Next checkt: de regeldruk in Nederland

Drie beweringen van congresspreker Quakernaat in tijdschrift Ode

In het aprilnummer van tijdschrift Ode vertelt Daan Quakernaat over zijn onlangs verschenen boek Ga kathedralen bouwen! Quakernaat, spreker op congressen, spreekt  in het interview zijn bewondering uit voor mensen die in de Middeleeuwen kathedralen wisten te bouwen. „Ze hadden niets, maar konden alles.” Dit in tegenstelling tot de moderne samenleving, waarin volgens hem de mogelijkheden oneindig zijn, maar de angst voor het nemen van risico’s juist veel groter. ‘Antikathedralen’ noemt Quakernaat dan ook het scala aan „lachwekkende regeltjes en wetten” dat de samenleving verhindert tot prestaties van formaat.

Als de verslaggever vraagt wat hij precies onder antikathedralen verstaat, noemt Quakernaat drie voorbeelden: „Sportdagen op scholen gaan niet door, omdat de school niet goed genoeg verzekerd is voor ongevallen. Onze brandweer moet oefenen in Zweden, omdat in Nederland volgens milieunormen geen oefenvuur gemaakt mag worden. De Arbo-mensen schrijven lijvige rapporten over het verplaatsen van prullenbakken.” Lezer Karel Verkerk vroeg next.checkt te controleren of het inderdaad zo erg gesteld is met de Hollandse regeldruk.

Next checkt en concludeert: Quakernaat overdrijft.

stoplicht_c2-200x165 Next checkt: de regeldruk in Nederland‘Onze brandweer moet oefenen in Zweden vanwege milieunormen’

Waar is het op gebaseerd?

Onze brandweer moet oefenen in Zweden, omdat in Nederland volgens milieunormen geen oefenvuur gemaakt mag worden. Quakernaat zegt dat hij dit enkele jaren geleden heeft gehoord tijdens een bijeenkomst voor de brandweer waar hij optrad als spreker. Daarna is hij op uitnodiging een keer gaan kijken bij een oefening van de Nederlandse brandweer om te zien hoe die verloopt. „Brandweerlieden vertelden me dat ze op oefening in Zweden, waar vuur op hout wordt gestookt, pas voor het eerst merkten hoe heet vuur eigenlijk kan zijn.”

En, klopt het?

next.checkt belt met Paul Joosten, voorzitter oefenterreinen van beroepsvereniging van de brandweer NVBR. Het klopt volgens Joosten dat veel brandweerkorpsen regelmatig naar Zweden of Engeland gaan om te oefenen. Maar dat heeft vooral met ruimtegebrek in Nederland – en de mogelijkheden daar – te maken, en minder met milieunormen. Nederland telt zeker tien à vijftien relatief kleine oefenterreinen voor de brandweer. In Zweden heb je er twee, maar die zijn wel groot en met veel verschillende type gebouwen. Er zijn dus meer ensceneringsmogelijkheden en je kunt er meerdere dagen achter elkaar met verschillende opstellingen werken. „Dat vergroot het leereffect.”

In Nederland mag wel oefenvuur gemaakt worden, mits op gas met een gasinstallatie. Zulk vuur is makkelijk te controleren en op afstand te sturen, zegt Joosten. Wel heb je bij vuur op gas een rookmachine nodig om brand beter na te bootsen. Vuur op hout zou een realistischer brand creëren, maar is veel slechter voor het milieu. Daar komt bij dat veel oefenterreinen in Nederland onderdeel zijn van reguliere bedrijventerreinen met eigen milieunormen. Daar heeft ook de brandweer zich aan te houden.

Op de oefenterreinen in Zweden is rekening houden met de buren niet nodig en mag naast gas ook met hout en strooisel een vuur worden gemaakt. Door de hitte en de kleur van de rook ervaren brandweermannen dit inderdaad als realistischer vuur, zegt Joosten.

Al met al is de bewering dat in Nederland geen oefenvuur gemaakt mag worden onjuist. Wel zijn de mogelijkheden hiertoe ruimer in Zweden. next.checkt beoordeelt de bewering daarom als half waar.

 

stoplicht_b-200x165 Next checkt: de regeldruk in Nederland‘Arbo-mensen schrijven lijvige rapporten over het verplaatsen van prullenbakken’

Waar is het op gebaseerd?

Deze uitspraak is een van de acht voorbeelden van een antikathedraal die Quakernaat in zijn boek noemt. Op pagina 18 toont hij de scan van een pagina uit een – onbekend – rapport van een arbo-adviesbureau. Daarin staan  aanbevelingen aan medewerkers beschreven om meer te bewegen tijdens langdurig beeldschermwerk. Eén ervan luidt: ‘Richt het kantoor zo in dat vaak opstaan vanzelfsprekend wordt. Zet de archiefkast, prullenbak, telefoon bijvoorbeeld wat verder weg.’

