next.checkt: ‘Vier miljoen mensen hebben een chronisch snurkprobleem’

De woordvoerder van de kliniek voor Snurken en Apneu Nederland in het Radio 1-programma De Gids.fm

ongefundeerd-200x165 next.checkt: ‘Vier miljoen mensen hebben een chronisch snurkprobleem’Dinsdag 9 oktober werd Olivier Tielemans, woordvoerder van de kliniek voor Snurken en Apneu Nederland, geïnterviewd in het Radio 1-programma De Gids.fm. Aanleiding was de jaarlijkse verkiezing van de grootste snurker van Nederland, een prijsvraag die de kliniek organiseert. Op de vraag hoeveel mensen problemen hebben met snurken, antwoordde Tielemans: „Vier miljoen mensen hebben een chronisch snurkprobleem.” We controleren deze stelling.

Interpretaties

Wat is een chronisch snurkprobleem? In het boek Leven met snurken en apneu (2008) worden grofweg drie categorieën snurkers gegeven. Sociaal storend snurken: wanneer het snurken zo storend is voor de partner dat het noopt tot apart slapen of gebruik van oordopjes. Habitueel snurken: wanneer het snurken zich minstens vijf nachten per week voordoet. Snurken zonder meer: als na onderzoek blijkt dat er geen of weinig adempauzes gevonden worden (vijf of minder adempauzes per uur slaap), dit is de minst zware categorie. Normaal snurken heeft een sterkte van 30 tot 40 decibel, bij 50 decibel wordt het erg storend. Voor de ene partner kan licht snurken al vervelend zijn, voor een ander wordt het pas problematisch bij zwaar snurken. In hoeverre de partner last heeft van het snurken, hangt deels samen met hoe diep hij of zij slaapt. Wij gaan er in deze factcheck vanuit dat met een chronisch snurkprobleem wordt bedoeld: iemand die minimaal vijf nachten per week normaal snurkt.

Chronisch snurken moet overigens niet verward worden met het Obstructieve Slaapapneusyndroom (OSAS). Dit is een aandoening waarbij de ademhaling tijdens de slaap regelmatig langdurig stokt. OSAS-patiënten zijn overdag moe en extreem slaperig. OSAS verhoogt de kans op (ernstige) hart- en vaatziekten drastisch.

En, klopt het?

Wereldwijd zijn er veel wetenschappelijke studies gedaan naar slaapapneu. Dit is voor medici van belang, omdat het om een aandoening gaat. Specifieke en grootschalige onderzoeken naar het aantal mensen dat snurkt, zijn er amper. Dit komt doordat snurken vooral een sociaal probleem is en daarom minder van belang is voor de medische wereld. De behandeling van snurken wordt ook niet vergoed door de zorgverzekering.

Voor de onderbouwing van de stelling verwijst de woordvoerder van de kliniek voor Snurken en Apneu Nederland naar twee publicaties. De eerste is een passage op de website van de KNO-vereniging: ‘Ongeveer één op de tien kinderen snurkt. Op volwassen leeftijd snurkt ongeveer één op de vijf mannen en één op de tien vrouwen elke nacht.’ De percentages komen uit een boek uit 1999, Snurken en Obstructieve slaap-apneu, en zijn gebaseerd op acht verschillende onderzoeken, die zijn gepubliceerd in 1837, 1964, 1966, 1968, 1972, 1975, 1983 en 1988. Het is de vraag of deze onderzoeken niet te gedateerd zijn. In de afgelopen jaren zijn mensen bijvoorbeeld zwaarder geworden, wat invloed heeft op het snurkgedrag, evenals later slapen en meer alcohol drinken effect hebben. Desalniettemin heeft next.checkt de percentages op basis van de meest recente bevolkingscijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek doorgerekend naar absolute aantallen, en komt uit op 2,3 miljoen Nederlandse snurkers. In het boek staat dat het habituele snurkers betreft.

