nrc next

Berichten door nrc next


Gemarteld om een wachtwoord

Europa moet een leidende rol spelen in verdedigen van internetvrijheid

Door
Marietje Schaake

In Tunesië woedt een cyberoorlog tussen de overheid en activisten.
Europa zou zich moeten uitspreken tegen (digitale) onderdrukking van burgers.

Terwijl Europa Kerst en Nieuwjaar vierde braken in Tunesië onlusten uit nadat een werkloze jongeman zichzelf in brand had gestoken. Een jonge generatie Tunesiërs, die haar hele leven onder een repressieve overheid leefde, roept om politieke vrijheden en meer kansen op de arbeidsmarkt. Naar schatting duizenden jongeren namen de afgelopen twee weken deel aan de protesten. In de daaropvolgende gevechten met de oproerpolitie vonden minimaal twee demonstranten de dood. Een wereldwijd netwerk van betrokkenen is via internet ooggetuige, terwijl de traditionele westerse media vooralsnog nauwelijks verslag doen van deze Tunesische burgerbeweging.
De Tunesische situatie is wellicht een voorbode van meer confrontaties tussen jeugdige generaties en overheden die vrijheden beperken. Internet speelt voor beide partijen een cruciale rol. Repressieve regimes worden steeds bekwamer in het toepassen van digitale techniek om macht en controle te behouden en bevolkingen te onderdrukken. Zo gebruikt de Tunesische overheid filtersoftware om informatie op internet te censureren en toegang tot bepaalde websites te blokkeren. Ook worden e-mails en internetgebruik vanuit bijvoorbeeld internetcafés in de gaten gehouden, en moeten mensen op sommige plekken een identiteitsbewijs tonen voor toegang tot internet.
Via blogs, videosites en Twitter worden ooggetuigenverslagen uit Tunesië over de hele wereld gedeeld en verhalen gepubliceerd die zo anderen inspireren. Zo gingen afgelopen zondag Egyptenaren de straat op om de demonstranten in Tunesië te steunen, allemaal georganiseerd via internet.
Hackersnetwerk Anonymous sloeg onlangs toe door verschillende Tunesische overheidswebsites uit de lucht te halen. Leden van het internationale netwerk, dat bekend werd door de aanvallen op een aantal financiële instellingen die de banden met WikiLeaks verbraken, riepen op tot de aanvallen als vergelding voor het inperken van internetvrijheid. Door de aanvallen waren verschillende overheidswebsites urenlang onbereikbaar. Op zijn beurt doet Tunis verwoede pogingen de oppositiebeweging te stoppen. Websites als Google, YouTube en Facebook zijn afgesloten. Op zijn minst één blogger is opgepakt en maandag lieten Tunesiërs via Twitter weten dat hun Facebook- en e-mailaccounts waren overgenomen.
Zoals gisteren in deze krant stond is internet de laatste jaren een nieuw strijdtoneel geworden waar conflicten tussen activisten en overheden worden uitgevochten. De opstanden na de Iraanse presidentsverkiezingen in 2009 gelden als belangrijk voorbeeld. De wereld werd ooggetuige van op mobieltjes opgenomen mensenrechtenschendingen door het regime. Maar ook de Iraanse overheid gebruikte internettechnologie, onder andere om dissidenten af te luisteren en op te sporen.
Ook in talloze andere landen zien we dat regimes met repressie reageren op digitaal burgeractivisme. In Egypte, China, Birma en Azerbajdzjan worden bloggers opgepakt en gecriminaliseerd.
Mensen worden gemarteld om hun wachtwoorden zodat regimes netwerken van dissidenten via e-mailcontacten kunnen opsporen.
Tunesië is een ‘vriend van het Westen’, heeft weinig grondstoffen en geen strategische ligging. Wellicht verklaart de bescheiden rol die het land daardoor speelt op het wereldtoneel dat er tot nu toe vanuit de VS en de EU nauwelijks reacties op de onlusten kwamen. Toch mogen we de beelden van neergeslagen demonstraties niet negeren. Europa zou zich moeten uitspreken tegen de onderdrukking van burgers die hun stem willen laten horen, of dat nu op internet gebeurt of in de fysieke wereld.
En die oproep zou zich niet moeten beperken tot het Midden-Oosten. Begin 2010 gaf Hillary Clinton een vlammend betoog over Amerika als voorvechter voor internetvrijheid. De reactie van de Amerikaanse overheid op de publicaties van gelekte documenten op WikiLeaks dreigen echter de geloofwaardigheid van Amerika op dat gebied te ondermijnen.
Voorlopig lijken hackers en burgerbewegingen een redelijke kans te hebben machtsbolwerken met behulp van slim gebruik van technologie open te breken. Het risico bestaat echter dat er in reactie op deze acties steeds strengere regels komen om internetgebruik te reguleren en de stem van een jonge generatie die vrijheden nastreeft verstomt.
Het internetactivisme in Tunesië en de Amerikaanse reactie op de gelekte WikiLeaks-documenten onderstrepen het belang van Europees leiderschap. Het is de hoogste tijd dat de EU verantwoordelijkheid neemt en een leidende rol speelt in het verdedigen van internetvrijheid.

Marietje Schaake is Europarlementslid voor D66.

Gisteren weer rellen
Gisteren raakten jongeren en de Tunesische politie opnieuw slaags. In de stad Thala in het westen van het land gebruikte de politie traangas om honderden protesterende studenten uit elkaar te drijven.
Europarlementarier Marietje Schaake schrijft in het artikel hiernaast dat jongeren via blogs, videosites en Twitter verslag doen van de de demonstraties.

‘We gebruiken ons geld niet zoals God het wil’

Kredietcrisis Topman zakenbank Lazard International over christelijk geloof, hebzucht en bankiers
Door Herman Amelink
Gaan God en Mammon samen? Zijn christelijk geloof en kapitalisme met elkaar te verenigen? Bankier Ken Costa vindt van wel. Hij schreef er een boek over. „Er is wanhopig behoefte aan wijze raad.”

