
“Dit is geen Tunesië of Egypte”, zegt Seif al-Islam, zoon van de Libische leider Muammar Gaddafi. “We vechten tot de laatste minuut, tot de laatste kogel.” De opstand zal volgens hem worden neergeslagen tot de laatste man erbij neervalt, en “zelfs de laatste vrouw”. Daarmee stellen Gaddafi en zijn gevolg zich vele malen harder op dan Mubarak in Egypte, iets dat zich ook in het dodental uit: 233 doden in vier dagen, volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch. Vandaag alleen al zouden er al 61 doden zijn gevallen.
Er zijn grote verschillen met zowel Marokko als Egypte en Tunesie, schrijft de papieren nrc.next vandaag. Ja, net als in de twee laatstgenoemde landen is de bevolking erg jong (gemiddeld 24 jaar) en de werkloosheid hoog (30 procent). Maar het is een geïsoleerd land en het keert zich, in tegenstelling tot Marokko, vol agressie tegen de betogers.
Het contrast kon niet groter: terwijl in Marokko tienduizenden burgers ongehinderd protesteerden, schoot in Libië het regime van Kolonel Moammar Gaddafi met machinegeweren op demonstranten. Uit Benghazi, de tweede stad van Libië, kwamen dit weekend berichten van bloedbaden. Schattingen van het dodenaantal lopen uiteen en kunnen niet worden geverifieerd, omdat journalisten door het regime buiten de deur worden gehouden.
lees verder›