De cyberaanval als het nieuwe demonstreren

“Hoog tijd om het recht om te betogen in cyberspace te erkennen”

image001-480x1018 De cyberaanval als het nieuwe demonstrerenWat is eigenlijk het verschil tussen betogers die de voordeur van een bedrijf blokkeren, en actievoerders die de website van hetzelfde bedrijf onbereikbaar maken? Hebben de laatsten niet dezelfde rechten als de eersten?

Op de Opiniepagina’s van de papieren next stelt communicatiedeskundige Peter Schouten vandaag dat er juridisch geen enkel verschil zou moeten zijn tussen beide betogingen:  in beide gevallen leggen de demonstranten een deel van die organisatie tijdelijk stil en veroorzaakt hun betoging financiële schade.

Maar dat verschil is er wel. De twee jongens, van zestien en negentien jaar,  die afgelopen week werden opgepakt door de politie wegens cyberaanvallen op de websites van Mastercard, Visa en het OM, hangt een celstraf van zes jaar boven het hoofd. Zij worden vervolgd op grond van artikel 161sexies van het Wetboek van Strafrecht: het opzettelijk vernielen van een geautomatiseerd werk, waardoor gevaar voor de verlening van diensten te duchten is. Een betoger in de fysieke wereld wordt daarentegen goed beschermd door de Wet Openbaarheid Manifestaties en het Europees Mensenrechtenverdrag.

Sinds 1988 wordt een betoging gedefinieerd als een uiting van gedachten, gevoelens of overtuigingen in min of meer collectief verband, schrijft Schouten.

“Beperkingen kunnen slechts worden aangewend ter bescherming van de gezondheid, een verkeersbelang of ter voorkoming van wanordelijkheden. Daarmee heeft de wetgever het recht om te betogen op straat voorzien van goede waarborgen en zijn bepaalde beperkingen gelegitimeerd.

Waarom zou het betogingsrecht niet gelden voor mensen die in cyberspace demonstreren? Het internet is een openbare plaats. Ddos is niet meer dan een optocht van allerlei mensen die voor de virtuele voordeur van een bedrijf gaan staan, waar ze heel snel en vaak kloppen, waardoor de doorgang verstopt raakt.”

In de toekomst zullen steeds meer mensen hun handel verleggen naar internet, waardoor protesten tegen die bedrijven ook steeds vaker in cyberspace zullen plaatsvinden: de cyberaanval wordt het nieuwe demonstreren. Het is volgens Schouten dan ook hoog tijd om het recht om te betogen in cyberspace te erkennen.

“Dat de wet daaraan beperkingen zal stellen, lijkt me een goede zaak. De Wet openbaarheid manifestaties doet dat niet. De actievoerders kunnen daar hoogstens uit afleiden dat betogen mag, zolang ze het straatverkeer (!) niet hinderen, de gezondheid niet in gevaar brengen – ze mogen dus geen medische sites aanpakken –, het functioneren van ambassades en consulaten niet aantasten en geen wanordelijkheden creëren ten koste van de in een democratische samenleving noodzakelijke bescherming van de openbare orde. Op de openbare plaats die het internet is, zitten nu eenmaal geen burgemeesters bij wie ze hun aanvraag voor een betoging kunnen indienen.

Justitie beweert dat deze betogers wisten dat hun actie niet mag. Dat argument deugt niet. Rechtsregels dienen voldoende toegankelijk te zijn en met voldoende precisie te zijn geformuleerd. Dat er nu een jongetje van zestien tot Kerst in de cel zit omdat hij wilde demonstreren, is een vorm van onrechtmatige vrijheidsbeneming en een schande voor onze samenleving. Dat het Malieveld niet vol staat om aartegen te protesteren, bewijst eens te meer de noodzaak van effectieve demonstraties in cyberspace.”

30 reacties op "De cyberaanval als het nieuwe demonstreren"rss-icon

Een DDOS wordt meestal uitgevoerd met zombie computers. Dat is ook wat die zestienjarige jongen heeft gedaan. Dat is dus niet alsof je met een groep gelijkgestemden de poort van een bedrijf blokkeert, maar alsof je een paar honderd mensen zodanig hebt gedrogeerd dat ze geen vriije wil meer hebben en daarom met jou samen voor die poort staan.

Antwoord

Een van de belangrijkste overtuigingen waarom deze discussie zo nodig, maar ook zo lastig is, wordt hier als eerste reactie genoemd: hackers zijn slecht, ze breken in en doen wat ze willen. In het geval van deze demonstraties hebben alle demonstranten ZELF op de knop geklikt.  
 
