Berichten in de categorie ‘Economie’

Er wordt voedsel verbouwd maar niet voor hen

Rijke landen verplaatsen de productie van voedsel naar ontwikkelingslanden, waar schade dreigt voor de armen

Door Mark Schenkel

Het is een potentiële buitenlandse investering in infrastructuur en werkgelegenheid. Maar ook een bedreiging voor het grondbezit van kleine boeren en hun toegang tot zoiets essentieels als water.

Dat stellen internationale onderzoekers vast in de eerste gedetailleerde studie naar een betrekkelijk nieuw en omstreden verschijnsel: de verpachting door ontwikkelingslanden van landbouwgrond aan rijkere landen, zodat die er voedsel en biobrandstoffen kunnen produceren voor hun eigen markten. Sinds 2006, in slechts drie jaar tijd dus, hebben ontwikkelingslanden 15 tot 20 miljoen hectare grond verhuurd aan buitenlandse (overheids)investeerders, zo blijkt uit gegevens van het in Washington gevestigde International Food Policy Research Institute (IFPRI). Een gebied zo groot als het totale landbouwareaal van Frankrijk en, zo becijferde het IFPRI, een markt waarin inmiddels 20 tot 30 miljard dollar (14 tot 22 miljard euro) omgaat.

Directeur Jacques Diouf van de VN-voedselorganisatie FAO noemde de internationale grondverhuur eerder ‘neo-koloniaal’, omdat uitgerekend arme landen, waar de voedsel- en brandstofprijzen vorig jaar sterk stegen, rijkere landen steeds meer voorzien van maïs, meel en biobrandstof. Zo stelt Ethiopië, waar volgens de VN hongersnood dreigt, grond beschikbaar aan bijvoorbeeld Saoedi-Arabië. Voorstanders van de landbouwakkoorden wijzen op vermeende voordelen voor armere economieën in de vorm van kapitaalinjecties.

Voor het eerst is er nu wereldwijd onderzoek gedaan naar alle bilaterale landbouwakkoorden. Twee VN-organisaties belast met voedsel en landbouw, de FAO en het International Fund for Agricultural Development (IFAD), hebben resultaten gepubliceerd van onderzoek dat zij deden samen met het Britse International Institute for Environment and Development (IIED). De verpachting van landbouwgrond aan buitenlandse bedrijven, investeringsfondsen en overheden is een mondiaal verschijnsel, maar het rapport Land grab or development opportunity? Agricultural investment and international land deals in Africa richt zich op Afrika, waar de meeste grond wordt verhuurd. De onderzoekers deden veldwerk in vijf landen waar sinds 2004 circa 2,5 miljoen hectare grond is verhuurd: Ethiopië, Ghana, Madagaskar, Mali en Soedan.

De onderzoekers nuanceren de allergrootste zorgen over de grondverhuur, door te wijzen op de potentiële voordelen voor de Afrikaanse landen. „Afrika snakt al decennia naar investeerders, dus laten we onszelf niet meteen in de voet schieten”, zei Harold Liversage, een deskundige van IFAD, tegen persbureau Reuters.

De voornaamste investeerders zijn (semi)overheidsbedrijven en -investeringsmaatschappijen uit Midden-Oosterse en Aziatische landen die veel geld verdienen met olieverkoop, die een snelle economische groei (en navenante groei van de behoefte aan brandstof en voedsel) doormaken en die zelf matige tot slechte landbouwvoorzieningen hebben. Zo investeren Qatar en Koeweit in Soedan.

De onderzoekers wijzen echter ook op de nadelen van de landbouwakkoorden. Veel Afrikaanse landen ontberen heldere rechtsregels over grondbezit en natuurbescherming. Worden er geen duidelijke afspraken gemaakt, dan „neemt het risico toe dat arme mensen van hun land worden gezet of toegang tot grond, water en andere voorzieningen verliezen”.

Een voorbeeld van een akkoord dat meer kwaad dan goed heeft gedaan is dat van Madagaskar met het Zuid-Koreaanse Daewoo, voor de exploitatie van 1,3 miljoen hectare grond – de helft van alle landbouwgrond in Madagaskar. De deal voedde de onvrede onder arme Malagassiërs en veroorzaakte de golven van volkswoede waarop in maart de populist Andry Rajoelina naar een staatsgreep tegen president Marc Ravalomanana surfte. Rajoelina heeft gezegd dat de overeenkomst met Daewoo niet doorgaat.

