Tot op het bot verkleumd dook ik vorige maand een New Yorks etablissement in. Daarbij had ik één doel voor ogen: opwarmen, met een borrel. Vanaf de natte straat zag Restaurant Balthazar, in Soho, er aantrekkelijk uit: bruin, druk en gemoedelijk. Binnen bleek een straf onderscheid te bestaan tussen het eters en drinkers. Met de buik al boordevol cheesecake, het was een uur of vijf, nam ik gretig plaats aan de bar, voor een fles Pouilly-Fumé.
Op die bar lag een menukaart. Een mooie. Half in het Frans. Mmm. Moesten we niet toch nog iets eten?, vroeg ik mijn drinkebroer. Nu we hier toch zijn? Ze hebben een bar a huîtres. Veel te duur natuurlijk, maar wat zou het. We waren jong en wild. En de wijn vroeg erom. Dus hops, ik zes oesters (de goedkoopste), hij een garnalencocktail.
Geen toeval, blijkt uit het boek van William Poundstone (Priceless: The Myth of Fair Value (and How to Take Advantage of It). Een voorproefje in New York Magazine laat precies zien in welke val we trapten.
De rechterbovenhoek, leert Poundstone, is de plek op de kaart waarop het oog het eerste valt. Die gebruikt Balthazar om de duurste dis aan te kaarten, het plateaux de fruits de mer ‘Le Balthazar’ (à 115 dollar), in een extra groot lettertype. Dat, zegt Poudstone, is om te doen lijken of alle gerechten die daar in de buurt staan, een koopje zijn – relatief. Lees verder voor meer trucs.