De tweede bron waar de kliniek voor Snurken en Apneu Nederland zich op baseert, is te vinden op de website van het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis Nijmegen: ‘Ongeveer 40 procent van de volwassen mannen en 20 procent van de volwassen vrouwen snurkt.’ De percentages komen uit een wetenschappelijk onderzoek uit 1996 onder 2.466 inwoners uit Krimpen aan de Lek. Het gaat om een promotieonderzoek (Het slaapapneusyndroom in de huisartspraktijk) van de Leidse onderzoeker Arie Knuistingh Neven. Hij mailt de juiste percentages. Voor zijn onderzoek definieerde hij ‘regelmatige snurkers’ als ‘personen die aangeven 3 tot 5 nachten of iedere nacht of bijna iedere nacht te snurken’. Bij de mannen in de leeftijdsgroep 35-49 jaar was het percentage regelmatige snurkers 36,2 procent, in de categorie 50-64 jaar 43,5 procent en bij ouderen van 65 jaar en ouder was het 32,3 procent. Ook is er onderzoek gedaan naar regelmatig snurkende vrouwen van 50 jaar en ouder: 23,5 procent in de leeftijdsgroep 50-65 jaar en 15,8 procent onder vrouwen van 65 jaar en ouder. Het is niet mogelijk om deze percentages te extrapoleren naar de totale Nederlandse bevolking: er is immers geen onderzoek gedaan in de leeftijdscategorie 0 tot 35 jaar bij de mannen en 0 tot 50 jaar bij de vrouwen.

In het boek Leven met snurken en apneu worden verschillende percentages genoemd. De grote range in percentages laat zien dat er veel onduidelijkheid is over het aantal mensen dat snurkt: ‘Tussen de 3,2 procent en 12,1 procent van de kinderen snurkt.’ En: ‘Op zestigjarige leeftijd snurkt 60 procent van de mannen en 40 procent van de vrouwen. Hierover circuleren veel wisselende getallen. Andere studies vonden bijvoorbeeld 10 tot 86 procent van de mannen, en 7 tot 57 procent van de vrouwen.’

Conclusie

Voor de uitspraak „vier miljoen mensen hebben een chronisch snurkprobleem” verwijst de woordvoerder van de kliniek voor Snurken en Apneu Nederland naar twee publicaties. Eén publicatie is gebaseerd op zeer oude onderzoeken, desalniettemin is de uitkomst dat 2,3 miljoen mensen regelmatig snurken. Het doorrekenen van de percentages uit de tweede publicatie naar de totale Nederlandse bevolking is niet mogelijk, omdat er alleen onder bepaalde leeftijdsgroepen onderzoek is gedaan. Een boek over snurken en apneu laat zien dat er veel onduidelijkheid is over het aantal mensen dat snurkt: er circuleren veel verschillende getallen. Alles meewegende beoordeelt next.checkt de bewering als ongefundeerd.

16 reacties op "next.checkt: ‘Vier miljoen mensen hebben een chronisch snurkprobleem’"rss-icon

„Vier miljoen mensen hebben een chronisch snurkprobleem.” 
 
Er zijn ongeveer 8 miljard mensen, dus een half promille zou een snurkprobleem hebben. Lijkt me aan de lage kant.

Kennelijk zijn er 2 soorten homo sapiens: Mensen en buitenlanders…

even goed lezen. Uitspraak is gedaan door de woordvoerder Apneu NEDERLAND. Wat denk je nu zelf als je het nog eens leest?

Wanneer gaan jullie eens uitrekenen met hoeveel procent de prestaties van Armstrong zijn toegenomen door zijn dopinggebruik (if any)? En of hij daardoor zo vaak heeft gewonnen.

Geachte redactie, 
 
kan het zijn, omdat mij als “snurker” niets is gevraagd dan wel ik niet bij dit onderzoek ben betrokken, ik dus waarschijnlijk de viermiljoenste “snurker”ben, waardoor de weegschaal in de juiste stand komt en dus uw conclusie totaal anders dient uit te pakken? 
 
m. vr. gr. 
Wolfgang Aussig.

Niets zo fijn als heerlijk snurken. In 
tegenstelling tot het bedrijven van de liefde 
is bij elkaar slapen de grootste nonsens, die 
er is. Niemand beleeft daar plezier aan, slapen is een buitengewoon individueel 
gebeuren. Het is een niet bestaand romantisch 
sprookje in stand gehouden door beddenverkopers. Er zijn drie belangrijke dingen in het leven, die je, van nature, alleen moet doen. Dat zijn; geboren worden, slapen [en snurken] en doodgaan.

