Harry Mulisch overleden

Dat meldt zijn uitgever

Harry Mulisch in 1996. (Foto Vincent Mentzel)

Harry Mulisch in 1996. (Foto Vincent Mentzel)

Harry Mulisch is overleden. De auteur van De ontdekking van de hemel, De aanslag en De Zaak 40/61 was één van de ‘grote drie’ van de naoorlogse literatuur, samen met Gerard Reve en Willem Frederik Hermans. Velen beschouwen hem als de grootste Nederlandse schrijver ooit. Lees hieronder een ingekorte versie van een necrologie van Arjen Fortuin en bekijk deze stemmige documentaire van Cherry Duyns. Onlangs sprak Mulisch in De Wereld Draait Door nog over zijn eigen dood.

Al in zijn  kindertijd had Harry Kurt Victor  Mulisch (Haarlem, 29 juli 1927)  zijn zinnen gezet op de Nobelprijs, maar winnen zou hij hem nooit. “Ik wou chemicus worden en de  Nobelprijs winnen en die vervolgens weigeren en ik wou magiër  worden en bankrover en heilige”,  zei Mulisch in 1959 in een interview. “Als je zo begint, eindig je als  schrijver.”

Mulisch’ ouders zijn Karl Victor  Kurt Mulisch en Alice Schwartz.  Zijn vader werd geboren in het  toenmalige Oostenrijk-Hongarije  en emigreerde na de Eerste Wereldoorlog naar Nederland. Zijn  moeder is joods, geboren in Antwerpen. In 1936 scheiden Mulisch’  ouders. Tijdens de bezetting werkt  zijn vader voor de collaborerende  bank Lippman-Rosenthal, wat  hem na de oorlog op drie jaar gevangenisstraf komt te staan. Mulisch’ moeder emigreert later naar  de Verenigde Staten. De geschiedenis van zijn ouders brengt Mulisch  later tot de uitspraak “Ik bén de  Tweede Wereldoorlog.”

In 1944 verlaat Mulisch het  christelijk lyceum in Haarlem,  zonder diploma. Hij publiceert in  1947 het verhaal De Kamer in Elseviers Weekblad. Vier jaar later  wordt het manuscript van zijn romandebuut Archibald Strohalm bekroond met de Reina Prinsen  Geerligs-prijs. Bij de prijsuitreiking in Amsterdam kan de jury het  echter niet nalaten het werk van  Mulisch ook enigszins te kritiseren: er was sprake van “duidelijke  overmoed” en “een gebrek aan  zelfdwang” terwijl “gebruik van de  schaar in eigen werk” het resultaat  had kunnen verbeteren. Maar ‘zijn  eigen visie op mensen, zijn humor  en barokke fantasie, didactiek en  woord-associaties [hebben] stukken van zó grote kwaliteit doen  ontstaan”dat Mulisch de prijs toch  won.

Met romans als De diamant (1954), Het zwarte licht (1956) en  Het stenen bruidsbed (1959) steeg  de ster van Mulisch de daaropvolgende jaren snel. Uit zijn boeken  spreekt een grote fascinatie voor  kabbalistiek, magische en mythologische zaken, maar ook voor politiek. In de loop van de jaren zestig gaat Mulisch steeds meer non- fictie schrijven. In 1962 verscheen  De zaak 40/61, een verslag van het  proces tegen Eichmann en in 1968  Het woord bij de daad, Mulisch  veel bekritiseerde verdediging van  de Cubaanse revolutie. Zijn filosofische ambities leidden in 1980 tot  De compositie van de wereld,  waarin Mulisch alle wereldlijke fenomenen uitlegt aan de hand van  het concept van de ‘octaviteit’. Ook  publiceert hij poëzie en toneelwerk.

Mulisch geldt dan al jaren als  een van de ‘grote drie’ van de naoorlogse Nederlandse literatuur,  samen met Gerard Reve en Willem  Frederik Hermans, zij het dat er  behalve een grote schare Mulisch- bewonderaars ook altijd groepen  lezers zijn die weinig affiniteit  met hun werk hebben. Of die  moeite hebben met ‘s schrijvers  uitspraken over zijn eigen voortreffelijkheid, waarbij vaak niet  duidelijk is hoever de ironie ervan  reikt.

In 1982 publiceert hij zijn succesvolste roman tot op dat moment: De aanslag, waarvan de verfilming (door Fons Rademakers) in  1987 met een Oscar wordt bekroond. Het is het begin van een  periode van ongekende creativiteit  van de oeuvrebouwer Mulisch. Geleidelijk aan wordt hij een internationaal befaamd auteur, een status  die Reve en Hermans nooit wisten te bereiken. De kroon op het werk  is het kolossale De ontdekking van  de hemel (1992), dat hem in de internationale pers vergelijkingen  met Homerus oplevert. Sinds dat  boek ook in Duitse en Engelse vertaling een groot succes werd, dook  Mulisch steeds vaker op in de favorietenlijstjes voor de Nobelprijs.  Het weerhoudt de auteur er niet  van in hoog tempo door te schrijven: in 1998 verschijnt de roman  De procedure, twee jaar later gevolgd door  het Boekenweekgeschenk Het theater, de brief en de waarheid. Begin 2001, tenslotte, verscheen  Siegfried, de roman waarin Mulisch probeerde Adolf Hitler, het  absolute kwaad, “te vangen in een  net van fictie”. In Duitsland werd  de vertaling in 2002 verdeeld ontvangen. “Een giftig stuk literatuur,” noemde Die Zeit het, “dat  aan alle kanten kwade vonken en  bittere clous afgeeft”. Dat is waarschijnlijk ook precies wat Mulisch  ermee voor ogen stond.