Het debat over de voor- en nadelen van de grondverhuur vertoont overeenkomsten met de discussie over de pro’s en contra’s van buitenlandse (lees: Chinese) investeringen in Afrika. Critici noemen de Chinese investeringen in infrastructurele projecten in ruil voor grondstoffen (te vergelijken met de landbouwproducten) soms ook ‘neokoloniaal’. Voorstanders zeggen dat de soepel verstrekte leningen en investeringen juist gunstig uitpakken voor Afrika, zoals ook voorstanders van de landbouwakkoorden zeggen.

Overigens zoekt China wel landbouwgrond in Afrika, maar dan vooral voor biobrandstof of als investeringsmogelijkheid an sich; niet zozeer om de eigen voedselvoorziening veilig te stellen, aldus het rapport. Dat doet China vooral in Zuidoost-Azië.

Afrika snakt al decennia naar investeerders

Harold Liversage, van IFAD

Een Chinese toezichthouder bij de aanleg van een weg in Ethiopië. Critici noemen de Chinese investeringen in infrastructurele projecten in Afrika, in ruil voor grondstoffen , soms ‘neokoloniaal’. Foto AFP

Vooral landen uit Midden-Oosten en Azië huren grond

Het zijn vooral Midden-Oosterse en Aziatische (overheids)investeerders en -bedrijven die landbouwgrond huren in Afrika, zo blijkt uit het onderzoek Land grab or development opportunity? Agricultural investment and international land deals in Africa. Het onderzoek is uitgevoerd door twee VN-organisaties en de Britse denktank IIED.

De grond – vooral in Afrika, waar veel en goedkope landbouwgrond is – wordt gebruikt om de eigen voedselvoorziening veilig te stellen. Zo investeert een fonds uit Abu Dhabi 28.000 hectare grond in Soedan om onder meer maïs, bonen en aardappelen te produceren voor de Verenigde Arabische Emiraten.

Een consortium van Saoedi-Arabische landbouwbedrijven kondigde onlangs aan dat het 400 miljoen dollar gaat investeren in voedselproductie in Soedan en Ethiopië, nadat het al geïnvesteerd had in 10.000 hectare grond in Egypte voor het verbouwen van tarwe en gerst.

Minstens zo belangrijk is de verbouw van gewassen waarmee biobrandstof wordt gemaakt. Hierbij zijn ook Britse en Amerikaanse investeringsmaatschappijen betrokken. Zo kondigde het Britse energiebedrijf CAMS Group vorig jaar september aan dat het 45.000 hectare grond in Tanzania had gehuurd voor de productie van sorghum, een tropisch graangewas waarmee biobrandstof wordt gemaakt.

Het kan ook andersom: een land in Afrika dat zijn voedsel uit een ander continent haalt. Zo sloot Libië vorig jaar een akkoord met Oekraïne over de verbouw van graan. In ruil krijgt Oekraïne olie van Libië.

Niet meer elk weekeinde naar Nice

Door Lolke van der Heide
Londen, 5 juni.

Het vervoer per zakenjet heeft zwaar te lijden onder de crisis. Vooral marktleider NetJets loopt forse klappen op. Nieuwkomer Jet Republic denkt hier juist van te kunnen profiteren.

De rijken der aarde vliegen niet meer per privéjet – of in elk geval een stuk minder. „Vooral lifestyle customers laten het sterk afweten”, zegt directeur William Kelly van NetJets in zijn kantoor te Londen. „Elke week op en neer tussen Noord-Europa en Nice in Zuid-Frankrijk is er niet meer bij.”

Luchtvaartmaatschappij NetJets is gespecialiseerd in vervoer van zakenmensen en welgestelden, met kleine, luxe vliegtuigen. Kelly zegt dat de gebruikte vlieguren van gefortuneerden dit jaar met de helft is teruggelopen. Het zakelijk vervoer is ook gedaald, maar niet zo fors. Hij klampt zich vast aan het feit dat het aantal klanten van NetJets ongeveer hetzelfde is gebleven als een jaar geleden: 1.600. Voor de 268 verloren klanten kwamen 270 nieuwe in de plaats.

Verschil is dat het totale aantal vlieguren (de klant betaalt per uur) is verminderd en daardoor ook de opbrengst. Met hoeveel de omzet is gedaald wil Kelly niet zeggen – NetJets, dat een tak in de Verenigde Staten en Europa heeft die apart van elkaar opereren, is niet beursgenoteerd. Kelly wil ook geen uitsplitsing geven van de cijfers voor de VS en Europa. Wel geeft hij toe dat NetJets Europe sinds de oprichting in 1996 jarenlang verlies leed. „De laatste drie jaar maakten we winst, maar in 2009 zal dat niet lukken.”

