ChristenUnie streng over praxis, stukje en uitrollen
Voorlichter geeft Kamerleden per e-mail anti-jargonadvies
Bij de Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie zijn vijf van de zes Kamerleden pas aangetreden sinds de afgelopen Kamerverkiezingen, in 2006. Toch gaan zij niet mee in de ‘nieuwe’ omgangsnormen, die voorschrijven –weliswaar ongeschreven – dat je zegt wat je denkt, helder en stevig.Want juist de debat-bijdrages van de Kamerleden van de ChristenUnie willen nog wel eens in jargon verzanden.
Niet dat ze dat willen. Het gebeurt gewoon. Gelukkig hebben ze een oud-journalist als voorlichter, Sjirk Kuyper. Als verslaggever van het Friesch Dagblad ergerde hij zich jarenlang aan het het omslachtig en vaak gewichtig-doenerige taalgebruik van leden van Provinciale Staten. In Den Haag hoeft hij zich niet louter machteloos te ergeren. Hier kan hij er iets aan doen. En dus stuurt hij regelmatig een mail met in de onderwerpregel ‘woorden die wij in spraak en geschrift niet zullen gebruiken’. De ontvangers: de zes Kamerleden van zijn partij.
Ze dienen zich te onthouden van lelijks als ‘een stukje’, ‘naar de toekomst toe’, ‘herprioritering’, ‘faciliteren’; enzovoorts. Kuyper is niet te beroerd de verboden toe te lichten.
Uit enkele recente mails:
„Middelen. Niet gebruiken als je geld bedoelt. Mijn dochters hebben nog nooit om zakmiddelen gevraagd.”
“Praxis, als in homoseksuele praxis. Technisch, lijkt sluikreclame voor een bouwmarkt, lelijk woord”.“Uitrollen. Kan wel met vaste vloerbedekking, niet met Centra voor Jeugd en Gezin of andere overheidsgrollen.”
“Aanvliegroute. „Was ooit een leuke, originele beeldspraak. Maar dat is al weer even geleden.”
Kuijper heeft eigenlijk altijd gelijk. Maar hij is ook streng. Hij verbiedt zelfs het werkwoord „aangeven”, in de betekenis van: zeggen. Kuijper: “Mag wél gebruikt worden in zinnen als ‘Geef mij mijn tasje even aan’, maar níet in zinnen als ‘Voorzitter, ik heb zojuist aangegeven dat…’. Aangeven is dan een omslachtige en gewichtige manier van zeggen. Normaal is: ‘Voorzitter, ik zei net al dat …’
Buiten Den Haag is dit een begrijpelijk verbod. Daarbinnen is het opvallend, omdat ‘aangeven’ in de betekenis van ‘zeggen’ zo gewoon is als een lidwoord. Het moet Kuijper pijn doen dat Balkenende niet naar Brussel is gegaan. Want in hoeveel debatten wist de minister-president dat werkwoord of een vervoeging ervan te vermijden? Een blik in de handelingen leert al snel: nul.
Reageren? Klik hier. Hieronder een bloemlezing:
- ‘Downplayen’, ‘downsizen’. Dat kan ook in het Nederlands: laagspelen, neerschalen.
- ‘Uitrollen’. Kan wel met vaste vloerbedekking, niet met Centra voor Jeugd en Gezin of andere overheidsgrollen.
- Aanvliegroute. Is ooit een leuke, originele beeldspraak geweest. Maar dat is al weer even geleden.
- Naar de toekomst toe
- Een stukje
- In beton gegoten. Alternatief: in kalk en cement.
- ‘Graag een reactie’. Moet die wens echt geëxpliciteerd worden? Een goed geformuleerde en met gezaghebbende dictie uitgesproken vraag dwingt vanzelf reactie af. Welk bewindsmens zou het aandurven níet te reageren.
- Teksten loslaten. Vreemd beeld: je ziet heliumgevulde tekstballonnetjes de lucht in floepen, of je ziet blaffende hondjes die hun lijn losrukken en luidt tekstend de straat op rennen. Teksten zijn geen luchtballonnen of waakdieren, teksten worden gesproken of geschreven en zorgvuldig geponeerd.
