nrc next

Berichten door nrc next


Na plasma, LCD en HD is er nu 3D-televisie

De projectie werkt hetzelfde als in de bioscoop: met gepolariseerd licht of met knipperende brillenglazen


Vanaf volgende maand komen ze op de markt: 3D-televisies.
Hoofdpijn krijg je vooral van de extreme effecten.

Door Michiel van Nieuwstadt
Delft. Liggend op de buik, met je neus langs de rand van de hardloopbaan, kijk je omhoog. De machtige benen van Usain Bolt razen voorbij. De bovenste ringen van het Berlijnse Olympiastadion torenen tijdens zijn wereldrecordrace ver boven hem uit. Een sportwedstrijd op 3D-televisie kan spectaculair zijn, mits je dicht op het scherm zit.

Als het aan de tv- en filmmakers ligt, dan ontgroeit het driedimensionale beeld dit jaar definitief de pretparken. Elektronicafabrikanten als Samsung, LG en Sony brengen vanaf volgende maand tv’s op de markt waar je met een speciale 3D-bril naar kunt kijken. Televisiemakers liften mee op het succes van bioscoopfilms als Avatar en UP.

In essentie werken de meeste 3D-televisies hetzelfde als 3D-films in de meeste bioscopen. De kijker wordt gefopt doordat het linkeroog nét een ander beeld krijgt voorgeschoteld dan het rechter. In het echt kijken onze beide ogen ietsje schuin tegen de dingen aan. Daarom verspringt je vinger voor je ogen als je één oog dichtknijpt. Met twee ogen open brengt je brein het beeld van links en rechts samen zodat we diepte kunnen zien, afstanden schatten en bepalen hoe groot dingen zijn.

Film is een snelle reeks plaatjes en voor een 3D-film heb je twee sequenties nodig: één voor het linker- en één voor het rechteroog. Die filmpjes worden allebei op het tv- of bioscoopscherm geprojecteerd. Er bestaan veel verschillende technieken om in 3D te kunnen zien. Een veelgebruikte bij televisie is die met een bril met glazen die links en rechts om de beurt dichtklappen.

Een infraroodsignaal zorgt ervoor dat deze sluiterbril (shutter glasses) voor het linker- of rechteroog juist op tijd opengaan om het daarvoor bestemde beeld op te vangen. Als het beeld voor het andere oog arriveert zit de sluiter weer dicht. Door dat vijftig keer per seconde te doen ontstaat een geloofwaardige 3D-ervaring.

Niet alle bioscopen of televisietoestellen gebruiken een sluiterbril. Er zijn er ook die werken met gepolariseerd licht. Licht is een elektromagnetisch veld dat in alle richtingen door de ruimte beweegt. In gepolariseerd licht, dat in de natuur bijvoorbeeld ontstaat als zonlicht op het water kaatst, trillen die velden alleen horizontaal of juist verticaal. Met het juiste filter kun je licht met een bepaalde polarisatie tegenhouden. Een polarisatiebril met twee verschillende glazen laat op het rechteroog de ene trillingsrichting door en op het linkeroog de andere.

De polarisatietechniek is populair in de bioscoop (bijvoorbeeld de IMAX 3D-zalen van Pathé), maar minder op tv-toestellen. Samsung, LG en Sony werken met sluiterbrillen. „Bij de polarisatiebrillen moet je je hoofd recht houden om het effect goed te kunnen zien”, zegt productmanager Wim van der Meide van Samsung Electronics.

3D-televisie kijken kan in principe ook zonder bril. Philips heeft een systeem ontwikkeld met lenzen die de beelden van een onderliggend lcd-scherm zo projecteren dat een 3D-illusie ontstaat. Zo’n effect zit ook op flippo’s en driedimensionale prentbriefkaarten. Iets meer dan een jaar geleden maakte Philips bekend dat dit systeem voorlopig niet op de markt zal komen. Het Nijmeegse bedrijfje Zero Creative ziet wél mogelijkheden voor deze brilloze 3D-technologie. „Philips heeft ingeschat dat het voorlopig niet zou gaan lukken om heel grote aantallen van deze schermen te gaan verkopen”, zegt directeur Jean-Pierre van Maasakker van Zero Creative. „Daar komt bij dat de content, bruikbaar film- en televisiemateriaal, apart ontwikkeld moest worden. Dat was een bottle neck.”

Van Maasakker mikt op musea en bedrijven die hun producten met deze speciale beeldschermen willen promoten. „Voor het Allard Pierson Museum hebben we een faraohoofd en een Griekse amfoor in 3D geprojecteerd”, zegt hij. „Het echte hoofd zat in een vitrine daarachter. Bezoekers konden om de koppen heenlopen en het 3D-beeld laten samensmelten met het museumstuk. Mensen waren erg enthousiast.”

Het lijkt er niet op dat de thuiskijker overspoeld zal worden met 3D-films van het kaliber Avatar. Tegenover Wall Street Journal verklaarde regisseur James Cameron vorige week dat er in Amerika ergens in november een 3D Blu-ray versie van Avatar in de winkel ligt. Filmdistributeur Fox spreekt dat tegen. Woordvoerder Hans den Heijer laat weten dat Sony van plan is om op het WK-voetbal, komende zomer in Zuid-Afrika, 25 wedstrijden in 3D op te nemen. „Maar die wedstrijden komen niet op tv”, erkent hij. „Wel willen we de beelden deze zomer vertonen voor promotionele doeleinden.”

De 3D-televisies kunnen wel alvast gebruikt worden om 3D-games op te spelen. Playstation 3 belooft voor dit jaar een update en een bril, waarna alle spellen in 3D gespeeld kunnen worden. Van Avatar verscheen eind vorig jaar al de driedimensionale game voor verschillende platforms. Wie geen 3D-televisie heeft, ziet het spel in slechts twee dimensies.

Vooruitlopend op de komst van meer films en uitzendingen die met twee camera’s zijn opgenomen, worden televisies uitgerust met software die tweedimensionale beelden bewerkt tot nep-3D. De 3D-illusie wordt gewekt door de onderkant van het beeld wat naar voren te schuiven. De software vertraagt voorwerpen op de achtergrond een beetje, waardoor ze langzamer bewegen dan voorwerpen dichtbij. Het zou allemaal net echt moeten lijken, maar een 3D-voetbalwedstrijd in de Engelse Premier League overtuigt niet. Het voetbalveld krijgt wat diepte, maar toch vooral de diepte van een kijkdoos.

Wie een voorproefje wil van 3D-televisie op een gewone beeldbuis: 3 maart wordt het Buma Harpen Gala (uitreiking van onder meer de prijs voor het Beste Nederlandse Lied) in 3D uitgezonden op themakanaal Sterren.nl (bij de TROS in 2D). Benodigdheden: een klassiek rood-groen brilletje, dat de AKO dezer dagen bij aankoop van een tijdschrift weggeeft.