Uit welk document Quakernaat citeert wil hij niet zeggen: „Ik heb het rapport zo’n zes jaar geleden  gekregen van iemand binnen een bedrijf waarvoor ik als spreker was ingehuurd. Omdat het bedrijf een van mijn klanten is wil ik de naam niet noemen.” Opsteller van het rapport is een extern bureau dat door bedrijven wordt ingehuurd om ze te voorzien van arbo-advies, in dit geval over gezondheid van de werknemer. Over de lijvigheid van het rapport zegt Quakernaat dat de samenvatting 19 pagina’s telt.

En, klopt het?

Zoeken naar arbo-rapporten over beeldschermwerk levert op internet meerdere resultaten op. In enkele van die rapporten staat inderdaad het advies: zet de prullenbak zo ver weg dat je moet opstaan van je stoel. Ook een ‘Rugboekje’ voor zorgmedewerkers noemt dit een goede invulling van je ‘micropauze’.  Maar dat er ‘lijvige rapporten over het verplaatsen van prullenbakken’ worden geschreven, is schromelijk overdreven. Het wekt ten onrechte de suggestie dat er rapporten zijn die het verplaatsen van de prullenbak tot hoofdthema maken. De tip wordt hooguit genoemd. next.checkt beoordeelt de uitspraak daarom als grotendeels onwaar.

 

ongefundeerd-200x165 Next checkt: de regeldruk in Nederland‘Sportdagen gaan niet door, omdat de school niet goed genoeg verzekerd is’

Waar is het op gebaseerd?

Van de drie uitspraken is dit de minst gefundeerde, zegt Quakernaat las circa twee jaar geleden in De Telegraaf dat sportdagen niet doorgaan omdat de school niet goed genoeg verzekerd is tegen ongevallen. Of hij had het destijds van zijn ex gehoord, zegt hij – refererend aan de school van haar kinderen in Amsterdam. Tastbaar bewijs ontbreekt.

En, klopt het?

next.checkt belt met Korneel van den Heuvel, directeur van schoolverzekering.nl, die de verzekeringen van zo’n vijfhonderd scholen in Zuid-Nederland regelt. Volgens hem is elke school in Nederland verplicht minimaal een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Veel basisscholen hebben daarnaast een ongevallenverzekering voor overlijden en invaliditeit. Sportdagen vallen net als andere ‘schoolse activiteiten’ binnen beide verzekeringen en gelden zowel voor leerlingen als begeleiders onder wie ook ouders. „Alleen bij abseilen in de Ardennen zal je je aanvullend moeten verzekeren.”

Een school zonder verzekeringen is theoretisch mogelijk,  maar komt vrijwel nooit voor. Van den Heuvel: „Alleen voor een ongevallenverzekering is soms vanwege onwetendheid of financiële redenen niet gekozen.” Maar dat een sportdag wordt afgelast omdat een ongevallenverzekering ontbreekt, heeft hij nog nooit meegemaakt. next.checkt beoordeelt de uitspraak dan ook als ongefundeerd.

36 reacties op "Next checkt: de regeldruk in Nederland"rss-icon

de bronnen die dit artikel aanhaalt om de stelling te weerleggen zijn zwak en kunnen subjectief zijn. De tegenargumenten zijn niet gebaseerd op voldoende informatie.

Mag ik er ook even op wijzen dat de tweede uitspraak over de prullenbak niets met regels te maken heeft maar een aanbeveling is voor het welbevinden van de werknemers. Ik zou deze stelling dus als geheel onwaar typeren want het betoog gaat over regeldruk en daar staat het dus los van.

Vreemd dat de brandweer geen enkele keer een realistisch vuur mag maken. Blaas de vlam van het pijpje en klaar. Geen inzicht opgedaan in hitte of zelfontbranding etc. Dat wordt nu dus geleerd in een echte situatie? 
 
Een stukje over de betutteling van Nederlands burgers zou een heel andere uitslag geven m.i. 
Vraag is of er nog iemand over is die een next checked nodig heeft om tot de conclusie te komen.

Het is misschien op 4 mei zinnig je te realiseren dat regeldruk bedoelt om groepen te identificeren, te registreren daarna te stigmatiseren en als gevolg daarvan dus ongelijk te behandelen tot veel ellende leidt.
Het cannabisbeleid van deze demissionaire regering is hier een voorbeeld van. Van alle drugsgebruikers(dus ook alcohol) veroorzaken de cannabis en Quat gebruikers de minste overlast. Toch wordt deze groep nu wel volop gepest en getreiterd. In de Nederlandse grondwet is het gelijkheidsbeginsel verankerd in artikel 1:

“Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”
Positieve actie om ongelijkheid tussen groepen te verminderen is wel toegestaan.