- Met z’n poten in de modder. Stoere praat, niet doen.
- Not amused. Kan ook in het Nederlands: niet geamuseerd, displezier.
- Het journaille. Vooral dat onzijdig lidwoord! Onaangename manier om een eerzame beroepsgroep te abstraheren en complotteren. Werkt vijanddenken in de hand. Zo praten mensen ook over ‘de politiek’ en dat vinden wij niet fijn.
- Persmuskieten. Gebruikt MdB in De Banier, moeten wij meer zeggen?
- ‘Ik zit hier heel geharnast in’; ‘zij zit daar zó krampachtig in’, etc. Motivatie: 100 % Haags; een jaar geleden had ik ‘m nog nooit gehoord, nu hoor ik ‘m wekelijks. Normale mensen zitten nergens in, ze vinden iets.
- ‘Daarmee is een investering gemoeid van….’ Betekenis: ‘Dat kost’
- Opplussen. T.o.
- Eigenstandig. T.o
- ‘Geen misverstand daarover’, ‘Laat daarover geen misverstand bestaan’. Overbodig bezweringsformules; wie duidelijk spreekt hoeft zich niet bij voorbaat te verweren tegen mogelijke misverstanden.
- ‘Ik heb goed geluisterd naar x …’ Dat hoort vanzelf te spreken.
- Een aantal hebben/zijn. Aantal is enkelvoud! Een aantal collega’s is van deze regel klaarblijkelijk niet op de hoogte. Terwijl een aantal van hen toch hoger onderwijs heeft genoten.
- Het kabinet en haar plannen waarmee zij naar buiten treedt. Kabinet = mannelijk = zijn/hem!
- Herprioritering. De rode kringeltjes eronder zeggen genoeg.
- Faciliteren.
- Regie/regisseur. Terminologie uit de twijfelachtige wereld van film en toneel, oftewel uit de onwerkelijkheid. De regisseur is iemand die buiten beeld het spel stuurt en beheerst. In de werkelijkheid van politiek en bestuur zijn de hoofdrolspelers zélf verantwoordelijk voor strategie en spelverdeling, voor dialogen en acteerwerk. Spreken van ‘regie’ suggereert dat de ware macht achter de schermen huist, en dat de werkelijkheid zich afspeelt volgens een scenario waarover een onzichtbare regisseur heeft nagedacht. Dit is niet waar. Vraag dus nooit om regie, klaag ook niet over gebrek daaraan.
- Aangeven. Mag wél gebruikt worden in zinnen als ‘Geef mij mijn tasje even aan’, maar níet in zinnen als ‘Voorzitter, ik heb zojuist aangegeven dat…’. Aangeven is dan een omslachtige en gewichtige manier van zeggen. Normaal is: ‘Voorzitter, ik zei net al dat …’
- Gelden. Geld is een collectivum, daar ga je niet nog eens een meervoud van maken. Uit de huishoudportemonnee betrekken wij ook geen gelden, maar gewoon geld. ‘Gelden vrijmaken voor’ betekent niets anders dan ‘een potje reserveren voor / geld besteden aan’.
- Middelen. Niet gebruiken als je geld bedoelt. Mijn dochters hebben nog nooit om zakmiddelen gevraagd.
- Praktiseren. Woorden die slechts in één verband, voor één bepaalde categorie medemensen worden gebruikt, zijn naar hun aard verdacht en stigmatiserend. Als je dochter voor het eerst met een vriendje thuiskomt, zeg je niet ‘Fijn dat je zo van ‘m houdt, maar probeer dat tot je trouwdag niet te praktiseren’.
- Praxis (Als in: ‘homosexuele praxis). Technische term, lijkt sluikreclame voor een bouwmarkt, lelijk woord.
- ‘Met …. hebben we goud in handen’. (Zoals gebruikt in ‘met de C heeft het CDA goud in handen’.) Abjecte materialisering van abstracte waarden.
- Aanvliegen, aanvliegroute etc. Sleetse metafoor, favoriet bij hoogvliegende politici
- Doorakkeren. Veinst te zijn ontleend aan poten-in-de-modder-boerentaal, maar gek genoeg hebben échte akkerbouwers het nooit over doorakkeren.



