Verander je je mening als je de feiten kent?
Kritiekloos onjuiste feiten aanvaarden omdat het past in je wereldbeeld
Helpt het om mensen de feiten te geven als je hen ergens van wilt overtuigen? Is het voor een democratie beter om goed-geïnformeerde burgers te hebben? Met deze vragen keek de schrijver Joe Keohane naar een aantal recente onderzoeken. Die laten zien dat mensen hun mening niet snel veranderen als ze worden geconfronteerd met een feit dat daarmee niet in overeenstemming is. Sterker nog: dat mensen kritiekloos onjuiste informatie aanvaarden omdat dat past in hun wereldbeeld.
This effect is only heightened by the information glut, which offers — alongside an unprecedented amount of good information — endless rumors, misinformation, and questionable variations on the truth. In other words, it’s never been easier for people to be wrong, and at the same time feel more certain that they’re right.
Keohane loopt om het filosofische debat heen of er wel ‘feiten’ zijn – verstandig, anders blijf je daarin steken. Hij somt een aantal opvallende bevindingen op:
- Bij een onderzoek naar opvattingen over sociale zekerheid bleek dat degenen die er het minst van wisten, het meest overtuigd waren van de juistheid van hun opvattingen. De mensen die het meest behoefte zouden hebben aan de feiten, zijn dus het minst geneigd om zich daardoor te laten beïnvloeden.
- Uit verschillende psychologische onderzoeken blijkt dat de mensen feiten die passen in hun wereldbeeld, zonder veel problemen aanvaarden, en feiten die daar niet in passen, actief verwerpen of ontkennen.
- Wie veel zelfvertrouwen heeft, is eerder geneigd om open te staan voor nieuwe feiten, ook als die in strijd zijn met zijn of haar wereldbeeld, dan mensen met een lage zelfdunk.
- Hoog-opgeleide mensen bleken in een studie minder open te staan voor nieuwe informatie dan lager-opgeleide mensen. Je kunt dan in 90 procent van de gevallen goed zitten, maar in de resterende tien procent oncorrigeerbaar zijn
Door de manier waarop onze hersenen werken is het niet zo vruchtbaar om te proberen mensen voortdurend te laten openstaan voor nieuwe informatie. Dat zou veel te vermoeiend zijn. Je zou het eigenlijk moeilijker moeten maken om onjuiste informatie te verspreiden. Maar hoe dan? Keohane komt niet verder dan een vaag ‘verhogen van de reputatieschade’. Hij constateert dan ook berustend dat tijdgeest en medialogica meer ruimte geven aan goedgebekte praatjesverkopers dan aan professionele feitencheckers.