Een cannabisgebruiker moet zich met uittreksel van het bevolkingsregister+wettelijk toegestaan identificatie aanmelden bij een besloten club alwaar uitsluitend weed met een gereglementeerd gehalte aan THC mag worden verkocht. Hasj wordt niet langer toegestaan (want van buitenlandse criminele afkomst volgens de PVV: “eigen criminelen eerst”).

Onze ministers Justitie en van Volksgezondheid geven toe dat zulk een beleid moeilijk toepasbaar is op alcoholgebruikers en kiest er daarom voor de cannabisgebruiker lastig te vallen. Duidelijk een negatieve actie waarmee de ongelijkheid tussen groepen wordt bevorderd. Volgens de regelgeving strafbaar dus.

zo relevant dit

Leuke stukjes dit maar zover ik weet heeft @oranjekla hier een punt. Gaat slechts om een aanbeveling, niet om een regel.

Good luck!

Die meneer Quakernaat heeft iets enorm jaren 90-achtigs. Toen had je allerlei denktanks en conferenties en ‘inspirerende’ sprekers die na de Mauerfall ‘voorbij aan de traditionele politiek’ de hele wereld wel eens even zouden vernieuwen. Het blad Ode zelf is er ook een voorbeeld van. Het klonk allemaal vreselijk optimistisch en er kwam heel weinig concreets uit, erger nog: na 9-11 sloeg de hele sfeer om in een pessimisme dat maar al te veel concrete maatregelen opleverde.

Het betoog van Quakernaat tegen de vele regels van de moderne maatschappij past in een internationale stroming aangevoerd door de Amerikaanse “tea party” beweging. De natuurlijke “animal spirits” van de mens, zouden tegenwoordig gepacificeerd zijn door de komplexiteit van de moderne maatschappij. Daarom streeft deze konservatieve beweging naar een “kleine overheid”. Maar net als de tea party dreigt Quakernaat’s betoog aan inconsistenties ten onder te gaan: hij streeft naar “kathedralen”, die niets anders waren/zijn als grote geldverslindende projekten ten koste van de maatschappij die weinig produktiefs bieden, behalve een fokuspunt of de voeding van trots. Zo krijgt de Amerikaanse konservatieve beweging, met zijn vele heilige koeien zoals defensie, het ook niet voor elkaar om een overtuigende begroting voor te leggen. 
 
Regels zijn helaas noodzakelijk in een moderne maatschappij en het is heel juist op te roepen naar een balans tussen de voordelen en de lasten daarvan. Maaar om vanuit een ideologische stelling regels te willen zwartmaken en dan nog alleen maar met zwakke voorbeelden aan te kunnen komen, laat alleen maar zien dat er in Nederland al redelijk genuanceerd nagedacht wordt over de kosten en de baten.

Uit het feit dat Quakernaat onzin vertelt volgt niet dat er geen probleem bestaat met regeldruk.
Aanrader: WRR-Rapport “Bewijzen van Goede Dienstverlening”, en de opvolgstudie “De Lerende Overheid”.

De betutteling is er, jammer dat meneer Quakernaat juist deze (voor een deel foutieve) voorbeelden kiest.

Jammer dat Quakernaat zijn voorbeelden slecht heeft gekozen. Maar stel deze vraag eens aan alle Nederlanders die b.v. naar Noorwegen zijn vertrokken. Ik denk dat je in bijna alle gevallen ofwel klachten over de regeldruk, ofwel over het slechte sociale klimaat te horen krijgt.

Quakernaat beweert iets. NRC Next checkt iets. Waarna de hypothese wordt verworpen.

Was het maar zo eenvoudig. De regeldruk in Nederland is immens. Maar over hoe dat komt en of dat een probleem is, daar mist Quakernaat het zicht op de werkelijkheid. Zo blijft het een beetje borrelpraat.

Regels zijn als regel vrijwillige afspraken tussen partijen. Bijna altijd dienen ze een doel, moeten ze in de praktijk worden gebracht en gehandhaafd.
Laten we ook vaststellen dat regels het resultaat zijn van gesublimeerde kennis zijn en vaak ook ervaring. Hoe meer kennis, hoe meer regels. Hoe meer slechte ervaringen, hoe meer regels. Hoe meer wantrouwen, hoe meer regels.

Ik ben belangenbehartiger van beroep. Het resultaat van al die inspanningen zijn vaak wetten en regels. Iedereen denkt dat lobbyisten vooral bezig zijn om die regels in hun voordeel te bepalen of uit te leggen. Welnee! Tachtig procent van de tijd zijn we bezig om de uitvoering zo te gestalten dat het mooie doel ook echt bereikt wordt, zonder dat er nodeloze verrichtingen hoeven plaats te vinden. Aan dat werk heb je gemakkelijk een dagtaak. Maar een dag werken van mij kan anderen weer weken werk besparen. In die zin heeft Quakernaat gelijk. Ga je met je ambities te ver en ben je niet bereid om risico´s te nemen, dan zit er maar een ding op, een uitgebreid stelsel van regels. Voorbeelden uit de praktijk zijn er te over.

