De manager heeft gewonnen

Ewald Engelen over de 'definitieve knechting' van de academicus

Op veler verzoek  plaatsen we vandaag het opinieartikel van Ewald Engelen over het hoger onderwijs. Bestuurders nemen de macht over op hogescholen en universiteiten, ziet hoogleraar financiele geografie Engelen. Dit betekent volgens hem het einde van de universiteit als vrijplaats voor belangeloze nieuwsgierigheid.


milo_Engelen-480x369 De manager heeft gewonnen

Het is fascinerende lectuur, die berichtgeving over de Eindhovense Design Academy die plotseling een deel van haar docenten zag weglopen na hoogoplopende ruzie over een reorganisatie. De ontwerpers Boelen, Schouwenberg en Grootens zouden de bestuurstaken van Gijs Bakker – oprichter van Droog Design en bepalend voor de excellente reputatie van de Design Academy – in zijn geest voortzetten. Dus met behoud van de professionele autonomie van een docentencorps dat zijn aanstelling eerst en vooral dankt aan vakinhoudelijke expertise en niet aan onderwijskundige, organisatorische of politieke kwaliteiten.
Het college van bestuur besloot bij monde van Anne Mieke van Eggenkamp anders. „De tijd dat één persoon bepaalde hoe het onderwijs werd ingericht, ligt achter ons”, liet ze afgelopen vrijdag in NRC Handelsblad optekenen. En: „Deze tijd vraagt om een wat strakkere sturing, een gezamenlijk kader, zodat je creatieve mensen de ruimte kunt geven om te doen waar ze goed in zijn.”
Hier heb je in een notendop het drama dat zich momenteel in het hoger onderwijs afspeelt: de slag tussen bestuurders en professionals over de inrichting van onderwijs en onderzoek. Waren universiteiten en hogescholen ooit slaperige, elitaire instellingen met hoogleraren en lectoren die ongehinderd door derden hun eigen toko bestierden. Tegenwoordig zijn het quasi-commerciële ondernemingen met missie statements, grootwereldse ambities en professionele bestuurders met marktconforme salariëring en auto met chauffeur, die zich meer bekommeren om hun vastgoedprojecten dan om wat zich op de werkvloer afspeelt.
In het funderend onderwijs en het hbo hebben professionals de slag allang verloren. Een handjevol kunstacademies, conservatoria en specialistische instellingen – zoals de Design Academy Eindhoven – wist tot nog toe hardnekkig weerstand te bieden. Overal waar expertise het monopolie is van een onaantastbaar gilde – zoals aan universiteiten – hadden bestuurders het nakijken. Onder het mom van ‘professionalisering’, ‘schaalvergroting’, ‘studeerbaarheid’, ‘toponderzoek’, ‘operationele efficiëntie’ en meer van dit soort lulkoek is echter een nieuw offensief ingezet. Deze aanval dreigt te slagen waar eerdere faalden. Zie het vertrek van de drie van Eindhoven. Zie de ontslagrondes in de kleine talen. Zie de 450 fte die de VU wil offeren om 33 miljoen euro vrij te spelen om haar nieuwbouw aan de Zuidas te redden. Ditmaal wordt de professionele autonomie van het hoger onderwijs echt bedreigd. De definitieve knechting van de academicus is aanstaande.
Voor dit slotoffensief hebben bestuurders een garnizoen van ja-knikkende waterdragers om zich heen verzameld. De verhouding tussen staf en wetenschappelijk personeel op de meeste onderwijsinstellingen zou een Zuid-Amerikaans operetteleger niet misstaan. Het doel van deze invasie van procesdeskundigen is drieledig. Bestuurders afschermen tegen gerommel uit de ingewanden van de organisatie; het evangelie van prestatiemeting verbreiden; en de laatste bolwerken van verzet oprollen via intimidatie (‘jij krijgt geen onderzoeksgeld meer’) of ostracisme (‘jou nodigen we niet meer uit’).
Vandaar dat iedere hoogleraar een onderwijscertificaat heeft moeten halen, ook al gaf hij al vele jaren met goed gevolg les en is zijn opleidingspeil veel hoger dan van de sukkel die de onderwijskundige hoepel ophoudt waar hij doorheen moet springen. Vandaar dat belezenheid wordt gestraft met huisvestingsplannen die iedere medewerker uit oogpunt van ‘operationele efficiëntie’ nog maar een paar vierkante meter toebedelen waardoor voor boeken – toch de brandstof van iedere eruditiewetenschap – geen plaats meer is. Vandaar dat docenten aan de vooravond van ieder semester een steeds uitvoerigere lijst van imbeciele onderwijsdoelen moeten opstellen waar zij later door verwaten pubers op kunnen worden afgerekend.
