Je kunt die publieke omroep best afschaffen

Of juist flink uitbreiden. Denk mee over de toekomst van de omroep

Vara-logo uit de jaren zeventig

Vara-logo uit de jaren zeventig

Het wringt en het kraakt bij de publieke omroep. Een bange KRO geeft opeens angstig stemadvies: stem geen PVV of GroenLinks, want die partijen willen de omroepverenigingen opheffen. Deze week wond filosoof Coen Simon zich in de papieren nrc.next op over een plan van de NOS om een journaal voor laagopgeleiden te beginnen. En blogger en internet-journalist Alexander Klöpping verwijst de publieke site Uitzendinggemist.nl naar de digitale schroothoop.

Een goed moment om eens goed na te denken over die publieke omroep. Dat is wat nextlab, het ideeënlaboratorium van nrc.next, nu doet. En er komen interessante ideeën binnen.

  • Schaf álle omroepverenigingen af en creëer een enkele publieke omroep zoals de BBC, stelt media-alleskunner Richard van den Boogaard voor. Op de drie netten moeten netmanagers ‘formats’  bedenken voor specifieke groepen en “niet voor de grootste gemene deler”, want dat doen de commerciëlen al. Programmamakers schrijven zich in op de formats en concurreren om de beste uitvoering ervan. Lees hier het hele betoog van Van den Boogaard.
  • De publieke omroep moet zich helemaal niet tot TV beperken, vindt Erwin van der Zande, hoofdredacteur van nieuwe media-magazine Bright. De publieke omroep moet ‘ publieke media’  worden. “Laat ze televisieprogramma’s maken, radioprogramma’s, internetvideo’s, nieuwssites, tweets, misschien zelfs wel een dagblad.” Volgens van der Zande is het cruciaal voor de democratie dat internetnieuws, dat kranten en televisienieuws in hoog tempo vervangt, hoogwaardig van kwaliteit is. Het door de “publieke media”  gegenereerde nieuws moet gratis zijn en voor iedereen toegankelijk.
  • Hoezo publieke omroep? Afschaffen die boel, vindt Max Kerremans uit Boskoop. Ga uit van nieuwe technieken – “er zijn nu al tv’s te koop die zonder probleem aan de adsl-buis kunnen worden gekoppeld” – en geef daar iedereen de ruimte om uit te zenden. Kwaliteitstelevisie ontstaat vanzelf wel. “Als de 460.000 leden van de KRO katholiek geïnspireerd beeld en geluid willen distribueren laten ze dit dan doen.”

Wat vind jij? Stuur vóór 14 juni jouw idee voor de ideale publieke omroep van de toekomst (ong. 600 woorden) naar opinext@nrc.nl

15 reacties op "Je kunt die publieke omroep best afschaffen"rss-icon

We hebben er een extra Ned 4 bij nodig die ingevuld gaat worden met het zelfde budget, dus de bezuiniging is meer voor hetzelfde geld, Jeugd Sport Politiek Lange Gesprekken enz 
..

Antwoord

Als je met het BBC model komt dan ben je een media alleskunner die erg is blijven hangen. De kosten zijn overweldigend vergeleken met het Nederlandse omroep model en de meeste kijkers zullen in slaap vallen bij tuinieravonden of antiekblokken. Typical British…

Antwoord

Mag ik even heel hard lachen? “Kwaliteitstelevisie ontstaat vanzelf wel” Natuurlijk, net zoals al die bloggers de krant overbodig hebben gemaakt met kwaliteitsjournalistiek. Het verhaal van Van der Zande snijdt hout, waarom radio en tv wel vanuit overheid bekostigen en andere media niet?

Antwoord

De mediatechnieken moeten meer integreren ipv parallel lopen en concurreren. Te beginnen in de huiskamer. 
 
Een technische innovatie dus. En dan maar zien wat er gebeurt: emergentie, het is niet te voorspellen.  
 
Netmanagers? Wat achterhaald. Je gaat toch ook niet Windows ’95 op je nieuwe pc zetten?

Antwoord

Zou er eerst niet moeten worden gekeken naar de geldstromen, voordat er vanalles wordt afgeschaft? Waar gaat het meeste geld naartoe binnen de Nederlandse Publieke Omroep? TV- en radioprogramma’s en internetconcepten worden nu al voor een appel en een ei gemaakt. Het meeste geld gaat naar de overkoepende organisatie (NPO) terwijl daar geen programma’s worden geproduceerd. Misschien zou daar eerst flink kunnen worden bezuinigd.

