next.checkt: Samsom, Pechtold en Buma
Beweringen die de lijsttrekkers donderdag deden in het debat bij Knevel en Van den Brink
door Wilmer Heck, Thomas Rueb en Laura Wismans
Nu ook veel andere media voortdurend hun uitspraken controleren, stond het presenteren van de juiste feiten donderdag centraal in het lijsttrekkersdebat bij Knevel en Van den Brink. SP-leider Emile Roemer slikte een specifieke bewering over het aantal mensen dat dagelijks hun baan verliest op de valreep in. „Want dan krijg je er een feitencheck overheen”, zei hij. Roemer hield het op „ergens tussen de 100 en 200 mensen”.
PvdA-leider Diederik Samsom beschuldigde Mark Rutte (VVD) ervan „weer” onwaarheden te verkondigen. Samsom sloeg aan op de beschuldiging van Rutte dat de PvdA de staatsfinanciën niet snel op orde zou brengen. Terwijl het Centraal Planbureau deze week nu juist concludeerde dat dat een van de weinige pluspunten van het PvdA-programma is. De partij scoort slecht op economische groei en banen creëeren, maar de overheidsfinanciën worden fors gesaneerd. In 2017 bedraagt het begrotingstekort bij de PvdA nog maar 1,1 procent. Alleen de VVD saneert harder.
In deze rubriek controleren we dan ook een bewering van Samsom aan het adres van Rutte over de staatsschuld. Na zijn wijzende vinger richting Rutte is het extra relevant om te bekijken in hoeverre de PvdA-leider zelf de waarheid spreekt.
Verder checken we D66-leider Alexander Pechtold en CDA-aanvoerder Sybrand van Haersma Buma. Beiden deden in het vorige lijsttrekkersdebat niet mee en werden door next.checkt dus niet gecontroleerd.
De resultaten: grotendeels onwaar, onwaar en half waar.
Samsom: ,,Bij ons is de staatsschuld in 2017 lager dan bij u. Bij ons is de staatsschuld 478 miljard, en bij u is die 9 miljard hoger.”
,,Nou doet u het weer, meneer Rutte.” Diederik Samsom (PvdA) valt Mark Rutte (VVD) aan, toen hij zei dat de PvdA er niet voor zorgt dat de staatsfinanciën op orde komen. Het is het belangrijkste moment in het debat van donderdagavond bij Knevel en Van den Brink.
Samsom haalt zijn bewering uit de doorrekeningen van het Centraal Planbureau (CPB). Bij ongewijzigd beleid zou het bruto binnenlands product (bbp) volgens een raming van de CBP in 2017 650 miljard zijn. Bij het beleid dat de VVD voorstelt zal dat 648,7 miljard zijn (1,3 miljard minder), en bij de PvdA zal dat 635,1 miljard zijn (14,9 miljard minder). In deze berekening zijn ontwikkelingen in de inflatie overigens niet meegenomen, dus er moet een slag om de arm gehouden worden.
Uit deze bedragen destilleert de PvdA vervolgens de absolute staatschulden: bij de VVD is dat 74,5 procent van 648,7 miljard euro (bbp) = 483 miljard euro staatsschuld. Voor de PvdA is dat 74,6 procent van 635,1 (bbp) = 474 miljard euro staatsschuld. Zo bezien zorgt het beleid van de VVD dus inderdaad voor 9 miljard euro meer staatsschuld dan het beleid van de PvdA (al noemt Samsom het verkeerde bedrag van 478 miljard euro, in plaats van 474).
Maar deze berekening stelt de zaken voor de PvdA rooskleuriger voor dan ze zijn. Dat de staatschuld in absolute zin lager is, hangt namelijk samen met het feit dat de economie bij de PvdA ook minder groeit. Onder economen is het dan ook helemaal niet gebruikelijk om in absolute aantallen over staatsschuld te praten; het CPB vermeldt om diezelfde reden niet de staatschuld in absolute zin, maar alleen als percentage van het bbp. En daaruit blijkt het volgende: voor de VVD is de schuld in 2017 74,5 procent van het bbp en voor de PvdA 74,6 procent. De staatsschuld is bij de VVD in 2017 dus 0,1 procentpunt lager dan bij de PvdA.
Dit percentage is relevanter, omdat de absolute staatsschuld minder zeggingskracht heeft: als bij ons de schaatsschuld 500 miljard bedraagt, dan is dat een groot percentage van ons bbp. Maar ditzelfde bedrag is een heel klein percentage van het bbp van bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Om te beoordelen hoe groot de schuldenlast voor een land is, is het dus relevanter te kijken welk percentage van het bbp de staatsschuld is.