Vandaar dat gewaardeerde wetenschappers elkaar uit pure kippendrift de hersens inslaan over citatiescores in hun jacht op schaarse onderzoeksgelden. Vandaar dat universiteiten horig zijn geworden aan die potsierlijke topsectoren van Verhagen. Vandaar dat academici steen en been klagen over de tijd die zij kwijt zijn aan onderhoud van de Potemkinwereld van tijdschrijven, verantwoording, evaluatie, management en interne organisatiepolitiek.
In de slag om de universiteit zijn accountants, communicatiemedewerkers, didactici, organisatieadviseurs, consultants, onderwijskundigen, spreadsheetacrobaten, interimmanagers – en al die andere anti-intellectuele beroepsgroepen die in steeds groteren getale de universitaire staven bevolken – frontsoldaten van een managementideologie die processen en procedures prevaleert boven vakinhoudelijke expertise en ervaring. Filosoof of grafisch vormgever, econoom of astrofysicus – allemaal zullen ze zich voegen naar de sjablonen van het bedrijfsproces.
En het krankzinnige is dat het allemaal met de opperbeste bedoelingen gebeurt. Inderdaad is er weinig verloren gegaan aan de hoogleraar als Oriëntaalse despoot uit de jaren vijftig en zestig. En ‘studeerbaarheid’? Wie kan daar tegen zijn? Het is toch ook kapitaalvernietiging, die studentenuitval? En dan is het toch goed dat ‘onderwijskundigen het curriculum stroomlijnen’? En het spreekt toch vanzelf dat nieuwbouw en vastgoedmanagement een professionele financiële administratie vereisen? En wat is er mis met ambities? Het is toch een brevet van onvermogen als je in een mondialiserende economie niet de ambitie uitspreekt bij de vijftig beste, grootste of groenste te willen behoren? Zijn we een kenniseconomie of zijn we dat niet? Nou dan!
En toch bedriegt de schijn van gezond verstand. Ga maar na: de hoogleraaruniversiteit van na de oorlog is allang geschiedenis. De uitvreters van de 68-generatie zijn allang de tempel uitgejaagd. Studeerbaarheid is een eufemisme voor diploma-inflatie. Met kennis en innovatie hebben universiteiten evenveel van doen als megastallen met dierenliefde. Met doodordinaire certificeringsmachines waarmee de gegoede middenklasse haar greep op comfortabele baantjes voor het eigen kroost reproduceert des te meer. Van nieuwbouw, glazen puien, nieuwe logo’s, sexy brochures en kekke organogrammen is geen opleiding ooit beter geworden. En in een wereld waarin ‘top’ een prefix is waarmee – vrij naar Robert Musil – zelfs renpaarden worden getooid, zijn universitaire ambities van ‘toponderwijs’ en ‘toponderzoek’ evenveel waard als hete lucht.
Ondertussen dreigt iets essentieels verloren te gaan. En dat is de Alma Mater als vrijplaats voor geschoolde, belangeloze nieuwsgierigheid. Door economische horigheid, bestuurlijke onverschilligheid, maatschappelijke onwetendheid, politieke intellectuelenhaat en academische kinnesinne is voor dit soort nieuwsgierigheid steeds minder ruimte. Dat is niet alleen een persoonlijk drama voor al die geroepenen die om die reden ooit in wetenschap en onderwijs terecht zijn gekomen. Ook voor een samenleving die een toekomst van grote onzekerheid tegemoet gaat, is het rampzalig. We weten niet wat de vragen van morgen zijn, laat staan dat we daar nu al de antwoorden op kunnen geven. Onderzoek naar wat die vragen kunnen zijn, laat zich per definitie niet in de taal van ‘valorisatie’, uitkomsten en ‘deliverables’ beschrijven.
Misschien moeten we hetzelfde doen als Boelen, Schouwenberg en Grootens: het bijltje erbij neergooien. Dat zal ze leren – de Filistijnen! Ik vrees echter dat de kippendrift van ieder voor zich sterker zal zijn dan het publieke belang van onzelfzuchtige nieuwsgierigheid.