Op tafel in de Industrieele Groote Club in Amsterdam liggen ze naast elkaar, zijn mobieltje en zijn – intensief gebruikte – bijbel. Ken Costa is bestuursvoorzitter van zakenbank Lazard International én voorzitter van Alpha International, een stichting die wereldwijd cursussen organiseert over het christelijk geloof. Hij vraagt even geduld, hij moet nog een paar telefoontjes plegen. „Dit zijn hectische dagen”, zegt hij, terwijl hij op verbinding wacht.
Ken Costa (58) is op terugreis uit Dubai, waar hij oliesjeiks advies gaf. Hij doet een dagje Nederland om de vertaling van zijn God at Work te promoten. Het boek gaat in op de dilemma’s waarmee een christelijke bankier wordt geconfronteerd. Hij noemt het ‘democratisch kapitalisme’ het systeem dat het best het algemeen belang dient én aansluit bij bijbelse noties over recht en vrijheid. Vindt hij dat na de huidige financiële crisis nog?
Costa: „In mijn boek laat ik ook merken dat ik ongelukkig ben met de excessen van het systeem. Bankiers en overheden zullen moeten evalueren wat er de afgelopen periode gebeurd is. Maar we moeten oppassen dat we hun alleen de schuld geven. Er waren veel mensen die geld leenden tot 120 procent van de waarde van hun huis. Zoiets is gewoon niet verstandig. We zagen de waarschuwingssignalen niet, die we wel hadden moeten zien. Ik geloof niet dat de markteconomie nu dood is. Ik denk wel dat ze een ernstige filosofische correctie heeft gekregen.”
Botst dit kapitalisme niet ten diepste met zijn christelijke overtuiging? Het Oude Testament kende het jubeljaar: alle grondbezit ging na 50 jaar terug naar de eerste eigenaars. De leden van de eerste christelijke gemeente hadden alles gemeenschappelijk.
Costa: „Dat jubeljaar heeft in de praktijk nooit gewerkt en het zou ook nu niet werken. Als je een eindpunt hebt waarop alles weer bij het oude wordt, dan investeer je niet meer. Dat betekent het einde van de economische groei. Als je een winkel huurt en je huurcontract loopt af, doe je geen nieuwe investeringen meer. Inderdaad, de eerste christenen gaven alles weg, maar dat kreeg geen vervolg. Het Nieuwe Testament legt ook nadruk op het gebruik van je talenten. In het bijbelboek Handelingen wordt ook verteld hoe vrouwen geld verdienden om daarmee het zendingswerk van Paulus te steunen. Bovendien, de Tien Geboden zeggen dat je niet mag stelen. Dat veronderstelt toch de waarde van bezit.”
Het christelijk ideaal is toch eigenlijk anders?
„Nee, dat vind ik niet. Het ideaal is de echte vreugde over wat God je geeft. Wat wij fout hebben gedaan is dat we ons bezit niet hebben gebruikt waarvoor God het ons gaf. Als het omgaan met je bezit helemaal zelfzuchtig wordt, dán mis je Gods bedoeling. Het moet ten dienste van de ander zijn. We zullen lessen moeten trekken uit deze periode. De heersende idee was dat de ongereguleerde krachten van de markt vanzelf het antwoord zouden geven op wat mensen verlangen in dit leven. En dat kan de markt niet. De markteconomie is een goede dienaar, maar een slechte meester. Je hebt een waardenstelsel nodig waarvan de markt de dienaar is, een stelsel dat belang hecht aan individuen en de voordelen benadrukt van de gemeenschap, een verantwoordelijk kapitalisme.”
Een bron van maatschappelijke ergernis zijn de excessieve bonussen die bankiers opstrijken.
„Een bonus mag nooit automatisch zijn en moet ook niet uitsluitend een monetaire basis hebben. Bij de toekenning van bonussen moet je een bredere context verdisconteren, zoals de kwaliteit van de dienstverlening aan de klanten, de manier waarop iemand met zijn collega’s omgaat en op de werkplek functioneert. In meer verlichte bedrijven wordt dat soort zaken meegenomen in de beoordeling van mensen. Grote opbrengsten die geen toegevoegde waarde betekenen rechtvaardigen geen bonussen.”
De bijbel noemt geldzucht de wortel van alle kwaad. Zijn er momenten dat u als christen-bankier denkt: geld stinkt, ik moet hiermee stoppen?
„Nee, nooit. God is, in de persoon van Jezus, de menselijke vuilheid op aarde komen delen om die weg te doen. Daar gaat het in het christelijk geloof om. Ik wil mensen zo goed mogelijk helpen, ik wil hun de beste adviezen geven en de beste oplossingen aanreiken. Wij zitten vol kennis, maar we komen wijsheid tekort. Er is echt wanhopige behoefte aan wijze raad.”
Geeft u als christen-bankier andere adviezen dan een niet-christen?
„Ik denk niet dat er christelijke en niet-christelijke adviezen bestaan. Er is een goed professioneel advies en dat ervaar ik als iets van God. God schiep mensen met verschillende deskundigheden en oordelen. Het is van belang geldkwesties niet als technische kwesties te zien, maar juist vanuit een breder perspectief.”
Maar hoe voorkom je dan dat je vuile handen maakt?
„Als je voor een bepaalde instelling gaat werken, dan moet je zeker weten dat de waarden van de instelling overeenkomen met die van jou. Ik ben blij te werken bij een zakenbank waarvan ik de waarden deel. Dat is het eerste. Maar daar komt nog iets bij: ethisch dubieuze adviezen hebben meestal ongunstige financiële consequenties.”
Dat maakt het wel makkelijk!
„Soms niet. De maffia verdient ook goed. Maar als je zorgvuldig opereert volgens een degelijke gedragscode, dan ben je beter beschermd tegen wat ethisch niet in de haak is.”
Het zijn hectische tijden. Geniet u er ook van?
„Het is intellectueel buitengewoon stimulerend. Nederland gaf ons de tulp, maar in de zeventiende eeuw ook de tulpenmanie. De gekte van toen is wel het meest verwante paradigma voor wat er nu speelt. Mensen speculeerden toen op winst die ze verwachtten van de toekomstige verkoop van tulpenbollen. Toen iedereen zijn aandelen dumpte stortte de markt in. Het is interessant te zien hoe de autoriteiten toen een markt stabiliseerden die oververhit was geraakt. Ze zorgden voor een vloer op basis waarvan weer een gedisciplineerde handel kon plaatshebben. Dezelfde kwestie speelt nu weer: wat is de intrinsieke waarde van iets wat is opgeblazen door ongecontroleerde en irrationele vraag?”
Vindt u dit een financiële crisis of moeten we inmiddels spreken van een systeemcrisis?
„Het is een financiële crisis, en ik hoop dat we een systeemcrisis hebben weten te vermijden. De snelle acties van de verschillende centrale banken en regeringen, inclusief de vroegtijdige en ingrijpende acties van de Nederlandse regering, hebben hopelijk een systeemcrisis voorkomen. Maar het is vooral een morele crisis, die te maken heeft met ondermijnd vertrouwen in een systeem dat in laatste instantie steunt op vertrouwen.”
Vorige week is de Nobelprijs voor economie toegekend. Is economie eigenlijk wel een wetenschap?
„Dat debat is al een eeuw oud. Eén ding is duidelijk: we kunnen de toekomst niet kennen. De econoom die beweert de toekomst te kennen verkoopt een nepprospectus. Het blijft giswerk, maar wel op basis van feitelijke analyse en aannames. Ik denk dat we van onze fouten leren, van de tulpencrisis en van de krach van 1929. Maar het moet duidelijk zijn: economie is geen profetie. Op basis van die economische geschiedenis hebben sommige economen waarschuwingssignalen gegeven. Misschien moet de volgende Nobelprijs maar worden toegekend aan degene die deze crisis het meest precies heeft voorspeld.”
Ken Costa, Carrière met God, uitgave Alpha Cursus Nederland en CMBC-Nederland, 160 blz., €16,95
Bankier Ken Costa: „Dit zijn intellectueel buitengewoon stimulerende tijden.”
Marxistische apartheidsbestrijder werd christen-bankier
Ken Costa werd in 1950 in Zuid-Afrika geboren. Hij studeerde van 1968 tot 1972 rechten en filosofie aan de Witwatersrand Universiteit in Johannesburg. Als voorzitter van de studentenbond voerde hij actie tegen de apartheid en koesterde enige jaren marxistische sympathieën. Van 1974 tot 1976 studeerde hij in het Verenigd Koninkrijki rechten en theologie aan Queen’s College, in Cambridge. Daarna trad hij in dienst van de bank SG Warburg, die in 1997 werd overgenomen door de zakenbanktak van de Zwitserse bank UBS. Vorig jaar werd Costa bestuursvoorzitter van Lazard International, de Britse tak van de Amerikaanse zakenbank Lazard, waarvan hij tevens vice-voorzitter werd. Costa is een geziene gast bij de Zweedse familie Wallenstein en de Zuid-Afrikaanse Oppenheimers. Hij is bestuurslid van Holy Trinity Brompton, een anglicaanse parochie in Londen. In 1987 deed hij voor de Conservatieven vergeefs een gooi naar een Lagerhuiszetel.

Niet bang dat we een inval doen? Dat zullen we nog wel eens zien

Een artikel over illegalen had funeste gevolgen. Hoe behoedzaam kan je als journalist zijn?

Door  Stijn Bronzwaer

Vier jaar geleden leidde een artikel in nrc.next over een illegaal restaurant tot arrestatie van het personeel.
De auteur vraagt zich af of zijn artikel verantwoord was.

„Heb jij die kop toen gemaakt?” vraagt Margreet Jenezon van stichting STIL als ik bij de Utrechtse rechtbank arriveer. Nee, dat doen auteurs van een stuk nooit zelf, leg ik uit. Maar het artikel met de kop ‘In restaurant Grenzeloos is de kelner een illegaal’ was wel van mij.

Ik schreef het stuk in november 2006 als freelancer voor nrc.next. De redactie zocht verhalen over bijzondere restaurants. Ik vond restaurant Grenzeloos via zijn website. ‘Illegale migranten koken elke dinsdag een gerecht uit hun geboorteland’, stond er.

