De stufi: pappen of belonen?
Een update uit het nextlab

nextlab
De briefschrijvers lijken het over een ding eens te zijn: ze willen financieel beloond worden. De vanzelfsprekendheid waarmee deze studenten maandelijks een vast bedrag op hun rekening krijgen gestort ervaren ze als demotiverend. Ze lijken moe te zijn van geld krijgen, zonder dat daar iets tegenover staat. Dat zou niet van deze tijd zijn, staat in de mails.
In die categorie valt bijvoorbeeld het eenvoudige, maar vast en zeker doeltreffende voorstel van Paul van der Plas, student Technische Natuurkunde aan de Universiteit Twente.
Voor elk studiepunt krijg je geld. In een jaar krijgt een uitwonend student een basisbeurs van ongeveer 3200 euro. Dit krijg je verdeeld over 12 maanden. Aangezien er 60 EC te halen zijn in een jaar komt dat neer op een dikke 50 euro per EC. Dit bedrag zal natuurlijk omhoog moeten gaan als de ouders/verzorgers een lager inkomen hebben en lager zijn voor thuis wonenden.
Keiharde euro’s, dat motiveert studenten pas echt om te gaan studeren, zegt Van der Plas. „Vanavond de stad in of volgende week een mooi bedrag van de overheid op de bankrekening? Ik zou het wel weten…”
Doet de toegankelijkheid van het hoger- en beroepsonderwijs er nog toe? Dat idee stond voorop in de tijd dat de ouders van de huidige generatie twintigers studeerden. Het was een tijd met een sterk emancipatie-ideaal: iedereen was gelijk en moest dus ook gelijke kansen krijgen. Daar werd het huidige studifinancieringssysteem op ingericht. Veel studenten lijken nu te vinden dat studeren alleen bedoeld is voor mensen die het echt willen (en kunnen).
Neem bijvoorbeeld Rainier Jaarsma, student Amerikanistiek, Filosofie en Journalistiek aan de RUG. Hij heeft het helemaal gehad met wat hij het „pappen van studenten door middel van overheidsgeld” noemt. Dat is niet meer van deze tijd, vindt Jaarsma. „Sinds het moment dat de individualisering en het liberale gedachtegoed hun intrede hebben gedaan is dit systeem van overheidsbesteding niets meer dan de schaduw van een enge schim uit een ver verleden,” zegt hij met gevoel voor overdrijving. Studenten moeten niet meer „afhankelijk” van de overheid zijn, maar „zelfvoorzienend”, we moeten „van collectief determinisme naar individuele vrijheid.”
De kwaliteit van het onderwijs moet volgens Jaarsma worden verscherpt door hogere toelatingseisen. „Hierdoor kan alleen nog een gemotiveerde bovenlaag worden toegelaten. Studenten gaan inzien dat ze hun best moeten doen om ergens te komen; er moet inzet getoond worden om een bepaalde studie te bereiken.”
Moet de stufi een beloning worden, in plaats van een vanzelfsprekende toelage? Evert Deelstra, hoofd afdeling Educational Administration & Student Support Faculteit Economie en Bedrijfskunde Rijksuniversiteit Groningen vindt van wel en stelt voor de duur en hoogte van de stufi te koppelen aan de behaalde studieresultaten:
Studeer je nominaal (bijvoorbeeld: een vierjarige opleiding binnen vier jaar afgerond), dan kun je eenmalig één jaar extra stufi verdienen (stufi-bonus)” Bovendien verdien je meer stufi naarmate je meerstudiepunten behaalt. Bij 0-20 behaalde ECTS-credits krijg je bijvoorbeeld 500 euro per maand; in de hoogste categorie van 40 ECTS-credit krijg je 650 euro per maand.
De basisbeurs moet volgens Deelstra wel „hoog genoeg zijn om in ieder geval iedere student een basisinkomen te garanderen.”
Eerstejaars Job Jesse Mulder uit Oostvoorne pleit voor een “inkomensafhankelijke studieborg”. Hij houdt daarbij – heel origineel - ook rekening met de semantische gevoeligheden bij het leengedrag van studenten. Studenten moeten niet meer lenen, maar een ‘borg’ nemen, stelt hij voor. „We zouden het een borg moeten noemen omdat een student bij het woord “lening” in een kramp schiet en misschien, zoals vele politici beweren, zelfs van studeren afziet.”
Om de belangstelling te stimuleren voor maatschappelijk belangrijke studie die geen gouden carriere in het vooruitschiet stellen, heeft Mulder bedacht dat terugbetalen inkomensafhankelijk moet worden. „De rijke directeur betaalt die volle twaalf duizend euro (want dat is de studieschuld waar we het ongeveer over hebben) na zijn studie terug, en de docent hoeft bijvoorbeeld maar zesduizend euro terug te betalen.”
Ook Rianne te Lindert voelt wel wat voor een strenge selectie: „In Finland en Zweden zijn bijvoorbeeld de scholen gratis. Iedereen kan vrijblijvend studeren aan de universiteiten. Zo heeft iedereen een betere kans op een goede opleiding en een baan. Om te voorkomen dat iedereen zo maar bij deze universiteiten worden ingeschreven zal er een goede selectieronde kunnen komen of een test vooraf om te bepalen welke studenten hier mee door mogen gaan. Op deze manier krijg je studenten die echt gemotiveerd zijn en ook nog eens geschikt voor de studie en zullen er minder mensen afhaken. Zo krijgen de juiste mensen een kans. Het gaat om talent en motivatie en niet om inkomen. In Amerika krijgen alleen de echt goede studenten een beurs, waarmee ze hun (vervolg) studie kunnen betalen. Zo zet je iedereen aan tot het uiterste te gaan.”
Vraag: behelst het huidige stufi-systeem inderdaad niets meer dan „het pappen van studenten” en kunnen we beter naar een systeem dat studenten beloont voor de behaalde resultaten?