Antwoord

Daar ben ik het me eens Sabine. Ik denk dat er veel geld verloren gaat een onzin in de publieke omroep. Als ik zie waar ze soms programma’s maken in de wereld dan denk ik, wat kost ‘t wel niet om zo’n hele cameraploeg met alles erop en eraan daarheen te vliegen. En als ik dan de kwaliteit van de programma’s ernaast leg… echte wanpraktijken. 
 
Dat programma op die luchthaven, waar die man met mensen praat die iemand komen ophalen of afscheid nemen? Waar slaat dat nou op. Dat is toch SBS6 niveau? Ik zie nauwelijks echt fatsoenlijke praatprogramma’s (breek me de bek niet open over P&W) of goede discussies. HetGesprek kan ik helaas niet ontvangen, maar dat lijkt me een interessante zender. Zou de PO eens naar kunnen kijken.

Antwoord

Je kan natuurlijk zeggen dat publieke zenders een bepaalde functie hebben maar ik zie dezelfde soort programma’s op rtl 4,5,7 en 8 als wat er op Ned 1,2 en 3 is. Mogelijk is er meer cultuur te zien op de publieke zenders maar die vallen in het niets als je een digitaal abonnement hebt waar veel Nederlanders inmiddels op geabonneerd zijn dus wat mij betreft mogen ze worden afgeschaft als er wel in het vergunning stelsel bepaalde voorwaarden komen te staan zodat het algemeen belang kan worden behartigd indien nodig.

Antwoord

OK, gedachtenexperiment. 
 
De Avro en de Tros wilden 20 jaar geleden allebei commerciëel. Evenals Veronica. Op basis van die wensen toentertijd zijn de 3 publieke zenders meer thematisch opgezet. Met commerciëlen op 2, informatieven op 1 en alternatieven en nieuws op 3. Zoiets was het toch? (ik kijk al 15 jaar geen TV meer, enkel internet, sorry). 
 
Die Avro en Tros en VPRO en Vara en BNN enzo zijn enkel verzuilingen. Compleet onbelangrijk als je bedenkt dat televisie-uitzendingen worden bepaald door het gezicht van een kanaal. SBS6 is het gezicht van een uitzendkanaal, niets anders. 
 
Dus zal men er naar moeten streven dat elk uitzendkanaal zijn eigen ‘smoel’ krijgt. Om het publieke bestel te behouden zou ik dan ook propageren om de 3 (of 4) zenders elk een eigen ‘merk’ te maken. Desnoods heel simpel; het Nederlands Informatie Kanaal, het Nederlands Entertainment Kanaal en het Nederlands Whatever Kanaal. Dus u kijkt dan naar NIK, NEK en NAK. 
 
Mensen die vermaakt willen worden, zappen naar NEK. Mensen die op zoek zijn naar informatie, zappen naar NIK. En dat hele verzuilde omroepenbestel wordt dan overbodig. VPRO wordt dan de Nederlandse variant van Studio 100, bijvoorbeeld. Productiehuizen die hun programma’s aanbieden aan het publieke bestel. 
 
*Gedachtenexperiment geslaagd* 
Klaar.

Antwoord

Ik sliep bij “Ik kijk al 15 jaar geen TV meer” 
Wist je trouwen dat gras groen is, of wil je dat ook nog even uitleggen?

Antwoord

ps. ter clarificatie: productiehuizen hebben geen uitzendrechten. Zij leveren slechts producten aan het publieke bestel. Het publieke bestel (NPS?) bepaalt wat er op welk moment wordt uitgezonden. Natuurlijk krijg je dan een interne strijd over ‘kleur’ van de programma’s. Maar dat zal vanzelf genezen. Men kan altijd rekening houden met het aantal ‘leden’ van een productiehuis, samen met ‘kwaliteit’ en ‘kostprijs’, bijvoorbeeld. 
 
GeenStijl heeft bewezen leden te kunnen werven zonder uit te zenden op het publieke bestel. Llink heeft dan weer bewezen dat het, ondanks zendtijd, niet aan voldoende leden kon geraken. Dus ledenwerving is niet direct verbonden aan zendtijd. En dan zijn we trouwens gelijk verlost van ‘Ron Brandsteder die een TROS-abonnement probeert te verkopen’-clipjes op TV. 
 