Ik mocht best een keer langskomen van de initiatiefnemer STIL (Stichting Lauw-recht, een organisatie die vluchtelingen en migranten zonder verblijfsvergunning helpt). Een foto maken was ook geen probleem. Angst voor de vreemdelingenpolitie hadden ze niet, zei een medewerker van het café tegen me. „Af en toe komt er wel eens iemand van de gemeente langs. Interessant café hebben jullie hier, zeggen ze dan. Het wordt gedoogd.”
Ik bleef eten. Afghaan Mahmud Niazi maakte groentesoep. En rijst met bonen, bloemkool en friet. „Natuurlijk eten we ook bloemkool”, zei hij tegen me in de keuken. „We zijn eigenlijk hetzelfde, jij en ik.”

De illegale koks mochten met voor-en achternaam in de krant. Graag zelfs. Dat haalde de illegalen uit de anonimiteit. Het ging al zo lang goed. Zelfs gemeenteraadsleden kwamen er af en toe eten. SGP-fractievoorzitter Bas van der Vlies was wel eens geweest. Niets om geheimzinnig over te doen.
Een aantal maanden later werd ik gebeld door een collega. De vreemdelingenpolitie was samen met de Arbeidsinspectie het café binnengevallen. De drie koks die er werkten stonden op dat moment nog met borden in hun handen de gerechten uit te serveren, zo staat in het dossier. Ahmed Zouhr, Kui Li en Farid Amar werden meegenomen. Mahmud werkte die avond niet.

Volgens een medewerker van Averechts, het Utrechtse café dat onderdak bood aan Grenzeloos, tipte een medewerker van justitie na het lezen van het artikel de Vreemdelingendienst. Dat schijnt vaker te gebeuren, hoor ik later van een collega. Zodra het in de krant staat is het lastig voor de overheid om nog een oogje toe te knijpen. Gemakkelijk scoren, zoals de woordvoerder van het restaurant het omschrijft.

Hier had ik geen rekening mee gehouden. Oké, het restaurant vond het goed, maar had ik zelf niet voorzichtiger moeten zijn? Ik had getwijfeld, anders had ik niet expliciet gevraagd of ik de illegalen wel met naam en toenaam mocht noemen. Toch deed ik het. Ik ging ervan uit dat de organisatie die hun belangen behartigde, de risico’s beter kon inschatten dan ik.

En de krant, had die wel moeten publiceren? Deze vraag werd door niemand na het lezen van mijn stuk gesteld: de redactie ging ervan uit dat ik duidelijke afspraken had gemaakt met de initiatiefnemers van het restaurant. Pas nadat de koks waren opgepakt, ontstond er discussie.

Op het weblog van nrc.next verscheen vlak na de inval een stukje met de kop ‘Hoe schuldig zijn wij?’ De redactie schreef:
De auteur deed verslag van iets wat in Utrecht allang bekend was. Hij maakte zich, zoals wij dat altijd horen te doen, bekend als verslaggever. En hij vroeg de geïnterviewden naar hun naam, die ze gewoon gaven. Hadden we het stuk niet moeten plaatsen? Tsja, dan verzwijg je een maatschappelijk fenomeen.

Er kwamen niet al te veel reacties op het stuk. De reactie van een lezer bleef het langst hangen: „Schuld is wel een erg groot woord, verantwoordelijk zou ik eerder zeggen.”

Maar deze opmerking was wel gerechtvaardigd. Collega’s en vrienden zeiden dat ik niets verkeerd had gedaan: je hebt je toch aan de journalistieke regels gehouden? Zeker als zo’n organisatie het toelaat en er zo open en bloot mee adverteert. Dan hebben zij de risico’s niet goed ingeschat. Niet jij.

Toch knaagde er iets. Had ik mijn journalistieke taak wel goed uitgevoerd? Het ging niet eens zozeer over het wel of niet anonimiseren van de namen; dat had de inspectie vast niet tegengehouden de koks op te pakken. Het is gissen, maar misschien had vooral de toon van het stuk de inspectie gestoord. Jullie zijn niet bang dat we komen binnenvallen? We zullen jullie wel eens wat laten zien.

Was een stuk over de vraag waarom STIL onbeschermd illegalen met naam en toenaam op de website zet niet beter geweest? Of een verhaal over hoe de gemeente Utrecht projecten gedoogt waar illegalen aan het werk worden gezet?

Eigenlijk ben ik de zaak alweer bijna vergeten, als ik vier jaar later bericht krijg dat STIL en het restaurant terechtstaan in een beroepszaak voor de Utrechtse rechtbank. Beide werden eerder veroordeeld tot 24.000 euro boete door de Arbeidsinspectie, voor het in dienst nemen van de drie gearresteerde koks. De boete zou het einde betekenen van STIL, dat dit bedrag nooit kan betalen.

Ik nam contact op, voor een rechtbankverslag. Vlak voor de zitting kwam ik Margreet Jenezon tegen, van STIL. „Hoe is het nu met de koks?” vroeg ik.

Kui Li werd na 24 uur weer vrijgelaten. Hij woont met z’n vrouw in een huisje in de Utrechtse wijk Overvecht.
Farid Amar zat zes maanden in detentiecentrum Kamp Zeist. Hij zwerft nu over straat.
Ahmed Zouhr zat negen maanden in Kamp Zeist en overleed aan een hartaanval. Hij was heel mager toen ze hem een keer opzocht, vertelt Margreet Jenezon, „tussen zijn pols en zijn horlogebandje zaten centimeters ruimte”.

Het valt me zwaar. Ik krijg wel eens een mail na een stuk in de krant. Soms een bedankje. Er zijn wel eens Kamervragen gesteld. Maar daar bleef het altijd bij.

STIL neemt me niks kwalijk. Ze lijken ook niet echt aan zichzelf te twijfelen. De gemeente gedoogde het toch? Die harteloze Arbeidsinspectie. STIL doet zulk goed werk voor de mensen.

Na de zitting zie ik ineens buiten de rechtszaal Farid Amar staan, de illegale kok die zes maanden in Kamp Zeist zat.
Ik stel me voor. Onhandig. Dat ik degene ben van dat stuk. Maar hij hoort het niet, en begint meteen te vertellen. Over zijn tijd in Kamp Zeist.
„Guantanamo Bay 2”, noemt hij het. En dat we daar eens wat over zouden moeten schrijven.

——

De geschiedenis en juridische strijd van restaurant Grenzeloos
De rechter doet vandaag uitspraak in de beroepszaak die stichting STIL en café Averechts aanspanden tegen de Arbeidsinspectie. Beide organisaties werden door de inspectie veroordeeld tot ieder 24.000 euro voor het te werk stellen van drie illegalen in het café in de Utrechtse Vogelenbuurt. STIL en Averechts komen op voor de belangen van illegalen.

Café Averechts werd acht jaar lang op dinsdagen omgedoopt tot ‘restaurant Grenzeloos’ – met als doel illegalen en Nederlanders met elkaar in contact te brengen. Illegalen deden de boodschappen en kookten iets uit hun land van herkomst. Het project draait op subsidie van de gemeente.

De inspectie deed op 17 april 2007 een inval in het restaurant, waar op dat moment drie illegale koks aan het werk waren. Twee van de drie koks, Farid Amar en Ahmed Zouhr, werden naar detentiecentrum Kamp Zeist overgebracht, waar ze respectievelijk zes en negen maanden vastzaten. De derde kok, Kui Li, werd na 24 uur vrijgelaten, en kreeg een verblijfsvergunning op basis van het generaal pardon.

Een woordvoerder van de gemeente Utrecht liet eerder weten „garant te staan” voor de boetes, als STIL en café Averechts schuldig worden bevonden. „Anders valt de stichting om. En ze doen goed werk”, zo liet een woordvoerder in mei weten tegenover NRC Handelsblad.

