Filosoof en historicus en schrijver Philip Huff (bekend van Dagen van Gras) schrijft vandaag over stemrecht en stemplicht, en het verschil daartussen.
2.500 jaar na de uitvinding van de democratie hoor je uit de mond van bijna iedere politicus dat je niet op hem of haar hoeft te stemmen, zolang je vandaag maar stemt. Dat is namelijk goed voor de democratie, zeggen ze. Maar klopt dit? Is iedere stem wel even goed voor de werking van onze democratie? Ook als je niet weet wat je wilt stemmen?
De Nederlandse politicoloog Martin Rosema van de Universiteit Twente boog zich over dit vraagstuk. Rosema, gepromoveerd op ons stemgedrag, stelt in het artikel Low Turnout dat bij een wat lagere kiezersopkomst, als dus niet iedereen gaat stemmen, de politieke kennis van de mensen die wel komen stemmen, relatief hoog is – en hun keuzes dus afgewogener zouden moeten zijn dan die van de mensen die niet komen stemmen.
Zo zou het moeten werken. Stemmen is niet één keer een hokje aankruisen: het is partijprogramma’s lezen, ideologieën afwegen, personen (kritisch) overdenken en, uiteindelijk, een keuze maken. En niet iedereen heeft daar zin in of tijd voor. Of twijfelt te veel.
De mensen die dit te veel werk vinden, of vandaag twijfelen, moeten vandaag vooral niet denken dat ze de verantwoordelijkheid van een stem op zich moeten nemen, of daartoe gehouden worden.
lees verder›