Oh ik ben zo allergisch voor mensen die elke opvallende uitspraak jarenlang als “feit” op blijven voeren. En daar dan lijvige boeken omheen schrijven, bah!

Raar verhaal van Quakernaat. Grootse gebouwen worden er juist volop gebouwd. En weinig mensen die er blij mee zijn. 
Beetje vreemd om in het tijdperk van de smartphone te insinueren dat kleine dingen bouwen minder episch zou zijn. 
 
Mooi beroep trouwens “spreker op congressen”. Als je even goed wilt lachen moet je de recenties op z’n website lezen. Youp van ‘t Hek had ze kunnen verzinnen.

En in de middeleeuwen had je ook regeldruk. Je mocht geen zadels maken als je niet was aangesloten bij een gilde. Je mocht geen zeep maken, want de zeeprechten had de koning aan een vriendje gegeven. Je mocht geen vlees eten in de vastenperiode. Je moest graan malen bij de graanmolen en daarover belasting betalen, zelf graan malen was verboden. Die Daan quaakt uit z’n snavel.

@ Foppe, Daphne, Ron & Pieter: jullie stellen met recht vast dat er regeldruk bestaat in Nederland. Maar een kosten/baten analyse bestaat ook uit baten. Niemand zal ontkennen dat regels in vele gevallen noodzakelijk zijn. Het gaat er om vast te stellen in welke gevallen de kosten de baten overstijgen. En het feit dat niemand, zelfs de professionele “regel-basher” Quaternaat, niet met overduidelijke voorbeelden van inbalans komt, lijkt er toch op te hinten dat die voorbeelden niet zo makkelijk te vinden zijn…

Alhoewel ik me grotendeels kan vinden in de bereikte conclusies over Quakernaat’s stellingen, vind ik de argumentatie van NextCheckt om diens eerste stelling slechts als ‘half waar’ te bestempelen van een twijfelachtige letterlijkheid: er mag dan misschien in Nederland een oefenvuur gemaakt kunnen worden, maar de (milieu)regels verbieden in feite wel degelijk dat met een realistischer vuur van andere brandstoffen dan gas geoefend mag worden. Wat is er dan ‘half waar’ aan zo’n half-getrainde brandweerman? 
 
Deze vraag staat overigens los van de wenselijkheid van die milieuregels, zoals Pieter Lanser betoogt, en van een te eenzijdige aandacht voor (negatieve aspekten van) regelgeving, zoals o.a de Tea Party tentoonspreidt. Dat laatste zie ik als een onderdeel van pogingen om ‘robber baron’ mentaliteit en gedrag te verkopen aan een groter publiek, niet bepaald een prettig vooruitzicht voor een sociale samenleving. Het vindt tot nog toe voornamelijk gehoor in de VS, waar bepaalde belangen met redelijk succes al tijden bouwen aan de f*** you society’: my way or the highway. Maar het ziet er naar uit dat Nederland ook hier snel zijn achterstand aan het inlopen is…

U vraagt voorbeelden?  
 
Even twee voorbeelden uit mijn eigen praktijk. 
 
Over het Besluit Bodemkwaliteit en zijn rechtsvoorganger het Bouwstoffenbesluit is ongeveer 20 jaar ambtelijk gestecheld. De ambtelijke voorbereiding heeft met alle bijkomende kosten ongeveer 100 mln euro gekost. De reguliere, onverdachte bouwmaterialen werden onder dezelfde paraplu geplaatst omdat nu eenmaal het uitgangspunt is: gelijke monniken, gelijke kappen. Er is voor vele miljoenen zinloos getest. De tests zijn eigenlijk alleen maar uitgevoerd om de meetinstrumenten te calibreren. Voor bouwmateriale heeft het besluit niets opgeleverd. Alleen maar geld gekost. In Europa kijkt men je heel verbaasd aan als je over het BBk begint …. 
 
De Europese richtlijn 2003/53/EG, houdende het chroom-VI gehalte van cement is er ook zo een. In de veiligheidsvoorschriften staat dat gij ongehydrateerd cement niet in contact zult brengen met de blote huid, want cement is sterk alkalisch. Alleen mensen die dat bij herhaling toch doen lopen kans op eczeem als gevolg van wateroplosbaar chroom-VI. Als iedereen de geldende regels en richtlijnen gewoon zou opvolgen (en handhaven), dan was deze EU-richtlijn helemaal niet nodig en kon 1 mln ton reductiemiddel in de silo’s blijven liggen.  
 
Maar eenmaal politiek besloten, dan werken we ook netjes mee aan de uitvoering, echter niet ten koste van elke prijs.