Hoofdpijn komt hierdoor
Een avondje 3D-film kijken, kan hoofdpijn opleveren. Tijdens de film of de volgende ochtend. Dat is niet zo gek, meent UvA-hoogleraar Victor Lamme. „Mensen kunnen in stereo zien doordat onze ogen iets uit elkaar staan”, zegt hij. „Filmmakers bootsen dat effect na door een film met twee camera’s op te nemen. Die staan in principe net zo ver uit elkaar als onze ogen.
Maar de ogen van de één staan verder uit elkaar dan de ogen van de ander. 3D-filmmakers nemen een gemiddelde en dat is niet voor iedereen optimaal. Ik kan me voorstellen dat je daar een beetje hoofdpijn van krijgt, zoals je ook hoofdpijn kunt krijgen van een nieuwe bril. Of als je een tijd lang scheel moet kijken.”
Volgens productmanager Wim van der Meide van Samsung Electronics treedt de hoofdpijn vooral op als filmmakers extreme effecten gebruiken waarbij dingen ver uit het scherm lijken te komen, tot vlak voor de neus van de kijker. „Als je dat soort effecten tot een minimum beperkt, dan valt het met de hoofdpijn wel mee”, zegt hij. Lamme, hoogleraar cognitieve neurowetenschap aan de UvA in Amsterdam, kan zich daar wel iets bij voorstellen:
„Als je je vinger vlak voor je ogen houdt, dan merk je dat je het rechter- en het linkeroog wat naar binnen draaien om het goed te kunnen zien. Als een object in een driedimensionale film vlak voor je neus wordt geprojecteerd, dan ben je ook geneigd om je ogen te draaien, maar in werkelijkheid bevindt het beeld zich natuurlijk nog steeds op het filmdoek.
De hoofdpijn is „niks ernstigs”, denkt Lamme, maar een eenvoudige oplossing ziet hij niet. „In theorie kun je het 3D-filmmateriaal afstemmen op een ieders ogen, maar in de praktijk is dat veel te bewerkelijk.”

    Solliciteren heeft geen zin

    Marokkaanse Nederlanders werden geweerd uit de AH to go

    Door Hanina Ajarai en Sander Voormolen

    Den Haag.  Marokkaanse Nederlanders liggen niet makkelijk op de arbeidsmarkt.
    Zelden is dat zo expliciet gemaakt als in het geval van AH to go: ‘Geen Marrokanen!’
    Meestal staat het niet zwart op wit. Dat Marokkanen niet welkom zijn als werknemers.
    Maar dit keer wel: „Geen Marrokanen” (inclusief spelfout), stond in een overzicht van de vacatures van AH to go-winkels bij drie filialen vermeld.
    Als een Marokkaanse Nederlander afgewezen wordt bij een sollicitatie ligt het niet voor de hand meteen aan discriminatie te denken. Als daar al sprake van zou zijn, is daar meestal niet meer bewijs voor dan een vaag gevoel van de sollicitant. Nu stond het er heel duidelijk. Dat in zo’n harde en korte boodschap ook nog een spelfout wordt gemaakt, moet voor wie het betreft als een pijnlijke trap na voelen.
    Zoals de medewerker van een van de filialen, die het bericht zag en besloot er werk van te maken. „Ik dacht echt; dit kan toch niet.” De medewerker wil niet met zijn naam in de krant, omdat hij nog bij het bedrijf werkt en hij bang is problemen te krijgen. Zijn gegevens zijn wel bij de redactie bekend. Hij rapporteerde het geval aan het Bureau Discriminatiezaken.
    Dit is wat er gebeurd is.
    Het bedrijf Servex, exploitant van de AH to go’s op stations en een volle dochter van de Nederlandse Spoorwegen, stuurde 4 juni een vacatureoverzicht rond naar alle 33 vestigingen om te controleren of de vermeldingen daarop nog actueel waren. Bij drie vestigingen, station Den Haag Centraal, station Lelylaan in Amsterdam, en Amsterdam Centraal Station Westtunnel, stond expliciet vermeld dat zij geen kandidaten van Marokkaanse afkomst wilden aannemen.
    De bedrijfsleider van de Haagse vestiging stuurt dezelfde dag nog het overzicht terug aan het hoofdkantoor van Servex met een bevestiging van de eisen waar de sollicitanten volgens het filiaal aan moeten voldoen: maximaal 18 jaar, werktijden van 7 tot 10 uur of 16 uur tot sluitingstijd en „geen marrokanen!”.
    De medewerker van het filiaal kwam het bericht per toeval tegen. „Een maand geleden kwam ik in de algemene mailbox, waar ik gewoon toegang toe heb vanwege mijn werkzaamheden, dat mailtje tegen van de bedrijfsleider. Ik schrok toen ik dat gedeelte over Marokkanen zag en wilde weten op welke mail dat een antwoord was. Ik ben gaan zoeken en vond het algemene mailtje van het hoofdkantoor in de elektronische prullenbak.”
    Hij vond dat hij iets moest doen, printte de beide mailtjes uit en ging de volgende dag googlen naar instanties die hem hierbij zouden kunnen helpen. Bureau Discriminatiezaken neemt normaal gesproken geen anonieme klachten in behandeling, maar vond de melding zo ernstig dat zij besloot zelf een onderzoek in te stellen.
    Er volgt een briefwisseling met Servex, maar Bureau Discriminatiezaken vindt de reactie van het bedrijf ontoereikend. Volgens de anonieme AH-medewerker reageerde Servex door excuses aan te bieden voor het „incident” en door te beloven maatregelen te nemen tegen een P&O-medewerker (die het algemene mailtje verstuurde) en zijn bedrijfsleider. Maar de bedrijfsleider, weet hij, werkt nog gewoon.
    Bureau Discriminatiezaken deed afgelopen vrijdag aangifte bij het Openbaar Ministerie vanwege discriminatie op grond van ras, en legde de zaak dezelfde dag voor aan de Commissie Gelijke Behandeling.
    Er ontstond ook elders grote beroering. Albert Heijn, dat de formule AH to go aan Servex verhuurt, tikt het NS-onderdeel onmiddellijk op de vingers. „Dit konden wij absoluut niet tolereren”, zegt een woordvoerder van het kruideniersconcern in Zaandam. „Wij willen met de samenstelling van ons personeel juist een afspiegeling zijn van de samenleving.”
    Volgens de woordvoerder is Albert Heijn „geschrokken” van het voorval. Het straalt af op Albert Heijn, omdat het zelf ook AH to go’s in de binnensteden heeft. Het vertrouwen in Servex als partner zal schade oplopen als dat onvoldoende maatregelen neemt, aldus de woordvoerder. „We hopen dat het om individuele gevallen gaat.”
    Dat is de vraag. Het is een gegeven dat allochtonen het op de arbeidsmarkt moeilijker hebben dan autochtone Nederlanders. En dat van alle allochtonen, de Marokkanen het meest last hebben van discriminatie. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 2007 bleek dat 60 procent van de Marokkanen die is afgewezen voor een baan vermoedt of zeker weet dat er sprake was van discriminatie. De werkloosheid onder niet-westerse allochtonen in Nederland ligt altijd ruim twee keer zo hoog als het algemene cijfer.
    Toch staat de supermarktbranche niet slecht bekend op dit punt. Bestuurder Nicole Boonstra van FNV Dienstenbond: „Wij krijgen op ons meldpunt over de naleving van de supermarkt-cao wel veel klachten binnen over leeftijdsdiscriminatie bij supermarkten, maar geen meldingen van discriminatie vanwege etnische afkomst.” De nu aan het licht gekomen gevallen noemt Boonstra „bizar en onacceptabel”.
    Volgens woordvoerder John Krijgsman van de Nederlandse Spoorwegen zijn er tegen de betrokken medewerkers „passende maatregelen” getroffen. Welke dat precies zijn wil hij niet zeggen. „Dat is al weken geleden afgehandeld”, zegt Krijgsman. „Binnen AH to go hebben wij weer eens benadrukt wat de regels zijn”, zegt de NS-woordvoerder. Bij de andere formules van Servex, zoals New York Pizza, Kiosk, De Broodzaak of Swirl’s, is geen speciale brief uitgegaan, zegt Krijgsman, „want we weten niet of dat wel nodig is.”
    Volgens Krijgsman werken bij AH to go 24 verschillende nationaliteiten en loopt het percentage allochtonen in „menig filiaal” op tot „60 tot 80 procent”. Hoeveel allochtonen er werken verschilt per winkel en per week. Het meeste personeel is tijdelijk en er is een grote doorstroom. Het zijn „vooral jongeren en studenten” die er werken, aldus Krijgsman.
    Uitzendbureau Tempo Team levert tijdelijk personeel aan Servex, „maar niet aan AH to go”, merkt de woordvoerder op. Krijgen zij wel eens het verzoek geen Marokkanen te leveren? „Die vraag zou misschien wel eens voorkomen, maar dan gaan wij er uiteraard niet op in”, zegt de woordvoerder. „We maken geen onderscheid naar etniciteit, leeftijd of geslacht. Het gaat ons om de meest geschikte kandidaten. Overigens stelt Servex bij ons geen specifieke eisen.”
    Ook Randstad krijgt wel eens het verzoek van bedrijven om geen Marokkaanse sollicitanten te sturen. „Daar ontkom je niet aan, als grootste uitzendorganisatie van Nederland”, zegt een woordvoerder. „Maar het is uitzonderlijk.” Hij kan geen exacte cijfers geven, omdat het bedrijf deze gevallen niet officieel registreert.
    En „uiteraard” gaat Randstad niet in op dergelijke verzoeken. Het bedrijf mag alleen onderscheid maken als dat nodig is voor de baan.
    Weet de jonge klokkenluider eigenlijk waarom zijn bedrijfsleider geen Marokkanen wilde aannemen? „Ik weet het echt niet, de eerste conclusie die je trekt is dat hij slechte ervaringen heeft met Marokkanen, maar ik werk hier al twee jaar met meerdere Marokkanen en die deden wel allemaal gewoon netjes hun werk. Dat dit zo werkt vind ik eigenlijk schandalig, maar ik ken de bedrijfsleider. In de contacten met zijn personeel doet hij heel aardig maar ik heb al meerdere keren meegemaakt dat hij sjoemelt met onze uren. Ik heb ook gemerkt dat hij langzaamaan al zijn Marokkaanse personeel heeft geloosd in een periode van ongeveer acht maanden.”
    Dat laatste beaamt ook een Marokkaans-Nederlandse ex-collega van de klokkenluider wier contract pasgeleden niet is verlengd omdat zij te oud zou zijn.


