Ongeneeslijk zieke mensen op televisie moeten dood aanvaardbaar maken
Want mensen kunnen er niet mee omgaan
De dood staat volop in de schijnwerpers, schreef Tom Rooduijn gisteren in NRC Handelsblad. In reclamecampagnes en televisieprogramma’s wordt volop aandacht besteedt aan de verhalen van mensen die ongeneeslijk ziek zijn. Hiermee wordt ons een spiegel voorgehouden over hoe we omgaan met mensen die gaan sterven en hoe we om zouden moeten gaan met hen. Kennelijk hebben we dat nodig.
Omdat een op de vier mensen uit de omgeving van een dodelijk zieke afhaakt, besloot Sire tot de campagne ‘Ik ben er nog’. In een spotje richt een terminaal zieke man zich via de webcam tot een dierbare vriend: „’t Is jammer dat ik niks meer van je heb gehoord.”
Op de dynamische website van de campagne staan tips hoe met ongeneeslijk zieken om te gaan. Ook vragen de getroffenen aandacht voor hun laatste zorgen. Ongemakkelijk makende teksten, alleen al omdat die blijkbaar nodig zijn.
In de schaduw van het nieuws (KRO) sprak Arie Boomsma zaterdag met ongeneeslijken. „Er wordt afscheid van je genomen terwijl je nog springlevend bent”, zei er een. Een buddy vertelde een schrijnend verhaal. De beste vriendin van een zieke vrouw wilde haar hond meenemen als het moment van sterven daar was. Omdat de zieke daar geen prijs op stelde, werd zij in de steek gelaten.
„Bij de diagnose kanker werd het stil om mij heen”, zei de terminale kankerpatiënt Suzanna van de Hunnen. Zij twittert onder @stervensdruk over haar levenseinde, in maart publiceert ze onder die titel een boek. Vanaf het moment dat Van de Hunnen grapjes over haar ziekte maakte, werd ze weer populair op haar werk. Grapjes? Ja, bijvoorbeeld als het gesprek ging over het ontharen van benen. Dan zei de patiënte: „Ik raad jullie een chemokuurtje aan.” Maar toen ze ongeneeslijk werd verklaard, viel de stilte weer in. Daar verzet Van de Hunnen zich tegen: „Ik wil niet dood zijn voordat ik gestorven ben.”
‘Altijd wat‘ wil de stervende een stem geven. Het komend jaar volgt dit NCRV-programma drie mensen die nog een jaar te leven hebben. Ze leggen zelf met een camera hun dagelijkse besognes en pijnen vast – tot het einde. Er zou een storm van protest hebben geklonken als een commerciële omroep dit had opgezet. Maar volgens bedenker Stephen Levine verleent het een odium van integriteit. „Ja. Mijn sterven is verschrikkelijk, maar op de dag dat ik sterf, sterven ook ongeveer 250.000 andere mensen”, troost Levine in een interview op de site. De serie beoogt behalve de dood ‘aanvaardbaar te maken’ ook niet-zieken te doen leven alsof ze nog een jaar hebben.
De dood mag zich verheugen in een levendige belangstelling.




Ik vind het een rare campagne. Begrijp me niet verkeerd; ik vind het ook verkeerd als mensen stervenden in de steek laten.
Echter:
1. Wat men kennelijk niet begrijpt is dat het voor nabestaanden een coping mechanism is: door alvast de stervende wat los te laten terwijl hij/zij nog leeft beleef je al een deel van de emoties, terwijl er nog wel een way back is – het is nog niet definitief voorbij
2. Alle aandacht voor de dood in de media geeft soms de indruk dat we weer terug zijn bij het religieuze idee dat het leven lijden is en moet zijn.
3. Zijn er echt zoveel mensen die anderen definitief ditchen zodra er een ‘doodsvonnis’ wordt uitgesproken? Ik kan het mij niet voorstellen, uit mijn eigen omgeving ken ik alleen voorbeelden van stervenden die juist uitgebreid met aandacht worden omringd.
je wordt alleen ‘geditcht’, als je begraven wordt lijkt mij….