De verbranding van gas is als nabootsing van een echte brand situatie behoorlijk onrealistisch. Immers de vlam verplaatst niet en blijft waar het gas uit de installatie stroomt, de hitte varieert niet zo als bij een hout vuur of andere materiaal er ontstaan geen gassen die juist vaan het grootste gevaar vormen in het werken in een brandende omgeving. Hierdoor leert de leerling niet gevaren te zien , in te schatten en te ervaren. Vuur is niet gewoon maar een vlam. Als je daar nog eens alle giftige dampen en explosieve dampen van kunstoffen c.q. bouwmaterialen enz bij optelt is ‘gas’ gewoon een bijna digitale ervaring . Je weet ook na een tijdje de opstelling omdat die niet snel mee kan veranderen in een ‘oefen omgeving’. Overigens is er wel een groot training centrum in Rotterdam. 1 tankstationnetje een vliegtuigdeel en nog wat van dat soort opstellingen. Daar werken ze met gas en met brandstof , ik meen ‘kooppunt benzine ‘, maar ook daar als je weet waar de sproeiers van de branders gemonteerd zijn kan je daar rekening mee houden , ze hadden vroeger daar wel een “backdraft” (ontploffing van gassen die vrijkomen uit verhitte materialen) container opstelling, maar ja dat is een zeer kleinen ruimte. kortom voor een brandweer training klopt het dat er door wetten geen werkelijke brandsituatie training is in NL maar letterlijk genomen is gas natuurlijk wel vuur

Het type spreker waar Daan Quakernaat staat is het type spreker dat op congressen en seminars wordt ingehuurd om de dag af te sluietn met enig “comic relief”. 
 
Even de ernst van de hele dag congresseren opzij, evn tijd voor een glimlach. Daan Quakernaat is een goedbedoelde, humoristische pastiche van het soort overernstige en vaak zelfoverschatte sprekers die congressen bevolken.  
 
De uitspraken van Quakernaat moet je dan ook in dit licht zien: parafraserende hyperbolen die een schijn van werkelijkheid hebben. 
 
Dit stukje van Next Checkt doet wat denken aan de Buckler-affaire van columnist Youp van ‘t Hek: zou Next Checkt ook hebben getest of Buckler nou écht niet te zuup’n was? Controleert u ook of André van Duin écht wel een paard in de gang heeft staan?

“Parafraserende hyperbolen die een schijn van werkelijkheid hebben”.  
 
Mooi gezegd! Het zijn slechts voorbeelden die waar hadden kùnnen zijn. Het heeft niet zo veel zin als een journalist de voorbeelden natrekt en ontzenuwd. Het gaat hier niet om de waarheid, maar om het effect.  
 
Iets anders is dat er ook voorbeelden zijn die wel waar zijn. Ik heb er twee genoemd. Het is behoorlijk lastig voor serieuze sprekers om op een vrolijke manier afstand te nemen van serieuze onderwerpen. De spreker loopt het gevaar zijn serieuze reputatie te verliezen en buiten de arena te worden geplaatst. Hofnarren hebben het makkelijker, want die staat per definitie aan de zijkant. Een opleiding tot hofnar bestaat helaas niet. Dat moet je een beetje in je hebben.

Bedankt, Pieter, voor de voorbeelden. Ze laten ook direct zien waarom het zo moeilijk is de kosten/baten analyse voor bestaande regels rationeel uit te voeren. Ik (als gepromoveerde chemicus) kon niet direct uit het verhaal afleiden waarom de lasten van de aangehaalde regels de baten overstijgen (waarmee ik niet wil zeggen dat dat niet het geval is). Zo staat hexavalent Chroom bijvoorbeeld te boek als carcinogeen bij inademing in aerosolen, niet alleen bij huidcontact.  
 
Dus beland je in eindeloos testen om verschillende hypothesen te ont- of bekrachten. En natuurlijk, vaak leveren de testen niet het gewenste eenduidige antwoord op. Omdat dat zo moeilijk is, moeten we er maar helemaal niet aan beginnen? Helaas kan een niet gespecialiseerd mens daar niet meer over mee-oordelen. Maar ik wil direkt van Pieter, als insider, aannemen, dat dit geval moeizaam verlopen is en misschien niet de gewenste duidelijkheid heeft gekreerd.

Alex, je dringt tot de kern door, geloof ik.  
 
Het is inderdaad heel moeilijk om kosten/batenanalyses voor bestaande regels rationeel uit te voeren. Zouden die regels tot stand komen door overeenstemming van, laten we zeggen, wetenschap en bedrijfsleven dan kon de ratio ons misschien nog wel helpen. 
Maar er zit vaak politiek tussen en ook ambtenarij. Die zijn niet altijd even rationeel.  
Je zult verder weten dat gepromoveerde wetenschappers/onderzoekers hun conclusies en bevindingen doorgaans zorgvuldig, om niet te zeggen ingewikkeld, verwoorden. De politiek heeft daar maling aan. Oneliners graag! En zo drijf je dus steeds verder weg van waar het werkelijk om gaat. 
 
