next.checkt: verkiezingsprogramma GroenLinks
GroenLinks wil de komende vier jaar een overgang maken van ‘een schuldeneconomie naar een duurzame economie, die zich meer richt op het welzijn van mensen.’ Dat schreef de partij op de website bij de presentatie van het verkiezingsprogramma ‘Groene kansen voor Nederland’. Daarin worden diverse beweringen gedaan, die niet allemaal even goed te checken zijn. ‘Kunst kost geld, maar levert ons nog veel meer op’, bijvoorbeeld. Wat is kunst en wat reken je allemaal tot de opbrengsten? Of: ‘Natuur maakt Nederlanders gezonder’. Er zijn diverse studies die wijzen op positieve effecten, maar allemaal concluderen ze dat meer vervolgonderzoek nodig is.
Uiteindelijk kozen we drie goed te checken beweringen die prominente standpunten van GroenLinks moeten onderbouwen. Een vierde, voor partijen als GroenLinks fundamenteel standpunt, namelijk dat ‘mensen in landen met meer inkomensherverdeling gezonder en gelukkiger zijn dat inwoners van landen waar inkomens minder worden herverdeeld’, komt later in deze rubriek aan de orde, omdat het checken van deze bewering meer onderzoek vergt. De resultaten van de eerste drie checks: waar, onwaar en half waar.
‘Grootverbruikers en producenten van fossiele energie krijgen voorrang van de overheid. Jaarlijks ontvangen zij bijna 6 miljard euro aan belastingvoordelen.’
Volgens GroenLinks moeten we snel overstappen op een duurzame energievoorziening. Niet alleen om klimaatverandering tegen te gaan, maar ook om een einde te maken aan het financieel ondersteunen van repressieve regimes in Rusland en de Arabische wereld. De partij zegt daarom de strijd aan te gaan met „gevestigde fossiele belangen”. Er moet een einde komen aan overheidssteun daarvoor. De bewering over de bijna 6 miljard aan belastingvoordelen baseert GroenLinks op een rapport van de onderzoeksbureau’s CE Delft en het Utrechtse Ecofys. Dat laatste bureau is gespecialiseerd in duurzame energie, CE Delft in oplossingen van milieuvraagstukken in het algemeen. De bureaus kwamen op verzoek van energieproducent Eneco en de Triodos Bank vorig jaar met een rapport over de rol van de overheid op de energiemarkt. De conclusie luidde dat de staat in 2010 via 53 belasting- en andere maatregelen fossiele energie ter waarde van 5,8 miljard euro bevoordeelde. Denk aan belastingvrijstellingen voor kerosine, scheepvaartbrandstoffen en gunstige tarieven voor grootverbruikers van aardgas. Aan hernieuwbare energie besteedde de overheid ‘slechts’ 1,5 miljard euro.
Conclusie
GroenLinks baseert de bewering over bijna zes miljard euro aan belastingvoordelen voor grootverbruikers en producenten van fossiele energie op een studie van de onderzoeksbureaus CE Delft en Ecofys. Voor zover wij kunnen nagaan betreft het gedegen onderzoek dat werd verricht in opdracht van energieproducent Eneco en de Triodos Bank. In het rapport wordt inderdaad geconcludeerd dat er in 2010 voor 5,8 miljard euro aan overheidssteun naar fossiele energie ging. Beide bureaus worden regelmatig ook door de overheid ingeschakeld. Omdat er geen reden is te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de rapporten en de onafhankelijkheid van de onderzoekers, beoordelen wij de bewering als waar.
‘Er is nergens in Europa zo weinig natuur over als in Nederland.’