De uitbreiding van de vloot wordt vanwege de crisis beperkt. NetJets Europe krijgt dit jaar 10 nieuwe zakenvliegtuigen in plaats van de geplande 27. Orders zijn doorgeschoven naar een latere datum, niet geannuleerd, zegt Kelly.

De markt voor zakenvluchten is sterk gefractioneerd. Van de 2.000 zakenvliegtuigen in Europa is het grootste deel in handen van kleine bedrijven, die slechts enkele toestellen hebben. NetJets steekt daar met een vloot van 200 vliegtuigen ver boven uit. Het bedrijf heeft ook een andere structuur dan de meeste concurrenten: bij NetJets kunnen klanten een aandeel kopen in een vliegtuig (fractional ownership) dat hen het recht geeft om te vliegen. De aandelen bestaan gewoonlijk uit even breuken, vanaf een zestiende (voor ongeveer 600.000 euro) oplopend tot de helft (4,8 miljoen euro). De kosten voor de gevlogen uren komen daar nog eens bovenop. Een vliegurenkaart zonder aandeel kopen kan ook, maar de meest klanten kiezen voor het gedeelde eigendom.

De voormalige commercieel directeur van NetJets, Jonathan Breeze, richtte medio vorig jaar een nieuw bedrijf op onder de naam Jet Republic, met als doel NetJets naar de kroon te steken. Met steun van de private Euram Bank in Wenen en de Mexicaanse miljardair Ricardo Salinas bestelde Breeze 10 toestellen bij Learjet. Het eerste vliegtuig komt in september, maar sinds kort kunnen klanten al vliegen, gebruikmakend van toestellen van derden. Ook Jet Republic gaat later gebruik maken van het gedeeld eigendom van vliegtuigen.

Tijdens een crisis een kapitaalintensief bedrijf beginnen, is dat wel verstandig? Breeze wuift alle bezwaren weg. In een telefonische reactie vanuit zijn vestigingsplaats Lissabon zegt Breeze dat hij juist van de crisis kan profiteren. „Onze kosten zijn voorlopig laag omdat we vliegen met andermans vliegtuigen. Er zijn elke dag honderden vliegtuigen beschikbaar en door de crisis kunnen we een goede prijs bedingen.” Tegen de tijd dat de vloot enige omvang krijgt – in het najaar komt er per maand een toestel bij – rekent Breeze er op dat de ergste crisis voorbij is.

Bill Kelly zegt dat NetJets „niet zo bang” is voor de nieuwe concurrent. Hij wijst op maatschappijen die de afgelopen jaren begonnen met zakenvervoer met een VLJ – Very Light Jet. Dit is in aanschaf een goedkoop toestel, waardoor ook de vervoerskosten lager zijn. NetJets wees op grond van comfort voor de passagiers de VLJ vanaf het begin af. „En kijk nu eens”, zegt Kelly, „de meeste maatschappijen die met VLJ’s vlogen, zijn op de fles.” Ook de grootste fabrikant van VLJ’s, Eclipse Aviation van de Nederlandse zakenman Roel Pieper, ging eerder dit jaar failliet.

Is Kelly niet bang dat eigenaar Warren Buffett van NetJets af wil, als het verlies aanhoudt? „Welke sector doet het wel goed dan? Wij zitten in het oog van storm. De financiële wereld en bouwbedrijven zijn hard getroffen en daar hadden wij veel klanten. De crisis is als een liftschacht: we zijn er met zijn allen in gevallen en weten niet wanneer we de bodem bereiken.”

Zwaar verlies voor moederbedrijf van NetJets

NetJets is een dochteronderneming van Berkshire Hathaway, het Amerikaanse conglomeraat van bedrijven en investeringsmaatschappijen in handen van miljardair Warren Buffett. Omdat Berkshire Hathaway niet beursgenoteerd is, geeft Buffett geen kwartaalcijfers en worden in de jaarverslagen niet alle cijfers uitgesplitst. In 2008 draaide de onderneming een omzet van 107 miljard dollar (74 miljard euro) en boekte het een nettowinst van 5 miljard dollar.

Maar het eerste kwartaal van dit jaar draaide op verlies uit: 1,5 miljard dollar (1,05 miljard euro). De kwartaalomzet daalde met 9 procent naar een kleine 20 miljard dollar. De waarde van aandelen Berkshire Hathaway nam in het eerste kwartaal met 6 procent af. Het aandeel van NetJets (in de Verenigde Staten en Europa samen) in het verlies van het moederbedrijf was 96 miljoen dollar. Over heel 2008 boekte NetJets nog een winst van 45 miljoen dollar.