Tekenend mag zijn dat het Bouwstoffenbesluit in 2000 is omgedoopt tot Besluit Bodemkwaliteit. Daar waren minstens drie goede redenen voor. 
In de nieuwe titel was het doel meteen herkenbaar. 
De werkingssfeer was geweldig uitgedijd. Het ging geleidelijk aan steeds meer over grond, bagger en afvalstoffen dan over bouwstoffen. De baten vielen dus op een andere plaats dan waar de kosten waren gemaakt. Dat was een geluk bij een ongeluk. Zo leidde het tenminste nog ergens toe -:( 
De naam was besmet geraakt. Het Besluit was bekend geworden als een bureaucratisch gedrocht. 
Na twintig jaar zijn de ambtenaren aan een vereenvoudigingsslag begonnen. Vereenvoudigen is in de praktijk veel ingewikkelder dan ingewikkelder maken. Gelukkig leert de praktijk wel waar de echte knelpunten zitten. Maar die kenden we twintig jaar geleden ook al ….

…om nog maar te zwijgen van ideologieen die de besluitvorming irrationeel beinvloeden. Voor de “tea party” en geestverwanten lijkt het wel of iedere regel slecht is, en voor de miliebeweging lijkt het wel of iedere vorm van chemie/energieopwekking/grondgebruik/biotechnologie/etc. “slecht” is. Onafhankelijke testers zijn onvermijdelijk, maar zelfs zij zijn niet zonder oneigenlijke interesses: hoe meer tests, hoe meer budget, hoe beter.  
 
Het lijkt me dat we als samenleving op een leercurve zitten, waarin we hopelijk steeds beter leren om regelgeving op inhoudelijke argumenten te beoordelen, en zo het kaf van het koren te scheiden. Ik kan het alleen maar eens zijn met Pieter dat we op die curve nog niet zijn waar we willen zijn…

Misschien nog een aardige anekdote om te illustreren dat niet alleen de overheid aan regelobesitas lijdt …. 
 
Op een dag waren we uitgenodigd voor een bezoek aan en een vergadering bij Shell KSLA in Amsterdam. 
Iedereen pakt zijn tas uit en legt zijn spullen op tafel, sluit zijn PC aan en maakt nog een babbeltje. 
Klokslag twee uur verschijnt er een dame van het soort ‘ik ben de secretaresse van de hoofddirectie’ en verklaart pontificaal dat de vergadering zo niet kan beginnen.  
De reden? 
We hadden stroom uit de wandcontactdozen getapt. Dat mocht niet. We moesten onze netspanning uit de centrale stekkerdoos halen die midden tussen de tafels lag, want – aldus de dame met de parelketting – zo kunt uit in geval van brand en rookontwikkeling bij de evacuatie struikelen over uw eigen netsnoer en ik ben hier persoonlijk verantwoordelijk voor uw welbevinden en veiligheid.  
Graag direct ompluggen!  
Wij gehoorzaamden als kleine jongetjes. Nooit geweten dat vergaderen zo gevaarlijk kon zijn.

Wat een leuke discussie hier!

De helft van mijn boekje gaat over regels en de voordelen van regels. De andere helft gaat over passie, de kathedraal en het overwinnen van risico.

Mijn kathedraal is een metafoor voor mooie dingen waar mensen blij van worden, bijvoorbeeld een smartphone. Ik laat in mijn verhaal zien dat we in onze moderne tijd vaak vluchten.
We vluchten in zweverigheid waar we regels zouden moeten aanwenden en handhaven. We vluchten in regels waar we met passie risico zouden moeten durven nemen.

Ik heb in mijn boekje de regelzucht voorbeelden bij elkaar gezet die ik de afgelopen jaren heb gebruikt. Mijn beste voorbeelden vragen meer tekst en zijn niet door Ode uitgekozen. Geen enkel probleem, want juist discussie is waar ik op uit ben.

Comic relief is inderdaad mijn rol, ik breng enthousiasme en doordenkertjes. Niet meer en niet minder. Van de de tea-party heb ik 0 verstand en niets te maken.

Enjoy!

U bent uit op discussie… Is het niet veel interessanter om dan een echte discussie te voeren zonder argumenten uit uw duim te zuigen of “ooit eens in de telegraaf te hebben gelezen”? 
Dan heb je ook nog kans dat de discussie ergens toe leidt, in plaats van dat er weer regels worden bedacht om niet bestaande onzin-regels tegen te gaan.

Zo te zien kunt u wel wat comic relief gebruiken!

Het is niet erg dat u niks te zeggen heeft, maar schrijf dan geen boek.