    Marokkanen hebben het meest last van discriminatie

    Allochtonen worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt. Dat constateert het Sociaal en Cultureel Planbureau in het meest complete, recente onderzoek hiernaar, de Discriminatiemonitor van 2007. Bij het vinden van een baan ondervinden ze belemmeringen die niet alleen zijn terug te voeren op een lager opleidingsniveau, minder werkervaring of geringe beheersing van de Nederlandse taal.
    Allochtonen hebben de indruk dat ze vaker worden afgewezen bij functies waarbij contact met klanten belangrijk is.
    Marokkanen hebben het meeste last van discriminatie. 60 procent van de Marokkanen die in 2006 is afgewezen voor een baan, vermoedt of weet zeker dat er sprake was van discriminatie. Bij Turken lag het aandeel op 49 procent, bij Surinamers en Antillianen op 17 procent.
    De meeste klachten die tussen 2004 en 2006 bij anti-discriminatie bureaus binnenkwamen, waren afkomstig van Marokkanen. Per jaar gaat het gemiddeld om 400 klachten en meldingen. Marokkanen namen 31 procent van de klachten voor hun rekening, gevolgd door Turken (14 procent) en Surinamers (19 procent).
    Ruim 80 procent van de klachten handelde over discriminatie op basis van ras. In 17 procent van de gevallen was godsdienst de reden voor discriminatie.
    In dezelfde periode velde de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) 93 oordelen over discriminatie van allochtonen op de arbeidsmarkt. Daarvan had 40 procent betrekking op werving, selectie en arbeidsbemiddeling. In meer dan de helft van de gevallen concludeerde de CGB dat de klacht terecht was.

    Hysterische film, zonder blanken, over kindsoldaten

    Coen van Zwol
    dvd
    Johnny Mad Dog
    Regie Jean-Stéphane Sauvaire ****
    Draait het om Afrikaanse kindsoldaten, dan is een blanke hoofdrolspeler kennelijk noodzaak: Marco Borsato in Wit Licht, Leonardo DiCaprio in Blood Diamond. Maar blanken ontbreken volledig in de voortreffelijke Franse film Johnny Mad Dog, waarin een peloton kindsoldaten een bloedig spoor trekt door een West-Afrikaans land in burgeroorlog. Zeg maar Liberia, waar de film werd opgenomen. Al in de eerste scène wordt een verse rekruut, net als in Wit Licht, terloops gedwongen zijn vader dood te schieten. „Dat moest ik ook doen”, schreeuwt een kindsoldaatje: iets anders dan schreeuwen, dreigen of snauwen doen ze niet. Een jochie past intussen een trouwjurk, zijn uniform voor de rest van de oorlog. Het valt nauwelijks op tussen de pruiken, bromfietshelmen en engelenvleugeltjes. Volwassenen om de soldaatjes in toom te houden zijn er niet: ‘generaal’ Never Die maakt hen met kippenbloed onkwetsbaar voor kogels en blaft zijn orders verder door een walkietalkie. Het peloton onder Johnny Mad Dog, misschien ooit een aardige jongen, moordt, verkracht en plundert helemaal vanuit zichzelf. Vooral ouderen lijden in deze kinderkruistocht. Zoals de bejaarde intellectuelen die in het openbaar seks moeten hebben. „Jullie met je boeken, je tijd is voorbij.” Soms is er even een glimp van kinderlijk sentiment, maar steevast misplaatst: zo vat de kleine psychopaat No Good Advice liefde op voor een varkentje. Johnny Mad Dog is een harde, epische film. De zinloze cyclus van een Afrikaanse burgeroorlog: generaal Never Die schopt het tot korporaal in het nieuwe regeringsleger en de kinderen moeten dan opdonderen. Weg wapen, weg macht. Met pulserende montage en een soundtrack van rap, noise en tribale muziek dendert de film tot dat punt van chaos via paniek naar pandemonium. Een hysterische film, beter heb ik kindsoldaatjes nog niet in beeld gezien.

    Dadelijk kun je weer wapperen met polaroidfoto’s

    Door Annette Toonen

    Enschede. Het bedrijf Impossible brengt een nieuwe directklaarfilm op de markt. Een geliefd product bij onder meer kunstenaars en reclamemakers.

    Opgeteld hebben ze meer dan driehonderd jaar bij het vorig jaar gesloten Polaroid in Enschede gewerkt. Het gaat om de tien oud-werknemers die met een nieuw bedrijf, Impossible genaamd, de schouders zetten onder de ontwikkeling van instantfilms die kunnen worden gebruikt voor de directklaarcamera’s van Polaroid.

    Neem Nico Dikken, oud-secretaris van de ondernemingsraad. Hij werkte 35 jaar bij Polaroid in Enschede. Of chemicus Martin Steinmeijer. Hij werkte er 23 jaar. Of operationeel manager Dick Koopmans. Hij stond 30 jaar op de loonlijst. Alle personeelsleden die bij Impossible aan de slag zijn gegaan, zijn ouder dan vijftig jaar. Maar de uitdaging waar ze voor staan, maakt van hen weer „jonge honden”, zeggen ze zelf. „De laatste periode bij Polaroid was er een van afbouw en ontmanteling, nu bouwen we weer iets op. Dat is leuk.”