Wat er vervolgens gebeurde is te vergelijken met het herhaaldelijk op ‘refresh’ klikken in je browser (zij het wat sneller en potentieel onvermoeibaar). De combinatie van veel mensen die dat op hetzelfde moment doen zorgde voor een oververmoeide website. Meer niet. 
 
Het feit dat de websites daar überhaupt een effect van ondervonden, geeft aan dat er een grote groep mensen is geweest die op deze manier hun ongenoegen heeft geuit over de ongenuanceerde en twijfelachtige manier waarop WikiLeaks het functioneren is bemoeilijkt. 
 
Let wel, er was en is GEEN rechtelijke uitspraak over de (il)legaliteit van WikiLeaks. Slechts meningen en sentimenten.

Antwoord

Het mag inmiddels wel even duidelijk worden dat ook een individueel een website kan plat leggen. Die persoon heeft ook wel het recht om te demonstreren maar het moet wel duidelijk worden hoe groot die achterban is. Een demonstratie met meer mensen is dan duidelijker. Om wel online te demonstreren op deze manier zou wel effectief en duidelijk zijn, maar vooral erg ongemakkellijk. Wat als nou iedereen weet hoe die sites moet platleggen en het mag doen? Zo kan wel elke site plat worden gelegd omdat een persoon het er niet er mee eens is. Zo’n iemand is er altijd wel.

Antwoord

Erg goed stuk, zeer goed vergelijk. 
 
@Johan: er is een groot verschil tussen een ‘hacktivist’ en een ‘hacker’. De laatste leegt de database van McDonalds, op zoek naar bruikbare gegevens. Overigens zonder de site plat te leggen. De eerste protesteert -overduidelijk- tegen het beleid van een bedrijf. Zonder blijvende schade, anders dan imagoschade.

Antwoord

@Jens: en zo kan elk persoon de mond gesnoerd worden, puur om dat die blonde pruik dat wenst. Dat is toch dezelfde onzin? 
 
De kracht van het individu blijkt hier uit. Gezond. En, zoals hierboven al gezegd, zonder blijvende schade, anders dan imagoschade. Wat ook het doel is van ‘hacktivism’. 
 
Als er geen imagoschade optreedt, is de ’cause’ van die persoon of personen niet opgepikt in de media. Dan is het hooguit een uur of een dag van ongemak voor het getroffen bedrijf. 
 
Dat is wel wat anders dan het stelen van databases online. En toch worden ze gelijkaardig berecht en bericht. Ik vind dat heel erg eng…

Antwoord

Jens, zo kan elke poort ook bezet worden door iemand die het daar niet mee eens is. Is dat niet gewoon hetzelfde en mag dat dan ook niet? Ik vindt dat de tekst een zinnig verhaal vertelt waar aan gewerkt moet worden.

Antwoord

@Johan: er zijn tegenwoordig ook tools die je eigen internetverbinding gebruiken om zoveel mogelijk pakketten richting een server te sturen. Dit heeft deze 16-jarige jongen ook gedaan. Zijn IP-adres is nu immers direct te achterhalen. Zou hij, zoals gevorderde DDos-aanvallers doen, een botnet gebruiken, dan zou zijn IP-adres niet of in ieder geval veel lastiger te achterhalen zijn.

Antwoord

Het maakt nogal verschil of je: 
1. een vergunning hebt voor een demonstratie 
2. een groot aantal medestanders hebt 
3. nogal wat moeite moet doen om de demonstratie te organiseren 
4. de politie eenvoudig controle kan uitvoeren op de omvang van de schade voor zowel het doelwit als de omgeving. 
5. een rechterlijk verbod op de demonstratie kan worden gehandhaaft 
 
en een digitale aanval die door een individu alleen, zonder vooraankondiging of overleg kan worden uitgevoerd op een willekeurig gekozen slachtoffer. Waarbij er geen ordehandhavingsautoriteiten zijn om de boel in goede banen te leiden, of mogelijkheden voor de rechterlijke macht om belangen af te wegen. 
 
DDos aanvallen zijn terecht verboden, terwijl fysieke demonstraties terecht toegestaan zijn, maar wel vergunningplichtig.

Antwoord

gehandhaaft is natuurlijk met twee keer een d.