Ewald Engelen is hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam

25 reacties op "De manager heeft gewonnen"rss-icon

Goed stuk, verliest hier en daar aan kracht door meer een mening uit te dragen dan feiten / observatie – ondanks dat het een opiniestuk is. 
 
Neemt niet weg dat de vinger wel op de zere plek gelegd wordt.

Uitstekende verhandeling van prof. Ewald Engelen. Zonder probleem te transponeren op de wereld van de zorg. Ook daar viert bureaucratisme, managerisme, elektronisch formulierendom, sluipende devaluatie van diploma’s enzovoort hoogtij. Onder de vlag van ‘transparantie’, betaalbaarheid en bescherming van patiënten worden de economische belangen van de zorgverzekeraars gediend. Demoralisatie van de van professionele autonomie beroofde en dus gedeprofessionaliseerde zorgprofessional is het gevolg.  
Wat te doen? Professionals aller landen verenigt u!

Geweldig artikel dat de spijker op z’n kop slaat! Helaas heb ik het gevoel dat het proces wat hier beschreven staat gewoon doorgaat. 
Nederland kennisland? Zeker niet.

Belangenloze nieuwsgierigheid is als de Dodo voor het neo liberalisme, een soort genocide door slecht gemaneged manegment..

Je zou een vergelijkbaar verhaal kunnen schrijven over de zorg en de overname door managers en beleidsmakers. Waar het de Universitair Medische Centra betreft overlapt het ook grotendeels met het door Engelen beschreven verhaal over de academische wereld. Er wordt hard gewerkt aan een mooie buitenkant, met heldere cijfers en uitkomstmaten voor managers en zorgverzekeraars, maar of het een betrouwbare weerspiegeling van de alledaagse werkelijkheid is, en of het iets zegt over wat het vak inhoudelijk betekent is maar zeer de vraag.

Dat was waar dijstelbloem al voor waarschuwde. Er moest meer geld naar het onderwijs. De minister gaf toen een zak geld aan het onderwijs……………..En wel aan de mangers. Managers die ervoor zorgden dat er zo weinig mogelijk gald naar echt onderwijs ging en veel geld naar bouwprojecten, lease autos en meer van die onzin. Inholland en Amarantis zijn daar voorbeelden van. En ik denk dat we daar niets meer tegen kunnen doen. 
Zelfs in Den Haag zitten bijna geen politici meer maar carriere managers met een oog op bedrijfslevendige danwel semi overheidse zakkenvulbaantjes. 
De burger heeft verloren

Geachte Ewald, 
Bedankt voor bovenstaand artikel. 
Een aantal ervaringen als 58 jarige hbo docent met 20 jaar ervaring: 
Meer contacturen per periode dan vroeger, 
Minder werkruimte dan vroeger, 
Meer procedures dan vroeger,  
Minder democratie dan vroeger, 
Minder saamhorigheid dan vroeger, 
Minder sociaal beleid dan vroeger. 
Meer coach dan vakdocent als vroeger. 
De hiërarchie/grootschaligheid is m.i. debet. 
Hoe nu op te lossen? 
Mvrgr Meinard

Beste Meinard,
Hoewel Engelen een steengoede blog geschreven heeft en hij meerdere spijkers op z’n kop slaat, zie ik niet zozeer problemen – en als ze er al zijn heb ik hier een paar oplossingen. Overigens ben ik 29 en ga ik vanaf september mijn 6e jaar in als docent op een hbo en weet ik dus niet hoe het ‘vroeger’ was, maar:
- Ik weet wel dat contacturen niet alleen in de klas plaatsvinden. Per mail, skype of in de gang van het schoolgebouw kun je ook contacturen maken, zodat een mogelijk quotum / target of een of andere norm zeer rekbaar wordt. Overigens is het de vraag of met een contactuur een betrekking tussen docent en student bedoeld wordt. Als de student het met de opleiding moet hebben, stem ik altijd even af met de desbetreffende studenten. Ze blijken doorgaans zeer zelfstandig wanneer ze een goede opdracht meekrijgen, hetgeen mij weer extra contacturen oplevert…
- Ik weet ook dat procedures vaak als een boemerang werken op de personen (manager / beleidsadviseur, e.d.) die ze bedacht hebben. Het vereist van jou wel enige kennis van de WHW en de daaruit afgeleide OER, maar als je daar een beetje kennis van hebt zie je vrij snel dat opleidingsdirecteuren totaal niet WHW-proof te werk gaan. In dat vacuüm maak ik doorgaans graag gebruik van mijn nog altijd hebbende professionele automie.
- Ik weet wel dat er doorgaans een verschil is tussen de papieren school van mijn manager en de echte school van mijn docerende collega’s. Mijn manager levert primaire kwaliteit, mijn team en ik leveren de secundaire kwaliteit. Google het begrip secundaire kwaliteit en Paul van Tongeren om te doorgronden wat ik hiermee bedoel.
- En dat democratie en saamhorigheid er nog altijd is, maar dat hangt er wel vanaf op welk niveau je hier naar kijkt. Op het niveau van het CvB denk ik dat je gelijk hebt, maar op opleidingsniveau / faculteitsniveau hebben we veel rechten. Probleem is alleen dat je met ‘rechten’ helemaal niets hebt. Je zal er voor moeten strijden dat had de ’68 generatie ook al goed door. Ook hier is het weer leuk om te lezen in de WHW dat opleidingen een opleidingscommissie, examencommissie en een medezeggenschapsraad moeten hebben die goed werkt. En hier is het MT voor verantwoordelijk, zij schrijven verkiezingen uit, dus als er problemen zijn op dat gebied mogen zij daarop aangesproken worden. Zonder een voltallige OC, EC of MR mogen nieuwe onderwijsprogramma’s niet eens officieel goedgekeurd worden en kunnen nieuwe studiegidsen niet geschreven worden via de Koninklijke weg. En jouw leidinggevende willen toch kwaliteit leveren? Verder kunnen in goede zelfsturende teams heel veel problemen samen opgelost worden zonder tussenkomst van leidinggevenden.
- En ik weet tot slot dat je coaches in verschillende soorten en maten hebt. Je hebt ook vakinhoudelijke coaches. Zelf geef ik sociologie en filosofie zonder dat Aristoteles, Bourdieu en Habermas expliciet aan bod komen. Er zijn vele manieren om studenten bekend te maken met de deugdethiek, ze wat cultureel kapitaal bij te brengen en om ze uit te leggen wat het koloniseren van de leefwereld betekent stuur ik ze naar deze weblog. De keuze is aan mijn studenten of ze hier iets mee willen doen of dat ze liever een Working Class Hero willen worden zoals mijn managers.

