Zal marktwerking de tandarts goedkoper maken?
Vanaf 1 januari 2012 mogen tandartsen de prijzen zelf bepalen
De marktwerking heeft nu ook de tandartsen bereikt. Vanaf 1 januari 2012 mogen tandartsen de prijzen van hun behandelingen zelf bepalen. Het gaat als driejarig experiment van start, zo heeft minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) besloten, om in geval van succes te worden voortgezet.
Maar kan dat wel, marktwerking in de mondzorg? Gaan, en kúnnen, mensen echt ‘shoppen’ voor de beste tandarts? En wordt de tandarts door het vrijgeven van de tarieven niet juist duurder?
1. Waarom wil de minister dit?
Het vrijgeven van de tarieven moet de concurrentie vergroten tussen tandartsen en zo de prijzen drukken. Marktwerking, dus. Voordat minister Schippers definitief kiest voor vrije prijsvorming in de mondzorg, wil ze het eerst drie jaar als experiment uitvoeren. Nu zijn tandartsen gebonden aan tarieven die zijn vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit. Door de prijzen vrij te geven, moet de relatie tussen prijs en kwaliteit verbeteren. Ook kunnen tandartsen hierdoor hun praktijk inrichten zoals zij dat willen, moet er meer innovatie tot stand komen en krijgt de consument meer keuzemogelijkheden.
Schippers verwacht bovendien dat het tekort aan tandartsen zo opgelost wordt. Volgens de Stichting Capaciteitsorgaan voor medische en tandheelkundige vervolgopleidingen zou bij ongewijzigd beleid het aantal tandartsen dalen van 8600 tandartsen in 2008 naar 7067 in 2025. Volgens het Capaciteitsorgaan is het tekort nu beperkt – slechts 1 procent van de zorgvraag is onvervuld – en stromen er jaarlijks ook nog gemiddeld 180 buitenlandse tandartsen in. Het probleem is volgens de minister dan ook niet een tekort, maar een verkeerde spreiding: te veel tandartsen in en rond de opleidingssteden (Nijmegen, Amsterdam en Groningen) en te weinig elders. Maar wordt de tandarts een ondernemer, dan wil hij niet meer zo dicht bij zijn buurman zitten en zal hij verhuizen.
2. Wordt de tandarts duurder?
Dat is niet de bedoeling van minister Schippers. Marktwerking zou de tandarts juist goedkoper moeten maken. Maar dat gaat niet gebeuren, zegt hoogleraar gezondheidseconomie Wim Groot. Zolang er te weinig tandartsen zijn in veel regio’s, nemen die niet of nauwelijks nieuwe patiënten aan. Overstappen naar een goedkopere tandarts wordt dus moeilijk. „Er zullen tandartsen zijn die hun prijzen gelijk houden, maar er zullen er ook zijn die hun tarieven verhogen. Dan gaan die goedkopere tandartsen daarnaar kijken en inzien dat ze een dief van hun eigen portemonnee zijn als ze hun tarieven laag houden.” De huidige inflatie is zo’n 3 procent en Groot schat dat de prijsstijging van mondzorg jaarlijks zo’n 6 procent zal zijn. Maar de minister houdt toch een vinger aan de pols? Groot: „Ach, dan komen er argumenten als ‘het is een inhaalslag omdat de tarieven al zo lang vastliggen’ en ‘de arbeidskosten stijgen’.”
Ook tandarts Ruben Hoefnagel vermoedt dat de mondzorg duurder wordt. „Dat willen we niet, maar de kosten van de praktijkvoering worden hoger, de regels op het gebied van preventie worden strenger en er zijn nieuwe prestatieomschrijvingen.” Dat laatste houdt in dat alles wat nodig is voor één behandeling, één prijs krijgt.
Voorbeeld: bij een kunststofvulling wordt ervan uitgegaan dat er wordt verdoofd, gevuld en geëtst. In zeven van de tien gevallen verdooft Hoefnagel zijn patiënten niet – die keuze is aan de patiënt. Maar wie niet verdooft wordt, betaalt er bij veel tandartsen straks dus toch voor.