Antwoord

Het is onmogelijk om in je eentje een website plat te leggen doormiddel van een DDos aanval. Hier heb je zeker een grote achterban voor nodig. Hierdoor is in mijn ogen een site tijdelijk platleggen hetzelfde als met z’n alle een ingang van een bedrijf blokkeren. Al is het allemaal in de fysieke wereld wat makkelijker onder controle te houden, maar daar kan makkelijk aan gewerkt worden. Internet staat nog steeds in zijn kinderschoenen.

Antwoord

Hoezo onmogelijk? Dat is heel gemakkelijk en goedkoop. Huur een botnet voor een uurtje, en je doelwit ligt er weer een uur uit. Als je de weg eenmaal kent, heb je zo een vermakelijk avondje “bedrijfje pesten”.

Antwoord

Op die manier is het inderdaad mogelijk. Maar om er even een extreme vergelijking bij te halen: “Een iemand maakt een enorme brandstapel voor een bedrijf waardoor het bedrijf een uur lang onbereikbaar is.” Dat is ongeveer hetzelfde als wat er gebeurt als je een botnet inhuurt, dit soort zaken moeten zeker verboden blijven en bestraft worden.  
Maar in het geval wat nu aan de gang is, demonstreren er duizenden mensen tegen paypal en mastercard. Ik vind het niet kunnen dat er individuen bestraft worden, terwijl het eigenlijk een “ordinaire” demonstratie is. Er zit hier naar mijn idee een fout in de wet.

Antwoord

En hoe kunnen visa en mastercard zich verweren? Waar kunnen ze een kort geding aanspannen om deze demonstratie te laten verbieden als ze deze onredelijk vinden? Dat had wel gekund bij een “ordinaire demonstratie”. En ook bij een ordinaire demonstratie zonder vergunning worden individuen gestraft (het is zelfs erg lastig om een groep aan te pakken). 
Bij democratie hoort dat je met elkaar in gesprek kunt. Dat kan hier niet.

Antwoord

Visa en Mastercard kunnen net zo goed in gesprek gaan als wanneer een groep mensen hun hoofdkwartier blokkeert. Dat kan via de media of als de protesterenden zich bekend maken. Doen ze dat niet, dan is dat net als in het echte leven, wanneer mensen die voor je bedrijf staan te protesteren niet met je willen praten. Hun goed recht. 
 
Dat deze demonstranten geen vergunning hebben aangevraagd komt door de aard van het internet, je kan dit nergens aanvragen. 
 
Je punten over moeite in het organiseren en omvang van aanhang en dergelijke slaan de plank volledig mis, want ik kan met 4 vrienden een vergunning tot demonstreren aanvragen en het bedrijf van mijn keuze blokkeren in zijn werkzaamheden. Geen grote aanhang, geen moeite in organisatie. 
 
Het is volstrekt logisch dat online activisten beschermt zouden worden in het geval van het demonstratief blokkeren van de website van een bedrijf, als dat bedrijf zijn werkzaamheden voornamelijk online uitvoert, en demonstreren in de fysieke ruimte dus geen zin heeft.

@Timo: In principe ben ik het met je eens, maar in dit geval lijkt het demonstratierecht er met de haren bijgesleurd. Als ik het goed heb, zouden de daders hun sympathie met Wikileaks hebben willen uiten. Nu zie ik met de beste wil van de wereld niet in hoe je dat kunt doen door de websites van MasterCard en Visa plat te leggen. Afgezien daarvan is het demonstratierecht op straat, in België althans, ook maar schijn: als je met meer dan twee man en een paardenkop wil betogen, heb je een vergunning van de lokale politie nodig. Het zou vrij belachelijk zijn om een gelijkaardige regeling te verzinnen voor cyberdemonstraties. Wie een beetje vasthoudt aan de vrijheid op het internet, kan daar bezwaarlijk voorstander van zijn. Voor echte hacktivisten zit er maar één ding op: je niet laten betrappen.

Antwoord

Ik kan me aardig vinden in de vergelijking. Echter, deze gaat alleen op als een grote groep zelf meewerkt aan de DDoS. Indien hiervoor gebruik gemaakt wordt van iemands eigendom zonder dat daar toestemming voor verleend is, zijnde een computer onbewust onderdeel van een botnet, zit er toch wel een wezenlijk verschil tussen een fysieke demonstratie en zo’n digitale.

