Hoeveel ‘brussen’ heb jij eigenlijk?

Ingmar Vriesema vroeg next-lezers een Nederlands woord voor 'broers en zussen' te bedenken, het woord 'brus' is de winnaar

jackson-five-family-photo Hoeveel brussen heb jij eigenlijk?

‘De Engelsen zeggen siblings, de Duitsers Geschwister, de Zweden hebben syskon, de Noren søsken en de Denen zeggen søskende. En de Nederlanders? Die zwijgen.’ Met deze woorden deed Ingmar Vriesema, NRC-redacteur en auteur van Het Beroemde Broer en Zus Boek, tweeënhalve week geleden in de papieren nrc.next een oproep aan de lezer om een Nederlands ‘broerzuswoord’ te bedenken. Ruim tweehonderd mails kwamen binnen.

Vandaag schrijft Vriesema in nrc.next over de suggesties die hij kreeg toegestuurd. Vooral samenstellingen van ‘broer’ en ‘zus’ bleken populair:

Gebroezum, brus, brozus, brussies, zoers, bris, brusling of broester. En ook het Engelse sibling is een inspiratiebron: sibbels, sibbelingen, sibbers, sibbelaars, siblanten.

Maar ook veel broers en zussen zien zichzelf blijkbaar als gevogelte, merkt de auteur op, want de woorden ‘nest’ en ‘broedsel’ worden in allerlei combinaties aangedragen. Nestverwanten en nestmaten, gebroedsel, oudergebroed en adergebroed. Het woord ‘nestgenoten’  had liefst zeven inzendingen. Andere suggesties waren naastkomelingen, zijkinders, bloedjes, medekinderen en het klinkende neologisme ‘pamaten’ (uitgelegd door de inzender met ‘van dezelfde pa en ma’).

Maar de absolute winnaar is de samenstelling ‘brus’, meervoud ‘brussen’.

Bijna een op de vijf inzenders noemde die term. Simpel, kraakhelder en – zo blijkt uit een handvol mailtjes – al jaren jargon onder jeugdhulpverleners en pedagogen. ‘Brus’ of ‘brusje’ als synoniem voor het broertje of zusje van een hulpbehoevend kind. Emeritus hoogleraar kinderpsychiatrie Frits Boer noemt ‘brus’ een „ideale term”, behalve dat er de associatie van pedagogiek aan vastkleeft. „Er moet dus iets aan het imago van de term ‘brus’ gebeuren.”

De meest recente Dikke van Dale, uit 2005, noemt ‘brus’ nog niet. Maar het woord is wel opgenomen in de elektronische editie, in 2008. Kortom, in de volgende papieren Van Dale (publicatiedatum nog onbekend) staat het woord ‘brus’ hoogstwaarschijnlijk afgedrukt, meent Vriesema.

Wat vinden jullie van het woord brus? En nu we het toch over woorden hebben, wat vinden jullie van de term ‘papa-dag’? Paulien Cornelisse vindt ‘m in ieder geval vreselijk.

26 reacties op "Hoeveel ‘brussen’ heb jij eigenlijk?"rss-icon

Mwah… : )) 
T mot maar. We hebben niks beters.

Klopt de link wel? In de nieuwste column van Cornelisse staat toch niks over brussen, of mis ik iets?

Misschien bruusk, maar het is zo dat je op Bru, een tamelijk traditioneel vissersdorp op Schouwen-Duiveland, nog veel kinderen ziet.

waarom kunnen wij ook niet het gewoon het duitse of engelse woord gebruiken? sibbling? of gewoon op zn vernederlandst: geswitster. 
iedereen weet waar je t over hebt, en t klinkt niet zo belachelijk als “brus”

200 reacties. Eenvijfde voor brus. Dus dat zijn 40 mensen uit Nederland. Da’s ongeveer 0,0015 procent van de bevolking. Is dit serieus?

Waaruit concludeer je dat die andere 16 miljoen minus 200 allemaal tegen brus zijn? Eénvijfde is 20%, niet 0,0015%

Kom op M! 200 mails. 40 voor brus. da’s echt geen 20% van alle Nederlanders. Of denk je dat er meer dan 40 mensen uberhaupt geinteresseerd zijn in deze onzinnige vaag van de NRC?

nee, het is 20% van de respondenten. Omdat we geen idee hebben hoe representatief die 200 inzenders zijn, valt niet te zeggen welk percentage van de Nederlanders het ermee eens is. Die claim wordt ook nergens gemaakt.