De hamvraag blijft natuurlijk hoe de Raad van Bestuur van de NPS dan wordt vormgegeven. Krijgen de ex-omroepen, de nieuwe productiehuizen, elk een zetel? Een stem? Of zetels op basis van aantal leden? Of geen stem? 
 
Dat zijn politieke, publieke discussies die gevoerd kunnen worden, natuurlijk. Bottom line is, dat je de 3 (of 4) publieke zenders gaat invullen aan de hand van precies dat: zenders. Ondergeschikt aan politieke en publieke kleur en/of zuil. Want dat verandert constant, terwijl die publieke zenders er altijd al zijn geweest en ook nog wel lange tijd zullen meegaan.

Antwoord

ps. Hèt grote voordeel van Nederland is, dat het al zoveel productiehuizen heeft! In België gaat het leeuwendeel van de opdrachten naar Studio 100, simpelweg omdat het de grootste, de eerste en vrijwel de enige is. Dat verzekert als het ware diversiviteit.

Antwoord

sorry, ik nog een keer. 
*correctie* 
Die laatste zin in mijn vorige post had moeten duiden op de situatie in NL, maar bij het nalezen wijst het op de situatie in België. In België is pas geleden Studio 100 nog in een kwaad daglicht komen te staan, omdat ze zo goed als een monopolie hebben op de markt. 
 
In Nederland, met zoveel diverse omroepen, zou loskoppeling van de zenders en de omroepen ervoor zorgen, dat er een zeer divers aanbod van productiehuizen ontstaat. Dat is wat ik met die laatste zin bedoelde. Dat verzekert diversiviteit.  
 
Dan is het aan het zenderbestuur om daar ook op in te spelen, om die diversiviteit te bewaren en te bewaken.

Antwoord

Bij de publieke omroep zou het moeten gaan om kwaliteit. Dat is gemakkelijk gezegd, maar hoe bereik je dat dit het criterium gaat worden?  
 
Allereerst door alle programma’s die genoeg reclameopbrengsten voor zichzelf genereren uit het bestel te verwijderen. Dit soort uitzendingen kan net zo goed bij een commerciële omroep worden ondergebracht. Dan gaat het bijvoorbeeld om voetbal, schaatsen en andere in Nederland populaire sporten. Maar je kunt ook denken aan shows waarnaar relatief veel mensen kijken. 
 
In de tweede plaats horen zendgemachtigden die werken vanuit een religie of geloof niet thuis op de publieke omroep. Ook zij moeten uit het publieke bestel verdwijnen. Het gaat dan bijvoorbeeld om boeddhistische, christelijke en islamitische omroepen. Om de grootsten te noemen: EO, NCRV en KRO. Zij kunnen in navolging van bijvoorbeeld The Hour of Power op een commerciële zender hun boodschappen verkondigen. 
 
Ik pleit kortom aan de ene kant voor veranderingen op programmaniveau: programma’s die zichzelf kunnen bedruipen, verdwijnen uit het publieke omroepbestel. Hetzelfde geldt op het niveau van zendgemachtigden die vanuit een religie willen uitzenden. Hierdoor kan de publieke omroep zich concentreren op de kwaliteit van programma’s en omroeporganisaties. Het bestel wordt op deze manier kleiner, zodat er tegelijkertijd geld vrij komt voor de noodzakelijke kwaliteitsverbetering.

Antwoord

Gewoon het model uit Vlaanderen kopiëren. 2 kwaliteits-tv netten, vijf of zes reclamevrije radiozenders, waar muziek en gesproken woord centraal staan en niet de presentator. Of het Zweedse model, of het Duitse, of het BBC-model. Kortom, er is veel kwaliteit in de landen om ons heen. Omroepverenigingen zijn zwaar out of date.

Antwoord

Omroepen zijn ontstaan vanuit een natuurlijk monopolie: beperkte ruimte in het frequentiespectrum. Dat is nu helemaal voorbij. 
 
Wat nog wel bestaat is een “marktfalen” doordat pluriforme informatievoorziening en culturele diversiteit niet vanzelf worden gewaarborgd in een stelsel dat slechts streeft naar maximalisatie van aandeelhouderswaarde. Natuurlijk, aan “slechte” informatie en “slechte” cultuur is geen behoefte. Maar wel aan cultuur en informatie die slechts een beperkte doelgroep aanspreekt. Ook de meest overtuigde aanhangers van marktwerking zullen moeten toegeven dat het gevaar dreigt van eenheidsworst als de markt niet gecorrigeerd wordt. 
 