Antwoord

Kunnen we dan overeenkomen dat een ddos als vorm van protest moet worden gelegaliseerd en eventueel gereguleerd? 
M suggereert communicatie tussen het doelwit van de betoging en de betogers. 
Meerdere voor- en tegenstanders in deze thread zijn tegen het inzetten van zombie botnets. Dat zou dan afzonderlijk strafbaar moeten worden, maar niet de DDoS op zich. 
Om dit goed te reguleren moeten volgens mij de volgende praktische zaken worden afgeregeld: 
1. Er mag uitsluitend op persoonlijke basis worden meegwerkt aan een demonstratie DDoS (DDDoS) 
2. Een DDDoS mag niet met commerciële middelen worden georganiseerd. 
3. Een DDDoS mag niet door commerciële organisaties of overheidsorganisaties worden georganiseerd of uitgevoerd. 
4. Initiatiefnemers moeten infrastructuur beschikbaar stellen waarover het doelwit van de demonstratie met de demonstranten kan communiceren. Eventueel ligt daar een rol voor de overheid. 
5. Behalve medische sites zouden misschien ook mediasites extra bescherming moeten genieten om de vrijheid van informatie te waarborgen. 
 
Ik denk dat dit genoeg is voor regulering die de tegenargumenten van DDDoS afdekt. Ik zou nog overwegen om stichtingen vergelijkbaar met de Chamber of Commerce te verbieden om DDDoS-en te organsiseren of uit te voeren maar dat dek je volgens mij aardig af met het niet mogen inzetten van commerciële middelen en de mogelijkheid die anderen dan weer hebben om zo’n organisatie zelf op een DDDoS te trakteren.

Antwoord

Dit is een hele mooie opsomming inderdaad. 
Nu nog naar de wetgever brengen. 
 
Wat was het? 
In totaal 1 miljoen handtekeningen uit 7 verschillende landen binnen de EU en er is een dwingend beroep op het maken van een wet? 
 
Gisteren gestemd in het Europarlement…

Antwoord

Klinkt goed. Vergt wel enig werk om het praktisch uitvoerbaar te maken, maar tegen een DDDoS (3DoS?) heb ik geen bezwaar.

Antwoord

Op de Guardian is een artikel verschenen van dezelfde strekking door Richard Stallman: 
 
http://www.guardian.co.uk/comm.....mastercard

Antwoord

De discussie (en het weerwoord in de next van vandaag) lopen mank. 
 
Ja, DDOS’en is een vorm van online protesteren bij gebrek aan betere alternatieven (zie onder andere wat het Critical Art Ensemble heeft gemeld: http://www.critical-art.net/books.html ). Nee, op de lange termijn heeft de Wild West-cultuur inderdaad negatieve uitwerkingen die niet gewenst zijn. Dit huidige chaos is het project van een interregnum. We hebben een nieuw equilibrium nodig. 
 
Waar het in principe al misgaat bij de vergelijkingen tussen online en offline demonstreren zijn niet alle genoemde vervolgpunten, het gaat hier al mis: protesten in de echte wereld vinden plaats in de publieke ruimte. In de online wereld is er geen sprake van publieke ruimte. 
 
Online is er vaak niet eens sprake van een rechtsorde hebben we de afgelopen weken gezien. Dat van die rechtsorde is wat lastiger om op te lossen, maar een online publieke ruimte kunnen we maken (zie IMMI in IJsland) en deze is essentieel om ervoor te zorgen dat niet al onze communicatie gemedieerd wordt door bedrijven met winstoogmerken en slappe knieën. Zolang daar geen sprake van is, zul je dit soort tegenreacties krijgen die wat mij betreft voorlopig gerechtvaardigd zijn. 
 
Om online ook sprake te laten zijn van een publieke ruimte moet de basis-infrastructuur van het internet daadwerkelijk onafhankelijk beheerd en gedistribueerd opgezet worden. Tot die tijd leven we in een wild westen waar de ene onredelijke reactie de andere uitlokt.

Antwoord

@alper: maar de vergelijking tussen offline en online publieke ruimte gaat mank, omdat deze fundamenteel anders zijn. 
De publieke ruimte offline wordt gekenmerkt door de schaarste van gezamenlijke fysieke ruimte. Daardoor is de openbaarheid ook een gezamenlijkheid. Met 100 mensen op een dorpsplein trek je de aandacht en kun je bijvoorbeeld je ideeën kenbaar maken – je penetreert per definitie andermans ruimte (maar dan op een gereguleerde wijze) vandaar dat zoiets wel een demonstratie wordt genoemd. 
 
