next.checkt: ‘Aantal griepdoden is niet eens bij benadering bekend’
Huisarts Hans van der Linde in Huisarts & Wetenschap.
Vorig jaar kregen 3,5 miljoen Nederlanders een griepprik. Over het nut van die griepprik is al jaren debat. Huisarts Hans van der Linde is een bekend criticus van het huidige vaccinatiebeleid. Dat ontbeert volgens hem een wetenschappelijk fundament. We weten niet of het vaccin goed werkt en we weten niet hoeveel griepdoden er jaarlijks zijn, schrijft hij in een opiniestuk in het oktobernummer van Huisarts & Wetenschap. „De werkelijke sterfte is niet eens bij benadering bekend en is mogelijk zelfs zo laag dat alleen al op grond daarvan massale vaccinatie niet aan de orde is.” Op verzoek van nrc.next-lezer Wieteke van de Sande beoordelen we één van zijn beweringen: is het inderdaad niet eens bij benadering bekend hoeveel mensen er in Nederland jaarlijks aan griep overlijden?
En, klopt het?
Voor elke persoon die in Nederland overlijdt, vult een arts een doodsoorzaakverklaring in. Op basis van die formulieren publiceert het Centraal Bureau voor de Statistiek elk jaar een overzicht. Hieronder staan de sterfgevallen van de afgelopen vijf jaar voor influenza (de gewone seizoensgriep). Die cijfers schommelen flink, omdat het karakter van de griepuitbraak elk jaar verschilt.
2011: 74
2010: 31
2009: 159
2008: 42
2007: 83
Maar deze cijfers zijn hoogstwaarschijnlijk veel te laag. Het gaat hier namelijk alleen om gevallen waarbij griep als primaire doodsoorzaak is ingevuld in de doodsoorzaakverklaring. Een arts mag maximaal één primaire doodsoorzaak invullen. Maar stel nu dat een hartpatiënt griep krijgt en sterft. De arts kan dan het hartfalen invullen als primaire doodsoorzaak, terwijl de griep ook een rol speelde of het laatste duwtje gaf. Hetzelfde kan gebeuren bij bijvoorbeeld mensen met een longontsteking of diabetes. Op het formulier is ook ruimte voor secundaire doodsoorzaken, maar het CBS publiceert alleen die primaire doodsoorzaken. Senne Janssen, woordvoerder van het CBS: „Over de indirecte griepdoden hebben wij geen cijfers.” Blind varen op de CBS-statistiek zou leiden tot „een grove onderschatting” van de gevolgen van griepepidemieën, aldus het Nationaal Kompas Volksgezondheid van het RIVM.
Er zijn dus geen harde cijfers over het werkelijke aantal griepdoden. Er zijn wel schattingen. De Gezondheidsraad – die de overheid adviseert over griepvaccinatie – noemt als schatting gemiddeld 2.000 sterfgevallen aan griep per jaar. Het Nederlands Huisartsen Genootschap noemt schattingen van ongeveer 100 tot 2.000 gevallen per jaar. Waar zijn die schattingen op gebaseerd? Kort gezegd komt het erop neer dat bijvoorbeeld een piek in de sterftecijfers wordt vergeleken met een gelijktijdige piek in het aantal gemelde griepgevallen. Als er in een winter meer mensen overlijden dan normaal en als er gelijktijdig een griepepidemie is, kun je proberen een verband tussen die twee aan te tonen. Zo’n piek in sterfgevallen heet ‘oversterfte’. Maar als een grieppiek samenvalt met een sterftepiek, wil dat niet automatisch zeggen dat het een het ander veroorzaakt. Het gevaar bestaat dat je sterfgevallen ten onrechte op het conto schrijft van de griep.
Er spelen verstorende factoren mee. Het griepseizoen varieert bijvoorbeeld elk jaar. De Gezondheidsraad baseert het getal van 2.000 sterfgevallen op onderzoek, gepubliceerd in de jaren 90, naar sterftecijfers in de jaren 1967 tot 1989. Uit die studie blijkt dat de werkelijk door griep veroorzaakte sterfte „drie- à viermaal hoger” is dan de geregistreerde sterfte. Maar de vraag is in hoeverre die cijfers nog actueel zijn. „De echte sterfte is altijd een enorm discussiepunt”, zegt microbioloog Roel Coutinho, directeur van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), „een echt exact getal is er niet”.
Toch is het bepalen van de werkelijke sterfte meer dan puur giswerk. Wiskundigen van het RIVM ontwerpen modellen om tot betrouwbare schattingen te komen. Coetinho noemt als voorbeeld een studie die afgelopen september werd gepubliceerd in The Lancet Infectious Diseases, een onderzoek naar het werkelijke aantal doden bij de vogelgriep. Daaruit blijkt dat de werkelijke sterfte door de pandemie veel hoger ligt dan de gerapporteerde sterfte. Het gaat hier natuurlijk om een ander soort griep, maar de technieken om de sterfte te bepalen zijn vergelijkbaar.
De modellen om griepdoden te schatten, worden verfijnder, zegt Gé Donker, huisarts en epidemioloog bij het Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg. „In het verleden is het een beetje natte vingerwerk geweest”. Donker werkte zelf mee aan zo’n (Amerikaanse) studie, waarbij cijfers over ziekenhuisopnamen en sterfte werden vergeleken met rapportage van influenza-achtige ziektebeelden door huisartsen. Dat soort onderzoek is nodig, omdat in het verleden bepaalde (hoge) cijfers klakkeloos werden overgeschreven. Het RIVM gaat uit van jaarlijks gemiddeld 250-1.000 doden, maar Donker denkt dat het werkelijke aantal dichter bij de 250 dan de 1.000 ligt, „en zeker niet de duizenden zoals we vroeger wel eens zeiden”.
Conclusie
Inderdaad bestaan er geen harde statistieken over het jaarlijkse aantal griepdoden in Nederland, want het CBS registreert niet de indirecte sterfgevallen door griep. Wel bestaan er schattingen van het jaarlijkse aantal griepdoden. De technieken om die extra sterfte te berekenen, worden ook verfijnder. Er is dus wel een benadering van het aantal sterfgevallen, maar de door officiële instanties gehanteerde schattingen zijn nog steeds erg ruw: ze variëren van 100 tot 2.000 per jaar in Nederland. Daarom beoordelen we de uitspraak van huisarts Hans van der Linde dat de werkelijke sterfte aan griep „niet eens bij benadering bekend” is, als grotendeels waar.



De stelling die jullie hebben uitgeplozen is helemaal niet relevant in de discussie over wel of niet vaccineren. Een meer relevante stelling om te onderzoeken zou zijn: “X aantal griepgevallen en griepsterftes worden voorkomen door vaccineren.”
Daar zou het om moeten gaan.
Het aantal huidige griepsterftes zegt niets over het succes/falen van het vaccinatieprogramma als er geen andere cijfers beschikbaar zijn.