Harry Mulisch overleden
Dat meldt zijn uitgever
Harry Mulisch is overleden. De auteur van De ontdekking van de hemel, De aanslag en De Zaak 40/61 was één van de ‘grote drie’ van de naoorlogse literatuur, samen met Gerard Reve en Willem Frederik Hermans. Velen beschouwen hem als de grootste Nederlandse schrijver ooit. Lees hieronder een ingekorte versie van een necrologie van Arjen Fortuin en bekijk deze stemmige documentaire van Cherry Duyns. Onlangs sprak Mulisch in De Wereld Draait Door nog over zijn eigen dood.
Al in zijn kindertijd had Harry Kurt Victor Mulisch (Haarlem, 29 juli 1927) zijn zinnen gezet op de Nobelprijs, maar winnen zou hij hem nooit. “Ik wou chemicus worden en de Nobelprijs winnen en die vervolgens weigeren en ik wou magiër worden en bankrover en heilige”, zei Mulisch in 1959 in een interview. “Als je zo begint, eindig je als schrijver.”
Mulisch’ ouders zijn Karl Victor Kurt Mulisch en Alice Schwartz. Zijn vader werd geboren in het toenmalige Oostenrijk-Hongarije en emigreerde na de Eerste Wereldoorlog naar Nederland. Zijn moeder is joods, geboren in Antwerpen. In 1936 scheiden Mulisch’ ouders. Tijdens de bezetting werkt zijn vader voor de collaborerende bank Lippman-Rosenthal, wat hem na de oorlog op drie jaar gevangenisstraf komt te staan. Mulisch’ moeder emigreert later naar de Verenigde Staten. De geschiedenis van zijn ouders brengt Mulisch later tot de uitspraak “Ik bén de Tweede Wereldoorlog.”
In 1944 verlaat Mulisch het christelijk lyceum in Haarlem, zonder diploma. Hij publiceert in 1947 het verhaal De Kamer in Elseviers Weekblad. Vier jaar later wordt het manuscript van zijn romandebuut Archibald Strohalm bekroond met de Reina Prinsen Geerligs-prijs. Bij de prijsuitreiking in Amsterdam kan de jury het echter niet nalaten het werk van Mulisch ook enigszins te kritiseren: er was sprake van “duidelijke overmoed” en “een gebrek aan zelfdwang” terwijl “gebruik van de schaar in eigen werk” het resultaat had kunnen verbeteren. Maar ‘zijn eigen visie op mensen, zijn humor en barokke fantasie, didactiek en woord-associaties [hebben] stukken van zó grote kwaliteit doen ontstaan”dat Mulisch de prijs toch won.
Met romans als De diamant (1954), Het zwarte licht (1956) en Het stenen bruidsbed (1959) steeg de ster van Mulisch de daaropvolgende jaren snel. Uit zijn boeken spreekt een grote fascinatie voor kabbalistiek, magische en mythologische zaken, maar ook voor politiek. In de loop van de jaren zestig gaat Mulisch steeds meer non- fictie schrijven. In 1962 verscheen De zaak 40/61, een verslag van het proces tegen Eichmann en in 1968 Het woord bij de daad, Mulisch veel bekritiseerde verdediging van de Cubaanse revolutie. Zijn filosofische ambities leidden in 1980 tot De compositie van de wereld, waarin Mulisch alle wereldlijke fenomenen uitlegt aan de hand van het concept van de ‘octaviteit’. Ook publiceert hij poëzie en toneelwerk.
Mulisch geldt dan al jaren als een van de ‘grote drie’ van de naoorlogse Nederlandse literatuur, samen met Gerard Reve en Willem Frederik Hermans, zij het dat er behalve een grote schare Mulisch- bewonderaars ook altijd groepen lezers zijn die weinig affiniteit met hun werk hebben. Of die moeite hebben met ‘s schrijvers uitspraken over zijn eigen voortreffelijkheid, waarbij vaak niet duidelijk is hoever de ironie ervan reikt.
In 1982 publiceert hij zijn succesvolste roman tot op dat moment: De aanslag, waarvan de verfilming (door Fons Rademakers) in 1987 met een Oscar wordt bekroond. Het is het begin van een periode van ongekende creativiteit van de oeuvrebouwer Mulisch. Geleidelijk aan wordt hij een internationaal befaamd auteur, een status die Reve en Hermans nooit wisten te bereiken. De kroon op het werk is het kolossale De ontdekking van de hemel (1992), dat hem in de internationale pers vergelijkingen met Homerus oplevert. Sinds dat boek ook in Duitse en Engelse vertaling een groot succes werd, dook Mulisch steeds vaker op in de favorietenlijstjes voor de Nobelprijs. Het weerhoudt de auteur er niet van in hoog tempo door te schrijven: in 1998 verschijnt de roman De procedure, twee jaar later gevolgd door het Boekenweekgeschenk Het theater, de brief en de waarheid. Begin 2001, tenslotte, verscheen Siegfried, de roman waarin Mulisch probeerde Adolf Hitler, het absolute kwaad, “te vangen in een net van fictie”. In Duitsland werd de vertaling in 2002 verdeeld ontvangen. “Een giftig stuk literatuur,” noemde Die Zeit het, “dat aan alle kanten kwade vonken en bittere clous afgeeft”. Dat is waarschijnlijk ook precies wat Mulisch ermee voor ogen stond.