Online is er geen schaarse ruimte (een pagina is er zo bijgemaakt, deze blogpost kan oneindig veel comments plaatsen, mits de nrc.next-database groot genoeg is), dus werkt gezamenlijkheid anders. Een belangrijk gevolg hiervan is het toegenomen zelfbeschikkingsrecht van individuele gebruikers om hun eigen perspectief op de publieke ruimte te beïnvloeden. Bijvoorbeeld: op Twitter kan iedereen elkaar volgen – of niet volgen. Of blocken. Gewoon schreeuwen helpt niet. 
 
Dat betekent dat het achterliggende principe van ideeënverspreiding, debat en draagvlakontwikkeling anders verlopen. Overheidsregulering is hierbij één aspect – maar je mag op de Dam ook niet zomaar met 5000 man een onaangekondigde betoging houden. De democratisering van de inrichting van de publieke sfeer, die sterker genetwerkt is (gefragmenteerd, maar ook onderling verbonden), en sterker permissie-gebaseerd functioneert, is misschien wel een belangrijker aspect. 
 
Het Ddossen is dan ook een uiting van onmacht. Dat is een gevolg van onvermogen om op constructieve wijze draagvlak voor ideeën op te bouwen, maar ook het gevolg van instituties, overheden, bedrijven die niet ontvankelijk zijn voor kritiek. Wanneer je publieke belangen vertegenwoordigt – bijvoorbeeld als overheid, of als bank – maar niet transparant opereert, aanspreekbaar noch afrekenbaar bent, en dus andere participanten aan die permissie-gebaseerde, getrapte, gezamenlijke sfeer een cold shoulder-behandeling geeft, dan resteert hen niets anders dan vandalisme. 
Want dat is het, Ddossen, vandalisme bij gebrek aan beter. En een symptoom van ernstige onbalans in de nieuwe publieke sfeer, waarbij niet zozeer de 16-jarige Ddossertjes schuldig zijn, maar vooral ook de instituties die niet aanspreekbaar of afrekenbaar zijn.

Antwoord

@Jaap: Mensen zouden uit je stuk de indruk kunnen krijgen dat we het oneens zijn met elkaar, maar ik denk dat dat niet klopt. 
 
Jij legt de nadruk in je contrast op het woord ‘ruimte’ in publieke ruimte. De vergelijkingen met ruimte/schaarste etc. gaan in de details weer mank, maar ik denk dat alle vergelijkingen dat doen. Het gaat mij niet om de vergelijkingen maar om de uitgangspunten en dan met name om het woord ‘publiek’ in publieke ruimte. 
 
De ideeën van een publieke ruimte en domein, van publics en van een algemeen belang zijn te abstract en impopulair voor de huidige toestand van de media en de politiek maar ik denk dat het aan ons is om ze voor deze tijd werkbaar te maken. 
 
Je noemt terechte verschillen maar het grootste verschil is natuurlijk dát er offline een publieke ruimte bestaat met basisrechten wat betreft vrijheid en privacy. Je mag gaan en staan waar je wilt, zelfs als het met 5000 mensen op de Dam is, je briefwisselingen zijn geheim en er is een vrijheid van informatieverspreiding en drukpers die fysiek tastbaar en diepgeworteld is. 
 
Hoe anders is dat allemaal online. 
 
Als de overheden de drukkerijen van de New York Times of de NRC binnen zouden vallen en zouden bepalen wat wel en wat niet gedrukt mag worden, dan zou dat er diep inhakken en zou het land te klein zijn. Hoe Wikileaks de afgelopen weken is aangepakt gaat dieper en verder maar dat wordt nu nog maar door een kleine groep voorlopers zo gevoeld. 
 
Sommigen van die voorlopers pionieren nu ook een nieuw soort protest. Ik ben het met je eens dat het niet geheel netjes is, maar net zoals bestanden delen geen diefstal is, is DDOS’en geen vandalisme. Het is creatief gebruik van de (on)mogelijkheden van een technisch systeem: het zuivere hacken dus. En zeg nou, wie hebben er recent meer impact gesorteerd met hun protesten? Duizenden G8-protesteerders of een paar jongens met een botnet? 
 
Ja, het is een teken van onmacht en deze vorm van protest —hoe gerechtvaardigd dan ook— moet stoppen, maar het heeft al wel een doel bereikt: mensen zien in dat dit zo niet door kan gaan. De vorm van protest is niet houdbaar en ook de volkomen willekeur en autocratie waarmee het publieke domein online wordt ingevuld niet. 
 