    Impossible heeft een deel van de machines van Polaroid overgenomen en huurt een van de voormalige fabrieksgebouwen in Enschede. Hier werden tot juni 2008 films (packs genoemd) geproduceerd voor de directklaarcamera’s van Polaroid, waarvan er wereldwijd miljoenen zijn verkocht. In de foto zelf voltrok zich het chemische ontwikkelproces. In de hoogtijdagen, begin jaren 90 van de vorige eeuw, werkten bij Polaroid in Enschede meer dan 1200 mensen. Tussen 1965 en 2008 zijn er anderhalf miljard packs uit de machines gerold.

    Onder invloed van de opkomst van de digitale fotografie nam de behoefte aan de films wereldwijd af. De productie werd afgebouwd. Reorganisatie op reorganisatie volgde. Al jaren werd „een zachte landing” voorbereid, beschrijven oud-werknemers. Fabrieken in de Verenigde Staten en Mexico moesten sluiten, in juni 2008 ging ook het bedrijf in Nederland dicht. Het fabrieksterrein oogt nog steeds verlaten. Er staan slechts enkele auto’s, er is geen portier, geen secretaresse.

    Maar in een van de gebouwen proberen elf mannen mogelijk te maken wat door Polaroid als onmogelijk wordt beschouwd. Vandaar de naam Impossible. „Grappig detail” is dat oprichter Edwin Land van Polaroid ook altijd uitdaging zag in het bijna onmogelijke, volgens Koopmans. Oud-werknemer van Polaroid, André Bosman, de huidige algemeen directeur, en ondernemer Florian Kaps, directeur marketing van Impossible, geloven heilig in de levensvatbaarheid van de directklaarfilm. Productie op kleine schaal moet haalbaar zijn, is hun visie.

    De directklaarfilm is een geliefd product bij kunstenaars, reclamemakers en andere „creatievelingen”. Kaps, die via zijn website packs te koop aanbiedt, merkt hoe groot de vraag nog altijd is. „Het is een magisch product. De foto komt meteen op. Hij wordt ontwikkeld terwijl je hem vasthoudt. En terwijl het beeld opkomt, kun je het nog manipuleren, door er bijvoorbeeld in te krassen. Dat maakt het product voor kunstenaars aantrekkelijk. Bovendien is elke foto uniek. Je kunt niet nog een afdruk maken”, vertelt Koopmans.

    Een van die kunstenaars is Polaroid-fotograaf en -docent David van ’t Veen uit Enschede. Hij noemt het „super” dat de productie wordt hervat, hoewel hij zelf meer behoefte heeft aan grotere directklaarfilms. „Die kleintjes zijn wel leuk, maar te klein om aan de muur te hangen.” Zijn werk ligt min of meer stil sinds de films niet meer worden gemaakt. „Ik heb geen zin in digitale fotografie. Iedereen kan nu een foto maken, en die bewerken tot het wat lijkt.”

    Probleem bij het opstarten van de productie, is dat veel onderdelen van de packs moeilijk te krijgen zijn. Er is niemand meer die het papier of de batterijen maakt zoals ze in de oude packs werden gebruikt. Die kwamen uit de eigen fabrieken met eigen machines die niet meer bestaan, volgens Koopmans.

    Het is aan de elf werknemers van Impossible om oplossingen te zoeken. Ze moeten een negatief (niet te verwarren met 35mm-film), een ontwikkelaar, een positief en een batterij vinden met vergelijkbare eigenschappen. „Eigenlijk moeten we het product helemaal opnieuw ontwikkelen.”

    Een pack bestaat uit een platte batterij, een soort platte veer, en tien foto’s. Die foto’s zijn opgebouwd uit een negatief en een positief. Daartussen zit ruimte voor de ontwikkelaar, een soort pasta die uit een zakje aan de onderkant van het frame wordt gedrukt. Polaroid heeft inmiddels wel een printertje (PoGo) op de markt gebracht, waarmee je direct foto’s kunt printen, maar dat is toch anders dan een directklaarfoto, vindt Koopmans.

    Impossible hoopt in het eerste kwartaal van 2010 met de productie te kunnen beginnen. „We leven naar dat moment toe”, zegt Koopmans. In eerste instantie hoopt Impossible een miljoen packs per jaar te kunnen maken. „We willen groeien naar 10 miljoen packs per jaar.” Camera’s worden sinds 2006 niet meer gemaakt. „Er zijn er wereldwijd nog heel veel in gebruik. Onderdelen zijn nog steeds verkrijgbaar. Dus dat is voorlopig geen probleem.”

     

    ‘Het voelt genant als je werkloos bent’

    Betaald werk hebben maakt gelukkig. Dat concludeert socioloog Patricia van Echtelt van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in een onderzoek dat gisteren verscheen.

    Door Patricia Veldhuis

    Rotterdam. Van Echtelt vergeleek het welbevinden van werkenden en niet-werkenden in 1995 en in 2007. Conclusie: de kloof tussen werkenden en niet-werkenden is de afgelopen jaren groter geworden.

     Werkenden zijn steeds gelukkiger geworden, terwijl werklozen somberder werden. Hoe kan dat?
    „Aan de ene kant omdat de samenstelling van de onderzochte groepen is veranderd. De gemiddelde leeftijd van werklozen is hoger geworden en ze zijn, door de strengere regels rondom arbeidsongeschiktheid, ook iets ongezonder. Een tweede verklaring is dat arbeid in onze samenleving steeds belangrijker is geworden. Dus als je niet werkt, is dat nu veel vervelender dan een paar jaar geleden.”

     Hoe verklaart u dat?
    „We zijn meer gaan werken. De arbeidsparticipatie is de afgelopen jaren flink toegenomen. In 1985 werkten we gemiddeld 17 uur per week, in  2005 was dat 23 uur. Dat is bijna een hele werkdag meer. Dat komt vooral omdat meer vrouwen en ouderen zijn gaan werken. Niet-werkenden zijn steeds meer de uitzondering. Als jij om wat voor reden ook niet mee kunt doen op de arbeidsmarkt, voel je je meer dan vroeger buitengesloten.

    „In mijn onderzoek haal ik de Franse filosoof Alain de Botton aan. In zijn boek Ode aan de arbeid  zegt hij dat mensen tegenwoordig niet meer als eerste aan iemand vragen waar hij vandaan komt en wie zijn ouders zijn, maar de eerste vraag is: wat doe je? Werk is bepalend voor je identiteit.”

    Schamen werklozen zich meer dan vroeger dat ze geen baan hebben ?
    „Dat denk ik wel. Zodra er van jou verwacht wordt dat je werkt, is het genant om te vertellen dat dat niet zo is. Je kunt op een feestje beter zeggen dat je gepensioneerd bent, dan werkloos. Je ziet daardoor ook eufemismen opduiken: mensen zijn niet werkloos, maar ‘in between jobs’. Dat klinkt beter.”

