Yankee? Dat komt van Jan-Kees
De bond tegen leenwoorden zou het niks vinden
In de categorie nice to know. Wij hebben computers, flats, posters, organizers, face-lifts en natuurlijk next. Maar ze bestaan ook andersom: Nederlandse leenwoorden in het Amerikaans.
In NRC vandaag: “Met dank aan de Nederlanders betalen Amerikanen met dollars, bouwen ze stoops aan hun huizen die ze schoon schrobben met een boonder, eten ze cookies, hutspot en coleslaw, geven ze over in een cuspidor, werken ze onder een boss en voelen ze zich overslaughed als een bepaalde functie of promotie aan hun neus voorbij gaat.”
Historisch taalkundige Nicoline van der Sijs maakte voor de viering van ‘400 jaar Nederland-Amerika’ een boekje van de 246 Nederlandse leenwoorden die ze vond, met etymologie. Ze staan in het nieuwe boekje: Yankees, cookies en dollars. Op wikipedia is ook een verzamelpoging gedaan.
Grappig, die leenwoorden. Zo wordt in Indonesië nog steeds het woord ‘haarnetje’ gebruikt. De allerleukste van Van der Sijs: Yankee. Die zou van Jan-Kees komen. En dope van een dikke saus die Nederlandse kolonisten over hun eten gooiden.
Nog veel grappiger is de Bond Tegen Leenwoorden. Die geven vertalingen om leenwoorden in het Nederlands te voorkomen. Vooral het woordenboek is hilarisch. Neem industrie. Dat wordt nijverheid. Akkoord. Industrieel wordt dan nijverlijk of nijverheidsmatig. Oei. En industriële revolutie heet: nijverheidsomwenteling.
Redacteur, lees ik, moet opsteller zijn. Ik moet nieuwe visitekaartjes bestellen.