Tis allemaal begonnen met de afschaffing van de dienstplicht en de invoering van de neokapitalistische vrije markt. Misschien herinnert u Jorritsma en consorten nog: “IEDEREEN gaat er op vooruit en ALLES wordt goedkoper”. Mooi niet dus.  
WB de dienstplicht. De dienstplicht was leuk voor jongetjes die graag korporaal of sergeantje speelden. En het daarbij behorende denkniveau bezaten. 
Voor deze soort mensjes was er niet veel meer te doen. Dus toen werd de manager erbij gehaald. Ieamd die geen band heeft met het bedrijf, geen band met de mensen maar alleen met zijn portmonnee ( Kautsky 1911 of zo)Z Dat zij ook nog hun eigen beloning mochten vaststellen was helemaal toppie. 
Maar als het aankomt op verantwoordelijkheid afleggen moest men ingedekt zijn. Zodat fouten altijd afgeschoven konden worden op ondergeschikten.En zo is er een stapel regelgeving en protocollen in het leven geroepen, waarbioj elke stap van ondergeschikten altijd op de voor het management meest gunstige manier kan worden uitgelegd. Kritiek op management kan altijd worden gepareerd met het verwijderen van ondergeschikten met een beroep op verstoorde werkverhoudenigen danwel een of ander A sub B bij artikele 653 van de [protocollen of zo iets) 
Kortom regelgeving dekt voor een groot deel het management nestwerk in tegen lastige buitenstaanders. 
Dit naast het feit dat de meeste politici in de eerste plaats regeren als lobbypapagaaien en ten gunste van een later baantje bij de lobbyist maakt dat de politiek onderdeel is van dit management wereldje. Zo is midden jaren 1990 de beveiligingsindustrie en de zorg/parma behoorlijk aan het lobbyen geweest. Met als gevolg dat binnen nu en 10 jaar beveiligers de taken van de politie gaan overnemen (Terwijl decriminaliteit al sinds begin jaren 1990 met 20% is gedaald. En dat zorgverzekeringen binnen diezelfde tijd een overhead aan managers heeft te voorduren. Waardoor voor de meeste Nederlanders binnen tien jaar fatsoenlijke zorg vrijwel onbetaalbaar is. Maar de manager zijn bonus krijgt. 
Er zou in ieder geval een lobbyregitster moeten komen dat helemaal openbaar is voor de burger. Zodat hij weet voor wie de politici spreken. Daarnaast een lijst metALLE commisariaten en nevenfuncties van alle politici. 
Als dat er meer als 3 zijn kan de desbetreffende persoon nooit genoeg tijd stoppen in zij werk als politicus. 
Als de burger bovenstaande weet dan kan hij stemmen op iemand die voor hem politierk bedrijft. En niet voor KPMG, SHELL of Unilever! 
Inderdaad werkt deze overdreven regelgeving verstikkend!

Dus het eerste antwoord op overdreven regelgeving is volgens u:  
Een nieuw register en een lijst invoeren. (met natuurlijk bijbehorende regels + richtlijnen voor het invullen en bestraffen van overtredingen en commissie + adminstratie + management om deze regels en richtlijnen te actualiseren.) 
 
Laten we voor de “comic relief” zeggen dat zo’n register al bestond, zou u dan weten dat het bestond? Ernaar zoeken op het doolhof van tweedekamer.nl? Zou u het lezen? 
 
Dit voorbeeldje toont maar weer aan dat het helemaal niet zo makkelijk is om “te snoeien in het oerwoud van regeltjes” en dat het heel makkelijk is om met ogenschijnlijk simpele oplossingen te komen.

b de bla 
Het is veel gemakkelijker. Zeker wat betreft de politiek. Als er een politicus op tv of in de krant zijn verhaal doet gewoon als fondje of in de kantlijn meteen laten zien wie er bij de desbetreffende politicus heeft gelobbyed in de afgelopen maand. En eventjes een lijstje met nevenactiviteiten. Dan kan de burger meteen zien voor wie de desbetreffende politicus zit te praten. 
De burger kan dan bij de verkiezingen bepalen welke politici andere belangen dienen dan die van de bevolking. En dan daar zijn stem op aanpassen. 
Managers en hogere ambtenaren die zich beroepen op marktconform belonen moeten het dan maar eens in de markt gaan proberen. De buitenlandse markt bedoel ik. De inholland D 66ers, de hogere ambtenaren met een aplicatiecursus nijenrodeof de erasmusuniversiteit en een lidmaatschapskaart van CDA, VVD of PvdA gaan dan maar eens de vraag naar hun capaciteiten op de buitenlandse markt proberen. 
Of de stroom en gasboeren. Vette bonussen. En waarvoor? Ze moeten zorgen dat strroom en gas van A naar B komt en dat daafr voor betaald wordt. Dat kan een MBOer met hoofdvak boekhouden ook. En dat voor veel minder geld. 
Veel regeltjes zijn er niet nodig voor bovenstaande zaken. Gewoon even doorpakken. 
O ja Bij het niet vermelden van nevenactiviteiten danwel vergeten van lobbyisten volgt meteen ontslag op staande voet en een fraude aanklacht. 
Gewoon Ziero Tolleranzig Top Down. 
Geen regels dus. Gewoon Niet melden is ontslag Wel melden is normaal. 
Moet niet zo moeilijk zijn.