    Tijdens een economische crisis zou je verwachten dat die schaamte verdwijnt. De werkloosheid stijgt, dus het is niet meer uitzonderlijk om geen baan te hebben. Zag u dat terug in de cijfers?
     „Het zou kunnen zijn dat werklozen hun situatie beter kunnen relativeren tijdens een crisis. Het heeft een verzachtende werking. Ze denken: het kan de beste overkomen, het ligt niet aan mij. In de jaren tachtig zag je die houding heel sterk: elk bedrijf kan failliet gaan en je hebt stomme pech als jij een van de mensen bent die op straat komt te staan. Tegelijkertijd zien we dat niet-werkenden in crisistijd minder vertrouwen hebben in de toekomst: het is dan immers nog moeilijker om weer aan een baan te komen. Uit eerder onderzoek van het SCP blijkt dat werklozen tijdens een crisis per saldo minder gelukkig zijn.”

     In uw onderzoek valt op hoe lethargisch veel werklozen zijn. Eén op de drie had in de afgelopen vier weken geen moeite gedaan om een baan te vinden.
    „Dat vond ik ook opmerkelijk. Je zou daaruit kunnen concluderen dat ze het prima vinden om werkloos te zijn, maar dat blijkt toch niet zo te zijn. Ze wíllen wel degelijk werken. Volgens mij is er vooral sprake van een gedragsprobleem: ze kunnen zich er niet toe zetten. Als werkloze heb je zeeën van tijd, maar dat kan een verlammend effect hebben. Sommigen gaan dingen dan heel langzaam doen. Van het UWV horen ze: kom over een maand maar terug. Dan denken ze: dan kan ik die sollicitatiebrief morgen ook schrijven, of volgende week. De prikkel om aan de slag te gaan, ontbreekt.”

     Hoe kunnen werklozen uit die negatieve spiraal komen?
    Idealiter zouden ze veel intensiever begeleid moeten worden door het UWV of door de gemeente bij het zoeken naar werk.”

    Het UWV maakte vorige week juist bekend dat hun geld voor externe reïntegratietrajecten voor 2010 al bijna op is.
    „Dat maakt het wel lastig. Want als je wilt dat mensen snel weer werken en zich minder somber voelen, moet je ze meer prikkelen om bezig te blijven.”

    ‘Technologie voor omschakeling is er al’

    Door Marcel aan de Brugh

    Milieuwerkgroepen van zes politieke partijen hebben elkaar gevonden in een ambitie om alle energie in Nederland in 2050 duurzaam te maken.

    Nijmegen. Een Noordzee vol met windmolens. Snelwegen met alleen maar auto’s die op biodiesel rijden, of op groene stroom. Perfect geïsoleerde huizen en kantoren waarvan de daken vol liggen met zonnepanelen.

    Het zijn vergezichten die opdoemen bij het lezen van het document   Nederland krijgt nieuwe energie, dat vandaag is gepubliceerd. Het roept op tot een energierevolutie. In  2050 moet Nederland al zijn energie halen uit hernieuwbare bronnen als wind, zon en biomassa. Geen olie meer, en ook geen kolen, uranium of aardgas.

    Het is om meerdere redenen een baanbrekend document. Het is opgesteld door de milieu- en energiewerkgroepen van zes politieke partijen (CDA, ChristenUnie, D66, GroenLinks, PvdA, SGP). Het is  voor het eerst  dat er zo’n breed politiek draagvlak is om de energievoorziening van Nederland volledig te  verduurzamen. Een zevende ondertekenaar,  de milieuwerkgroep van de VVD, heeft zich  gisteren plotseling teruggetrokken.

    Het document is om nog een andere reden bijzonder. Het ligt op ramkoers  met veel gevestigde belangen. Want als Nederland in 2050 geen olie meer mag gebruiken, kan een bedrijf als Shell er geen druppel benzine of diesel meer verkopen. Het zal moeten overstappen op biobrandstoffen. En stroomproducenten als het Belgische Electrabel en het Duitse RWE mogen niet langer elektriciteit  opwekken met kolen, gas of uranium. Die zullen rigoureus moeten switchen naar windenergie, of centrales op biomassa.

    Initiatiefnemers van het document zijn Marco Witschge (D66, werkgroep duurzame ontwikkeling) en Klaas van Egmond, directeur van het Utrechts centrum voor aarde en duurzaamheid.

    Witschge: „Het belangrijkste dat we duidelijk willen maken is dat het mogelijk is.  De technologie om onze samenleving om te laten schakelen van fossiele naar hernieuwbare energie is er al lang. We moeten alleen manieren vinden om die overgang te stimuleren.”
    Van Egmond: „Eigenlijk gaat het terug op de kernvraag rond milieu en economie. Kosten milieumaatregelen geld, of kunnen ze ook iets opleveren? Nog altijd heerst in grote delen van Nederland het idee dat het alleen maar geld kost. Maar groene technologieën kunnen wel degelijk winstgevend zijn. De vraag ernaar zal de komende decennia alleen maar groeien. Olie en gas worden schaarser. Daar moeten alternatieven voor komen. Duurzame alternatieven, want we zitten ook nog eens met de klimaatopwarming. Er komt een prijs te staan op het uitstoten van broeikasgassen.”

    Waarom maakt Nederland tot nu toe maar moeizaam vorderingen op het gebied van duurzame energie?
    Witschge: „Omdat er geen helder doel is, geen visie. Daardoor wordt de discussie erg versnipperd. De ene keer gaat het over wel of niet een extra kerncentrale, de andere keer over de criteria voor biomassa. Als de politiek nu gewoon zegt: in 2050 is onze energievoorziening volledig hernieuwbaar, dan heb je een duidelijk kader en zullen veel discussies verdwijnen.”

    Van Egmond: „Het beleid was de afgelopen decennia erg grillig. De overheid stimuleerde zonnepanelen en zette dan plots zo’n maatregel weer stop omdat die te veel succes had en een te groot beslag ging leggen op de subsidiepot. Zo ging het een aantal keren. Het heeft investeerders in groene technologieën weggejaagd.”

    U pleit onder meer voor één ministerie voor Energie.  Waarom werkt het nu niet?
    Van Egmond: „Het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van Milieu zitten elkaar regelmatig in de weg.”
    In de wandelgangen heet het dat voormalig minister Jacqueline Cramer van Milieu wel een visie had, maar geen politieke kracht. En minister Maria van der Hoeven van Economische Zaken had wel politieke kracht, maar geen visie.
    Van Egmond glimlacht. „Dat is mooi uitgedrukt.”

    Hoe zit het met de lobby van de gevestigde macht? Heeft die ook remmend gewerkt?
    Witschge: „De gevestigde macht is sterk in Nederland. Met name Shell lobbyt veel. Ik kan het vanuit de industrie ook wel begrijpen. Ze hebben nou eenmaal veel gevestigde belangen. De Rotterdamse haven is wereldwijd de grootste haven voor fossiele energie. De gevestigde macht zal niet  uit zichzelf zulke grote stappen gaan zetten. Dat moet de politiek opleggen.”

    Pakt uw plan niet rampzalig uit voor bedrijven  die veel stroom en gas verbruiken? Want energie uit wind en zon is nu nog duur. Jaagt u ze  niet het land uit?
    „Als die bedrijven extra kosten krijgen kun je kijken of je ze op een andere manier kunt compenseren. Bijvoorbeeld via een verlaging van de inkomstenbelasting.”

    Wat betekent uw plan voor de drie kolencentrales die nu in Nederland worden gebouwd?
    Witschge: „Die bouw moet gestopt worden. We realiseren ons dat de Nederlandse overheid zich daarmee in een lastig parket manoeuvreert, maar het is waanzin om nog centrales te bouwen die op fossiele brandstoffen draaien en die er nog 50 tot 60 jaar  staan. De schattingen zijn dat zonnepanelen in Nederland over een jaar of vijftien concurrerend zijn met grijze stroom. Windmolens op land zijn dat al over een jaar of zeven.”

