Ik droomde over de PVV
Ik zag Geert Wilders en Femke Halsema samen een zak friet eten
De PVV won in Almere, en ik bereidde me voor op een inktzwarte periode in mijn eigen hoofd en ver daarbuiten. Ik maakte me zorgen.
Over mensen die tegen elkaar schreeuwen over de hoofddoekjes van argeloze moslima’s heen. Over PVV-raadsleden die niet in het college mogen, of willen. Over het verdriet van mensen die vrede willen in de politiek. Over de komende drie maanden van debatten waarin iedereen verliest. Ik zette me schrap.
Maar verdomd als het niet waar was, zag ik ineens overal tekenen van hoop.
Ik zag krokussen onverstoorbaar de grond uit sjezen.
Ik zag een auto met vier Marokkanen stoppen voor een witte mevrouw bij een zebrapad. Ik hoorde een merel zingen. Ik zag een moeder haar kind een kus op zijn kruin geven. Ik zag dat de ijssalon van Roberto in Utrecht op 12 maart weer open gaat.
Ik zag sneeuwklokjes bezwijken onder de bloemen, en de zon prikte mijn tranen weg. Ik zag eenden paren, en na afloop een stukje met elkaar opzwemmen. Ik zag de volkomen onverwachte, roze, wangen van Emile Roemers. Ik hoorde California Dreamin’ op de radio, en vond onderin een la een oude kaart van Loesje met de tekst “Het was zo donker dat ik alleen maar lichtpuntjes zag”.
En ineens zag ik Femke Halsema en Geert Wilders samen een zak friet eten. Ik zag een blozende Sietse Fritsma met een bloedmooie moslima op een zonnig terras. Mark Rutte samen met Martin Bosma ruziënd over het masterplan voor de Nederlandse economie voor de komende twintig jaar. En ik zag Ernst Hirsch Ballin schaterend, met Fleur Agema achter op zijn fiets, op weg naar de Ridderzaal.
Een droom. Natuurlijk. Maar wat als.
Ik voelde mijn ogen drogen en ik zoog de zon mijn longen in. Ik voelde me sterker dan ooit.



