Meneer Brenninkmeijer, wat je zegt ben je zelf
De overheid moet niet zo letten op incidenten, zegt de ombudsman

Brenninkmeijer had ruzie met Bos. Fragment uit foto van Roel Rozenburg
In de Max van der Stoellezing had de ombudsman eind vorig jaar vraagtekens geplaatst bij het politieoptreden bij de rellen in Hoek van Holland. Niemand minder dan toenmalig vicepremier Wouter Bos (PvdA) noemde zijn optreden „onverantwoord en ongepast”. Brenninkmeijer, die als Nationale Ombudsman de burgers beschermt tegen onbehoorlijk overheidsoptreden, verweet op zijn beurt het kabinet verhoudingen nodeloos op scherp te zetten. Hij ergerde zich aan het feit dat het kabinet reageerde op mediaberichten en geen wederhoor had gepleegd. De ombudsman voelde zich zélf onbehoorlijk behandeld.
Het was niet de eerste keer dat Brenninkmeijer, een Hoog College van Staat, onder vuur van de politiek kwam te liggen. Eerder botste hij met premier Balkenende, minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) en minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie). Hoewel het kabinet en Brenninkmeijer zich na het meest recente conflict haastten te benadrukken dat zij de strijdbijl hadden begraven, lijkt het alsof de Nationale Ombudsman er in zijn jaarverslag nog één keer op wil terugkomen. Een behoorlijke overheid, schrijft Brenninkmeijer, moet „kwesties niet op de spits drijven, niet op de persoon spelen en durven relativeren”. „De overheid heeft op dat gebied nog te leren.”
De vraag is nu of het demissionaire kabinet deëscalerend zal reageren op het jaarverslag, dat heel toepasselijk ‘Voorbij het conflict’ heet. (Barbara Rijlaarsdam)


