Next checkt: ‘Op tekort van meer dan 3 procent staat boete tot 1,2 miljard euro per jaar’
Demissionair premier Mark Rutte, afgelopen dinsdag in de Kamer
Hoe stevig moet Nederland bezuinigen om de oplopende staatsschuld terug te dringen? Het is de belangrijkste vraag die momenteel leeft in de Tweede Kamer. Een oplopende staatsschuld leidt tot wantrouwen onder beleggers, die bang worden dat ze hun uitgeleende geld niet meer terugkrijgen van Nederland. Dat zou de rente kunnen opdrijven die Nederland betaalt als het leningen afsluit om de staatsschuld te herfinancieren. Bezuinigen is in dat scenario dus nodig om te voorkomen dat Nederland in een neerwaartse spiraal belandt van oplopende schulden en hogere rentelasten.
Maar te hard bezuinigen kan de hooguit magere economische groei smoren. Dan komt Nederland voorlopig helemaal niet meer van zijn schulden af. Een Kamermeerderheid* vindt daarom dat Nederland niet al volgend jaar moet willen voldoen aan de EU-norm van een begrotingstekort dat maximaal drie procent van het bruto binnenlands product bedraagt. Maar volgens demissionair premier Rutte (VVD) kan het niet anders. D66-leider Pechtold (ook voorstander van voldoen aan de EU-norm) vroeg Rutte dinsdag wat er gebeurt als Nederland die norm aan zijn laars lapt. „Dan vallen wij in het mes dat de heer Pechtold en ik zelf hebben neergezet. Dan krijgen wij een boete opgelegd die oploopt tot 1,2 miljard per jaar”, antwoordde Rutte.
Next checkt en concludeert: deze bewering is half waar.
En, klopt het?
Zoals de premier zelf al aangeeft, was Nederland de voorbije jaren een van de felste voorvechters in de EU van afdwingbare begrotingsnormen voor eurolanden. De eis dat het begrotingstekort niet meer dan 3 procent mag bedragen, werd onder Nederlands voorzitterschap al in 1992 opgenomen in het Verdrag van Maastricht. Er werden destijds geen sancties ingesteld op het niet voldoen eraan. Tot grote woede van Nederland konden de machtige eurolanden Duitsland en Frankrijk de 3-procentseis in 2002 dan ook straffeloos overtreden. Volgens sommigen leidde dit ertoe dat ook kleinere eurolanden als Griekenland zich later niets meer aantrokken van de begrotingsregels.
Nadat de boel in Zuid-Europa radicaal was ontspoord, zag Nederland met een tot inkeer gekomen Duitsland zijn kans schoon. Vorig jaar kwamen de eurolanden onder grote Duits- Nederlandse druk de zogenoemde ‘six-pack’-regels* overeen. Onderdeel daarvan is dat landen die niet aan de 3-procentsnorm voldoen het risico lopen op een boete van 0,2 procent van het bruto binnenlands product. Voor Nederland komt dat neer op zo’n 1,2 miljard euro. Die boete wordt opgelegd door de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU.
Maar is dat inderdaad onafwendbaar zoals Rutte beweert? Nee, zo blijkt uit de six-pack-afspraken. Ten eerste kan de Commissie coulant zijn vanwege „uitzonderlijke economische omstandigheden”. Daarbij kan volgens het Centraal Planbureau (pagina 80) worden gedacht aan een stevige recessie. Nederland verkeert momenteel in een milde recessie. Als eurocommissaris Rehn toch besluit een boete op te leggen, dan kan dat niet zonder instemming van de Europese ministers van Financiën. Dit is tegen de zin van Nederland in. Den Haag wilde boetes bij overschrijding van de 3-procentsnorm volautomatisch maken, zonder dat eurolanden daar nog invloed op hadden.
De ministers van Financiën komen op 18 en 19 juni bijeen in Luxemburg. Ze kunnen een boetevoorstel voor Nederland dan alleen met een gekwalificeerde meerderheid verwerpen. De eurolanden hebben onder meer op basis van hun inwonertal een bepaald stemgewicht. In de praktijk komt het erop neer dat de boete alleen van tafel gaat als een meerderheid van landen, die een grote meerderheid van de bevolking in de eurolanden vertegenwoordigen, tegen het Commissievoorstel stemmen. Voorheen was het juist andersom. Toen was een gekwalificeerde meerderheid nodig om aanbevelingen van de Commissie goed te keuren. Door de wijziging in de stemregels kan een coalitie van enkele grote eurolanden, zoals Frankrijk en Duitsland in 2002, niet langer een boetevoorstel van de Commissie tegenhouden.
Conclusie
Demissionair premier Rutte beweerde dinsdag in de Tweede Kamer dat Nederland onherroepelijk een boete krijgt opgelegd van 1,2 miljard euro als het begrotingstekort volgend jaar meer dan drie procent van het bruto binnenlands product bedraagt. Als Nederland vorig jaar zijn zin had gekregen dan was die boete voor Den Haag bij overschrijding van de 3-procentsnorm inderdaad volautomatisch afgekondigd. Maar zover kwam het niet. Als een land in een zware economische recessie verkeert, kan de Europese Commissie besluiten geen boete op te leggen. Als het dagelijks bestuur van de EU daar wel toe besluit dan kunnen de eurolanden met een gekwalificeerde meerderheid de boete alsnog van tafel vegen.
Of het voor andere landen altijd zo strenge Nederland erin zou slagen zo’n gekwalificeerde meerderheid bij elkaar te lobbyen is maar zeer de vraag. Anderzijds kan het ook andere eurolanden goed uitkomen als boetes niet al te snel worden opgelegd. Er zijn er meerdere die ook grote moeite hebben om aan de 3-procentsnorm te voldoen. Rutte heeft gelijk als hij zegt dat Nederland een boete kan worden opgelegd die oploopt tot 1,2 miljard euro per jaar. Maar omdat de bewoordingen van de premier ten onrechte suggereren dat deze boete onvermijdelijk is („dan vallen we in het mes”), beoordelen we de bewering als half waar.
* PvdA, PVV, SP, GroenLinks en Partij voor de Dieren zijn tegen het volgend jaar voldoen aan de Europese 3-procentsnorm.
* Zes wetten die het gezamenlijke Europese toezicht op de begrotingen van eurolanden aanscherpen.



De vraag of we een boete krijgen is dus mede afhankelijk van onze diplomatieke vaardigheden.
Aangezien resultaten uit het verleden geen garantie voor de toekomst bieden, blijft er hoop. Daar Nederland diplomatiek wordt vertegenwoordigd door de demissionaire MP Rutte en de demissionaire ministers Rosenthal en De Jager moeten wij voor het ergste vrezen. Ook De Jager zal zich weinig geliefd gemaakt hebben bij de eurobobo’s die over de boete gaan door zijn optreden in het verleden.