Het nieuwe next question boek: de vijf winnaars

Omslag_Eh-2-200x319 Het nieuwe next question boek: de vijf winnaarsHet nieuwe next question boek is uit. En ter gelegenheid hiervan vroegen we jullie om een antwoord te geven op titel van het boek: Waarom zeggen we eh…? Er kwamen bijna honderd reacties binnen. Veel verschillende antwoorden, hier aan paar:

Hersenen
We zeggen ‘eh’ omdat daardoor onze hersencellen gaan trillen en we hopen dat we daardoor eerder bij de beoogde herinnering terechtkomen.
Het is een totale meltdown van het brein.
Omdat onze tong sneller is dan onze hersenen.
Omdat we niet snel genoeg kunnen denken om een vloeiende zin uit te kunnen spreken.

Initiatief
We zeggen ‘eh’ omdat we op die manier denken dat we de spreektijd houden.
Je laat weten dat er nog iets gaat komen.
We proberen zo te voorkomen dat onze gesprekspartner begint te praten terwijl we aan het nadenken zijn over wat we nog meer gaan zeggen.
Als spreker wil je soms even nadenken over het vervolg van je verhaal zonder onderbroken te worden.

Klank
De klank zelf is een logisch gevolg van het feit dat we uitademen als we praten.
Dat is de minst inspannende manier om alvast een geluid te maken als reactie op een vraag.
Je houdt je klankmotor als het ware nog even stationair draaiende.

Varia
Een restantje uit de babytijd.
Het staat niet een beetje , maar heel dom en stompzinnig.
We zeggen eh, omdat we eigenlijk maar een zeikend volkje zijn.

Het goede antwoord:
Door ‘eh’ te zeggen geef je aan dat je nog niet klaar bent met spreken. Dat noemen we keeping the floor, ofwel: het initiatief houden. Dat is meteen ook de reden waarom mensen niet gewoon stilvallen als ze nadenken over een woord. Ze laten weten dat er nog wat gaat komen. Maar waarom zeggen we niet ‘ieh’,’oeh’ of ‘ah’? Bij ‘eh’ houden we onze tong in het midden van de mond. En dat is de beste positie om een nieuwe klank te vormen.

Vijf mensen met het beste of origineelste antwoord krijgen, zoals beloofd, het nieuwe next question boek. De winnaars zijn:
Lydia Thonen
Lennart Kruijer
Johan van Schaik
Ed Nissink
Mirjam Visscher-Mobach

één reactie op "Het nieuwe next question boek: de vijf winnaars"rss-icon

Eh zeggen wordt in het artikel verklaard met allerhande verklaringen. Die zijn stuk voor stuk wellicht waar, echter niet van toepassing. Als consument van internationale media in gesproken woord kan ik zeggen dat het een typisch Nederlands fenomeen is. En dat het niet door het verschillende tempo van hersenen en ‘mond’ komt. Ik ben van mening dat de hersenen gewoon een zwakke prestatie leveren en de spreker zijn of haar gedachten gewoon niet goed op orde heeft. Ik hakkel of aarzel zelden tot nooit, vooral omdat ik over heel veel zaken ‘formats’ in mijn hoofd heb die ik al sprekende aan de situatie aanpas: interruptie, tegenwerping enz. Ik ben van mening dat het niet minder dan een kwestie van ongetrainde hersenen is die hakkelaars parten speelt. Dat wordt duidelijk als je hoort hoe onsamenhangend de hele boodschap is aan het eind van een zin. Het ad lib spreken is iets dat velen zéér matig beheersen, het valt voor veel geëmancipeerde, vrije en sterke mensen kennelijk niet mee te spreken; men heeft gewoon de boel niet op orde in het pannetje boven. Voeg daarbij die voornoemde notie dat we allemaal zo geweldig uniek en dergelijke zijn en de zelfoverschatting treedt in: dat is de crux, de in dit geval mateloze zelfoverschatting. 
Een prachtvoorbeeld is politiek verslaggever Ferry Mingele, de beste man struikelt zich nu al een loopbaan lang onsamenhangend naar het einde van elke zin. Vooral in contreien waar men vindt tot de gloedvolle voorhoede te behoren gaat het vaak mis: men holt gewoon te ver voor de niet afgeronde gedachten uit.  
Verder is het zo dat taal het vehikel van de gedachte is, zo bezien concludeer ik dat hakkelen gewoon weergeeft hoe iemands gedachten zijn: onzeker en wanordelijk. U twijfelt? Ik daag u uit het me te laten bewijzen. Hakkelaars zijn dom en lui, en misplaatst zeker van hun verbale kwaliteiten.