Deze uitspraak zorgde voor ophef in de Utrechtse gemeenteraad. De Utrechtse VVD-fractie gaf aan „zeer verbaasd” te zijn dat de gemeente vooraf al zou hebben toegezegd de boetes te betalen. Het Utrechtse college heeft inmiddels aangegeven de uitspraak te willen afwachten alvorens verder te reageren.

    Rechter veroordeelt verkoop PCM aan Apax

    Volgens de rechter hebben bestuurders en commissarissen van PCM wanbeleid gepleegd door   opkoopfonds Apax binnen te halen .

    Door Jan Benjamin

    Amsterdam.  Dertien maanden heeft de Ondernemingskamer nodig gehad om te komen tot een oordeel in de zogenoemde wanbeleidzaak bij PCM Uitgevers. Er was inderdaad sprake van een „gebrek aan behoorlijk ondernemingsbestuur” in de periode Apax, aldus plaatsvervangend raadsheer Huub Willems van de Ondernemingskamer. Het Britse opkoopfonds Apax, dat van 2004 tot zomer 2007 meerderheidsaandeelhouder was van PCM, heeft het kranten- en boekenbedrijf weinig gebracht.

    Het oordeel van  de Ondernemingskamer, komt  laat. In dertien maanden is veel veranderd. PCM is PCM niet meer. Het bedrijf verkocht zijn educatieve boeken, werd overgenomen door het  BelgiDe Persgroep, nam zelf het AD over en stootte NRC Handelsblad en de algemene boeken af.

    De uitspraak  is desalniettemin van belang. In de eerste plaats voor de medewerkers van het voormalige PCM. Zij zien bevestigd wat zij al dachten en wat de onderzoekers van de Ondernemingskamer in januari 2008 al schreven. De entree, het beleid en de exit van Apax verdienen op zijn zachtst gezegd geen schoonheidsprijs. De strategie van basisverbreding – PCM moest uitbreiden in aanpalende sectoren om minder afhankelijk te zijn van advertenties – mislukte.  De financieringsconstructie waarmee Apax aantrad bij PCM, verzwakte het bedrijf dusdanig dat van overnames en verbreding niets terecht kwam. Educatieve uitgeverij Malmberg en boekenuitgever VBK gingen aan de neus van PCM voorbij. Daarna voerde PCM volgens Willems „een zigzagbeleid”.

    De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ), die samen met FNV Kiem de procedure bij de Ondernemingskamer aanspande, is opgetogen.  „De Ondernemingskamer bevestigt ondubbelzinnig het oordeel van de onderzoekers dat sprake was van wanbeleid”, aldus Bianca Rootsaert, secretaris dagbladen bij de NVJ.
    Nu Willems het verlenen van decharge aan raad van bestuur en raad van commissarissen in de jaren 2004 tot en met 2007 heeft vernietigd kunnen besluiten van de aandeelhoudersvergaderingen worden heroverwogen. Zo zou De Persgroep Nederland,  rechtsopvolger van PCM, kunnen besluiten om te proberen geld terug te krijgen van een aantal directieleden die vertrokken in de Apaxperiode. Bestuurders als Aan de Stegge en Alberdingk Thijm profiteerden van een aantrekkelijke managementparticipatieregeling. Aan de Stegge kreeg bij zijn vertrek 1,9 miljoen euro mee, Alberdingk Thijm bijna 1 miljoen euro. Advocaat Sprengers van NVJ en FNV Kiem zei vanochtend dat degenen die hebben geprofiteerd van de participatieregeling misschien niet in de eerste plaats juridisch maar zeker wel moreel verplicht zijn om na te denken of zij hun geld aan PCM moeten teruggeven.

    In de derde plaats is de uitspraak in de PCM-zaak van belang voor nieuwe investeerders in met name bedrijven met een publiek profiel als dagbladondernemingen. Zij moeten niet alleen kijken naar hun eigen belang maar het belang van de vennootschap minstens even zwaar laten wegen.

    Volgens Willems hadden de aandeelhoudende stichtingen van PCM, waaronder Stichting Democratie en Media, maar ook investeringsmaatschappij Apax moeten beseffen dat een managementparticipatieregeling veel kritiek zou geven binnen PCM. Willems noemt het verkeerd dat de regeling gekoppeld was aan de exitpremie van Apax in plaats van de resultaten van de onderneming. Zo was het belang van de directie niet direct het belang van het bedrijf. Dat Stichting Democratie en Media (SDM) Apax medio 2007 uitkocht voor een zeer hoge prijs (100 miljoen euro) en daardoor de premie voor participerende managers fors opjoeg, noemde Willems op zich geen reden voor wanbeleid.

    De Persgroep laat weten dat het de uitspraak van de Ondernemingskamer de komende dagen gaat bestuderen.  Ook Stichting Democratie en Media (SDM) geeft  nog geen inhoudelijke reactie. Secretaris Aad Stoop stelt wel dat de Ondernemingskamer de verantwoordelijkheid voor het beleid „terecht legt bij directie en raad van commissarissen en niet bij de stichtingen”.

    Bank gaat vooraf sparen voor faillissement

    Het stelsel dat spaarders beschermt gaat veranderen. Banken gaan sparen voor een garantiefonds. De Consumentenbond vreest dat de klant moet betalen.

    Door Heleen de Graaf
    Amsterdam. Het voorkwam grote paniek tijdens de bankencrisis, maar het voldoet niet meer. Het depositogarantiestelsel (DGS), het stelsel dat de spaarder beschermt, gaat op de schop.

    Nog voor het einde van het jaar komt het ministerie van Financiën met een voorstel voor een ander soort stelsel. De verandering zit in de wijze waarop het stelsel wordt gefinancierd. Banken krijgen nu de rekening in één keer achteraf als een rivaal failliet gaat, het ex-post systeem. In de toekomst gaan banken vooraf via jaarlijkse premiebetalingen ‘sparen’ om de kosten van een faillissement op te vangen, het zogeheten ex-ante systeem. Een aantal banken hoopt dat er ook een systeem komt waarbij er meer moet worden bijgedragen aan het fonds naarmate een bank meer risico neemt.

    Het is de bedoeling dat de consument hiervan weinig merkt. Nog steeds krijgt hij 100.000 euro aan spaargeld terug mocht zijn bank failliet gaan. Maar de Consumentenbond vreest dat de klant indirect toch gaat betalen. „Wij willen dat het systeem blijft zoals het is”, zegt Carel van Vredenburch, beleidsadviseur financiën bij de Consumentenbond. „Het is de vraag of en hoe de consument beter af is in een nieuw systeem. Wij vrezen dat banken de premie die zij gaan betalen doorberekenen via lagere spaartarieven.”

    Het ex-post DGS bestond lang zonder problemen. Er waren weinig banken die omvielen en als er een ging (Van der Hoop in 2005) functioneerde het DGS zoals het moest: de garantie dat het spaargeld tot een maximum bedrag werd terugbetaald voorkwam een bankrun. Met de financiële crisis veranderde alles. Het verdwijnen van Icesave en DSB kostte de Nederlandse banken miljoenen, zonder dat de omgevallen bank zelf een cent daaraan meebetaalde.

    In het nieuwe systeem gaan alle banken jaarlijks een bijdrage storten in een fonds, al naar gelang hun marktaandeel op de spaarmarkt. Dit fonds moet in 10 tot 15 jaar een omvang hebben van circa 3,65 miljard euro, zo’n 1 procent van de nu uitstaande spaargelden. Het bedrag lijkt weinig, maar moet voldoende zijn om het faillissement van een kleinere bank op te vangen. Als één van de grote banken omvalt voldoet het DGS sowieso niet omdat de kosten dan zo hoog zijn dat alle banken in problemen komen. Als een grotere bank failliet gaat moet of het oude systeem de schade opvangen of de overheid moet inspringen zoals eerder bij de reddingsacties van ABN Amro, ING of SNS Reaal.

    Het spaarfonds wordt beheerd door De Nederlandsche Bank die het zal beleggen in staatsobligaties die veilig worden geacht (Nederland en Duitsland) en die snel in contanten zijn om te zetten.

