Het nummer ‘Viva Hollandia’ blijft fascineren. Benader het eens als een modern gedicht en lees het, op serieuze toon, voor aan wie er maar in de buurt is:
We zijn er weer bij
en dat is prima
Viva
Hollandia
We houden van het
leven
de liefde en de
lust
We feesten door tot ’s avonds laat –
nog lang niet uitgeblust
(eindigen met diepzinnig in de
verte staren).
Dat voegt iets toe, toch? Toen ik dit zelf deed viel me ook ineens op wat ik zo raar vind aan de tekst. Dat is het woord ‘prima’. Ik ken het woord prima vooral in de betekenis van ‘niet-prima’. Een conflictvermijdende vrouw die de lieve vrede probeert te bewaren en om de haverklap zegt: „Nou, dat is dan toch prima zo?” Een man die wil doen alsof hij het type is dat nergens een probleem van maakt: „Ze hebben me aan de kant gezet, nou prima, kan ik me eindelijk helemaal storten op mijn eigen bedrijf! Ha! Ha!” Of een uitgebluste vader die zich op vakantie onderwerpt aan de plannen van vrouw en dochters: „Het kan mij niet schelen, ik vind het allemaal prima.”
Prima is het woord van mensen die de strijd hebben opgegeven.
‘Prima’ kan ook gebruikt worden door mensen die geen zin hebben om te vertellen wat er aan de hand is. Als je aan iemand vraagt hoe het gaat, en diegene antwoordt „Ja, prima!”, dan voel je al dat het eerlijke antwoord zou zijn: „Prima! Ik wil dood!”
Om het woord ‘prima’ in een oprecht vrolijk lied te verwerken, is dus opmerkelijk.
Misschien komt het doordat ‘Viva Hollandia’ eigenlijk een Duits lied is (ssst, niet doorvertellen). Het origineel heet ‘Viva Colonia’, en daarin wordt gezongen dat de mensen in Keulen houden van het leven, de liefde en de lust. Misschien is ‘prima’ in Keulen wel een woord zonder bijsmaak.