Vrijdag ging Alice in Wonderland in première. Maar hoe is de film eigenlijk? NRC-filmrecensent Peter de Bruijn vindt ‘m te gewoon en gaf de film zaterdag in NRC Handelsblad twee ballen.
Volgens De Bruijn is die wat plichtmatige indruk misschien te wijten aan het scenario ontwikkeld door Disney. Disney’s huisschrijver Linda Woolverton (Beauty and the Beast en The Lion King) heeft er een verhaal van gemaakt dat exact voldoet aan het verwachtingspatroon dat het gros van de blockbusters oproept. Alice moet de wereld redden, maar dat moet ze eerst nog zelf ontdekken en ze moet ook bepaalde karakterzwakheden overwinnen. De vrolijke, bevrijdende nonsens van het oorspronkelijke verhaal heeft eigenlijk geen functie meer. Om van Alice een strijdende heldin te maken is ze van zeven jaar ineens negentien geworden.
Tim Burton maakt al bijna dertig jaar films in hetzelfde fantasygenre, voor een groot deel met dezelfde mensen om zich heen, zoals kostuumontwerper Colleen Atwood, componist Danny Elfman en ook steeds met dezelfde ster, Johnny Depp. Dat is te zien. Zelfs een fantasiewereld waarin alles kan en alles mag, kan routineus overkomen. Veel scènes in Alice in Wonderland maken een matte en niet zozeer ‘duistere’ (Burtons handelsmerk) alswel lichtelijk deprimerende indruk; alsof er alleen tussen negen en vijf aan Alice in Wonderland is gewerkt. Vuurspuwende draken, pratende konijnen, een koningin met een enorm waterhoofd; voor Burton is het inmiddels just another day at the office. Dat roept de vraag op: waarom vluchten in fantasy als de wereld daar net zo’n tranendal is als de grijze werkelijkheid.