    Dat er een ander systeem moet komen, daar zijn de partijen het wel over eens. „De kredietcrisis heeft de risico’s van het huidige systeem laten zien”, zegt Bouke de Vries, hoofd financiële sector onderzoek bij Rabobank. „Ex-post heeft jarenlang goed gefunctioneerd, maar er zit een moral hazardrisico in.” Daarmee doelt hij op risicovol gedrag van banken die hoge rentes aanbieden omdat ze weten dat er – mocht het fout gaan – een stelsel is dat het spaargeld ophoest. Hetzelfde gedrag kan spaarders worden aangerekend. Zij hoeven zich tot een bedrag van 100.000 geen zorgen te maken en kunnen, zonder te kijken naar het risicoprofiel, hun geld bij de hoogste bieder wegzetten.
    Bij Rabobank, marktleider op de spaarmarkt, hopen ze dat de hoogte van de premie mede afhankelijk wordt van hoe risicovol een bank opereert en dat er wordt gekeken naar bijvoorbeeld de kapitaalspositie en kwaliteit van bezittingen.

    Het is de vraag of en hoe dit gaat gebeuren. „Ik ben zelf ook wel voor een spaarfonds”, zegt universitair docent economie Tsjalle van der Burg van de Universiteit Twente. „En als de risico’s van een bank op een redelijke wijze kunnen worden ingeschat – wat voor mij bepaald niet zeker is, want het inschatten van die risico’s is zeer moeilijk – dan mag de premie voor het spaarfonds van mij ook risico-afhankelijk zijn.”  Ook Van Vredenburch van de Consumentenbond ziet een probleem. „Is een bank die nu 5 procent rente biedt risicovoller dan de bank met 2 procent? En wat als de rente stijgt naar 8 of 9 procent. Is een bank die dan 10 procent biedt een risico? Het is lastig om zo onderscheid te maken.” De Consumentenbond ziet nadelen voor de consument. „Als een bank in problemen komt gaat de premie omhoog waardoor ze een minder hoge rente kunnen aanbieden. Hierdoor trekken ze weer minder geld aan. Het kan een sneeuwbaleffect veroorzaken.”

    Ondanks deze bezwaren komt het ex-ante DGS er. Het ministerie kijkt naar geen ander systeem, ook al omdat veel Europese landen eenzelfde soort DGS hebben. Binnen de Europese Unie wordt er gesproken over het opzetten van één DGS voor de hele EU, maar het is onduidelijk wanneer dit er komt. Brussel stelde deze week voor om tot die tijd nationale bankenfondsen in te stellen waarin via een bankheffing een potje wordt gemaakt om faillissementen ordentelijk af te handelen.

    Dat potje is niet bedoelt om de spaarders te vergoeden. Dat blijft voorlopig nationaal geregeld en blijft, omdat het Europees is afgesproken, ook staan op de som van 100.000 euro. De kans is klein dat dit de komende jaren wordt verlaagd omdat het onrust met zich mee zou brengen. Een verlaging van het bedrag – dat in Nederland voor de crisis op een kleine 40.000 euro stond – zou volgens De Vries van Rabo op den duur wel kunnen. Hij denkt aan 50.000 euro.

    Het plan van universitair docent Van der Burg gaat verder. Volgens hem zou er alleen volledige garantie moeten komen voor de eerste 10.000 euro. Voor het spaargeld tussen 10.000 en 100.000 euro zou een percentage gegarandeerd zijn van zeg 10 procent, zo nodig met garantie de overheid. Diezelfde overheid krijgt het recht om in een vroeg stadium bij een probleembank een ‘crisisregime’ instellen waardoor de bank een spaarder niet meer geld mag teruggeven  dan het gegarandeerde bedrag. Het crisisregime wordt opgeheven als de problemen zijn opgelost waarna de spaarder zijn hele inleg terugkrijgt.

    Van der Burg ziet een voordeel in dit  plan omdat de spaarder bij een faillissement het niet gegarandeerde deel van zijn inleg niet terugkrijgt. „Het  risico voor de spaarder is dan een stimulans om bij een betrouwbare bank te gaan sparen. Daardoor gaat er minder geld naar minder betrouwbare banken”, zegt hij.

    Balkenendes tongzoen

    Column door Christiaan Weijts

    Een opmerkelijke uitslag van de Stemwijzer: deelnemers aan die virtuele kiesquiz vinden één onderwerp veel belangrijker dan de AOW-leeftijd, de hypotheekrenteaftrek, de zorg of het onderwijs. 86 procent wil strengere straffen voor geweldsmisdrijven. Dat bleek maandag.

    Dinsdag riep CDA-lijsttrekker Balkenende op alle tv-zenders dat hij af wil van de taakstraffen. Strafdienstplicht, moet het gaan heten, en het papierprikken wordt opgerekt tot een compleet arrangement van nachtdetentie en heropvoeding.

    Nooit eerder honoreerde Balkenende een hartekreet uit het volk zo vlot. Nooit eerder stond hij er zo beroerd voor in de peilingen. Nooit eerder leek Balkenende, kortom, zozeer als twee druppels water op Rita Verdonk.
    Allebei hebben ze zich één doel gesteld: zich niet neerleggen bij hun persoonlijke teloorgang, en stug vastklampen aan hun glorietijd. Laatste hoorde ik het Rita weer op de radio zeggen:

    „Zeshonderdtwintigduizendvijfhonderdvijfenvijftig voorkeurstemmen.” Geen enkele dag is dat getal weggeweest uit haar gedachten, 620.555. Nu heeft ze nul zetels.

    Is het nodig, dat strafplan van Balkenende? Niet om duidelijk te maken dat het CDA met rechts in zee wil; dat wisten we al. Ook niet om criminaliteit aan te pakken. Dat taakstraffen juist goed werken, minder recidive opleveren en goedkoper zijn, wisten we ook al.

    Blijft over: puur populisme. Het volk vindt straffen altijd te laag, niet alleen omdat het volk overrompelend dom is, maar ook omdat het slecht is geïnformeerd. Zo was er een tijdlang ophef omdat verkrachters ‘er met een taakstraf vanaf kwamen’. Kijk je naar zulke zaken dan blijkt het veelal te gaan om jongeren die elkaar onvrijwillig tongzoenen, immers ook ‘het seksueel binnendringen van het lichaam’.

    Niettemin heeft minister Hirsch Ballin (CDA, Justitie) vorig jaar al besloten dat ernstige gewelds- en zedendelicten niet meer met louter een taakstraf gesanctioneerd kunnen worden.

    Balkenendes strafplan is een onvrijwillige tongzoen aan het adres van het stemvee. Jammer dat ons kiesstelsel het niet toelaat tégen iemand te stemmen. Dan werd Balkenende met afkeurstemmen uit de fractie verwijderd.

    Christiaan Weijts

      Pas op: Spanje valt bijna om

      De werkloosheid blijft dalen, prijzen en lonen zijn te hard gestegen

      Spanje kan de volgende dominosteen zijn die – na Griekenland – omvalt.
      Inmiddels heeft een op de vijf Spanjaarden geen werk. En dat wordt niet snel beter.

      Door Merijn de Waal

      Barcelona. Bijna elke werkdag gaat Beatriz Mera naar het filiaal van haar bank in het centrum van Barcelona. Met een map vol documenten meldt de Spaanse zich aan de balie. „Dan ga ik uitleg vragen, zeuren, klagen. Totdat ze me wegsturen”, zo vertelt Mera (30) in een bar om de hoek. „Ik heb nu eenmaal niet veel andere opties meer dan een lastpak te zijn.”

      Mera pakt haar map en spreidt de documenten en formulieren voor zich uit. Ze tonen hoe zij en haar partner zich tijdens de economische boom diep in de schulden staken. Naast twee hypotheken sloten ze ook een ‘verzekering’ af, die een risicovol financieel product bleek te zijn: de reden dat ze nu ruzie heeft met de bank. „Sinds anderhalf jaar moeten we maandelijks 2.000 euro aflossen. Dat geld hebben we gewoonweg niet. En de komende jaren ook niet.”