15 reacties op "Harry Mulisch overleden"rss-icon

Ik denk dat met Mulisch de oorlog dood is. Al verlang ik ook naar luchterige IM’s. Over zijn gekte op vrouwen of andere leuke anekdotes. Mulisch was ook een mens: http://hendrik-jandewit.blogsp.....-dood.html

Antwoord

Fraaie necrolgie heb je geschreven. Heb zelf het oeuvre van Mulisch onberoerd gelaten. Behalve dan “Twee Vrouwen”. Voor de lijst op de middelbare school. Lekker dun.  
Hij zal zich bij deze uitspraak wel per direkt in het graf omdraaien. 
Wat me wel altijd heeft gefascineerd is de grote aandacht die hij gedurende zijn leven van vrouwen heeft gehad. Blijkbaar erotiseert literaire macht ook ?

Antwoord

Reve dat is pas leven !

Antwoord

Zo is dat. Het werk van Mulles is slechts vulles!

Antwoord

Beste Bert, 
 
In mijn jeugd werd een zin als deze afgedaan met de volgende woorden: ‘SCHRIJVEN EN DICHTEN ZONDER JE HEMD OP TE LICHTEN’.  
 
Ik vind wat je bij zo’n gebeurtenis ALS EEN REACTIE neerzet is dom, ondoordacht ook nog volslagen onnodig, op het beledigende af. 
 
Oefening baart kunst, maar dan zou het wel een ander soort oefening moeten worden als je hier hebt neergelazerd.

Antwoord

Harry Mulisch >>>> Gerard Reve. Reve heeft één goed maar saai boek geschreven. De ontdekking van de hemel is een factor 12 beter.  
 
Oude discussie ik weet het maar dit zal misschien de laatste keer zijn dat die nog wordt gevoerd. Ik vond Harry Mulisch ook altijd een verstandige en sympathieke man. Zijn arrogantie was volgens mij grotendeels ironisch of toch in ieder geval sterk aangezet. Daarnaast vind ik dat iemand die zo veel gepresteerd heeft ook best een beetje arrogant mag zijn, maar in Nederland is dat niet zo geaccepteerd als in andere landen (de doe-maar-normaal cultuur). RIP.

Antwoord

Graag zinloze reacties van mensen zoals Bert en Alessandra verwijderen.

Antwoord

Beste Kim, 
 
Het doet me goed dat ik het helemaal met je eens ben. Dit soort fratsen hoort niet thuis op het nivo van de NRCNEXT-pagina. Ik vind het persoonlijk een g…….en schande.

Antwoord

Helaas, mijn grote held Harry Mulisch is overleden. Gelukkig leven zijn verhalen eeuwig voort en kunnen mijn kinderen straks ook van zijn boeken genieten. Ik heb zojuist online een mooie gedenkplaats voor hem aangemaakt op ememori.nl. 
Meneer Mulisch rust in vrede.

Antwoord

Weer een groot man minder :(  
 
Ik heb al zijn boeken gelezen, ik vind hem een zeer goede schrijver en ik ga zijn boeken die hij nog niet geschreven heeft, missen. 
 
Ik ben blij dat ik hem heb mogen meemaken via zijn boeken! 
 
Ik wens zijn familie sterkte toe.

Antwoord

Mulisch dood. 
Ik wist niet dat dat kon.

Antwoord

Beste Harry, 
Er is met jou één tijdperk in de Nederlandse 
literatuur afgesloten. Jij was zonder meer de 
grootste tot nu toe, levende schrijver! 
Ik wist dat je ernstig ziek was. Maar je wist 
ook, dat ik je nooit vergeten zal. 
Ik wens de familie veel sterkte, 
Peter Meussen

Antwoord

Het laatste boek dat ik van een van mijn meest geliefde schrijvers Harry Mulisch onlangs kreeg thuis gestuurd was de Engelse vertaling van SIEGFRIED.  
 
Ik was al met zeven boeken tegelijk bezig geschreven door Ayaan Hirsi Ali, Richard Dawkins en die geniale Sam Harris, alle zeven in mooi Engels. 
 
Harry Mulisch is hier weg maar in een van mijn vele boekenkasten staan zeven boeken op herlezing te wachten. 
 
De grootste indruk in mijn leven was de voorstelling van het prachtige theaterstuk TANCHELIJN in Eindheven. 
 
Harry Mulisch is nu in een andere wereld en schrijft of kletst gewoon door met mensen die hij mag.  
 
