‘Neem cola mee naar de Martelarenstraat’

Beri Shalmashi over het tweede deel van de revolutie in Egypte

Kairo is nu alweer bijna een week lang het toneel van nieuwe protesten en rellen. Het geweld is sinds de val van Mubarak in februari niet meer zo hevig geweest. Al meer dan 40 mensen zijn bij de protesten om het leven gekomen.

Ook voor vandaag, de vrijdag, worden weer veel mensen op het Tahrir-plein verwacht. Ze eisen het vertrek van de militaire leiders en een uitstel van de verkiezingen die voor maandag gepland staan.

73bd394f681a681aff0e6a7067003d14-586x380-480x311 Neem cola mee naar de Martelarenstraat

Het Tahrir-plein deze week, foto AP / Bernat Armangue

Filmmaakster en schrijfster Beri Shalmashi schreef voor de opiniepagina’s van de papieren nrc.next vandaag dit stuk over het tweede deel van de revolutie in Egypte. Omdat het artikel een inkijkje geeft in hoe haar Egyptische vrienden weer naar ‘het front’ gaan, wilden we het je niet onthouden:

“In Egypte draaien de revolutionairen overuren, energieker dan ooit. Het  land staat in de fik. Sinds Mubarak werd uitgejoeld in februari, leek het  van buitenaf gedaan met de misère. De hele wereld sprak met grote woorden van een Arabische Lente. Egypte  werd exemplarisch voor hoe je dat  doet, zo’n revolutie.

Na het vertrek van de decennia  lang zittende dictator, beleefde ik in  Kairo het vacuüm van het wachten op  de wezenlijke verandering. Tahrir werd razendsnel opgeknapt. KFC,  Hardees en McDonald’s straalden als  nooit tevoren. Verkopers handelden  in vlaggen, pinnen, T-shirts en weet-  ik-veel wat aan Egypte-merchandise,  terwijl nog elke vrijdag een handjevol  demonstranten samenkwam. Kwijlende toeristen met rood-wit-zwart  geschminkte wangen, maakten foto’s  van de mannen die de leftovers van de  miljoenenmars representeerden.  Maar dwars door het nieuwe, lachende masker dat over de stad werd geplakt, scheen nog steeds de valse blik  van vóór de eerste opstand.

De militairen werden aanvankelijk  vereerd met een grap die door het  hele land ging. ‘De tanks blijven, tot  de allerlaatste Egyptenaar op de foto  is geweest.’ Wat een gruwelijke gedachte, dat die lollige soldaten deze  week met een pokerface op burgers  schieten. Als het aan Tantawi ligt,  heeft zijn SCAF nog wel even de  touwtjes in handen. Ook na de aanvankelijke planning van de komende  verkiezingen. Stilzwijgend zet hij de  hardhandigheid à la Mubarak voort,  zoals het recente rapport van Amnesty bekrachtigt. Exemplarisch is The  Maspero Massacre van 9 oktober, toen  bij een demonstratie van kopten, en  met hen burgers uit andere walks of life, zevenentwintig mensen om het  leven kwamen. Militaire trucks walsten over de betogers en daarna bleef  het naargeestig stil.

Mijn vrienden, kopten en moslims,  zongen tot voor kort met hun gitaar  in de hand en weemoed in het hoofd  de playlist van ‘de revolutie’, liedjes  die zij eerder op Tahrir hadden gespeeld. Het was hip deel te zijn van de  historische happening. Maar ondertussen scheidt de heftigheid van deze  tweede ronde de helden van de wanna-be-revolutionairen, die het vooral  voor de foto doen.

Zo staat Mostafa, een bevriende  filmmaker, sinds zaterdagnacht in de  frontlinie. Hij vecht fervent voor zijn  vaderland en is na de mishandelingen  eind januari immuun voor het geweld. Als hij knock-out wordt geschoten, kruipt hij na een uur terug het  slagveld op. Dit type opstandeling is  door het lot afgericht tot soldaat van  het volk.

Overdag is het op Tahrir redelijk  gemoedelijk, gevuld met mensen die  het bewijsmateriaal van hun aanwezigheid voldaan op Facebook delen.  Natuurlijk, de massa doet bewegen en hoe groter de opstand, des te sterker het effect. Maar terwijl de meeste lenzen zijn gericht op het beroemde plein, woedt de  ware slag om Kairo elders. Vele doden  vallen in de Mohamed Mahmoudstraat, die intussen is omgedoopt tot  ‘de Straat der Martelaars’. Hier staan  demonstranten, mannen en vrouwen, oog in oog met de militaire politie, om hen bij het plein vandaan te  houden. Zij schieten hier letterlijk de  ogen uit de burgers en de provisorische motorfietsambulance rijdt af en  aan. Levenloze lichamen, die als puin  worden behandeld door de mannen  van Tantawi, worden door anonieme  helden weg getild. Voor de minder  ervaren demonstrant, die uit nieuwsgierigheid of oprechte vechtlust de  zijstraten opzoekt, schreef Amr, een  goede vriend van Mostafa, een handleiding die inmiddels massaal wordt  verspreid.

Uit eigen ervaring beschrijft hij  essentiële technieken van zelfverdediging tijdens gewelddadige protesten. Amr geeft ook een checklist aan  benodigdheden voor in de hitte van  de strijd. De lijst gaat van een volledig  opgeladen mobiel, naar een gasmasker dat je hele gezicht bedekt, tot en  met een handschoen om zonder je te  branden de busjes traangas terug te  gooien. Ook is het handig cola mee te  hebben, dit neutraliseert het brandende effect van traangas.

Via Twitter deelt Amr dat hij in de  namiddag met zijn grote wagen naar  het centrum rijdt, mochten er dekens, medicijnen en water vervoerd  moeten worden. Sherif, een bevriende chirurg, schrijft over de urgentie  van het werk in de veldhospitalen.

Mostafa toont me vage foto’s waarop een glimp van de smeulende straten is te zien. Met zijn van traangas  piepende longen zegt hij dat het een  total warzone is. Drie vriendinnen  coördineren waar in de miljoenenstad bloed kan worden gedoneerd.

Binnen een kleine week is het omverwerpen van de zittende schurk  weer de orde van de dag. Nu de vrijdag is aangebroken, stijgt alleen nog  maar de moed. Want iedereen weet:  dan komen de meeste mensen. Deze  Kairenen zouden, zo gauw alle aangekoekte resten van Mubarak zijn weg  gekrabd andere onderdrukten haast  een workshopje revolutie kunnen  geven. Hun les: je zet alleen iets in beweging door onbaatzuchtig op te  staan.”

Beri Shalmashi is filmmaakster en schrijft   voor Uitgeverij De Geus aan haar debuutroman ‘Vijf witte kamelen’, die zich afspeelt onder de jonge elite in de Egyptische  hoofdstad.

Reageer