Als we niet romantisch doen heeft m’n vriendin koude voeten en is ze blij dat ik lekker warm naast ‘r lig. En ach, die vrijpartij komt ook wel eens zonder voorbedachte rade. Zonde om dan apart te slapen en die momenten te missen. 
Vinden we beiden. :-)

Jan, reactie 24 oktober 2012 om 13:00, alleen geboren worden? misschien is een moeder daarbij toch wel handig… ;-) 
 
Verder: van een snurker heb je alleen last als je zelf niet kunt slapen, dat dan maar wat aan doen?!

De conclusie/opmerking dat snurken een sociaal probleem is en daarom van minder belang voor de medische wetenschap lijkt mij veel te kort door de bocht. 
 
Zelf heb ik OSAS en slaap met een masker waardoor ik niet meer snurk. Dat was voorheen wél het geval met alle gevolgen van dien: droge strot, keelpijn etc. 
In zoverre was dat een sociaal probleem dat men daarover opmerkingen krijgt van de omgeving, maar het bleek dus medisch uiterst significant te zijn. Niet opgemerkt, en de eerste keer dat ik letterlijk omviel van vermoeidheid werd dat gediagnosticeerd als Burn Out en bleef behandeling achterwege. 
Bij toeval en vanwege een doortastende interniste werd jaren later de juiste diagnose gesteld. 
 
Punt is, dat snurken een aanwijzing kan zijn voor dieperliggende problematiek en niet een beetje lacherig moet worden afgedaan. 
Ander punt is, qua aantallen hier genoemd, dat ze me niet zuiver lijken: alleenstaanden weten vaak niet dat ze snurken -tenzij de omgeving daarop hint- en zullen desgevraagd een afwijkend antwoord geven.  
Daarbij nog aangetekend dat juist degene die snurkt zélf niet weet dat hij/zij snurkt en desgevraagd eigenlijk alleen maar een antwoord kan geven op deze vraag uit tweede hand. En dat zal afzwakken, sociaal probleem immers? 
 
De stelling afdoen als ongefundeerd lijkt me iets te bars: men fundeert zich op onderzoeken. Oncontroleerbaar door gebrek aan contemporaine cijfers lijkt me beter omschreven.

Volgens mij is het wel degelijk mogelijk. Voor de nederlandse bevolking moet je kunnen nagaan hoeveel vrouwen en mannen er in de leeftijdscategorieen zitten. Voor de overige leeftijdscategorieen kun je dan het andere percentage gebruiken, eventueel licht gecorrigeerd. Omdat je wellicht niet de verdeling over de leeftijdsgroepen van de oude studies weet blijft het een beetje natte vinger werk, maar er zou toch een iets gefundeerdere uitkomst uit komen lijkt me.

Frapant onderzoek van NRC… 
Hetgeen waar journalist Verseput zich op baseert is ook ongefundeerd.  
Het blijft naar mijn idee altijd een lastige kwestie om te bepalen of het gesnurk van hem/haar chronisch is. Iedereen snurkt wel eens, maar wanneer gaat iemand er over klagen om er uiteindelijk iets aan te laten doen? Het aantal dat behandeld wenst te worden tegen snurken zal dan wellicht lager liggen en dus ook lager dan die 4 miljoen. 4 miljoen chronisch snurkers vind ik dan ook plausibel! 
 
Redelijke tijdverspilling van Dhr Verseput om hier aandacht aan te besteden… komkommer tijd lijkt me toch voorbij inmiddels?!

Maar de snurker heeft toch geen probleem?

gaaaaaaaap

Zolang Nederland nog een woordvoerder van de kliniek voor Snurken kent, valt het hier wel mee met de crisis.

Gaat de check over het aantal mensen dat snurkt, of het aantal dat een snurkprobleem heeft (wat dat laatste dan ook precies moge zijn)? 
De stelling rept duidelijk van een probleem. Gelet op de aangehaalde cijfers in de check, lijkt het me sterk dat er 4 miljoen mensen een snurk probleem hebben. 
De stelling lijkt me onwaar.

Het lijkt me dat, als er 4 miljoen mensen met snurkproblemen zijn, dat op de schaal van Richter te zien zou moeten zijn!!