new day uit de filmmusical The Wizard of Oz. De strijd tegen het kwaad en het hoop geven voor de toekomst.” Het liedje bij de campagne van Brand new day is de gelijknamige single van Diana Ross en Michael Jackson.
    De campagne zal eerst vooral inspelen op het wantrouwen dat consumenten door de woekerpolisaffaire en de kredietcrisis toch al tegen financiële instellingen hebben ontwikkeld. Daarna gaat Brand new day met naam en toenaam de kosten vergelijken. Bagijn verwacht dat de irritatie bij de traditionele verzekeraars groot zal zijn, net als bij banken bij de lancering van Binck toen de campagneslogan was: „Zij hebben de hoge gebouwen, wij de lage tarieven.” De advocaten van de banken stuurden binnen de kortste keren boze brieven, vertelt Bagijn. „We weten dus wat we kunnen verwachten. Ons advocatenkantoor staat  klaar.”

    Het vaccin is: (a) wapen (b) chip (c) kwik

    Verhalen circuleren op het web

    Door Jessica van Geel en Frederiek Weeda

    Rotterdam. Minister Klink wil websites aanpakken die angst voor vaccinaties aanwakkeren.
    Zulke sites verspreiden volgens hem spookverhalen over de Mexicaanse griep.
    Het is een complot. En Anneke Bleeker, oprichter van de website verontrustemoeders.nl, heeft een dagtaak aan de bestrijding ervan. Ze verwijt de overheid en farmaceutische industrie het vaccin tegen Mexicaanse griep te adviseren voor hun eigen financieel gewin. Het vaccin, aldus verontruste moeders, is een „massavernietigingswapen” dat kinderen „miniherseninfarcten” bezorgt. De overheid, zeggen medestanders, doet nanochips in het vaccin om burgers te volgen.
    Het lijkt alsof de angst voor de Mexicaanse griep heeft plaatsgemaakt voor angst voor vaccinatie. Ook websites als wijwordenwakker.org, despuitblijfteruit.nl en die van de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken uiten kritiek op het vaccinatieprogramma. Er circuleren kettingmails met verwijzingen naar ‘wetenschappelijke onderzoeken’. Belangrijkste kritiek: er zitten schadelijke stoffen als kwik en aluminium in het vaccin en het vaccinatieprogramma is alleen bedoeld om de industrie te spekken.
    Grafisch ontwerper Liesbeth Hiddema van prikmijmaarlek.nl zette haar site op uit vrees dat mensen zich onvoldoende laten informeren. „De overheid is te onduidelijk en onvolledig. Zo denken veel mensen in mijn omgeving dat vaccinatie verplicht is. Dat is niet zo.”
    Minister Klink (Volksgezondheid, CDA) kondigde gisteren een campagne aan tegen ‘spookverhalen’ over griep en vaccin. Hij zal de overheidssite grieppandemie.nl meer promoten en zijn ministerie plaatst banners op internetfora en blogs die onjuiste of verwarrende informatie verspreiden over het vaccin. Volksgezondheid zoekt nog uit op welke websites het precies moet zijn.
    Veel te laat, oordeelt Albert Benschop, internetsocioloog van de Universiteit van Amsterdam. „Als de overheid de grote groep wil informeren die wel op internet rondstruint, maar geen serieuze media tot zich neemt, dan had ze veel eerder een internetoffensief moeten inzetten.”
    Intussen hebben Anneke Bleeker en mede-‘verontruste moeder’ Désirée Röver het druk. Drie keer per week worden ze, naar eigen zeggen, uitgenodigd voor lezingen. In een zaaltje bij een komkommerkweker, in bijzaaltjes van kerken, in cafés. Van Almere tot Brabant. Allemaal bezorgde ouders. Op de website van Bleeker en Röver staan verwijzingen naar boeken, lezingen en documenten van Amerikaanse, Canadese en Australische artsen.
    Dagblad De Telegraaf publiceerde eind augustus een interview met Röver. Zij spreekt daarin van ‘een groep’ die via vaccins de wereldbevolking zou willen decimeren: afstammelingen van een in 740 na Christus tot het jodendom bekeerd volk dat in Zuid-Rusland en Georgië woonde. Röver: ‘Ik heb het nu over de Khazars. Hun nazaten heten Rockefeller, Rothschild, Brzezinski en Kissinger. Zij bidden tot een andere god. Lucifer, Satan. Of hoe je hem ook wilt noemen! Zíj zitten hierachter.’ ” Tal van media hebben Bleeker en Röver recentelijk uitgenodigd: Nova, Zembla, Radio 1, BNR Nieuwsradio.
    Hoe bestaat het dat mensen ‘informatie’ serieus nemen die onbekenden verspreiden? Dat komt doordat op internet iedereen gelijk is, zegt internetsocioloog Benschop. „Iedereen kan roepen wat hij wil, status of achtergrond is irrelevant. ”
    Veel mensen die internet gebruiken om wantrouwen jegens gezagsdragers te ventileren, staan „buiten de gevestigde systemen”, zegt Benschop. Ze voelen zich machteloos en proberen complexe kwesties tot simpele verhalen terug te brengen. „Die had je vroeger ook. Maar toen wist iedereen wie ze waren en werden ze in het café tegengesproken. Op internet is alles ongecensureerd”
    Met deze nieuwe ‘informatiesituatie’ weet de overheid zich nog geen raad, zegt Benschop. „Stel: straks komt er echt een lelijk virus waarbij de overheid vaccinatie verplicht moet stellen. Dan heeft ze met zo’n anticampagne echt een probleem.”