De taal die Jezus sprak is steeds minder gangbaar
Zomerblog over minderheden in Syrië
Integratie en minderheden zijn thema’s sinds de mens zich vanuit Afrika verspreidde, maar nog altijd lijken we er maar niet aan te wennen. Freelance-journalisten Janno Lanjouw en Dirk Wanrooij reizen deze zomer over de grens tussen Europa en Azië op zoek naar minderheden en hun problemen in het digitale tijdperk. Van internetrepressie tot twitterrevolutie, een reis langs de marge van Europa.
Het Midden-Oosten wordt doorgaans beschouwd als de oorsprong van de beschaving. Duizenden jaren voor onze jaartelling was dit de plek waar de eerste complexe samenlevingen ontstonden en tot bloei kwamen. Tegenwoordig associëren we de regio met Arabieren, maar vroeger werd het bewoond door volken als Sumeriërs, Babyloniërs, Meden, Perzen, Egyptenaren en Assyriërs. Later verschenen Grieken en Romeinen. Naast talrijke oude ruïnes en monumenten heeft dit ook zijn stempel gedrukt op de bevolkingssamenstelling. Het gebied is een menselijke lappendeken.
Syrië bijvoorbeeld, herbergt etnische minderheden (o.a. Koerden, Turkmenen, Armeniërs, Irakezen) en religieuze minderheden (o.a. Sunnieten, Shi’ieten, Alawieten, Ismaïlieten, Joden en verschillende christelijke denominaties). Afstammelingen van de klassieke bevolkingsgroepen leven er ook nog altijd. Assyriërs, leven vespreid over noord Syrië en Irak, zijn veelal christelijk en leiden een onopvallend bestaan. Ze zien zichzelf als de voortzetting van de oude Assyrische beschaving die in 609 voor christus ten onder ging door toedoen van de Meden.
Van deze Meden, grondleggers van het rijk Medië, wordt weer gezegd dat ze de voorouders zijn van de Koerden. Duizenden jaren geleden legden zij de hoofdstad van de Assyriërs in puin, maar tegenwoordig leven ze op vreedzame voet. Ze delen een groot verleden en een bestaan in de marge.

Leila
De 42-jarige ‘Madame’ Leila is Assyrisch en werkt als kokkin in een Syrisch Orthodox klooster in het noorden van Syrië. Weemoedig zegt ze dat de grote geschiedenis van haar volk bijna ten einde lijkt. Vervolgingen en etnisch geweld hebben de Assyriërs verschillende malen op vlucht gejaagd. Daarmee verloren ze een deel van hun culturele wortels. Het Aramees, de taal van de Assyriërs (dezelfde taal die Jezus zou hebben gesproken) is steeds minder gangbaar. Over de president, een Alawiet die het land met strakke hand regeert, praat ze vol lof. ,,De regering behandelt ons goed”, stelt Madame Leila aan de keukentafel.
De norse Koerdische taxichauffeur Gamil lacht schamper bij het horen van die opmerking: ,,Koerden en christenen die zoiets zeggen over de Syrische overheid, zijn bang of dom.” Zelf is hij zeker niet bang. Op weg naar de Turkse grens stoppen we even om een pakketje af te leveren. Een pak a4tjes, zo lijkt het, maar, zo vertrouwd hij ons grijnzend toe, het zijn illegale Koerdische verzetskrantjes. Blijkbaar zijn de Koerdische Meden nog steeds vechtlustiger dan de Assyriërs.


