Mosterd na de maaltijd, die Wilders-facebookgroep
Wat als die 88.000 man voor de verkiezingen actie hadden ondernomen?
We schreven er op dit blog al eerder over: de ‘We apologize for the 1,5 million dutch people that voted for Geert Wilders‘-facebookgroep van Leonie Heinicke en haar broer Michiel. Ze maakten de groep vlak na de verkiezingsuitslag aan. Binnen 48 uur hadden ze 70.000 leden, inmiddels staat de teller op 88.000. Wie denkt dat jongeren niet politiek betrokken zijn, moet de pagina maar eens opzoeken. De overwinning van de PVV maakt veel los. Op het bijbehorende forum delen de voornamelijk jonge leden zorgen over racistische reacties en onbegrip in het buitenland. ‘Wat moeten ze wel niet van ons ooit zo tolerante land denken?’.Hoewel ik onder de indruk ben van het succes van de facebookgroep, en ik politieke discussies alleen maar kan toejuichen, komt de actie op mij als mosterd na de maaltijd over. Waarom zijn deze bezorgde burgers niet voor de verkiezingen een positieve tegencampagne begonnen? Waarom zijn de acties tegen het gedachtegoed van Wilders niet verder gegaan dan wat ludieke linkse hobby-stickers? Retorische vragen, moet ik eerlijk bekennen. Het antwoord: omdat protest van de meeste twintigers en dertigers niet verder gaat dan symbolische acties.
Halverwege juni 2009 hadden 55.000 hyvers op de ‘Lid worden’-knop van de populairste Anti-Wilders-hyve geklikt. In het forum riepen leden op tot actie. Een paar Amsterdammers organiseerden daarom een anti-Wilders-brainstorm. Van de 55.000 man kwamen er 25 langs. Ook toen waren er net verkiezingen geweest. De PVV kon met 17 procent van de stemmen naar Brussel. Maar ondanks deze winst voelde slechts een kleine groep de noodzaak om in actie te komen.
En nu zijn we een jaar verder. De 55.000 hyvers en de 88.000 facebookers (overlap daargelaten) hebben of stil gezeten, of zo’n onbeduidende actie ondernomen dat deze de mainstream media niet gehaald heeft. Als slechts één procent van deze overwegend hoogopgeleide sociale-netwerkgebruikers zich had ingezet voor een positief tegengeluid, was de uitslag misschien anders geweest. Hadden ze geen toevlucht tot elkaar hoeven zoeken in een enigszins ongemakkelijke facebookgroep. Als de jongeren de straten waren op gegaan, om de kiezer te informeren, en weer vertrouwen in de politiek te geven, waren ze 9 juni wellicht niet zo geschrokken achter de televisie.
Dat het kan, bewijst de Obama-campagne. Een cliché wellicht, om daar over te beginnen. Maar dat komt alleen maar doordat het zo’n gigantisch succes was. Toen haalden miljoenen jonge Amerikanen via Facebook en andere sociale netwerken geld op voor hun politieke held en tegelijkertijd staken ze generatiegenoten aan met het Obama-virus. Yes we can, was het credo toen. En als het niet zo lullig zou klinken, vertaalde ik het in dit stuk graag naar het Nederlands. Want je maakt mij niet wijs dat een groep jongeren die de creativiteit en organisatietalent heeft om binnen een week 88.000 mensen te mobiliseren op Facebook, niet in de fysieke wereld een verschil kan maken.
Sterker nog, dat het kan zag ik op zondag op de Westermarkt. Daar waren tientallen mensen bij elkaar gekomen. Waarnemend burgemeester Asscher, PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch, en wethouder minderhedenbeleid Andree van Es spraken de menigte toe. Hun gezamenlijke doel? Homogeweld tegengaan. Waar de demonstratie was begonnen? Op Facebook.
Met alleen een muisklik veranderen we de wereld niet. Maar het kan wel helpen om groepen te mobiliseren. Begin daar nu mee, en bij de volgende verkiezingsavond sta je te juichen achter de televisie. Of naast jouw favoriete lijsttrekker. Ja, we kunnen het.