      Beatriz Mera’s zorgen zijn exemplarisch voor de hele Spaanse economie. De hoge particuliere schuldenlast – in totaal staan Spaanse consumenten voor 1.000 miljard euro rood – en de slechte arbeidsmarkt houden de terugkeer van de groei al twee jaar tegen. Deze week kwam de vierde economie van de eurozone hierdoor in beeld als de volgende dominosteen die – na Griekenland en eventueel Portugal – zou kunnen omvallen. Of de ongerustheid van de markten nu terecht is, of het gevolg van speculatie tegen de euro: ze dwingen het land economisch nog verder in het defensief.

      Vorige week kwam er meer slecht nieuws uit Madrid: de werkloosheid is opgelopen tot 20 procent. Spanje telt nu 4,6 miljoen werklozen (voor de crisis ruim 2 miljoen). De kansen om snel weer werk te vinden zijn beperkt. Zelfs volgens de meest optimistische prognoses daalt de werkloosheid de komende jaren hooguit een paar procentpunt.

      Diepere oorzaak is een structureel verlies aan concurrentiekracht sinds invoering van de euro. Prijzen en lonen zijn te hard gestegen, terwijl de productiviteit niet evenredig toenam. Economen als Paul Krugman hebben het land daarom geadviseerd de lonen met 10 procent te laten dalen en zo snel weer concurrerend te worden.

      Maar al komt Spanje door de Griekse schuldencrisis nu steeds verder in de problemen, het maatschappelijke draagvlak of de politieke ruimte voor zo’n forse ingreep is er nog lang niet.

      „De suggestie van Krugman had kunnen worden opgevolgd, als we in de negentiende eeuw hadden geleefd of als Spanje een Aziatisch land was geweest”, zegt Angel Laborda, analist van de vooraanstaande denktank Funcas en economisch columnist van de krant El País. „Maar ons systeem heeft die flexibiliteit nu eenmaal niet.”

      Wel heeft de crisis bij de regering het inzicht doen ontstaan dat een hervorming van de arbeidsmarkt hard nodig is. Maatregelen zijn nodig om een eventueel herstel aan te moedigen, maar vooral om een soortgelijk massaal banenverlies bij een volgende crisis te voorkomen. Economen zijn redelijk eensgezind dat hiertoe vooral het uitzonderlijk hoge aantal tijdelijke contracten moet worden aangepakt.

      Vooral jongeren kwamen de afgelopen jaren moeilijk aan een vaste baan. Zij zijn dan ook massaal op straat komen te staan: van de Spanjaarden tot 25 jaar is ruim 43 procent werkloos.

      Een van de hervormingsvoorstellen die nu circuleren is om een contractvorm te stimuleren met een soberdere ontslagregeling. Vooralsnog stuit dit op verzet van de vakbonden. De ‘sociale dialoog’ die zij voeren met regering en werkgevers had eigenlijk eind deze maand een pact moet opleveren, maar dat doel zal niet gehaald worden. Dat is een tegenslag voor de regering van premier Zapatero. Hij zou een akkoord zeer goed kunnen gebruiken als bewijs voor de nerveuze internationale geldmarkten dat Spanje de crisis voortvarend aanpakt.

      De druk van buiten op Spanje lijkt daarmee groter dan die van de door de crisis getroffen jongeren zelf. Zo zijn er genoeg te vinden die een paar maanden in de WW verwelkomen als een fijne afwisseling. „Ik vind het niet zo erg, die tijdelijk contracten. Ze leveren je nog eens lange vakantie op”, grapt de 25-jarige Lena, die ’s middags met wat vrienden op straat een biertje drinkt in de oude visserswijk van Barcelona.
      „En als je werkelijk werk nodig hebt, is er echt wel wat te vinden”, vindt haar vriend Israel, die uit Colombia komt. „Het probleem is alleen dat veel Spanjaarden hun neus ervoor ophalen. Niemand hoeft hier om te komen van de honger.”

      Bovendien kunnen veel werklozen terugvallen op het zogenoemde ‘familiematras’. Deze steun van ouders en andere familieleden haalt vooral voor veel jonge Spanjaarden de scherpste randjes van de crisis. Zo weet Beatriz Mera met steun van haar ouders en schoonouders alle bankschulden vooralsnog af te betalen. „Ze schoten al voor dertigduizend euro bij.”

      In deze tijden van crisis kan solidariteit dan ook beter binnen de familie worden geregeld dan binnen de maatschappij, zegt Mera. Zij ziet het nut niet in van een goedkoper ontslag voor vaste werknemers ten gunste van jonge werknemers. „Dan verliezen alleen maar meer mensen hun baan. En mensen van vijftig, zestig komen nooit meer aan het werk. Terwijl zij misschien wel een gezin moeten onderhouden.”
      Veel werklozen kunnen terugvallen op het zogenoemde ‘familiematras’

      Je wilt een vast contract

      • Economen zijn redelijk eensgezind dat het uitzonderlijk hoge aantal tijdelijke contracten moet worden aangepakt in Spanje.
      • Met 30 procent van de bevolking zonder vast dienstverband is het land de Europees kampioen in tijdelijk werk.
      • Dit is mede het gevolg van de angst die veel Spaanse werkgevers hebben om contracten voor onbetaalde tijd af te sluiten.
      • Die angst heeft te maken met het feit dat vaste werknemers zo goed beschermd zijn, dat ze alleen na een lange rechtszaak en met hoge kosten ontslagen kunnen worden.
      • Spanje telt momenteel 4,6 miljoen werklozen. En van de mensen tot 25 jaar is nu ruim 43 procent werkloos.

      De werkwijze van horecabaas Sjoerd Kooistra is en blijft simpel

      Hij maakt een concept, verpacht het, draait zich om en bemoeit zich er niet meer mee. Zegt hij.

      Brouwerijen en andere toeleveranciers zeggen nog geld van hem te krijgen.
      Volgens hen goochelt Sjoerd Kooistra met vennootschappen.

      Door Tom Kreling

      Amsterdam. Brouwerij Heineken eiste geld van hem en heeft onlangs een paar zaken in Amsterdam ontruimd. Brouwerij InBev meent nog geld tegoed te hebben en heeft een dagvaarding gestuurd. En koffieleverancier Smit & Dorlas vroeg zijn faillissement aan omdat hij zijn rekeningen niet zou hebben betaald.

      „Ik heb het maar even over me heen laten komen de afgelopen weken. Maar nu is het mijn beurt”, zegt horecaondernemer Sjoerd Kooistra.

      Leuk? Nee, zo wil hij juridische procedures niet noemen.

      Maar een hekel heeft Kooistra er ook niet aan. Dus heeft hij naar eigen zeggen „alle laden losgetrokken” om te kijken wat voor contracten er allemaal nog lagen met Heineken. „En toen heb ik gekeken wat ik allemaal nog van Heineken te vorderen heb. Ik krijg meer van hen dan andersom.” Gisteren zijn de dagvaardingen naar brouwerij Heineken opgestuurd.

      En het conflict met InBev? „Dat is gewoon allemaal keurig betaald.” Net als de koffieleverancier? „Dat is ook geregeld. Allemaal misverstanden.”

      De afgelopen jaren was het stil rond Sjoerd Kooistra. Soms was hij even in het nieuws. Hij kocht in de ene plaats kroegen. Verkocht er wat in een andere plaats. Stapte van de ene brouwerij over naar de andere brouwerij omdat hij er goedkoper uit was.
      In 2004 raakte de ondernemer in opspraak nadat veel van zijn zaken in Amsterdam, zoals het bekende restaurant de Oesterbar, failliet waren gegaan.

      De gemeente Amsterdam stelde een onderzoek in. Aan de onderzoekers legde de Groningse ondernemer toen in één zin zijn werkwijze uit. „Ik maak een concept, dat verpacht ik, ik draai me om en bemoei me er niet meer mee.”

      De gemeente concludeerde na onderzoek dat er een vast patroon was bij de faillissementen van Kooistra’s zaken. Feitelijk voerde hij de regie over de zaken die hij verpachtte en die failliet gingen, stond in het rapport. Volgens de gemeente waren alle kenmerken van faillissementsfraude aanwezig. De pachters betaalden wel altijd de hoge pachtsom aan Kooistra, maar anderen, zoals leveranciers, UWV en de fiscus, kregen hun geld niet.