    Hoe is het document eigenlijk tot stand gekomen?
    Witschge: „We hebben vijf avonden georganiseerd waarbij we talloze sprekers hebben uitgenodigd om te praten  over energiezaken. Adviseurs van  McKinsey en Boston Consulting Group, de directeur van KEMA, een hoogleraar transitiemanagement.”
    Van Egmond: „De collegezaal in Utrecht die we hadden afgehuurd  zat iedere keer tot de nok toe vol.”
    Witschge: „Toen hebben we een document opgesteld dat nog een paar keer is rondgegaan totdat ieder zich erin kon vinden. We noemen het ‘De verklaring van Utrecht’.
    Van Egmond: „Het succes van deze aanpak is hoopgevend. Wellicht zou het ook kunnen werken bij andere grote thema’s die een langetermijnvisie nodig hebben, zoals de AOW en de herziening van het belastingstelsel.”

    Speculeren tegen de euro, hoe gaat dat?

    Door Egbert Kalse

    Wie wil weten wat de koers van de dollar of de euro gaat doen, doet er goed aan de Japanse huisvrouwen in de gaten te houden. Wilfried van Hulten, hoofd buitenlandse valutahandel Benelux voor Royal Bank of Scotland: „Handel in buitenlandse valuta is in Japan enorm populair. Omdat het daar zo massaal gebeurt, zijn de Japanse huisvrouwen een speler om rekening mee te houden.”

    De vraag was hoe dat nou in de praktijk gaat, speculeren tegen een munt. Het meest simpele antwoord: mensen bieden massaal euro’s aan, waardoor een overaanbod ontstaat en de prijs daalt. De aanleiding: de euro staat al weken onder druk, met als directe aanleiding de economische positie van Griekenland, Italië, Spanje en Portugal.

    De euro en de dollar zijn heel moeilijk ‘kapot’ te speculeren. De slagkracht van de economische blokken is zo groot, dat zelfs miljardenposities tegen zo’n munt nauwelijks effect hebben. Chris Turner, valuta-analist in Londen voor ING Commercial Banking, ziet maar een echte wereldspeler die de koersen kan beïnvloeden: „Er is wereldwijd voor 7.800 miljard aan dollarreserves, en de Chinezen zitten op 2.400 miljard. Als zij zouden verkopen, gaat de dollar onderuit.”
    Toch staat de euro nu onder druk. Hoe kan dat? Van Hulten van RBS: „Er wordt inderdaad flink gespeculeerd tegen de euro. Dat gebeurt voornamelijk door put-opties af te sluiten op de euro.” Daarbij spreek je als belegger af dat je op een vooraf afgesproken datum de euro voor een vooraf vastgestelde koers kunt verkopen. In de tussentijd daalt de koers van de euro, en je koopt hem pas zo laat en dus zo laag mogelijk. De winst voor de belegger is het verschil tussen de werkelijke lage koers en de vooraf afgesproken hogere verkoopprijs.

    Een tweede manier om tegen de euro te speculeren is via de spotmarkt. Van Hulten: „Daar verkopen mensen euro’s en kopen daar bijvoorbeeld dollars voor in de plaats.” De wet van vraag en aanbod bepaalt dan dat de euro omlaag gaat en de dollar omhoog. Deze zogenoemde futures (speculeren op een toekomstige lage eurokoers) zitten op het hoogste niveau in jaren, zegt Van Hulten.

    Turner van ING ziet één groot risico voor de koers van de euro. De afgelopen jaren is veel geld richting de zogenoemde money market funds gestroomd, een soort spaarfondsen. Dat heeft de vraag naar euro’s opgedreven (en daarmee de koers). „Dat geld is echter zeer vluchtig. Als de sentimenten over de risico’s in de eurozone aanhouden, kan dat geld net zo snel weer weggetrokken worden en daalt de koers van de euro verder.”

    Maar zo hard gaat dat vooralsnog niet. De euro is sinds zijn top in december vorig jaar met een kleine 15 dollarcent gedaald, dat is nog geen 10 procent. Voor een euro kon vanmiddag 1,37 dollar gekocht worden. Ter illustratie: vlak na de fysieke introductie van de munt eind 2000 stond de koers op 0,83 dollar.

    ‘Groene’ bedrijven willen concurreren

    Een groep van 34 bedrijven wil onder de naam De Groene Zaak een snellere verduurzaming van de economie bewerkstelligen. Nederland moet voorp lopen, vinden ze.

    Door Marcel aan de Brugh

    Wageningen. Oud-minister Roger van Boxtel wijst naar de grond, naar het tapijt. „Dat is gerecycled”, zegt Van Boxtel op het hoofdkantoor van zorgverzekeraar Menzis in Wageningen, waarvan hij voorzitter is. Het leggen van gerecycled  tapijt is een van de manieren waarop  Menzis probeert  zijn bedrijfsvoering te vergroenen. „Ons nieuwe kantoor in Groningen wordt een van de duurzaamste gebouwen in Nederland”, zegt Van Boxtel.

    Zoals Menzis komen er steeds meer bedrijven in Nederland. Cateraar Albron, energieproducent Eneco, afvalverwerker  Van Gansewinkel, Triodos Bank. Allemaal hebben ze duurzaamheid hoog in hun vaandel staan. En allemaal vinden ze dat Nederland veel te langzaam de omslag maakt naar een duurzame economie.  Daarom hebben ze zich gebundeld, tot nu toe 34 bedrijven in totaal. Ze zijn een nieuwe ondernemersvereniging gestart, De Groene Zaak, die vandaag officieel is opgericht. Van Boxtel is er voorzitter van. „We willen de politiek stimuleren een snellere omslag te maken naar een duurzame samenleving”, zegt hij.

    Volgens topman Matthijs Bierman van Triodos Bank is het hard nodig dat er vanuit het bedrijfsleven een roep komt om meer duurzaamheid. Het klimaatprobleem groeit. Westerse landen raken voor hun olie en gas afhankelijker van landen als Rusland, Iran en Irak. Daarnaast neemt de wereldbevolking toe van de huidige 6 miljard mensen naar circa  9 miljard in 2050. Als die allemaal hetzelfde consumptiepatroon willen als de huidige westerling, zal dat een aanslag zijn op natuur en milieu wereldwijd. Dat kan de aarde niet dragen, zegt Bierman. En dat kan maar tot één ding leiden: de huidige consumptiemaatschappij moet op de schop. Welkom, duurzame economie.

    De Groene Zaak beseft dat het bedrijfsleven een cruciale rol speelt in de omslag naar een duurzame economie. Gebundeld kunnen de 34 bedrijven nu een sterker geluid laten horen. En dat liegt er niet om. Ze verwerpen de huidige consumptiemaatschappij die drijft op het steeds maar weer vervangen van producten door nieuwere versies. Ze wil recyclebare goederen met een langere levensduur. Nadruk ligt er ook  op het beperken van het energiegebruik, en op het gebruik van meer duurzame energie uit wind, biomassa, en zon. Verder sturen de leden van  De Groene Zaak hun bedrijf niet alleen aan op winstmaximalisatie. Net zo belangrijk is het personeel, en het effect dat het bedrijf heeft op de omgeving en de natuur.

