Hoe kom je in Egypte aan een ID als bahá’i?
Je bent jood, christen of moslim. Andere smaken zijn er niet
Integratie en minderheden zijn thema’s sinds de mens zich vanuit Afrika verspreidde, maar nog altijd lijken we er maar niet aan te wennen. Freelancejournalisten Janno Lanjouw en Dirk Wanrooij reizen deze zomer over de grens tussen Europa en Azië op zoek naar minderheden en hun problemen in het digitale tijdperk. Van internetrepressie tot twitterevolutie, een reis langs de marge van Europa.
Basma Moussa heeft geen ID en geen idee wanneer ze er één zal krijgen. De 52 jaar oude professor tandheelkunde aan de Universiteit van Kairo is een gerespecteerd docent, zij het met – voor Egyptische begrippen – ketterse opvattingen.
Ze is vijfde generatie baha’i, een geloof dat in de negentiende eeuw gesticht werd door profeet Bahá’u’llah in het huidige Iran. Zijn geloofsleer benadrukt de overeenkomsten van de grote wereldreligies en aanvaardt daardoor onder meer Jezus, Mohammed en Buddha als boodschappers van God.
Schattingen van het aantal bahá’is in Egypte lopen uiteen van drie- tot vijfduizend, minuscuul vergeleken bij de twee andere grote religies in Egypte: de islam en het christendom. Maar de religie wordt niet als dusdanig erkend door de autoriteiten. Dit zorgt voor allerlei praktische problemen voor de kleine geloofsgemeenschap.
Sinds 1955 dienen alle Egyptenaren in het bezit te zijn van een ID-kaart waarmee ze toegang hebben tot onderwijs, zorg, werk en een bankrekening. Op de kaart staat ook de religie van het individu vermeld, maar jood, moslim en christen zijn de enige opties.
Toen de overheidsadministratie in 2004 gedigitaliseerd werd, waren er ook geen uitzonderingen meer mogelijk. Het gevolg hiervan is dat baha’is voor de keuze worden gesteld, óf bekeren tot een ander geloof, óf leven zonder ID-kaart en de daarbij behorende mogelijkheden.
Basma Moussa en anderen bahá’is spanden een rechtszaak aan tegen de regering, en wonnen. Maar jarenlange verkettering van het baha’i-geloof heeft de publieke opinie in sterke mate beïnvloed. De uitspraak zorgde daardoor voor zoveel opschudding dat het hooggerechtshof de beslissing terugdraaide.
In 2007 begon Basma Moussa een blog om “op een positieve manier bij te dragen aan de kennis over mijn religie”. Sindsdien hebben 400.000 lezers haar website bezocht. “Maar”, zo zegt ze,” veel reacties zijn negatief. De mensen denken dat het baha’i geloof een afsplitsing is van de islam, en associëren ons met Israël omdat onze belangrijkste tempel in Haifa staat. Maar dit komt allemaal voort uit onwetendheid, ons geloof is vreedzaam boven alles.”
Internationale druk na het terugdraaien van het rechterlijk besluit deden de Egyptische overheid beloven dat het de rechten van de baha’is zou erkennen. Maar vooralsnog zitten Moussa en de andere baha’is zonder enig ID.




Laatst sprak ik in Haifa met een baha’i die ook staatloos was, want noch Jood noch Arabier. (Dat weerhield hem overigens niet om in het buitenland te studeren.)
Ik stond toen ook versteld dat het mogelijk is om in een land op te groeien, er naar school te gaan, er te werken, maar geen staatsburger te zijn. Zijn enige mogelijkheid was ofwel een baan in het buitenland vinden (met werkvergunning) en emigreren, ofwel trouwen met iemand met een nationaliteit.