Next checkt: “In Spanje is ruim 40% van de jongeren werkloos”

stoplicht_b-200x165 Next checkt: In Spanje is ruim 40% van de jongeren werkloosDe bewering dat 40 tot 50 procent van de Spaanse jongeren werkloos is, dook vorig jaar op en wordt op talloze plekken herhaald, al dan niet onderbouwd met een precies percentage. Op 5 september 2011 bijvoorbeeld hield staatssecretaris Paul de Krom (Sociale Zaken, VVD) een toespraak voor de Vereniging van Ondernemingen van Alphen aan den Rijn. Hij zei:

Nederland had volgens het CBS in het eerste kwartaal van dit jaar een jeugdwerkloosheidspercentage van 7,4 procent. Terwijl in een land als Spanje meer dan 40 procent van de jongeren geen werk heeft. Ronduit dramatisch.

Uit enkele media: „In landen als [...] Spanje zijn de baankansen van jongeren ronduit dramatisch. Daar was in het derde kwartaal van dit jaar 46 procent van alle jongeren werkloos” (NRC Handelsblad, 29 dec. 2011, nrc.next 4 jan. 2012, alleen papier). „Bijna de helft is werkloos en verwacht wordt dat een flink deel van hen helemaal nooit aan de slag zal komen.” (De Groene Amsterdammer, 4 mei 2011). In een overzicht van Europese werkloosheidscijfers meldde Trouw (op papier) deze maand het jongste cijfer. De jeugdwerkloosheid in Spanje zou inmiddels zijn opgelopen tot 49,6 procent.

Zit tot de helft van de Spaanse jongeren thuis op de bank? Next checkt en concludeert: nee. Eerder één op de vijf.

Interpretaties

De definitie van ‘werkloos’ in Van Dale is zonder betaald werk. Een ‘jongere’ is volgens Van Dale tussen de ca. 16-30 jaar. Deze omschrijvingen zijn ruimer dan de definities die de bron van de gemelde percentages hanteert. Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie, meet de werkloosheid van jongeren van 15 tot en met 24 jaar. Iemand die volgens Eurostat werkloos is, heeft nu geen werk, is tussen nu en twee weken beschikbaar om aan de slag te gaan en zocht de afgelopen vier weken naar werk.
Eurostat ontvangt van iedere lidstaat elk kwartaal werkloosheidscijfers die worden verzameld volgens een uniform model: de zogeheten Labour Force Survey. Als gevolg van definitieverschillen wijken de Europese cijfers vaak iets af van nationale cijfers.

Hoe is er gemeten?

Het onderzoek volgens Eurostat-normen wordt in Spanje gedaan onder een representatieve groep van circa 65.000 huishoudens (details hier va. pagina 17). Uit de laatste enquête blijkt dat van de actieve beroepsbevolking in de leeftijd van 15-24 jaar bijna de helft in de vier weken voordat de enquête plaatsvond geen werk had en op zoek was naar een baan. Dat is die 49,6 procent. Het percentage werklozen onder de totale Spaanse beroepsbevolking (15-64 jaar) was volgens deze meting 22,9 procent. Jongeren die werk zoeken, komen dus minder makkelijk aan een baan dan een gemiddelde werkzoekende Spanjaard.

En, klopt het?

Voor Spanje en Europa geldt: relatief veel jongeren zitten nog op school of studeren nog. Een deel wordt nog door de ouders onderhouden. En die tellen niet mee. Volgens de laatste cijfers is 57 procent van de Spaanse jongeren ‘inactief’ – dus niet aan het werk en niet op zoek naar werk. De Nederlandse jongeren behoren tot de actiefste van Europa, met 29,9 procent inactieven. Omdat veel jongeren (nog) niet actief zijn op de arbeidsmarkt – in Spanje dus meer dan de helft – publiceert Eurostat ook een zogenoemde jeugdwerkloosheidsratio: het percentage werkzoekenden op de totale bevolkingsgroep van 15 tot en met 24 jaar. Die was volgens de laatste publicatie, over 2010, in Spanje 17,8 procent. Daarmee stond Spanje op nummer één. Ter vergelijking: in Nederland was deze ratio 6 procent. Het Spaanse cijfer voor het laatste kwartaal van 2011 (zonder seizoenscorrectie, op verzoek door Eurostat doorgerekend) komt nog een stukje hoger uit, op 19,7 procent. Volgens de officiële statistieken is dus één op elke vijf (en niet één op elke twee) Spaanse jongeren van 15-24 jaar op zoek naar een baan.
Valt het daarom mee? Dat niet direct. De keuze om niet naar (wit) werk op zoek te gaan, zal deels noodgedwongen zijn: zonder uitzicht op passend werk is de prikkel groter om langer te blijven studeren. En dan is er nog zoiets als deeltijdwerk. Een geënquêteerde die aangeeft dat hij één uur heeft gewerkt in een week, geldt voor Eurostat al niet meer als werkloos. In 2010 gaf 46 procent van de deeltijdwerkers in Spanje aan meer te willen werken.
Hier staat tegenover dat er vermoedelijk meer zwart wordt gewerkt dan bekend is. In de enquête wordt gevraagd of iemand ten minste een uur voor loon gewerkt heeft, zonder onderscheid te maken in zwart, grijs of wit werk. Maar volgens Eurostat zal een geënquêteerde zwart werk niet snel melden, ook al worden de gegevens geanonimiseerd. De Spaanse minister van Arbeid schatte in 2010 het aandeel van de zwarte economie op maximaal 20 procent van het bbp.