      Kooistra hield vol dat hij nergens van wist. Ja, pachters van hem gingen failliet. Dat kon gebeuren, maar daar had hij toch niets mee te maken? Ja, hij vangt van bijna alle pachters 30 procent van de omzet. En ja, sommige pachters pachtten direct na een faillissement met een nieuwe vennootschap opnieuw een horecazaak bij hem. Mocht hij mensen geen tweede kans geven? Het Openbaar Ministerie stelde vervolgens ook een onderzoek in naar de werkwijze van Kooistra. Ze keken of er sprake was van faillissementsfraude. Uiteindelijk werd Kooistra niet vervolgd wegens gebrek aan bewijs.

      Nog steeds zegt Kooistra dat zijn werkwijze heel eenvoudig en ongewijzigd is, al meer dan 25 jaar. Hij richt een zaak en verpacht die. Klinkt simpel, maar volgens schuldeisers zoals Heineken goochelt Kooistra met allerlei vennootschappen waardoor niet meer duidelijk is wie waar voor verantwoordelijk is. De brouwerij huurt panden van Kooistra en verhuurt die vervolgens weer door aan de pachters van Kooistra. Heineken zegt nog miljoenen aan achterstallige huur tegoed te hebben. Kooistra zegt dat hij daar niets mee te maken heeft. Ze moeten bij de pachters zijn.

      Bij Heineken geloven ze het inmiddels wel. De woordvoerder heeft geen zin om op alle vorderingen in te gaan die Kooistra zelf meent te hebben. De vennootschappen van de pachters waarvan Kooistra zegt dat hij er juridisch niets mee te maken heeft, behoren voor Heineken gewoon tot het „netwerk-Kooistra”. Vaak gaat het om pachters met wie Kooistra al jaren werkt. Van sommige vennootschappen is zijn nichtje directeur. En soms is Kooistra zelf in het verleden directeur geweest van een van de vennootschappen.

      De woordvoerder van Heineken zegt dat „Kooistra met zijn netwerk gewoon de huur moet betalen”. Volgens Heineken is Kooistra bezig met het „opwerpen van mist, aanhalen van irrelevante zaken en het initiëren van een onoverzichtelijke hoeveelheid vennootschappen”. Maar één ding is volgens de woordvoerder duidelijk: „Er moet gewoon worden betaald. Wij gaan door tot we de centen hebben waar we, ook volgens de rechter, recht op hebben.” Brouwerij Heineken heeft vorige week maar vast beslag gelegd op de inventaris van drie huizen van Kooistra.

      Maar nu heeft Kooistra, zoals hij het zelf zegt, nog wat „oude vorderingen” opgediept. „Huur die ik nog krijg en een bonuskorting voor de afgenomen hoeveelheid bier. Dat komt wel een keer, dacht ik altijd, maar nu zij met juridische procedures beginnen, is het tijd om af te rekenen.” In totaal meent Kooistra nog meer dan 8 miljoen euro van Heineken te krijgen.

      Of de brouwer en Kooistra na al deze juridische gevechten nog verder zaken zullen doen? Geen probleem, zegt Kooistra. „En we moeten wel. We zijn tot elkaar veroordeeld. En ik ben ook helemaal niet boos op ze, hoor.” De woordvoerder van Heineken wil er weinig over zeggen. „Als ze een bestelling betalen, leveren we.”

      De ‘eigen waarheid’ van Maria Mosterd

      Journalist: verhaal over loverboy is verzonnen
      Maria Mosterd was vier lang in de greep van loverboys. Ze schreef er twee boeken over.
      Journalist Hendrik Jan Korterink gelooft het niet en schreef daar een boek over.

      Rotterdam. Samen verschenen Maria Mosterd en haar moeder op televisie, ze gaven interviews aan radio en kranten en ontmoetten politici en hulpverleners. Overal spraken ze over de loverboyproblematiek.

      Maria vertelde hoe ze vier jaar in de greep was van loverboys. Ze werd mishandeld, verkracht en moest zich prostitueren. Ze schreef hierover Echte mannen eten geen kaas (2008). Het boek werd een bestseller, er werden 250.000 exemplaren verkocht. Er kwam een vervolg: Bindi. Haar moeder Lucie publiceerde: Ik stond laatst voor een poppenkraam. En er zijn plannen voor een film over Maria.
      Weinig journalisten stelden kritische vragen. Maar in reacties op internet uitten sommige lezers hun ongeloof. Klopte het wel, wat Maria Mosterd schreef?

      Ook journalist Hendrik Jan Korterink zat het niet lekker. Hij ging op onderzoek uit. In mei ligt zijn tegen-boek Echte mannen eten wél kaas (uitgeverij Nieuw Amsterdam) in de boekhandel. Het boek is een reconstructie, vertelt Korterink. „Het bevat het ware verhaal van Maria en haar ‘loverboy’.” Hij wil niet te veel verklappen. Maar de auteur vertelt wel dat hij als eerste Manou heeft gesproken, de pooier in het boek van Maria. „Manou is geen loverboy. ”

      Toen Korterink over Mosterd hoorde, dacht hij meteen: dit klopt niet. „Het is onwaarschijnlijk dat, zoals Mosterd schrijft, een twaalfjarige die in Zwolle woont, vier jaar in alle openheid in Rotterdam in de prostitutie heeft kunnen werken, om dan na schooltijd in Zwolle te staan.”

      Na het lezen van het boek wist de journalist het zeker: dit is verzonnen. Zo noemt hij de scène waarin een jongen wordt gemarteld met een emmer met daarin een rat die verhit wordt op zijn buik. „Dat is echter onuitvoerbaar.” En dit kwam ook voor in de film 2 fast 2 furious uit 2003.

      Wat voor Korterinks stelling pleit, is dat de rechter vorig jaar een klacht van Maria en haar moeder heeft afgewezen. De Zwolse scholengemeenschap Thorbecke zou niet hebben opgetreden tegen het verzuim van Mosterd. Tijdens het proces legde de school echter een administratie over waaruit bleek dat Mosterd nauwelijks afwezig was zonder een briefje van haar moeder. Maria trok vervolgens haar verklaring in dat loverboy Manou haar vanaf haar eerste schooldag uit de klas zou hebben gehaald.

      „Het gaat hier om het relaas van een slachtoffer”, reageert uitgever Chris ten Kate van Van Gennep. „Het is haar subjectieve waarheid. Maar op basis van Maria’s boek kan geen aangifte gedaan worden tegen Manou.”

      Stapels manuscripten krijgt hij binnen, zegt hij, „met zogenaamde waargebeurde verhalen die verzonnen blijken te zijn”. Maar zo’n verhaal is dit niet. „Het manuscript is onder onze aandacht gebracht door hulpverleners van de Hoenderloogroep. Zij behandelden Maria al een paar jaar. Volgens hen is dit nog maar het topje van de ijsberg. Er zijn haar nog veel ergere dingen overkomen die níet in het boek staan.”

      Maar als het boek Maria’s ‘persoonlijke waarheid’ is, had dat dan niet op haar boek moeten staan? Dat vindt Ten Kate niet. „Het is heel duidelijk dat het om het relaas van één iemand gaat. Het boek geeft inzicht in de psychologie van een slachtoffer. Ook als er dingen niet blijken te kloppen, blijft dat overeind. ”

      Hendrik-Jan Korterink sprak zowel met Maria als met Lucie Mosterd. Maria heeft hij naar eigen zeggen „niet keihard geconfronteerd” met haar vermeende onwaarheden. „Het is niet mijn bedoeling haar de grond in te trappen.”

      Maria Mosterd was gisteren niet bereikbaar voor commentaar. Uitgever Ten Kate laat weten dat zij niet wil reageren zolang het boek van Korterink niet is verschenen. Op haar weblog schrijft ze: „Ik krijg ook veel te horen over die school, en over dat ik dus heb gelogen, wat ik best kan begrijpen, als je alle dingen leest en hoort van bepaalde journalisten of kranten, gelukkig zijn er ook nog mensen die iets verder kijken dan dat.”