Hier ligt naar mijn mening de toekomst voor de omroepgelden: het financieren van culturele en informationele diversiteit. Natuurlijk rijst de vraag wie er bepaalt wat er wordt aangeboden, als de markt daarvoor geen maatstaf is. Maar dat is nu juist bij uitstek een gebied waar omroepverenigingen in thuis zijn! Zij zouden moeten bepalen welke informatie en cultuur moet worden aangeboden, zuiver complementair aan de informatie en de cultuur die de markt wel kan aanbieden. 
 
Een dergelijke aanpak kan ook nog een ander probleem aanpakken, namelijk dat van het auteursrecht. Het klassieke auteursrecht berust op een fictie: een quasi-eigendomsrecht, gekoppeld aan het fysieke object (boek, schilderij, film, plaat, etc.), om het “publieke goed” informatie toch iets stoffelijks te geven. Economen weten dat “publieke goederen” zich alleen voor zo’n toe-eigening lenen, als de kosten van toe-eigening de waarde niet overtreffen. Maar die tijd is voorbij, nu digitale technieken het delen van informatie wel heel makkelijk hebben gemaakt. Natuurljk, er is een achterhoedegevecht van platenmaatschappijen en andere distributeurs die de geest terug in de fles proberen te krijgen met draconische maatregelen, en dan liefst m.b.v. strafrecht, zodat zij niet de kosten hoeven dragen. 
 
Een beter oplossing van dit vraagstuk is om iedereen een soort belasting te laten betalen, een “flat tax”, die vervolgens aan de rechthebbenden wordt uitgekeerd. Maar ook hier treedt een marktfalen op. In beginsel verdelen organisaties die collectief de rechten van auteurs beheren de opgehaalde gelden naar evenredigheid, al gaat er wel een zeker percentage naar “culturele doelen”. 
 
Dit systeem is niet vol te houden. Om te beginnen heeft bijv. iedereen die iets op Internet zet aanspraak op auteursrecht, dus op vergoeding. Dat geldt niet allen voor muziek, maar bijv. ook voor zelfgemaakte Youtube filmpjes, en zelfs voor HTML teksten, de webpagina’s zelf. Zij hebben vaak het geld helemaal niet nodig. Dat geldt zelfs voor veel artiesten, die allang hun business model aan de 21ste eeuw hebben aangepast. Het auteursrecht dient vaak veeleer platenmaatschappijen en uitgevers dan artiesten en schrijvers. Niet voor niets wordt er aan een apart auteurscontractenrecht gewerkt om de “echte” auteurs te beschermen tegen hun distributeurs. 
 
Maar het is ook de vraag hoe die “culturele doelen” moeten worden geselecteerd. Nu is dat nog een tamelijk marginaal gebeuren, wat een commissie wel af kan. Maar als je het auteursrecht opvat als een middel om culturele en informationele diversiteit te garanderen, dan zou de invalshoek bij de verdeling van de opgehaalde gelden juist primair de culturele, in plaats van de kwantitatieve moeten zijn. 
 
En ook daar zouden omroepverenigingen-nieuwe-stijl erg geschikt voor zijn. 
 
Principieel is een “flat tax” voor auteursrecht, net als de omroepbijdrage, eigenlijk een belasting. En die moet grondwettelijk onder politieke controle staan: no taxation without represetation. Maar we moeten er natuurlijk niet aan denken dat de staat bepaalt wat “gewenste” cultuur is, en het is helemaal ondenkbaar dat de staat – hoe democratisch ook gecontroleerd – bepaalt welke informatie wij verdienen. 
 
Maar dat probleem is dus al lang opgelost. Door omroepverenigingen! Gefinancierd uit de algemene middelen, maar toch op afstand van de regering. Wel zal dan het criterium van toelating niet meer moeten zijn of een nieuwe zendgemachtigde iets toevoegt dat er nog niet is, maar of zij iets toevoegt dat de markt niet kan dragen. 
 
natuurlijk krijg je hierdoor een heel ander soort “omroepverenigingen”. Er zullen er bij zijn op levensbeschouwellijke grondslag (net als nu eigenlijk), maar een “klassieke-muziekvereniging” zou ook in dit concept passen.

Antwoord

Reageer