Die pijltjes overal zijn van het merk NRC
Het is ons nieuwe beeldmerk
Ook die posters gezien op NS-stations, met twee pijltjes en zinnen die beginnen met ‘ik denk…’? Dat is de nieuwe mediacampagne van NRC Media.Vanaf vandaag presenteren nrc.next, NRC Handelsblad en nrc.nl zich met die nieuwe campagne, gemaakt door ontwerpbureau Thonik. Beeldbepalend is een rood grafisch teken voor een pijltje naar rechts, ook wel een Frans aanhalingsteken. De officiële naam voor het pijlteken is guillemet. Dat is afgeleid van de Franse naam voor Willem, naar de zestiende-eeuwse Franse drukker en letterontwerper Guillaume le Bé, die het teken als eerste gebruikt zou hebben. Het wordt in Frankrijk en Duitsland nog veel gebruikt om, dubbel of enkel, een citaat te openen << en weer te sluiten >>. Maar op apparaten betekent > afspelen, en >> snel vooruitspoelen, fast forward.

Thonik, het ontwerpbureau van Tho(mas) Widdershoven en Nik(ki) Gonnissen, koos voor de guillemet vanwege beide betekenissen, quote en fast forward, zegt Thomas Widdershoven: “Als je NRC leest, heb je een voorsprong,” vertelt Widdershoven. ,”En dat idee van voorsprong zit ook in dat teken >.” Het teken komt in allerlei toepassingen in de campagne terug.
Terugkerend is ook de zin: ‘ik denk nrc’. ,”NRC staat voor een manier van denken, vinden wij. Je krijgt meer achtergrond, diepgang, stof tot nadenken dan in andere media. Denken en NRC horen bij elkaar, vandaar: ik denk nrc”. De campagne wordt zowel voor nrc.next, NRC Handelsblad als nrc.nl gebruikt, ,”omdat ze eigenlijk allemaal bij het merk NRC horen,’’ vertelt Nikki Gonnissen.
Dat vond de uitgever NRC Media ook, en die koos daarom voor het bureau Thonik. Gonnissen: “Wij vonden de basisvormgeving van nrc.next heel goed, en daarom hebben we voor de hele campagne de next-kopletter gekozen.” Die is van de letterontwerper Bram de Does. Thonik is een internationaal bekend ontwerpbureau uit Amsterdam, dat de communicatie en inrichting van de Architectuurbiënnale in Venetië deed, maar ook campagnes ontwikkelde voor het Centraal Museum Utrecht, de Openbare Bibliotheek Amsterdam en de SP.