Maar kamerleden gaan niet naar lobbyisten, lobbyisten komen naar kamerleden. Dus elke keer dat er een lobbyist tegen ze praat moeten ze het melden en anders worden ze ontslagen. Kamerleden.  
 
Veel politici hebben al de plicht om nevenfuncties te vermelden en donateurs bij te houden. Uw klacht gaat meer over journalistiek dan over politiek.

Laten we eerst eens met elkaar definiëren wie er lobbyist is. In mijn ogen is een lobbyist iemand anders dan een belangenbehartiger.  
Een belangenbehartiger komt voort uit de organisatie wiens belangen hij vertegenwoordigt. Hij weet waarover hij praat en kan ook in tweede termijn een discussie voeren.  
Een lobbyist kan dat niet. Die vertegenwoordigt belangen van derden. Vandaag deze. Morgen die. In tweede termijn gaat een lobbyist meestal voor gaas. Een politicus die een beetje onderscheidings-vermogen heeft weet heel goed het verschil tussen een lobbyist en een belangenbehartiger. Daar hoef je geen regeltjes voor te maken. In Brussel en Washington bestaat een lobbyregister, maar belangenbehartigers lopen overal naar binnen. En terecht, want anders zouden ambtenaren helemaal alleen de dienst uitmaken en dat wil ook niemand. 
 
Tussen acht en zes ben ik in het dagelijkse leven belangenbehartiger. Dat komt mij voor als een eerzaam beroep. In het zeldzame geval dat onze zaken bij de politiek onder de aandacht moeten worden gebracht is er geen enkele twijfel over de afzender. Dat is de organisatie waarvoor ik werk.  
 
Tussen zes en twaalf ben ik amateur-politicus in de gemeente. Lobbyisten komen er bij onze partij niet in. Wie zijn verhaal niet zelf komt doen verliest zijn spreekrecht. Belangenbehartigers uit de aard van de zaak wel, want hoe moet je anders aan je informatie komen en weten wat er bijvoorbeeld in een wijk leeft?  
De bewoners hebben zich georganiseerd en een woordvoerder aangewezen. Wel zo overzichtelijk. De politicus is helemaal zelf verantwoordelijk voor wat hij of zij met die informatie doet. Dat heet “zonder last of ruggespraak”.  
 
Toen ik fractieondersteuner werd moest ik mijn nevenwerkzaamheden opgeven. Zo zijn de regels. Onder de verplichte informatie behoort ook een eventuele dienst-betrekking. Ik heb geen enkel bezwaar tegen transparantie en geneer me niet voor mijn baan, maar zijn we nu juist zover dat een werkgever zich niet meer over de wenselijkheid van politieke activiteiten van zijn medewerker uit mag spreken, wordt de zaak door de overheid he-le-maal omgekeerd. Ik vind die omkering werkelijk van de zotte. Ga er veilig vanuit dat de screening door politieke partijen voldoende is. Als het niet in de haak is, zal daar een eerste controle plaatsvinden. Soms kan je dingen regelen zonder dat er regels zijn. Dat is een kwestie van vertrouwen. Regeldruk komt vooral voort uit het bedwingen van situaties waarin dat vertrouwen niet gerechtvaardigd lijkt. Dan moeten 99 mensen zich inspannen om die ene rotte appel geen kans te geven. Lang niet altijd is dat een doelmatige aanpak.

Treffend vond ik het, toen ik werd beboet voor het rijden zonder licht in een straat waar ik zo gauw mogelijk weg wilde zijn. In diezelfde straat waar op klaarlichte dag – door mij waarneembaar – in harddrugs werd gehandeld, waar mensen zijn bedreigd, beroofd, aangerand, verkracht, neergestoken enz.  
Misschien is er met regeldruk niet zoveel mis in ons land, daarom zou het onderwerp meer moeten gaan om hoe de handhaving van de verschillende regels geprioretiseerd wordt EN in welke mate overtreding bestraft word. 
Daar schieten we m.i. nog in te kort.

Prioritering van de handhaving is een exclusief recht van de handhaver. En die kan/mag daar uit de aard van het werk niet over praten.  
 
Maar herkenbaar is het wel, Jobke. De mensen bij mij in het dorp worden woest als ze na tien minuten een officiële bekeuring krijgen voor een parkeerkaart die ze vergeten zijn achter de voorruit te leggen, waar die zelfde BOA weigert om op te treden tegen notoire foutparkeerders in buitenwijken (want kosten>baten).  
 
Handhaving en regeldruk zijn echter wel twee verschillende zaken.