Letterlijk genomen klopt de bewering van Samsom dus: de staatsschuld is in 2017 bij de PvdA 9 miljard lager dan bij de VVD. Maar deze berekening laat het meest relevante deel weg, namelijk welk percentage de staatschuld uitmaakt van het totale bruto binnenlands product (bbp). Het CPB hanteert zelf ook alleen deze maat, omdat de schuld in absolute zin niet zoveel zegt. En omdat volgens het CPB de economie bij de VVD met 13,6 miljard euro meer groeit dan bij de PvdA, is de staatschuld als percentage van die economie 0,1 procent lager dan bij de PvdA. Op grond hiervan beoordelen wij de bewering dat bij de PvdA `de staatsschuld lager is` dan bij de VVD als grotendeels onwaar.
Pechtold: „Concurrentie heeft ervoor gezorgd dat medicijnen goedkoper worden. Dat heeft alleen al de afgelopen vier jaar 600 miljoen euro per jaar opgeleverd.”
De SP wil de marktwerking in de zorg terugdraaien, terwijl D66 juist grote voordelen ziet. Om het belang van marktwerking te onderstrepen deed Pechtold zijn uitspraak over de besparing op medicijnen. De oorspronkelijke bron daarvan is Vektis, het rekencentrum van de gezamenlijke zorgverzekeraars. Vektis berekende dat de zorgverzekeraars door het zogenoemde ‘preferentiebeleid’ van 2008 tot en met 2010 1.115 miljoen euro hebben bespaard. Het preferentiebeleid houdt in dat alleen nog de goedkoopste variant van een groot aantal geneesmiddelen wordt vergoed. Dit beleid zou gestimuleerd worden door de marktwerking in de zorg. Om de premies laag te houden zouden zorgverzekeraars de druk op de farmaceutische industrie opvoeren om daar zo goedkoop mogelijk medicijnen te kunnen inkopen.
Een besparing van 1.115 miljoen euro in drie jaar is een jaarlijkse besparing van 372 miljoen euro. Volgens Vektis wordt de jaarlijkse besparing van 600 miljoen euro die Pechtold noemt pas dit jaar bereikt, doordat het patent op cholesterolverlager Liptor vervalt. Pechtold baseert zijn uitspraak op een artikel op de economische website ‘Me Judice’. Daarin staat onterecht dat door het preferentiebeleid al sinds 2008 jaarlijks 600 miljoen euro wordt bespaard. Pechtold kan dus beweren dat concurrentie medicijnen goedkoper maakt, maar zijn bewering over de besparing in de afgelopen vier jaar is onwaar.
Buma: „Anderhalf miljoen mensen in Nederland danken hun baan aan Europa.”
„Vergeet één ding niet: de feiten”, zei CDA-lijsttrekker Sybrand van Haersma Buma donderdag bij Knevel en Van den Brink in debat met Geert Wilders. Het thema was Europa. „Anderhalf miljoen mensen in Nederland danken hun baan aan Europa. 180 miljard euro verdienen we aan Europa.” Twee stellingen. next.checkt controleert.
Buma baseert zich voor beide stellingen op een rapport van werkgeversorganisatie VNO-NCW uit augustus. Die berekenden op basis van data van onder meer CBS en Eurostat de ‘waarde’ die de Europese Unie zou hebben voor de Nederlandse economie. Onderwerp van debat was uittreding uit de Europese Unie; we gaan er dus vanuit dat wanneer Buma over ‘Europa’ spreekt, hij daarmee de Europese Unie bedoelt.
Het CBS schat dat de export in Nederland ongeveer 2,35 miljoen banen oplevert. En 75 procent van de export is bestemd voor andere EU-landen. Wanneer je 75 procent van die 2,35 miljoen banen neemt, dan kom je uit op 1,9 miljoen banen. Omgerekend naar arbeidsjaren zijn dat ruim 1,4 miljoen voltijdbanen, oftewel: Buma’s anderhalf miljoen. Het is een ruwe schatting, maar die geeft volgens het CBS wel een legitieme indicatie.
Problematischer is dat Buma zegt dat deze 1,4 miljoen mensen „hun baan danken aan” de Europese Unie. Ook als de EU niet zou bestaan, of als Nederland eruit zou stappen, zal er nog steeds handel met deze landen worden gedreven – al zij het misschien minder. Deze banen bestaan niet alleen bij gratie van de Europese Unie. Daarom beoordelen we de uitspraak dat „anderhalf miljoen mensen in Nederland hun baan danken aan Europa” als half waar.



Politiek is als religie: geloof in gebakken lucht. Wetenschappelijke onderbouwing van de idealen doet er niet toe. Dat is jammer.