GroenLinks zegt te vechten voor het behoud van ‘ons natuurlijk erfgoed’. De partij wil bijvoorbeeld investeren in een nationaal netwerk van onderling verbonden natuurgebieden. Want, ‘hoewel rivieren schoner zijn en de lucht frisser, is er nergens in Europa zo weinig natuur over als in Nederland’, schrijft de partij. De vraag is dan wat we onder natuur verstaan. Het kan gaan om ‘groen om te recreëren’, zoals een stadspark, maar daarover worden geen vergelijkbare cijfers tussen landen bijgehouden. We kiezen daarom voor biodiversiteit in termen van het voorkomen van plant- en diersoorten. De msa-index (mean species abundance) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) combineert oppervlakte aan natuur met het voorkomen van soorten. Uit deze index blijkt dat Nederland in vergelijking met de oorspronkelijke situatie 15 procent biodiversiteit over heeft tegenover 50 procent voor heel Europa. Het probleem is dat GroenLinks Nederland in deze bewering vergelijkt met andere Europese landen, maar dat van die afzonderlijke landen geen msa-gegevens bekend zijn. Het PBL verwijst daarom naar de posities die Nederland inneemt op de ranglijsten van Europees beschermde natuurgebieden en soorten (planten en dieren). Ieder EU-land moet ervoor zorgen dat soorten en type natuurgebieden (bijvoorbeeld heide) die in Europa zeldzaam zijn goed worden beschermd. Volgens het PBL betekent een hoge score dat de toestand van de gebieden en soorten redelijk lijkt op hun oorspronkelijke situatie. Op de ranglijst voor de staat van instandhouding scoort Nederland bij de gebieden (‘habitats’) de op drie na laatste plaats. Bij de soorten doen nog zes andere landen het slechter dan Nederland. Spanje scoort respectievelijk laatste en één na laatste op beide ranglijsten.
Conclusie
Het is veilig te stellen dat er in Nederland ten opzichte van het gemiddelde in Europa weinig natuur over is. Maar uit vergelijkende onderzoeken blijkt dat Nederland niet het land is waar de minste natuur over is. Spanje scoort slechter. In het hervormingsplan ‘Hart voor de toekomst’ uit april schreef GroenLinks nog dat er bijna nergens zo weinig natuur over is als in Nederland. Als de partij dit woord ook in het verkiezingsprogramma had opgenomen, dan was de bewering waar geweest. Maar stelligheid maakt streng: de bewering dat er nergens in Europa zo weinig natuur over is als in Nederland beoordelen we als onwaar.
‘Noord-Brabant heeft twee miljoen inwoners, maar vier miljoen varkens.’
Onder het kopje ‘eerlijke productie’ schrijft GroenLinks dat de huidige vee-industrie dieren tot machines degradeert. Bovendien wordt de natuur vervuild en het risico vergroot dat dierziektes als de Q-koorts op mensen worden overgedragen. De partij is dan ook tegen megastallen. Ter illustratie doet GroenLinks de bewering hierboven over het aantal varkens in Noord-Brabant. In mei 2012 had Noord-Brabant volgens het CBS 2.465.146 inwoners. Het gaat wat ons betreft wat ver om dat naar beneden af te ronden naar twee miljoen. Er is dan toch eerder sprake van 2,5 miljoen inwoners. Dan het aantal varkens. Volgens het CBS waren dat er vorig jaar 5.716.281, juist weer aanzienlijk meer dan het aantal dat GroenLinks noemt.
Conclusie
Om het partijpunt tegen megastallen kracht bij te zetten had GroenLinks moeten schrijven: Noord-Brabant heeft 2,5 miljoen inwoners, maar 5,5 miljoen varkens (afgerond). Omdat de cijfers er fors naast zitten, maar de strekking wel klopt (in Noord-Brabant zijn veel meer varkens dan mensen) beoordelen wij de bewering over twee miljoen inwoners en vier miljoen varkens als half waar.



In de laatste analyse wordt de bewering half waar beoordeeld omdat de strekking wel klopt, maar de exacte uiting niet. Terwijl de tweede bewering op onwaar werd beoordeeld omdat Nederland niet helemaal onderaan scoorde, maar slechts “bijna helemaal onderaan”, namelijk gemiddeld de tweede laatste plaats. Daar zou de strekking dan ook kloppen, maar de exacte uiting niet.
Dit komt scheef op mij over en had mijns inziens dan ook half waar mogen beoordeeld, zoals de derde bewering.
Verder erg interessant dat er beweringen van de partijprogramma’s worden “gecheckt”. Natuurlijk is het wel een beperkte selectie, maar desalniettemin erg interessant.