      Hoe kan het dat er eerder zo weinig getwijfeld is aan het waarheidsgehalte van Maria Mosterds verhaal? Mediasocioloog Peter Vasterman, universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam: „Het fenomeen loverboy kwam tien jaar geleden in het nieuws. Je hoorde steeds meer verhalen over donkere mannen die jonge meiden de prostitutie introkken. En er groeide zo een enorme bezorgdheid. Vervolgens kwam Maria Mosterd met een huiveringwekkend verhaal.” Het was de bevestiging van wat veel mensen dachten: ‘Al die loverboys, en zie je wel, hier is het bewijs’.

      Vasterman was zelf ook niet overtuigd van het boek van Mosterd. „Ik had mijn bedenkingen. In het verleden zijn vaker misbruikverhalen opgedoken die later niet bleken te kloppen.” Overigens beweert Korterink niet en denkt ook Vasterman niet dat Maria Mosterd alles heeft verzonnen. „Er zullen wel echt ernstige dingen zijn gebeurd.”

        Haal winst uit de ramp

        Hoe kunnen we de wereld gezamenlijk beter maken?

        Door Emma Bruns

        12 februari 2008 stond ik in de bittere kou op een dor grasveld midden in Delaware, Amerika. Samen met 25.000 anderen luisterde ik naar de toespraak van een man die de toekomst van de Verenigde Staten drastisch wilde veranderen. Halverwege deed hij een oproep; of we allemaal het nummer wilden bellen dat op een klein papiertje stond dat we bij aankomst hadden gekregen: het telefoonnummer van iemand die ooit op de Democraten had gestemd. Met 24.999 anderen belde ik toen een wildvreemde op om te vragen of die 4 november ook op Obama wilde stemmen. In vijf minuten verdubbelden wij het bereik van Obama’s verhaal. Nooit eerder voelde ik zo sterk dat vele kleine stappen een verandering teweeg kunnen brengen.

        Terug in Nederland ging het leven verder. De euforie om Obama werd beperkt tot een mooi verhaal in de kroeg, de sleur van alledag nestelde zich tevreden. Verandering? Dat was iets voor pioniers en Superman.

        Zo genoot ik een paar maanden later op een terras onder een gloeiende warmtelamp van een kopje koffie. Tot een jongen met een rood regenjack en een bijbehorende schrijfmap me aansprak. Of liever, hij stond als een betweterige wereldverbeteraar op me neer te kijken. Met een vermanende blik en een onrustig klikkende biobalpen vroeg hij of ik wel wist hoeveel energie zo’n terraslamp kostte? En of het niet eens hoog tijd was lid te worden van Greenpeace? Voor slechts vijf euro per maand hielp ik een ijsbeer de winter door. Waarom zou ik? Stoppen met roken viel nog te overwegen. Maar de wereld, dat was toch niet mijn probleem?

        Wereldproblemen zijn als verschrikkelijk vervelende wiskundesommen. Ze zijn abstract, langdradig en de oplossing levert ons persoonlijk weinig op. Gelukkig raken rampen ons wél. Het tastbare leed van de hulpeloze Haïtiaan knaagt aan ieders geweten. De beelden van onschuldige mensen, gehuld in het stof van hun eigen ruïne, sleurt het geld haast van onze rekeningen. Als je wegkwijnt van de honger kan je maar beter hopen op een allesverwoestende aardbeving – die komt tenminste op tv.

        Maar hoe zit het met de talloze slachtoffers van onzichtbare rampen, zoals de opwarming van de aarde en de voedselschaarste? Is hun ramp niet catchy genoeg? Te lang voor het Journaal-in-zestig-seconden? Of hebben wij eigenlijk niet zoveel belang bij het oplossen van dit probleem?

        Gedragsverandering en goede voornemens zijn gedoemd te mislukken: wel eens geprobeerd te stoppen met roken? Af te vallen? Niet meer door rood te fietsen? Toch zijn er twee factoren die de kans van slagen aanzienlijk vergroten: directe persoonlijke winst en peer pressure. Als ik nu stop met roken, bespaar ik direct 120 euro per maand. Als mijn hele vriendengroep stopt, controleren we elkaar.

        Helaas is de strijd tegen de opwarming van de aarde minder gemakkelijk. Behalve dat de feiten meer dan eens op losse schroeven staan, lijkt de aankoop van een spaarlamp een druppel op de gloeiende plaat. En we krijgen er alleen maar sfeerverlagend licht voor terug. Je moet wel een echte calvinistische, geitenwollen idealist zijn om je gedrag in dienst te stellen van de wereldproblematiek.

        Het klimaat is een typisch slachtoffer van de zogenaamde ‘gedeelde verantwoordelijkheid’. Als jij en ik morgen afspreken een kopje koffie te gaan drinken, zullen we elkaar hoogstwaarschijnlijk morgen treffen. Maar maken we dezelfde afspraak met alle lezers van nrc.next, kom je dan ook? Verantwoordelijkheidsgevoel is omgekeerd evenredig aan de grootte van de groep waarmee deze verantwoordelijkheid wordt gedeeld. Als de rest van de wereld blijft vliegen en vervuilen, waarom zou jij er dan mee stoppen?

        De kenmerken van de opwarming van de aarde verschillen natuurlijk wezenlijk van die van de aardbeving in Haïti. De klimaatcrisis is gebaseerd op abstracte modellen en de effecten van ons schadelijke gedrag zijn pas over vele jaren zichtbaar. De beelden van kermende aardbevingsslachtoffers daarentegen waren concreet en acuut meelijwekkend. Binnen enkele dagen stroomde giro 555 over. Uitstervende pinguïns kunnen daarvan slechts dromen. Het probleem is bekend en de analyses zijn gemaakt, maar waar ligt de oplossing?

        Nieuwe media als Facebook en Twitter spelen een belangrijke rol bij het behalen van persoonlijke winst. Internet brengt de idealen van gelijkgestemden wereldwijd bij elkaar. Zonder dat onze ouders het zien staan wij op de digitale Dam. Daar protesteren we en motiveren we onze contacts. Er wordt steeds vaker gesproken over de ‘Netwerkrevolutie’. We delen foto’s en documentaires. We houden elkaar voortdurend op de hoogte van wat we doen, denken en durven. Maar als je ziet dat 5.000 anderen met de fiets naar hun werk gaan, zou jij dat dan ook doen? Een aantal problemen is te abstract en de persoonlijke winst is te gering.

        Hoe wordt een wereldprobleem dan mijn probleem? Ten eerste: laten we abstracte modellen concreet maken. Breng mij via Facebook met een Global Buddy System in contact met een jongere uit Brazilië die zijn bossen ziet verdwijnen. Als ik dan een spaarlamp koop, weet ik tenminste voor wie. Verbind een 44-jarige tomatenkweker uit Pijnacker met een mangoboer in Burkina Faso. Al worden maar twee ideeën per jaar uitgewisseld, een wereldprobleem gaat om de mensen.

        Ten tweede kunnen we de persoonlijke winst verhogen door ons gedrag te koppelen aan de gevolgen voor anderen. Een bonus op mijn studiefinanciering als ik met fietsvakantie ga naar de Veluwe in plaats van een weekend winkelen in Londen. Een wedstrijd tussen gemeentes waarbij de meest duurzame kan rekenen op een groot feest. Subsidies op duurzame broccoli en basterdsuiker, zodat ik aan het einde van de maand nog steeds voor het groene product kies.

        Het Obama-verkiezingsbord hangt nog altijd voor mijn raam. Het staat voor verandering. Superman bestaat misschien niet echt, maar de pioniers zijn er wel. Elke keuze en elke handeling van vandaag bepaalt onze wereld van morgen. Wil jij na je 67ste nog gaan backpacken in de regenwouden van Brazilië? Wil je zusje graag nog eens de Elfstedentocht rijden? Ben je een kasplant onder een terraslamp of een pionier op het podium? Ik hoor het graag. Bij een kopje koffie.