    Bierman van Triodos Bank vraagt zich af waarom Nederland niet gretiger op deze duurzame ontwikkeling inspringt.  „We weten dat we linksom of rechtsom van de fossiele brandstoffen af moeten. Waarom proberen we als Nederland daarin niet voorop te lopen”, zegt hij. Kansen zijn er volgens hem genoeg.

    Neem Richard Sikkel en zijn autoleasebedrijf Athlon Car Lease. Het concern is marktleider in Nederland, en least 130.000 auto’s. Sinds een aantal jaren probeert Sikkel  zijn klanten over te halen zuinigere, schonere auto’s te leasen. Ook vraagt hij ze of ze niet beter met de trein kunnen reizen, of thuis kunnen werken. Athlon biedt klanten  nu de mogelijkheid om een contract te sluiten met niet alleen een lease-auto, maar ook een NS-abonnement. Dat klinkt duur, maar volgens Sikkel  kunnen  klanten daarmee netto toch goedkoper uit zijn dan wanneer ze overal met een lease-auto naartoe zouden rijden.

    Sikkel en Bierman vinden dat het duurzame ondernemers in Nederland niet altijd even makkelijk wordt gemaakt. Op veel gebieden is er nog geen gelijk speelveld. Dat zegt ook Xander Meijer, directeur van Wessanen Benelux. De voedselleverancier verkoopt onder meer biologische levensmiddelen, en is op dit gebied een van de grotere aanbieders in Nederland. Volgens Meijer zijn biologische boeren veel tijd en geld kwijt aan de bestrijding van onkruid. Dat gebeurt met de hand, of machinaal. Een traditionele boer spuit daarvoor pesticiden. De bestrijdingsmiddelen komen vervolgens in het grondwater terecht. Maar voor de kosten van drinkwaterzuivering draait die boer niet op. Dat betaalt de samenleving. „Het zou goed zijn als de overheid de biologische boer voor dat nadeel corrigeert”, zegt Meijer. Datzelfde geldt bijvoorbeeld voor de elektriciteit die kolencentrales produceren. De maatschappelijke kosten – gezondheidsproblemen door fijnstof, klimaatopwarming door de uitstoot van CO2 – zijn slechts deels verwerkt in de prijs van kolenstroom. Waardoor exploitanten van windturbines in het nadeel zijn. Daar zou de overheid meer rekening mee moeten houden, zegt Bierman. Milieueconomen noemen dat het internaliseren van externe kosten. Oftewel, meer het principe van ‘de vervuiler betaalt’ toepassen.

    De Groene Zaak wil de overheid helpen de omslag naar een duurzame economie sneller te maken. Maar niet via meer  regelgeving. „De regeldruk is al zo groot”, zegt Marga Hoek, die directeur is van de vereniging. De overheid kan wel de eigen uitgaven tegen het licht houden. Jaarlijks geeft ze  50 miljard euro uit aan goederen en diensten. Als ze daarvan een groter deel duurzaam besteedt, zou ze daarmee  de omslag aanjagen.

    ‘Groene’ werkgeversvereniging opgericht

    Door Marcel aan de Brugh
    Wageningen. Nederland doet er veel te lang over om de omslag naar een duurzame economie te maken, vindt een groep van 34 bedrijven. Ze richten daarom een nieuwe ondernemersvereniging op, als alternatief voor werkgeversorganisatie VNO-NCW.

    De nieuwe vereniging, die De Groene Zaak heet, gaat zich ervoor inzetten dat bijvoorbeeld milieu- en klimaatproblemen sneller worden aangepakt. Onder de 34 bedrijven die zich tot nu toe bij De Groene Zaak hebben aangesloten bevinden zich grote concerns zoals postbedrijf TNT, voedingsmiddelenproducent Wessanen, zorgverzekeraar Menzis en autoleasebedrijf Athlon.

    Voorzitter Roger van Boxtel van De Groene Zaak benadrukt dat het initiatief „geen aanval” is op VNO-NCW. De werkgeversorganisatie blijft voor de meeste zaken de enige en belangrijkste spreekbuis van het Nederlandse bedrijfsleven. Maar voor het thema duurzaamheid is er nu een alternatief. „Dit onderwerp verdient het om een tijd een apart geluid te laten horen”, zegt Van Boxtel, die voor D66 minister is geweest voor Grotesteden- en integratiebeleid. Tegenwoordig is hij voorzitter van zorgverzekeraar Menzis.

    Algemeen directeur Niek Jan van Kesteren van VNO-NCW laat weten De Groene Zaak niet als een bedreiging te zien.  Het is goed dat er zo’n vereniging komt, zegt hij. „Bedrijven die hun geld verdienen met duurzaamheid kunnen zich nu beter profileren.”

    De Groene Zaak wil vooral laten zien dat duurzaam ondernemen winstgevend kan zijn. Er liggen volgens de vereniging grote kansen voor het bedrijfsleven. Succesvolle voorbeelden zijn het bedrijf Tendris, pionier in energiezuinige led-verlichting, en Van Gansewinkel, dat afval hergebruikt.

    Een van de leidende principes van De Groene Zaak is dat bedrijven zich niet alleen richten op korte termijnwinst, en op aandeelhouderswaarde. „De kredietcrisis heeft ons geleerd dat we afscheid moeten nemen van dat model”, zegt Marga Hoek, directeur van De Groene Zaak. Bedrijven horen meer rekening te houden met hun  werknemers en hun effect op de samenleving. Ze moeten bijvoorbeeld meer aandacht hebben voor natuur en biodiversiteit in Nederland.

    Cruciaal, zegt Hoek, is de verduurzaming van de financiële sector. Deze sector heeft een grote economische impact omdat ze kredieten verstrekt aan bedrijven. „Niet alleen het economische plaatje van een bedrijf zou aanleiding moeten zijn om al dan niet een krediet te verstrekken”, zegt Hoek. Er moeten volgens haar ook eisen komen voor sociaal en ecologisch bedrijfsbeleid.

    Manipuleren hoef je die Grieken niet aan te leren

    10 december 2009

    Het EU-land zit nu financieel tot over zijn oren in de problemen, door corruptie op kleine én grote schaal
    Door Marloes de Koning

    Iedereen weet dat Griekse statistieken nooit helemaal kloppen. Ook Brussel.
    Waarom die opwinding, nu de cijfers dus onjuist blijken?