We moeten nu beginnen met na te denken over wetgevende en democratische kaders die zorgen dat we ook online basisrechten hebben en burgers kunnen zijn. Het alternatief is een opeenstapeling van escalaties waarna niks meer rest van het internet dan een smeulende puinzooi. (Óók geen ramp. We bouwen wel weer een nieuw en beter netwerk.)

Antwoord

@Alper: inderdaad, we zijn het vooral eens. En vooral je conclusie onderschrijf ik ten volle. Zelf “a href=”http://twitter.com/#!/jaapstronks/status/12787504746864640″>Twitterde ik onlangs: “Wikileaks toont noodzaak aan van vernieuwing juridische kaders en moreel kompas voor herinrichting publieke sfeer.” 
 
Maar anarchie, anonimiteit en onverantwoordelijkheid – Ddossen – is slechts de tegenpool van een bemoeizuchtige autoritaire overheid; op korte termijn daarmee wellicht een noodzakelijk tegenwicht, maar een balans is daarmee niet gevonden. Wat jij zegt: het gevaar van escalatie ligt op de loer. Beter is het om met verdichting van het centrum de polarisering te stoppen.  
 
Waar ik het niet mee eens ben, is dat escalatie géén ramp zou zijn. Dan kost het generaties voordat er een nieuw equilibrium is geschapen. Zitten we eerst een eeuw in de chaos voordat we opnieuw iets kunnen opbouwen. Toch is dat geen irreëel scenario, vrees ik – omdat veel voor de huidige maatschappij noodzakelijke instituties (van de media tot überhaupt de representatieve democratie) als fundamenteel incompatibel met de netwerkmaatschappij kunnen worden gezien – wat de vraag opwerpt of er een soepele overgang kan worden gecreëerd.

Antwoord

@Jaap: Ik denk dat de ramp —zo daar sprake van zou zijn— beperkt zal zijn. Ten eerste omdat veel van die instituties zich al lang effectief overbodig hebben gemaakt en ge-bypassed zijn door actieve burgers. Ten tweede omdat zowel het internet als onze maatschappij gigantisch flexibel zijn en wel tegen ergere stootjes kunnen. 
 
De soepelheid van de overgang zal misschien wat te wensen overlaten maar dat is vooral de zorg van beleidsmakers en het soort mensen dat risico’s wil afdekken. Mensen die willen innoveren leven en sterven juist bij dat soort stroomversnellingen in de geschiedenis. 
 
Een acuter probleem en iets wat mij zou nopen tot gigantische plaatsvervangende schaamte als ik mezelf ‘journalist’ mocht noemen is de bijziendheid van alle journalisten internationaal en in Nederland —op een enkelling na— wat betreft deze kwestie. Het echte verhaal is niet Assange of de website Wikileaks of de verontwaardiging van de Amerikaanse overheid, het echte verhaal is wat jij noemt: “[de] noodzaak [aan] van vernieuwing juridische kaders en moreel kompas voor herinrichting publieke sfeer.” 
 
Dat verhaal is niet leuk, interessant of voelbaar genoeg om over te berichten, maar ondertussen blijft wel iedereen in dit land gigantisch ontevreden over alles.

Antwoord

Je hebt gelijk. Het loopt wel los. Sterker nog, die aftakeling mag wat vlotter beginnen (kom maar door met die paywalls, bijvoorbeeld), dan is er tenminste voldoende room to play. En dat verhaal: ja, daarvoor moeten we niet bij de reguliere media zijn. To be continued ;-)

@Alper en @ Jaap: hulde! Mooie stukken.

Antwoord

@Jaap en @Alper: wat denken jullie van een ‘vernieuwing juridische kaders en moreel kompas voor herinrichting publieke sfeer’ boekclub? Ik zou daar zeer veel interesse in hebben.

Antwoord

@Rein: We zijn ons aan het beraden, maar eerlijk gezegd ben ik al bij genoeg boekenclubs, denktanks en praatclubjes betrokken. Ik dóe liever dingen.

Antwoord

Tja, als je de sites van Mastercard en/of Visa gaat platleggen dupeer je ook de mensen die helemaal niet willen demonstreren. Bij een straatdemonstratie hebben minder mensen last van de actie. Bij een cyberaanval is het gelijk de hele internetwereld die niet meer op een belangrijke site kan komen. Zijn er geen andere manieren om via het web te demonstreren dan gelijk alles platleggen?

Antwoord

Reageer