En stel, een tandarts wil graag een nieuwe – en dure – scanner waarmee hij kroon- en brugwerk kan afdrukken. Die investering kon hij nooit doorberekenen in de tarieven, omdat die vastlagen. Straks kan dat wel.
3. Gaan patiënten wel shoppen?
Nee, zegt Groot. De gemiddelde mens die één of twee keer per jaar de tandarts bezoekt en daarvoor straks een paar euro meer moet betalen, gaat de moeite van het shoppen niet nemen. En stel je eens voor, je ligt in die stoel en je tandarts zegt: u moet een implantaat. „Dan moet je sterk in je schoenen staan als je zegt: kan het niet voor de helft van de prijs? Dat doen mensen niet. Niet alleen omdat waarschijnlijk elders geen plek voor ze is, maar ook omdat ze afhankelijk zijn. Mensen weten niet wat een implantaat kost en hoe duur het elders is. En het is bovendien maar een eenmalige uitgave. Die meestal het minst pijnlijk is van de hele behandeling.”
Hoefnagel vermoedt dat het tekort aan tandartsen een flinke sta-in-de-weg is bij het shoppen. Er zijn weliswaar genoeg studenten die tandheelkunde gaan studeren, maar niet voldoende om de aanstaande vergrijzing onder tandartsen te compenseren. En ook die buitenlandse tandartsen die Schippers noemt, gaan het probleem niet oplossen. Patiënten, denkt hij, willen voor alles een vertrouwensband met hun tandarts. Dus moet die goed opgeleid zijn en Nederlands spreken. Die vertrouwensband is belangrijker dan een euro meer of minder. Ook de tandarts hecht aan de vertrouwensband, zegt hij. „Het bijzondere van mijn werk is dat ik meegroei met de mensen die bij me komen. Dat is niet alleen leuk, het is ook financieel gunstig. Want een tandarts kan sneller een inschatting maken als hij de patiënt en zijn mond kent.”
4. Hoe kun je vergelijken?
Nog maar een klein deel van de tandartsen heeft nu al de tarieven bekendgemaakt. Maar ook als ze hun prijzen wel allemaal op internet hebben gezet, kun je nog niet zo eenvoudig zien welke de goedkoopste is. En al helemaal niet welke de beste is. Een mogelijke oplossing, zoals ze die in Duitsland al kennen, zijn vergelijkingswebsites. Patiënten kunnen daarop hun mening over hun tandarts achterlaten. Tandarts Dimitri Kirkilis is initiatiefnemer van zo’n website voor Nederland, tandartsnota.nl. Begin januari zal hij alle tandartstarieven verwerken, waarna patiënten op zijn site hun tandartsrekening of begroting kunnen vergelijken met andere tandartsen. Ook kunnen ze er een recensie achterlaten en zien of een praktijk bepaalde kwaliteitscertificaten behaald heeft.
Zo’n website, meent Groot, kan „een beetje helpen”, in de marge. Beter zou het volgens hem zijn als de zorgverzekeraars in actie komen. Zij zien alle rekeningen binnenkomen en kunnen dus goed prijzen vergelijken. Bovendien hebben zij daardoor zicht op de kwaliteit: „Een zorgverzekeraar ziet of iemand voor een tweede keer behandeld moet worden, of dat er complicaties zijn.” Groot zou het toejuichen als verzekeraars hun klanten een briefje sturen als ze signaleren dat hun tandarts een hoge prijs vraagt, of veel patiënten met complicaties heeft. „Het is een goede service en ze hebben er zelf ook baat bij als mensen niet te veel hoeven uitgeven aan hun mondzorg.”
Is er een kwestie in het nieuws die je graag in een bredere context geplaatst ziet? Tip dan de redactie via paginadrie@nrc.nl of twitter de hoofdredacteur via @robwijnberg