Conclusie

De Spaanse jeugdwerkloosheid behoort tot de hoogste in Europa. Van de Spaanse jongeren van 15-24 jaar op de arbeidsmarkt kan bijna de helft geen werk vinden. Maar dit betekent niet dat ‘meer dan 40 procent’ of ‘bijna de helft’ ‘van de Spaanse jongeren’ bij het arbeidsbureau in de rij staat. Volgens de officiële Europese cijfers is ongeveer één op de vijf Spaanse jongeren werkloos. Meer dan de helft is namelijk (nog) niet actief op de arbeidsmarkt. Een claim dat 40 procent tot de helft van de Spaanse jongeren werkloos is, wekt zonder die context een volkomen verkeerde indruk. We zijn daarom streng. We beoordelen de bewering als grotendeels onwaar.

Commentaar van Merijn de Waal, onze correspondent in Madrid:

Een veel grotere frustratie is eigenlijk de precaridad (hachelijkheid) die veel jongeren ervaren op de arbeidsmarkt. Het feit dat ze tot ver na hun dertigste genoegen moeten nemen met tijdelijke, slecht betaalde baantjes onder hun opleidingsniveau.

12 reacties op "Next checkt: “In Spanje is ruim 4012 van de jongeren werkloos”"rss-icon

Het heen en weer hobbelen met percentages is vele verantwoordelijke politiekelingen niet vreemd. Het is een schande op een eenvoudige manier percentages die op 0 eindigen als werkelijkheid te gebruiken of misbruiken. 
 
Of een Regering zoals nu gekozen is aan de macht blijft wordt Spanje een langzaam lid van de Europese Unie. Francisco Franco Baamonde heeft er bijna veertig jaar over gedaan om van Spanje een rotzooi te maken. 
 
Mijn hoop blijft dat er niet opnieuw een Burgeroorlog zit aan te komen. Daarmee wordt het toeristisch inkomen van veel Spaanse ondernemers een onaantrekkelijke vorm van inkomen.  
 
Als de Wiede Weerga wordt Elders een nieuwe bestemming met véél €uro’s gevonden…

Zo zijn er wel vaker van die media blikvanger’s die gerelativeerd mogen worden. Wat meer objectiveren zou best mogen.

Mark Twain zie het al: 
‘There are three kinds of lies: lies, damned lies, and statistics.’

Beste Plantard, 
 
Proficiat met de briljante formulering die Mark Twain gebruikte om de waarheid en niets dan de waarheid in het openbaar te krijgen. Het is plezierig dat jij in dit onderwerp een knappe wetenschap-voor-nitwits open legt 
 
Alle goeds in dit jaar 2012 mét dat fijne begrip Schrikkeljaar…

Statistieken zijn als bikini’s, ze tonen de suggestie maar verhullen de essentie.

Ik vind jullie conclusie niet bevredigend. Op welke statistieken beroepen de bovengenoemde publicaties zich en welke definities hanteren deze bronnen? Dat wordt hier niet duidelijk. Over welke leeftijdsgroep gaat het en wordt overal dezelfde definitie van werkeloosheid gehanteerd? Ik zou met name willen weten hoe het werkeloosheidspercentage eruit als we uitgaan van de jongeren-definitie uit de Van Dale en dus de groep 16- tot 30-jarigen onder de loep nemen.

PS: ik vind dit trouwens een fantastische rubriek. Feiten worden getoetst en aan de hand daarvan kan een discussie ontstaan. Dit draagt volgens mij echt bij aan de geloofwaardigheid van de journalistiek.

Ik zou dit eerder als ‘betwistbaar’ betitelen. Als je de algehele werkloosheid in een land berekent, ga je niet uit van de totale bevolking maar van de ‘beroepsbevolking’, oftewel de mensen die beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Als je de werkloosheid onder jongeren bekijkt, moet je dat dus ook doen. Als je dat voor Spanje doet, wordt het percentage dus wel degelijk 40%, omdat de helft van de jongeren niet tot de ‘beroepsbevolkingsjongeren’ behoort.

Vergezocht. Als we het hebben over de werkloosheid in Nederland hoeft hier ook niet expliciet bij te worden vermeld dat het om de beroepsbevolking gaat. Terwijl dat natuurlijk wel het geval is.  
 
Zo ook bij werkloosheid onder een deel van die beroepsbevolking; zoals in dit geval de jongeren. Dat de arbeidsparticipatie onder jongeren aanzienlijk lager ligt is daarbij evenzeer vanzelfsprekend.

Het zijn wellicht niet dezelfde bronnen. Maar als we het dus hebben over een beroepsbevolking van 43%, en in 2010 was 17,8% van alle Spaanse jongeren werkloos, dan is (17,8/43) 41,3% werkloos! In de link van Eurostat staat zelfs een recenter cijfer (Kwartaal 3 2011): 45%.  
 
Over de uitspraak kan je muggenziften, het werkloosheidspercentage staat. De interpretatie hier is veel verder gezocht dan de uitspraak van de staatssecretaris. 
 
Oftewel: de nrcnext check is grotendeels onwaar! Morgen rectificatie!

Niets mooier dan werkloos zijn. Werken is voor de dommen!!! Gratis vrije tijd. Werken kan je beter overlaten aan robots of chinezen…

Dat veel Spanjaarden nog niet ‘actief’ zijn op de arbeidsmarkt en niet zoeken, maar door studeren en bij hun ouders wonen betekent niet dat ze niet tot de werklozen gerekend kunnen word. Een Spaanse vriend van mij is verpleegkundige en kon daar geen werk in vinden, alleen maar voor een maand. Na twee jaar zoeken is hij weer verder gaan studeren. Hij woont nog bij zijn ouders en die onderhouden hem, maar dat is niet zijn keuze, er is geen andere mogelijkheid omdat hij zichzelf niet kan onderhouden.