
Van Mierlo in 1967
,,De turbulente politieke gebeurtenissen van de afgelopen tijd tonen aan dat ons huidige politieke bestel nu echt op zijn laatste benen loopt”, schrijft Van Rij. Sinds de jaren zestig is volgens hem weinig aan het bestel veranderd. Dat is de schuld van gevestigde partijen (CDA, PvdA, VVD en D66). Ondanks electorale waarschuwingen (in 1994 en 2002) hebben die partijen ongeruste kiezers nooit zicht weten te bieden op verbeteringen. Eenmaal aan de macht zijn ze alleen bezig met hun imago, aldus Van Rij. Aan de opkomst van populistische bewegingen te zien, hebben steeds grotere groepen kiezers daar genoeg van. De oud-CDA-voorzitter besluit:
Het CDA heeft niet veel tijd meer en zal duidelijk moeten kiezen in het komende verkiezingsprogramma. Met steun van VVD, D66, GroenLinks, PVV en wellicht de PvdA, SP en ChristenUnie moet het na de verkiezingen kunnen lukken om ten minste de volgende wijzigingen in onze Grondwet en Kieswet door te voeren: een rechtstreeks gekozen minister-president, een gemengd kiesstelsel met twee stemmen, één op een persoon en één op een partij (à la het Duitse kiesstelsel) en een rechtstreeks gekozen burgemeester in de grote steden.
Hoogervorst merkt op dat de Nederlandse politiek de afgelopen twintig jaar volkomen versplinterd is geraakt. Recente opiniepeilingen laten zien dat geen enkele partij nog boven de 30 zetels uitkomt. ,,Het electoraat hunkert naar politiek leiderschap, maar dat is in ons land nauwelijks te realiseren. Een duidelijke keuze uit twee mogelijke coalities en politieke leiders wordt de kiezer vrijwel nooit voorgelegd”, schrijft Hoogervorst. Mensen dachten bij de vorige verkiezingen te stemmen voor Bos of voor Balkenende, maar uiteindelijk gingen de heren een coalitie aan. Dat heeft bij veel kiezers het gevoel gegeven dat de verkiezingen in Nederland ‘een tombola zijn geworden’. De oplossing van Hoogervorst:
Voor een politiek tweestromenland is het nodig dat het maximum van het aantal partijen op vier à vijf komt te liggen. De meest kansrijke manier om dat doel te bereiken, is de invoering van een kiesdrempel van ongeveer 5 procent. Aantrekkelijk hieraan is dat een grondwetswijziging niet nodig is.
Ben jij het met de heren eens? Is het inderdaad tijd voor politieke hervormingen? Zo ja, welke? Zo nee, waarom?








EENS!
Is ons systeem nu democratisch? Half. Als je op een partij stemt die minimaal 0,67% van de kiezers achter zich weet te scharen, weet je in ieder geval dat je stem gehoord zal worden. Maar wil je gehoord worden? Of wil je dat er geluisterd wordt? Er worden in het parlement momenteel 11 verschillende stemmen gehoord. Jammer alleen dat er daarvan slechts 3 in de regering zitten, die ook nog eens ieder 50% van hun mond moeten houden i.v.m. regeerakkoord. Anderhalf stem regeert het land maar hun kiezers verbijten zich vervolgens over de 50% mondhoudingsplicht.
De kiezers van de oppositie zijn blij dat ze een spreekbuis in Den Haag hebben, maar wat koop je ervoor? Dat er iemand roept dat de Islam Nederland uitmoet betekent niet dat dit gaat gebeuren. En het gaat ook niet gebeuren als uw spreekbuis aan de macht komt: D66 riep ooit ook iets over een gekozen burgemeester. Plus, zolang alles wat de regering doet te laks en te streng, te links en te rechts, te christen-fundi en te multi-culti, te hardlinerig en te soft gevonden wordt, kan de regering de oppositie gevoeglijk negeren. Naar wie zou ze moeten luisteren dan?
Een kiesdrempel komt zowel oppositie als coalitie ten goede. De coalitie zal uit minder partijen bestaan en zal daarmee minder onbevredigende compromissen hoeven sluiten (moest nu het CDA of de PvdA blij zijn met de uitkomst van de JSF-crisis?) De oppositie zal minder versplinterd zijn en dus meer kunnen bereiken. CHU, ARP, KVP (CDA), PSP, CPN, PPR, EVP (GroenLinks) en GPV, RPF (ChristenUnie) bedachten dit al en fuseerden dus. Een goed idee verdient navolging.
Laura op 17 March 2010 om 12:29