Ik zal hem missen maar veel mensen zullen hem begroeten: ben jij Harry Mulisch. 
 
Rust in vrede, fijne meesterlijke makker !

Antwoord

In zijn laatste publieke optreden met een groot auditorium – de NRS-Collegetour Februari 2010 (*) met Twan Huys – leek hij in eerste instantie te twijfelen over zijn literaire relevantie voor de huidige generatie studerende jeugd.  
 
Maar in de loop van de uitzending groeide hij toch weer onstuitbaar toe naar die vertrouwde mengeling (of paradox) van gelijkgestemde medestudent en joviale, eloquente, geniaal ogende en erudiete leraar. 
 
Ook gaf zijn ietwat schuchtere, aftastende attitude aan het begin van het College, weer voedsel aan mijn indruk, dat Mulisch zijn leven lang heeft “geleden” onder het feit, dat hij niet alleen nooit een academische studie had gevolgd (dus daarop ook niet kon bogen), maar zelfs zijn middelbare school nooit had afgemaakt.  
 
“Geleden onder” in die zin, dat zijn literaire oeuvre – volgens mij – vooral moest worden gezien, als de doorlopende, ultieme bewijsvoering voor de stelling, dat hij niet alleen geen academische studie zou behoeven, om zich aan verheven literaire gedachten-experimenten te wagen, maar zelfs feitelijk, al schrijvende weg, reeds op eigen kracht aan het academische niveau zou zijn ontstegen…  
 
Een (toegegeven, uitermate speculatief) onderliggend zelfbeeld – een minderwaardigheidscomplex als creatieve bron – dat fractioneel lijkt te contrasteren met het alomvattend personele meerderwaardigheids-complex c.q. literair Napoleoncomplex, die hem altijd zo rijkelijk door zijn critici werden toegedicht. 
 
Critici (lees : Veel compulsieve Mulisch-bashers), onder wie natuurlijk, de talrijke proper-wetenschappelijk onderlegde, beroeps-meesmuilende, carnivoire Propria Cures redacteuren in hun periodieke verbale, Freudiaans Oedipale confrontatie met de vleesgeworden corpsbal Mulisch. 
 
Herinneren als literair fenomeen – in casu, het doorbreken door hem, van veel onuitsprekelijke maatschappelijke taboes d.m.v. het ver-literariseren ervan – doe ik hem, (afgezien van zijn talrijke, niet specifiek literaire producten) in een eerste opwelling na zijn overlijdensbericht, vooral als auteur van 
1. “Archibald Strohalm” (een meeslepende, tomeloos turbulente initiatierite),  
2. zijn vermakelijk pedante “Voer voor Psychologen”, en  
3. het intrigerende interview met Albert Speer (in “De toekomst van gisteren”),  
waaruit (ook) weer de levenslange fascinatie van de Oostenrijks-Joodse Mulisch voor WOII mocht blijken, zoals die nog in zijn laatste werk, “Siegfried”, op onnavolgbare wijze gestalte heeft gekregen. 
 
Net als bij W.F. Hermans stond ook in zijn schrijversleven dikwijls het begrip (veelbetekenend) TOEVAL centraal.  
 
Anders echter, dan bij WFH (die vooral was geobsedeerd door de verwoestende invloed van toevallige systeemfouten op het leven van het individu), was dit begrip voor hem een onuitputtelijke, bijna metafysische inspiratiebron, waarachter talrijke, fantastische verborgen, parallelle, magische werelden konden schuilgaan.  
 
Magische parallelle werelden, die tijdens de ontdekking daarvan door hem (Mulisch), ons gretig lezerspubliek, weer evenzo vele fantastische boekwerken van zijn schrijvershand hebben mogen opleveren. 
 
Literaire verbeelding(skracht), tot slot, is altijd het grootste fort van Harry “either you hate him, or you love him” Mulisch geweest, maar de fysiek-mentale pendant van zijn verbeelding (zijn “zelfbewustzijn”, of zoals anderen plegen te stellen : Zijn “arrogantie” ) is helaas door velen niet altijd even goed begrepen geworden, zo vermoed ik. 
 
Valse bescheidenheid heb ik trouwens altijd al een verwerpelijke eigenschap gevonden, en Mulisch is (gelukkig) zeker niet aan valse bescheidenheid ten onder gegaan. 
 
(*) Refererend – tijdens de eerder genoemde Collegetour-aflevering (die naar verluidt, gisteravond blijkt te zijn herhaald) – aan de niet-Nederlandse afkomst van zijn beide ouders, deed hij een zeer geslaagde poging, een link te leggen met onze contemporaine multi-culturele samenleving : “Ik ben eigenlijk een tweede generatie allochtoon” en met dat pseudo-ironische zelfpredikaat gaf hij eigenlijk, zo kort geleden nog, de ridicule relativiteit van “het allochtonen vraagstuk” aan.

Antwoord

Met recht één van de Grote Drie. Mis wel Wolkers : Dan maar praten over de Grote Vier

Antwoord

Reageer