Next checkt: GroenLinks over de onbelaste reiskostenvergoeding
Twee uitspraken op de website van GroenLinks
Vandaag spreekt de Tweede Kamer over het eventueel afschaffen van de onbelaste reiskostenvergoeding. Volgens de huidige regels hoeven werknemers geen belasting te betalen over de vergoeding die ze krijgen voor reizen met de auto of het openbaar vervoer. Ongeveer de helft van de werknemers ontvangt een reiskostenvergoeding van de werkgever.
GroenLinks, D66, CDA, VVD en ChristenUnie spraken in het Lenteakkoord af dat deze maatregel moet worden afgeschaft. Een bezuiniging die 1,3 miljard moet opleveren. Het kwam de partijen de afgelopen weken op felle kritiek te staan. De ANWB schatte dat dit de forens gemiddeld bijna duizend euro per jaar gaat kosten en liet afgelopen weekend aan alle 150 Kamerleden weten tegen de forenzentaks te zijn.
Het plan staat nu op de helling: behalve D66 hebben inmiddels alle partijen afstand genomen van het huidige voorstel. Ook GroenLinks, dat voorstander blijft van herziening van de onbelaste reiskostenvergoeding, besloot na alle kritiek het originele voorstel aan te passen. In het verkiezingsprogramma van de partij staat nu dat alleen de reiskostenvergoeding van automobilisten belast moet worden. Treinreizigers mogen hun belastingvoordeel houden.
Waarom moet de regeling voor onbelaste reiskostenvergoeding eigenlijk worden aangepast? GroenLinks plaatste ter onderbouwing eind vorige maand tien argumenten op haar website. next.checkt besloot er twee tegen het licht te houden.
‘Geen enkel ander Europees land kent een door de overheid gesubsidieerde reiskostenregeling’
GroenLinks voert het argument aan dat de Nederlandse regeling in vergelijking met andere landen ‘goudgerand’ is. ‘Geen enkel ander Europees land kent een door de overheid gesubsidieerde reiskostenregeling’, schrijft de partij op de eigen website.
De bron van de stelling is volgens GroenLinks de organisatie Natuur & Milieu, die samen met de Fietsersbond in juli 2001 het rapport Nieuwe fiscale regels voor New Mobility: groen, eerlijk en simpel schreef. Hierin stelt de auteur: „Nederland is het enige land in Europa met een fiscale regeling voor reiskosten.” De bron van deze stelling wordt niet vermeld in het rapport.
Uit het rapport Effective Transport Policies for Corporate Mobility Management van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OECD) uit 2010 blijkt echter dat er ook andere landen in Europa zijn, met een fiscale regeling voor reiskosten. Zo kunnen Duitse werknemers sinds 2007 voor 4.500 euro per jaar aan reiskosten aftrekken van de belasting, als ze niet met de auto naar hun werk gaan. Ook in Zwitserland kunnen mensen die van het openbaar vervoer gebruikmaken hun reiskosten aftrekken van de belasting. En in Noorwegen krijgen automobilisten zelfs een belastingkorting voor het geld dat ze aan tol of veerpont betalen. Ondanks dat deze landen een andere regeling hebben dan Nederland, waarbij de reiskosten niet belast worden, zijn er dus wel degelijk andere Europese landen met een door de overheid gesubsidieerde reiskostenregeling. next.checkt beoordeelt deze bewering dan ook als onwaar.
‘Mensen met lage inkomens reizen gemiddeld veel minder ver naar hun werk’
´Vooral de hoge inkomens profiteren van de huidige belastingvrijstelling voor het woon-werkverkeer’, stelt GroenLinks op haar website. Dit komt omdat volgens de partij ‘mensen met lage inkomens veel minder ver naar hun werk reizen’.
Het woon-werkverkeer van Nederlanders is in twintig jaar tijd meer dan verdubbeld, tot ruim 50 miljard reizigerskilometers per jaar. Ook de reisafstand nam toe: in 1985 reisden werknemers gemiddeld 11,7 kilometer per dag. In 2009 was dit al 17,3 kilometer per dag.
Als we dit afzetten tegen het inkomen dat mensen verdienen, ontstaat een duidelijk beeld. Uit het Mobiliteitsonderzoek Nederland 2009 van Rijkswaterstaat blijkt dat Nederlanders die 15.000 tot 22.500 euro per jaar verdienen gemiddeld 11 kilometer per dag afleggen van en naar het werk. Voor Nederlanders die 30.000 euro of meer verdienen is dit meer dan twee keer zo hoog: 23 kilometer per dag.
De reden waarom we steeds verder van en naar ons werk reizen: we worden welvarender, meldt de Mobiliteitsbalans 2011 van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid van het ministerie voor Infrastructuur en Milieu. Hoogleraar Ruimtelijke Economie Erik Verhoef hierover: „We willen ruim wonen. En ruimte is een luxegoed.”
Verhoef voegt hier nog aan toe dat hoogopgeleiden, die gemiddeld genomen meer verdienen dan laagopgeleiden, vaker tweeverdieners zijn. Zij werken niet altijd in dezelfde stad. Stellen kunnen er om die reden voor kiezen om halverwege te gaan wonen en zo allebei relatief ver naar hun werk te moeten reizen.
Daar komt bij, zegt onderzoeksdirecteur van SEO Economisch Onderzoek Carl Koopmans, dat hoogopgeleiden eerder een ‘uniekere’ baan hebben op een specifiek hoofdkantoor, ministerie of universiteit. next.checkt beoordeelt al met al de bewering als waar.



Dat je gemiddeld genomen minder ver van je werk woont als je laagopgeleid/laagbetaald bent, kan best zijn.
Het vervelende is, wanneer je dat lage inkomen hebt, maar juist degene bent die de gemiddelde reisafstand omhoog haalt.
Dan wordt je ongeluk toch echt bepaald niet gecompenseerd door de pret van die grootverdieners die schaterlachend ‘s ochtends uit hun bed zo de werkkamer binnenploffen.
De hoogopgeleiden hebben ook nog eens veel hogere arbeidsmobiliteit, dus die vinden na verloop van tijd makkelijker werk dichter bij huis, waardoor de verdieneffecten van deze radicale stelselwijziging onevenredig op mensen met lage arbeidsmobiliteit wordt afgewenteld.
Oftewel: Je krijgt het perverse effect dat degenen met de minste opties het hardste worden getroffen. Niet echt eerlijk.
Uw argumenten leiden tot de conclusie: “Je krijgt het effect dat EEN KLEINE GROEP mensen met weinig opties het hardste worden getroffen.”
Ik ben het ook niet met u eens dat hoogopgeleiden makkelijker werk dicht bij huis vinden. Veel hoogopgeleiden zijn gespecialiseerd en gaan flink in salaris omlaag als ze dichter bij huis iets gaan doen waar ze weinig ervaring in hebben. Die reiskosten zijn peanuts.
“Dan wordt je ongeluk toch echt bepaald niet gecompenseerd door de pret van die grootverdieners die schaterlachend ‘s ochtends uit hun bed zo de werkkamer binnenploffen.”
Dat is onjuist – het fiscale voordeel geldt voor personen die daadwerkijkelijk reiskosten maken. Als je vlak bij je werk woont, is fiscale voordeel vrijwel nihil.