    In het negende belastingkantoor van de Atheense binnenstad legt directeur Dimitris Tsoukas zijn gratis krant aan de kant om uit te leggen hoe zijn kantoor dagelijks tussen 8 uur ’s ochtends en half twee ’s middags de belasting van 20.000 buurtbewoners afhandelt. En hoe wordt gewerkt aan verdere digitalisering, wat een machtig wapen kan zijn in de bestrijding van corruptie. „Al was het maar wegens de nepbonnen en nepstempels die rondgaan.” In een poging vervalste aangiftes te ontmaskeren „geven we de formulieren iedere maand een ander nummer”, onthult hij. Loonsverhoging zou volgens hem ook geen kwaad kunnen.
    Je hoeft Grieken niet uit te leggen dat statistieken de werkelijkheid niet weergeven. Geen Griek was dan ook verrast toen de nieuw aangetreden minister van Financiën, Giorgos Papakonstantinou, in Brussel kwam melden dat het begrotingstekort dit jaar niet 6 procent is, zoals door de vorige regering was gemeld, maar meer dan het dubbele, bijna 13 procent.
    „Natuurlijk was die 6 procent niet realistisch”, zegt Gikas Hardouvelis, topeconoom van EFG Eurobank, een grote bank in Griekenland. Hij zit in de commissie die namens de banken moet adviseren hoe de financiële rapportages transparanter kunnen. Hardouvelis werpt een denkbeeldig rapport over zijn schouder om te laten zien wat hij met de kwartaalcijfers van het Griekse bureau voor de statistiek doet. „Die verzinnen ze, nadat ze de jaarcijfers verzonnen hebben.” Waar vertrouwt hij dan op om een van de grootste banken van Griekenland goed te kunnen besturen? „Intuïtie.”
    Ambtenaren kregen met verkiezingen op komst van hun politieke bazen opdracht de waarheid voor het Europese bureau voor de statistiek (Eurostat) te verzwijgen, vermoedt de econoom. Dat kan makkelijk, want de overheidsboekhouding is „zwaar verouderd”. Scholen en ziekenhuizen werken vaak alleen met een papieren kasboek. Apparatuur die is gekocht maar niet betaald, blijft in de boeken onzichtbaar, totdat de schuldeiser echt stennis begint te schoppen. „De opeenstapeling van uitgestelde betalingen gaat tot op het hoogste niveau.” Economische groei, dalende rentes en Europese subsidies maakten ontkenning vijftien jaar lang mogelijk, „nu haalt de realiteit ons in”.
    Dinsdag besloot kredietbeoordelaar Fitch als eerste de kredietwaardigheid van Griekenland een slechter cijfer te geven. Standard & Poor’s en Moody’s overwegen te volgen. Dat betekent voor Griekenland duurdere kredieten en daardoor meer moeite om de staatsschuld te financieren. Het woord ‘staatsbankroet’ zingt rond in de financiële pers.
    Griekenland heeft nu een staatsschuld van 100 procent van het bbp en de verwachting is dat die snel verder stijgt. De regering reageert geschrokken en verontwaardigd op „de negatieve houding die veel buitenlanders hebben aangenomen jegens de economie”. Het is volgens minister Papakonstantinou „naïef” te geloven dat de reactie van de markten een weerspiegeling is van hoe de Griekse economie er werkelijk voorstaat. Vorig jaar groeide de economie met 2 procent. Dit jaar is 1 procent krimp voorspeld. Banken presteren goed.
    De verontwaardiging in het buitenland is huichelachtig, vindt Yannis Stournaras, hoofd onderzoek bij de stichting voor onderzoek naar de economie en industrie. Men had al lang kunnen weten dat die 6 procent begrotingstekort niet klopte. „Zij lezen toch ook Griekse kranten? Iedere maand komt een team van de EU poolshoogte nemen.” De gouverneur van de centrale bank beweert bovendien dat hij de juiste gegevens trouw en met grote regelmaat naar de Europese Centrale Bank (ECB) heeft gestuurd. „Ik geloof hem.”
    Griekenland laat zich makkelijk casten voor de rol van zondebok. Het land met elf miljoen inwoners is een relatief kleine economie met een bepaalde reputatie. Na iedere machtswisseling tussen de twee grote partijen – de centrum-linkse PASOK en het iets rechtsere Nieuwe Democratie (ND) – constateert een nieuw aangetreden regering met pathos dat zij het land in een veel beroerdere staat heeft aangetroffen dan zij in haar stoutste verwachtingen had gevreesd. Toen in 2004 weer de ND aan de macht kwam, veranderde zij de boekhoudingssystematiek met terugwerkende kracht, om voorganger PASOK dwars te zitten en tegelijk ruimte te creëren op de begroting. Het effect van de herberekening was zo groot, dat Griekenland achteraf bezien niet aan de toetredingscriteria voor de euro bleek te hebben voldaan. De Grieken hebben zich de euro in gemanipuleerd, werd het beeld. Een leugenachtige reputatie, die hen nu in Brussel parten speelt.
    „Volkomen onterecht”, zo windt Stournaras zich op. Hij vertegenwoordigde Griekenland voor de PASOK-regering in het Europese overleg ter voorbereiding op de monetaire unie. Griekenland was daarbij volgens hem „niet creatiever” dan andere landen. Stournaras: „Brussel heeft die nieuwe rekenmethode destijds zelf geaccepteerd. Daar waren ze tegen gewaarschuwd en dat hadden ze nooit moeten doen. Brussel liet ons daarmee zien geen strikte principes te hebben, zelf geen fatsoenlijke auditing te doen. Ze accepteren klakkeloos wat regeringen sturen.”
    In chaos schuilen ook altijd kansen, zijn Grieken gewoon te denken. Naar schatting is nog aldoor eenderde van de Griekse economie zwart. De regering denkt dat de meeste winst te halen is in het bestrijden van belastingontduiking, die ongeveer gelijk zou staan aan 10 procent van het bbp. Notoire belastingontduikers zijn advocaten en artsen. De minister van Financiën heeft zijn verontwaardiging geuit over artsen die minder dan 2.500 euro opgeven bij de belastingdienst, maar het tegelijk breed laten hangen in een dure Atheense wijk.
    Voorbeelden van kleine en grote fraude en corruptie somt iedereen moeiteloos op. Ministers met illegale huizen. Buren met dubbele huurcontracten: een voor de belastingen en een met de echte prijs. Om op de begraafplaats een gunstig plekje – vlak bij de poort – te krijgen moet de grafdelver worden omgekocht. Wie wil dat zijn zoon zijn dienstplicht niet op een afgelegen eiland hoeft te vervullen belt een politicus.
    In de jongste corruptievergelijking van Transparancy International geeft 18 procent van de Grieken toe dat hij of een gezinslid afgelopen jaar smeergeld heeft betaald. Ter vergelijking: in het om zijn corruptie beruchte Roemenië is dat 14 procent, in Denemarken 1 procent.
    De Europese fondsen die het land al decennia ontvangt (Griekenland is sinds 1981 EU-lid en tot nu toe netto-ontvanger) zijn vooral gebruikt voor infrastructuur, zoals wegen en gebouwen. Modernisering van de ‘zachte’ kant gaat trager. We zijn nog in transitie, zeggen de bewoners van het land, dat qua EU-integratie een grote voorsprong heeft op zijn buren Albanië, Macedonië, Bulgarije en Turkije.
    Het is hoog tijd voor de Griekse regering om „moedig” zijn, zei ECB-president Jean-Claude Trichet. De situatie is ernstig, maar we fiksen het wel, probeert de Griekse regering de wereld te overtuigen.

    Of terugdringen van het tekort lukt, is hoogst onzeker
    Of het Griekse begrotingstekort volgend jaar kan worden teruggedrongen, zoals de Europese Commissie en Griekenlands partners in de Raad van Ministers van de EU hebben geëist, is hoogst onzeker.
    Het vertrouwen in de Griekse overheid is helemaal weg. Nu al is sprake van stijgende sociale onrust, en de bezuinigingsoperatie moet nog beginnen.
    Het land zal volgend jaar waarschijnlijk 55 miljard euro moeten lenen op de kapitaalmarkt, en dat is voor een kleine economie (40 procent van de Nederlandse) als de Griekse een enorm bedrag.
    Het Griekse tekort betekent ook een risico voor de andere landen die de euro voeren, terwijl bijvoorbeeld het hoge Britse tekort geen direct risico oplevert voor de zestien eurolanden.
    De financiën terug op orde brengen zal zonder hulp van andere eurolanden zeer moeilijk worden. Maar of Griekenland die hulp krijgt, is ten zeerste de vraag.
    Het vertrouwen dat de Grieken zich voortaan zullen gedragen, heeft daarvoor te veel deuken opgelopen.