Geert Wilders moet een eenzame, innerlijke strijd met zichzelf voeren. Als fractievoorzitter disciplineert hij zijn ondergeschikten op Noord-Koreaanse wijze, maar op 2 september 2004 verliet hij zijn vorige werkgever met de woorden: “Als ik niet meer mag zeggen wat ik wil, overleef ik het niet bij de VVD.”
Wilders beloofde twee dagen daarna dat hij de vrijheid die hij zelf voorstaat ook zijn toekomstige fractiegenoten gunt. “Ik wil mensen die lef hebben en zich durven uit te spreken, zich niet laten disciplineren”, zei hij destijds in de Volkskrant.
Heilige standpunten
Nu, bijna zes jaar later, is er eindelijk een PVV-Kamerlid dat zich niet laat muilkorven. Gisteren bekritiseerde Hero Brinkman in het praatprogramma Pauw en Witteman de campagne van zijn voorman. Ook leek het hem wel aardig als Henk en Ingrid voortaan als lid een partijcongres kunnen bezoeken, waar ze mogen stemmen over het verkiezingsprogramma. En de kandidatenlijst natuurlijk, want Brinkman is op plaats 11 gezet door Wilders.
Brinkman twitterde zich vandaag een ongeluk om het beeld te bestrijden dat er een interne crisis is uitgebroken en Wilders haastte zich te zeggen dat er na de verkiezingen heus een debat over interne democratisering gevoerd mag worden.










