Heerlijk, die verkiezingen hebben we weer gehad. Nu nog een paar weken geëmmer (goed woord, geëmmer) rondom de kabinetsformatie, en dan kan de rust wederkeren.
Omdat we er zo lang mee bezig zijn geweest, kon je je op het eind niet meer veroorloven om te zeggen: politiek interesseert mij niet, ze zoeken het maar uit, ze moeten toch altijd de kleine man hebben, en ze lullen trouwens maar wat, ze zijn daar in Den Haag alleen maar bezig hun eigen zakken te vullen.
Wat je wel kon zeggen als je geen verstand had van politiek: „Ik weet het tóch niet zo met (vul hier naam van lijsttrekker in).”
Dat is een briljante zin. Je zegt namelijk niet echt dat je de lijsttrekker slecht vindt, maar positief ben je zeker niet. Je weet het zogenaamd niet, maar er is genoeg ruimte voor stevige kritiek. Dat ‘toch’ impliceert dat je er lang over hebt nagedacht en er een gefundeerde mening over hebt.
Je hoort dat ook vaak onder vrouwen die roddelen over een collega. „Ik weet het tóch niet zo met Barbara…” Waarna de rest kan invallen met: „Ja! Nee! Dat heb ik ook met haar!”
Mocht je gesprekspartner niet bereid zijn tot een lekker rondje karakterbashen, dan is er ook nog geen kwaad geschied. Stel dat iemand op jouw politieke analyse antwoordt: „Nou, (naam lijsttrekker) is anders best goed bezig enzo hoor, bijvoorbeeld met de (hier een heet hangijzer).”
Dan kun je antwoorden: „Ja, dat is inderdaad ook wel weer zo.”
Nog een laatste opmerking over de verkiezingen: het is jammer dat we nu niet meer kunnen zweven. Want dat deed iedereen vol overgave.
Je kon het ook zo lekker met elkaar delen.
„Wat ga jij stemmen?”
„Ik weet het niet, ik ben nog héél erg zwevende.”
„Ja? Ik ook! Ik zweef me te pletter.”
En hup, nu weer met beide benen op de grond.
paulien cornelisse