Nu is het tijd voor vakantie want ik weet niet in welke andere sector je zomaar even 5 weken kan opnemen in de zomer!
Succes in het komende studiejaar,
Mvg,

Ewald, in een tijd dat er overal draconisch op bezuinigd wordt is het interessant om te zien dat jij nu ook wakker wordt. Nu het je eigen wereld raakt.  
 
Ik ben het niet eens met de methoden van bezuinigingen, maar dat de vraag gesteld moet worden wat er met het geld gebeurt is niet meer dan normaal. In een tijd dat het collegegeld steeds hoger wordt en studenten steeds meer moeten lenen.  
 
Dat je je uitspreekt tegen het moeten “deliveren” is ook interessant. Natuurlijk moet je leveren. En nog van kwaliteit ook. En niet alleen op kosten van de belastingbetaler stukjes schrijven en twitteren. Dus: terug naar de corebusiness en naar de kerntaak: studenten echte kennis bijbrengen en leren toepassen. En niet door false expertise schade aanrichten.

Ewald Engelen beschrijft hier op bewonderenswaardige wijze het oprukken van managers, bureaucraten en dergelijke. De zorg is reeds op vergelijkbare wijze om zeep geholpen, nu is het de beurt aan het onderwijs. Wat moet er nog gebeuren om mensen tot het inzicht te brengen dat managers in het algemeen een ongewenst verschijnsel zijn, dat zo veel mogelijk bestreden moet worden?

Het stuk van Ewald gaat eigenlijk over macht. Wetenschappers zijn hun macht voor zelfsturing kwijtgeraakt aan managers die geen affiniteit hebben met wetenschap. Dat dit zou leiden tot minder nieuwsgierigheid vind ik niet geloofwaardig. Wel lijkt me dat onderzoek meer gericht wordt naar management belangen en zal leiden tot academische verarming. Het is als bij elk produkt, als iets nieuw is zijn er veel mogelijkheden en benefits voor de bedenkers. Dit wordt in een latere fase gereguleerd via een management kader, waarna de benefits voornamelijk naar het management gaan. Het Internet is hier ook een voorbeeld van; in beginsel een intellectueel speeltje en nu een professioneel gemanaged commercieel afzetkanaal. Het wordt tijd voor een nieuw academisch produkt: de particuliere universiteit zonder managers.

Engelen vergeet even dat vele van de managers waar hij steen en been over klaagt veelal afgestudeerde academici zijn die jagen op het grote geld, de auto, laptop en mob telefoon + onkostenvergoeding. 
 
In zekere zin bevuilt Engelen zijn eigen nest.  
 
Maar het probleem is niet dat er gestreefd wordt naar meer doelmatig opereren, maar dat mensen als Engelen helemaal niet snappen wat dat inhoudt. Niet snappen wat Operational Excellence is. 
In een land als Israel, VS of Japan is dit de gewoonste zaak ter wereld. Laten dat nu de landen zijn die de meeste Nobelprijzen binnen halen. 
 