Je leest niet echt goed denk ik. Ik zeg ook nergens of het representatief is. Ik stel alleen vast dat hier, in het NRC en op andere plaatsen, over een woord wordt gesproken bedacht door slechts 40 Nederlanders. 0,0015% van de hele bevolking. Dat is geen waarde oordeel slechts een vaststelling. En dus is de hele discussie hier en waar dan ook zinloos. De enige zinvolle argumenten koment van Bert, Ann en Bram:)

Aan een woord voor broer en zus heb ik nog nooit behoefte gehad. Ook al heb ik er 5. 
 
Papadag is prima gekozen, gezien vanaf de werkvloer.  
Het is de dag dat je je voor 100% aan je taken als vader kunt wijden, terwijl je collega’s werken. Andere dagen zijn werkdagen, dan wijd je je aan je taken als werknemer.

Overigens wat doen we met adoptiefkinderen of half-broers en zusters? Volgens Ingmar Vriesema moeten we een voorbeeld nemen aan de Duitsers of Engelsen/Scandinaviers. Maar dan ook helemaal doortrekken want in de Duitse taal mag je dan wel geschwister zeggen, voor een stiefbroer/zus wordt ook Stief oder Halbgeschwister gebruikt. Dus Stiefbrussen? Wat een onzinnige discussie zeg. Gewoon familie, gezin. Is broers en zussen zoveel moeilijker dan Geschwister?

Dit balletje is in juni 2010 ook al eens opgegooid door het Genootschap Onze Taal in hun blad Onze Taal. Zie http://www.onzetaal.nl/nieuws/broer-zus-brus en de inhoudsopgave van Onze Taal http://www.onzetaal.nl/tijdschrift/juni-2010 “Gaten in de taal”.

De term ‘brusje’ ken ik al van jaren geleden op babyfora, bedoeld voor het aanstaande broertje/zusje van onbekend geslacht. Dus ook buiten de pedagogische wereld in gebruik.

Brus, wat een rot woord. Meteen weer afschaffen.

Brussen klinkt als bussen uit Brussel. Dit woord gaat het niet ver schoppen. Het is sowieso moeilijk om compleet nieuwe woorden een taal in te werken; het is makkelijker om het woord uit een andere taal te lenen en dan ga ik voor vernederlandsing van het Duitse woord Geschwister.

Ik vind oudergenoten erg mooi gevonden, maar sibbelings klinkt toch meer als een werkelijk Nederlands woord, brussen heeft dat niet zo… 
 
Ik moet ook steeds aan Bert Brussen denken eigenlijk ;)

Kibbeling ook:)

Hebben de vlamingen niet al lang een mooi woord daarvoor?

De term brusje bestaat al lang, is dus niet nieuw verzonnen. op het forum van bijvoorbeeld Ouders Online wordt het veel gebruikt

“Brusjes-dag” dat ken ik al jaren vanuit de gehandicapten zorg. Dat is nl een dag waar de broertjes en zusjes (de brusjes dus!)van iemand met een beperking bij elkaar komen om samen iets leuks te doen. 
Dus zo nieuw is die term niet. maar heel bruikbaar vind ik’m ook niet…

Brusje;  
 
Klinkt als een een kusje geven terwijl je net moet braken. 
 
Waarna de gekuste ook spontaan begint over te geven. 
 
Getver, wat een lelijk woord.

Prima woord! Het woord was voor mij al heel bekend omdat het ook in de vogelwereld wordt gebruikt. Kijk er de vogelblogs en webcamsites die in vogelnesten kijken maar eens op na: daar wordt al jarenlang over brusjes gesproken als het geslacht van het kuiken niet duidelijk is! Niet puur een pedagogische bijklank dus… Houden zo!

Ik stel twee heel anderen woorden voor.  
1. Vanuit het begrip ‘nest’ en ‘uit hetzelfde nest’:  
nesters. 
 
2. Vanuit het begrip ‘onze kinderen’, ‘de kinderen die wij kregen’:  
kindoren. 
 
Brussen en brusjes vind ik, excuseer me, lullig.

Rond 1965, misschien iets eerder lanceerde de kinderpsychologe Rita Vuyk het woord ‘brusje’. 
Dat zou toch wel bekend mogen zijn. 
Ik meen dat ze het woord in haar eigen boek in een voetnoot verklaarde

Kan er ook meer duidelijkheid komen voor wat betreft neven en nichten. Cousins en niece/nephew bedoel ik dus. Zo lastig in het nederlands dat daar geen verschil in is. Neeeeee, alsjeblieft geen tantezegger/oomzegger. Dat is echt een vreselijk woord.

Brussen vind ik wel leuk maar ik heb alleen maar zussen dus lekker makkelijk. :D