Steeds meer dikkerds in de Derde Wereld
Obesitas, niet honger is het nieuwe probleem in ontwikkelingslanden
De grote toekomstige ‘killer’ in ontwikkelingslanden is obesitas en niet honger, volgens Frank van der Linde, activist en oud directeur van Fair Food International. Als je de obesitaskaart van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO en de hongerkaart van de VN-Voedsel- en Landbouworganisatie FAO over elkaar heen legt, kom je tot schrikbarende conclusies, schrijft hij vandaag op de opiniepagina van nrc next. Want: overal waar honger een beetje uit de mode raakt, stijgt obesitas naar Amerikaanse en Britse niveaus. Zo hebben Kameroen en Brazilië al een obesitasprobleem gelijk aan Nederland, ligt het obesitaspercentage in Egypte en Uruguay op het niveau van Groot-Brittannië en is Argentinië aardig op weg om de Verenigde Staten in te halen.
Globesity, zo noemt de World Health Organisation (WHO) het overgewicht waar wereldwijd al meer dan 1,5 miljard mensen aan lijden. 500 miljoen daarvan zijn obees (BMI > 30). Het dodenaantal van de wereldwijde obesitasepidemie overtreft nu al dat van het aantal ondervoede mensen.
Traditioneel denken we bij obesitas aan white trash Wallmart Amerikanen met een voorliefde voor fastfood. Maar, nu al leven zo’n 35 miljoen kinderen met obesitas in ontwikkelingslanden, tegenover 8 miljoen kinderen in de Westerse Wereld. Hoe komt dat?
In de eerste plaats door de komst van Westerse voedselbedrijven, schrijft Van der Linde:
,,Zodra ontwikkelingslanden zich enigszins ontwikkelen, penetreren westerse voedselbedrijven deze landen met fastfood en ongezonde, bewerkte supermarktproducten. Dezelfde bedrijven die in Nederland gezonde en duurzame producten op de markt brengen, verkopen ongezonde en niet-duurzame producten in ontwikkelingslanden.
Maar, zij zijn niet alleen de oorzaak. Zo hebben veel ontwikkelingslanden vanuit hun cultuur al een ongezond voedingspatroon; denk bijvoorbeeld aan het gebruik van suiker in Arabische culturen. En, voor veel inwoners van ontwikkelingslanden is de Big Mac nog steeds een statussymbool. Kijk ik eet in de mac Donalds, hoe Westers is dat? In sommige ontwikkelingslanden waar MacDonalds voor het eerst een vestiging opent, staan mensen uren in de rij, schrijft Van der Linde. Westerse bedrijven spelen daarop in door juist fastfood en ongezonde supermarktproducten in deze landen af te zetten. En lokale bedrijven imiteren deze producten op hun beurt. Tot slot is er in de Derde Wereld minder maatschappelijke druk om duurzaam voedsel te produceren en verkopen: andere prioriteiten staan hoger op de agenda.
Nederland zou zijn verantwoordelijkheid moeten nemen en eisen moeten stellen aan het voedsel dat naar deze landen wordt geëxporteerd, schrijft Van der Linde. En daarbij ook strengere eisen moeten stellen op het gebied van voedsel aan producenten die subsidie krijgen in het kader van het programma Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen. Dan wordt ons eigen voedsel ook gezonder en dat past bij het adagium van deze regering: dat bij elke cent voor ontwikkelingssamenwerking ook Nederland zelf moet profiteren?
Wat vind jij, strengere eisen voor voedselexporteurs? Zie ook de Globesity-Facebookgroep die Van der Linde onlangs heeft opgericht.