Dat zijn landen waar niet het provincialisme van Engelen de boventoon voert, maar het streven daar topprestaties. En organisaties die Operational Excellence nastreven, realiseren dat ook. 
 
het probleem is dat over het paard getilde academici, denken verstand te hebben van organisatiekunde, die besturen en managen, maar door hun knulligheid en narrow minded opstelling, zoals ook Engelen ten toon spreid, er een zooitje van maken. 
 
Operational excellence betekent nooit karrenvrachten aan administratie of uitvoerige lijsten met allerlei doelstellingen of uren aan vergaderingen. Dat is een Operational Misfit. 
 
Misschien moet Engelen eens een wat minder grote broek aan trekken en eens gaan kijken bij de topuniversiteiten van deze wereld. Die worden strak geleid, geen tijd en plaats voor provinciale zeurpieten als Engelen, maar voor toptalent dat alle ruimte en mogelijkheid krijgt.

Kom, kom, tut, tut, J.Eldert. Er zijn 17 Nederlandse versus 11 Israëlische Nobelprijzen uitgereikt en bij die 11 zitten ook nog twee Nobelprijzen voor de vrede. De phillippica van Engelen is meer dan gerechtvaardigd in academische zin, aangezien – als we dan toch ongenuanceerd gaan worden – het ge-manage gebeurt zonder academische grondslag. Geen enkel uitgangspunt dat in het managementjargon wordt verpakt is ooit bewezen. Het Nederlands toptalent heeft dan ook, op een enkele uitzondering na, de laatste jaren in of namens een buitenlands onderzoeksinsituut een Nobelprijs in de wacht gesleept. Wat dat betreft liggen de bloei-jaren van de Nederlandse universiteit, toen “we” nog het hoogste aantal Nobelprijzen per landgenoot binnenhaalden ver achter ons. “Outliers” en “Black Swans” ontstaan niet door managementtoezicht of “operational excellence”, maar komen gewoon vaker voor in een land met meer inwoners. Of in een land met een academische traditie, vaak parallel aan een ondernemers traditie, maar zeker niet in een land met een management cultuur.

Een pleidooi voor operational excellence met spelfouten beschouw ik als een operational misfit.

@J Eldert: ach ja, Operation Excellence. Een prachtig systeem, met onder meer als kenmerken  
- hoge efficiency en kwaliteitsniveaus van de processen 
- geringe uitval (waste)  
- lage productiekosten  
- volledige controle over de processtromen  
- innovatieve en flexibele organisatie  
- voldoen aan klantwensen 
BRON: http://www.foodguru.nl/SupplyC.....fault.aspx 
 
Echt een werkwijze die uitstekend aansluit bij een universiteit, waar onderzoek en onderwijs de hoofdmoot zouden moeten vormen. En ja, zo’n universiteit moet zeker efficient werken, dat is de discussie niet. De vraag is alleen wat nou de echte waarde van een universiteit is. Als dat alleen maar een certificatenfabriek moet zijn (voldoen aan de klantwensen, efficiente productie, lage productiekosten, geringe uitval) dan moet je daar als management duidelijk over zijn. En een organisatie inrichten met helder omschreven procedures en processen met de nodige administratieve procedures. Ik acht het overigens een goedkope discussietruc om Engelen’s bezwaar tegen het administratieve circus af te doen met “Operational Misfit”. 
 
Als een universiteit (ook) een plaats is met ruimte voor verwondering en verbazing, voor onderwijs dat de hersens doet kraken, voor een cultuur waarin docenten en studenten gezamenlijk op weg zijn naar nieuwe inzichten en theorieen dan past Operational Excellence voor geen meter. De oude koninkrijkjes van hoogleraren zijn allang afgebroken en vaak nog terecht ook. En wellicht zijn hoogleraren niet 100% geschikt om de complete universiteit te runnen. Dat claimt Engelen overigens ook niet, maar dat terzijde. Maar de plethora aan stuurmannetjes dat het hoger onderwijs heeft overstroomd is weer het andere uiterste en leidt nu, zie het voorbeeld van de Design Academy, tot de definitieve eliminatie van de creatieve en academische ruimte die voor goed onderwijs juist nodig zijn.

Prima stuk, maar breek de tekst alsjeblieft op in hap snap alinea’s. Van een paar harde returns is nog nooit iemand slechter geworden. Nu is het een fysieke krantenopmaak. Leest onprettig.

@j eldert 
uw vergeet te vermelden op welke “topuniversiteiten” u doelt, waarom noemt u geen voorbeelden? Ook de financieringsstructuur van deze instellingen wordt door u niet genoemd. En de context, dwz de universiteiten en hogescholen die niet dat predicaat hebben maar wel het merendeel van de studenten afleveren, doen die het ook zo goed als u ons wilt doen geloven? 
 
