Wat mij opvalt. Is dat jonge meisjes. Van zeg maar zestien. Soms. Ineens. Middenin een zin. Een punt zetten.
En. Dan. Zeg maar. Best wel. Kordaat overkomen. Ineens.
Raar.
Laatst was ik in een restaurant in Wassenaar, waar mensen van zestien op eigen gelegenheid sushi aan het eten waren – op zich al bijzonder om te observeren.
Maar qua taal was het helemaal interessant, want het was één groot festijn van punten midden in de zin. „Nee. Mijn oma is wel chill. Maar. Ze is gewoon wel oud. Zeg maar. Echt iets van. Tachtig. Ofzo.”
„Jezus. Heb je nog nooit sushi gegeten ofzo. Echt. Niet normaal. Hoe jij die stokjes vasthoudt.”
Ik denk dat het een reactie is op de trend die óók onder zeventienjarige meisjes heerst, en dat is de vraagtekenhype. In de vraagtekenhype wordt elke zin met een vraagteken afgesloten? Ook als het geen vraag is? „Hoi, ik ben Anne? Ik wil later psychologie studeren?”
Of zou deze hype alweer een beetje voorbij zijn? Zeg maar, best wel jaren negentig? Eigenlijk?
Ooit hielden meisjes van zeventien juist heel erg van vraagtekens! Omdat alles onwijs gaaf was of juist zwaar klote! Bijvoorbeeld in de jaren tachtig! Met fluorescerend-roze beenwarmers! Gaaf! Of dat je ouders helemaal niet begrepen wat er gaaf was aan punk! Klote!
Het decennium dáárvoor stond wat betreft de meisjes dan weer in het teken van de vele puntjes… Lekker je dagboek mee volmijmeren… En ook in je spraak laten terugkomen… Omdat iedereen z’n eigen werkelijkheid had…
Natuurlijk, er waren in de jaren zeventig ook al veel uitroeptekenmeisjes! Maar het gaat hier om gemiddelden… En ik heb er trouwens ook geen onderzoek naar gedaan… het is meer een gevoel… Van binnen…
Eerst puntjes, toen uitroeptekens, daarna vraagtekens – nu hebben de meisjes eindelijk een punt gezet. In dat licht bezien is het nog niet zo’n slechte ontwikkeling.
paulien cornelisse