Met andere woorden uw reactie is “lulkoek”, geeft een suggestie van daadkracht, is een feitenvrije mening die weinig vatbaar is voor kritiek en niet kan worden ontmaskerd als leugen. Voor een gedetailleerde definitie van “lulkoek” zie het artikel getiteld ‘De onstuitbare opmars van de bestuurlijke larie’ 22 juli 2011 verschenen in NRC Handelsblad/Next.

De manager als kwaad van de (academische) wereld die de oorzaak is van de teloorgang van het Nederlandse academisch klimaat? Hou toch op zeg; wat een ongelofelijke kul. Heeft u dat wetenschappelijk onderzocht heer Engelen?  
Dit artikel getuigt van een stuitende morele superioriteit. Kroost van de gegoede middenklasse die gaat studeren? Het is toch werkelijk te gortig! Toegang tot de universiteit, onze tempel van wetenschap, vrijheid en onderzoek, mag alleen voorbehouden zijn aan de intellectuele bovenklasse. Mensen die belezen zijn en zeker niet het plebs van die managers. Wij arme hoogleraren zijn de dupe van de managers die alleen maar aan geld, auto’s en rankings denken. Belangeloos onderzoek, dat is wat we willen doen en daar willen we niet bij gestoord worden. Onderwijscertificaten behalen? Belachelijk, wij zijn hoogleraren en wij geven goed onderwijs; punt uit. Zou de heer Engelen beseffen dat juist deze instelling de oorzaak is van het feit dat er steeds meer gemanaged moet worden? Dat juist dit gebrek aan zelfreflectie weleens de oorzaak zou kunnen zijn van de vermeende teloorgang van het hoger onderwijs? Dat deze hooghartige houding de oorzaak is van de invasie van managers? Puinruimen heet dat heer Engelen. Bij het lezen van dit stuk over academische vrijheden, schiet mij alleen maar de naam Diederik Stapel te binnen. Bah.

Schitterend stuk. De reaguurders hierboven die zaniken over interpunctie en spelling bevestigen precies hetgeen er aan de hand is, namelijk dat het debat meer over de vorm gaat dan over de inhoud.  
 
E.e.a. is wel begonnen mijns inziens met het mismanagement van de universiteiten in de jaren ’80 en ’90, welke leidde tot dringend noodzakelijk achterstallig onderhoud van gebouwen en branding tegen het eind van de jaren ’90 – begin jaren ’00. Dat heeft vervolgens een dusdanige omvang gekregen dat het de agenda van de bestuurders is gaan domineren. Combineer dat met de teruglopende eerste geldstroom waardoor de druk op de derde geldstroom toenam, en je hebt het recept voor de situatie van vandaag.  
 
Ik herken een trend die ik zelf ook in het bedrijfsleven ervaar: een toenemende druk op het ‘hier en nu’ en daardoor het ontbreken van ruimte voor reflectie en bezinning, die de jaren ’60 mijns inziens haar kracht hebben gegeven.  
 
Mijn voorstel: geef de studenten en bestuurders meer lucht, maar geef duidelijk de kaders aan waarbinnen dat mogelijk is. Hiermee bereik je een modern compromis waarmee de generatie Y makkelijk mee uit de voeten kan. Die kan omgaan met tegenstrijdige condities, waar de naoorlogse mastodont aan zal uitsterven.

Dit was een discussie die speelde ook 
op LinkedIn. De managers die boven komen drijven, daar kunnen we over klagen. De managers die niet boven komen drijven hebben gewicht en noemen zichzelf geen manager! 
 
Onno Dekker: De ellende is begonnen met Malthus en de implementatie van de 
arbeidsdeling. Een onjuiste arbeidsdeling omdat de managers in 
het onderwijs uit zijn op macht zonder kennis van de productie. 
 
Zo zie je de jongens en meisjes uit de politieke wereld als 
top-instromers in de hbo-instellingen de lakens uitdelen en 
de onderwijzende software ingenieurs opzadelen met gereedschap 
uit een commercieele closed source wereld, laten we het symbolisch 
macroshaft noemen. 
 
Macroshaft maakt het mogelijk via muisklikken software te genereren 
die op haar beurt weer feitelijk closed source is omdat geen leesbare 
en gedocumenteerde code wordt opgeleverd. Voor de muisklik-ingenieurs 
was dat niet erg. Ze vonden hun weg naar het bedrijf wel dat macroshaft 
als standaard gebruikte. 
 
Echter zijn wij nu allang in een nieuwe softwarecrisis belandt. De 
applicaties hebben diepere (sic!) lagen in zich op basis van niet 
of gebrekkig gedocumenteerde code die bewezen heeft dat, na jaren 
trial and error debugging door wat oudere hts-ers, er net niet te 
hinderlijke klachten zijn over appllicatie xyz. 
En hierbij mogen we niet vergeten dat de manager blijft bij de skin 
deep beauty van de sexy xyz applicatie. Dat xyz een demi-mondaine is 
met ernstige interne kwalen door diepgaand misbruik wordt door alle 
adepten verxwegen door angst uit de toon te vallen binnen de incrowd van 
de modieuze massapsychose. 
 
Uit het onderwijs hier te lande vluchten de aanhangers van de paradigma’s 
van een Knuth (LaTeX, algoritmen vanuit een wiskundige grondslag), Rabin, 
Karp, Harel, Tanenbaum (clean minix) en de methode Polya en KISS uit 
het klaslokaal. 
Overigens niet tot de spijt van de managers en de raad van bestuur, 
want dezen willen geld uit Europese potjes om kleren voor xyz te kopen. 
Want het is de hoogste tijd om xyz aan te kleden, zij is inmiddels 
keizerin en de tand des tijds, de vele cosmetische operaties, hebben 
haar lichaam van vroeg rijp tot rot getransformeerd. 
 
Studenten lopen warm voor de wat joliger zusters van Nixie Pixel. 
Die kans moeten we grijpen en de begrijpelijke nieuwsgierigheid 
naar de psyche omzetten tot talent in het onwerpen van software. 
Dit betekent terug naar the bit of information, undefined, true or 
false. Daarna naar the nibble, the byte, char, integer, pointer, 
datastructuren, abstract datatype, semantische netwerken, algoritmen. 
Een basaal niveau niet weggelegd voor de manager als topinstromer. 
Die instromer wordt een uitstromer en we komen weer terug bij Malthus 
en Malatesta de anarchist. 
 
De arbeidsdeling uit het anarchisme berust op vrijwillige arbeidsdeling 
op basis van kennis en kunde. De implicatie ervan is dat de docent 
zelf het gereedschap kiest waar de student bij is gebaat. Ik dring 
niets op maar ken het antwoord: 
 
************OPEN SOURCE AND LINUX********** 
Onno Dekker: Ha Albert, 
Er wordt gedacht! En om te beginnen: 
wat bedoel je met: 
 
Albert Greven: Een kunstig …. hoe we weer te maken hebben met een nieuwe 
“boeiende” leverancier die het proces van proprietary software in de praktijk  
in stand weet te houden? 
 
Onno Dekker: Ik ben een hts-er oude stijl met een passie voor de methode Polya, leest het 
beroemde artikel “How to Solve It”, voortbordurend op het werk van Pappus. 
Πάππος ὁ Ἀλεξανδρεύς, toch wel bijzonder dat in dit tijdsgewricht, met rheumatiek, 
we weer terugkomen in de antieke wereld met een gerichtheid op vragen stellen. 
Deze houding werd voortgezet in de Arabische cultuur en echo’s vinden we terug 
in de Islam als cultuur. 
De analyse is door de westerse maatschappij in de economie overgenomen als 
arbeidsdeling en dat heeft het kapitalische stelsel versterkt. Het systeem, beter 
de aanbeden opvatting, belemmert het vrije denken. Een ontwikkelaar, een team 
wordt a priori gebonden aan de begrenzingen van een discipline die de analyse 
en de oplossing langs gebaande paden laat lopen. 
Door deze verplichte oogkleppen wordt het creatieve denken afgestompt en 
krijgen we de oplossingen die passen bij een gevestigde orde. Dat een maatschappelijk 
welzijn hier niet mee is gediend is velen duidelijk. Of de weg 
buiten de gebaande paden wel leidt tot een groter geluksgevoel laat ik over aan 
de filosofen. 
 
Een Nicola Tesla vind ik een van de grote vragenstellers ui de voorgaande eeuw 
die feitelijk een zelfde weg als Pappus volgde. Je wordt met dit oude erfgoed geen 
uitvinder…. maar een ontdekker van wat voorheen gesloten was. 
 
En om terug te komen bij het begin. Ik ben geen leverancier, geen Grootgrut en 
niet boeiend omdat het om open bronnen en een open maatschappij gaat. 
Voor mensen die het denken willen uitbesteden ben ik beschikbaar, voor hen 
die zelf willen denken zet ik een glas wijn klaar, gevuld met neurotransmitters! 
 
Tot slot denk ik dat ik niet te veel moet denken of ik wel goed denk want anders 
ga ik denken dat ik mijn denken over mijn denken moet aanpassen om beter te 
kunnen denken over het denken over mijn denken tot in het oneindige. 
 
ing. J. Onno Dekker 
 
>>>>>>Abolition de l’Esclavage!!!! 
onno@asha:~/LinkedIn$

Het probleem van meneer of mevrouw Eldert is dat hij of zij de kernwaarde “Respect every individual” uit de filosofie van Operational excellence kennelijk zelf al niet weet toe te passen, dus laat staan in staat is te bepalen of de heer Engelen snapt wat het inhoudt.

In plaats van de heer Engelen volgens de kunst van het argumenteren weg te zetten beticht Eldert Engelen van provincialisme, ongeveer even dodelijk voor een open discussie als het gebruik van vergelijkingen met het nazisme. Waarmee dhr/mw Eldert overigens vooral zichzelf diskwalificeert.

Ik zie in het stuk van de heer Engelen geen aantijging tegen Operational Excellence, maar slechts een aanklacht tegen megalomanie, zelfverrrijking en paternalisme. Dhr/mw Eldert moet misschien eens wat respectvoller met anderen omgaan, in plaats vanuit een ivoren torentje een bak stront over “de boeren” te gooien.

Ach, was het maar alleen op de universiteiten. In het bedrijfsleven is het zeker zo erg. Ik wordt betaald om te programmeren, en waar wordt ik op het eind van het jaar op afgerekend? Onder andere of ik een 360 graden feedback heb gedaan! Geef woord over planningen, bugs of andere technische items.
Dat krijg je als je pure managers zonder enig technisch inzicht in het MT hebt.

Moet de analyse niet wat dieper gaan?
Twee mogelijke verbanden zijn m.i. nog niet aan de orde geweest:
- het verband tussen de enorme schaalvergroting van de instituten voor hoger onderwijs en de manier waarop deze bestuurd worden;
- het verband tussen de alleroverheersende rol van de economie over alle sectoren, ook de publieke en de manier waarop deze sectoren vervolgens worden afgerekend en ingericht.

Mooie comment-killer ing. J. Onno Dekker! Vooral verbatim een ANDERE discussie op dit medium plempen. daar wordt iedereen wijzer van. Bedankt voor deze verhelderende, leesbare en waarde toevoegende reactie.

Als leider van een universitaire onderzoeksgroep kan ik -spijtig genoeg- alleen maar alles wat in de column beschreven staat volledig onderschrijven. 
De polemiek in de reacties versterk alleen maar het beeld van de afstand tussen inhoud en management dat Engelen beschrijft. 
 
Als betrokkene ervaar ik het inderdaad als een persoonlijk drama: Dit is niet waarom ik ooit besloot om op een universiteit te gaan werken, daar zat een boel nieuwsgierigheid en idealisme bij. 
 
In zekere zin raak ik er aan gewend dat mijn werk het laatste decennium in toenemende mate wordt gezien als “linkse hobby” die alleen maar gemeenschapsgeld kost wat opgebracht wordt door de echte beroepen, i.e. alles buiten de publieke sector. 
Onderwaardering is agenten, brandweerlieden en leraren basis/voortgezet onderwijs ook jaren ten deel gevallen, totdat bleek hoe vervelend het was als er geen agent op straat was, of geen leraar voor de klas stond wanneer het nodig bleek. 
Dat maatschappelijk-reflex voordeel heeft de universiteit niet, omdat de effecten van minder en minder-gemotiveerd academisch onderwijs en onderzoek zich pas over vijf tot tien jaar zullen doen gelden. 
 
Wat m.i. erger is, is wat al het management geweld zal doen met het universitair onderwijs. Motivatie en enthousiasme voor universitair onderwijs komt voort uit vakinhoudelijke passie. Als je dat maar voldoende beknot, zal het onderwijsniveau vanzelf dalen. 
De stemming bij veel hoogleraren is inmiddels zo slecht, dat zij hun studenten sterk afraden om een loopbaan binnen de (Nederlandse) universiteit op te gaan. Dit betekend effectief dat er bijna geen instroom is van nieuw talent via het AIO traject. Momenteel is dit geen groot probleem omdat er enerzijds door alle wegvallende subsidies zeer weinig nieuwe AIO plaatsen zijn en het tekort nog kan worden aangevuld met buitenlandse promovendi. Maar hoe zit dat met de toekomst? Hernieuwde geluiden om het failliete beursale AIO systeem nieuw leven in te blazen geven aan dat de oplossingen wederom in het geld worden gezocht. Prima carrière perspectief: acht jaar later op de arbeidsmarkt met een enorme studieschuld plus promotieschuld en uitzicht op jarenlang ongewaardeerd werk. Zeg nou eerlijk, welke manager zou zijn kinderen dat adviseren. 
 
Nederland innovatieland? Als ervaringsdeskundige zeg ik: laat me niet lachen, want alles doet al zo’n zeer!