next.checkt: drie beweringen over het regeerakkoord
Maandag werd het regeerakkoord Bruggen slaan van VVD en PvdA gepresenteerd. In Pauw en Witteman, waar Mark Rutte en Diederik Samsom die avond zaten, gingen veel beweringen over het regeerakkoord over tafel. Ook de oppositie en belangenorganisaties deden gedurende de dag hun zegje. Wij checken hier drie stellingen en ook de komende dagen zullen we regelmatig beweringen over het regeerakkoord natrekken.
‘Met dit akkoord gaat de student er zo’n 5.000 euro op achteruit’
In vier jaar tijd 16 miljard euro bezuinigen, dat is 1.000 euro per Nederlander. Maar de student gaat er misschien wel het meest op achteruit, laat het Interstedelijk Studenten Overleg (ISO) weten. In onder meer de Volkskrant zei voorzitter Thijs van Reekum dat ‘de afschaffing van de studiefinanciering, de aanpassing van reisrecht naar kortingskaart en afschaffing van de zorgtoeslag zorgt voor een kostenstijging voor de student van circa 5.000 euro per jaar’.
Van Reekum heeft bedoeld te zeggen dat de kosten „kunnen oplopen tot zo’n 5.000 euro”, zegt hij tegen next.checkt. De berekening is volgens hem gebaseerd op een fictieve student die woont en studeert in Nijmegen, stage loopt in Arnhem en ouders heeft in Den Haag. Deze student loopt 40 weken per jaar stage, „vrij normaal in het hbo”, en bezoekt 40 weekenden per jaar zijn ouders.
Nu betaalt die per jaar nog 1.000 euro voor zijn ov-kaart, straks krijgt hij alleen 40 procent korting. Zijn reiskosten komen dan uit op 1.380 euro voor zijn stage (40x5x6,90 euro) en 904 euro voor de weekenden (40×22,60 euro). Hij betaalt dus 1.284 euro (1.380+904-1.000 euro) méér dan in de huidige situatie.
Dit is geen modelstudent, dat is duidelijk. Weinig studenten reizen zoveel naar studie of werk én naar hun ouders: bijna 20.000 kilometer per jaar tegenover zo’n 8.000 kilometer voor de gemiddelde ov-studentkaarthouder.
In de berekening neemt het ISO – terecht – ook afschaffing van de basisbeurs mee. Voor uitwonende studenten scheelt dit 3.194,76 euro (266,23×12). Minder logisch is dat ook het verdwijnen van de zorgtoeslag is opgenomen. Volgens het ISO scheelt dit de student 800 euro per jaar, maar volgens het akkoord gaan studenten er mogelijk juist op vooruit doordat de zorgpremie inkomensafhankelijk wordt.
Dat voor bepaalde studenten de kosten kunnen oplopen tot 5.000 euro klopt. En nog wel meer, als je maar genoeg reist. Maar het ISO gaat in zijn rekensom niet uit van de gemiddelde student. We beoordelen de bewering daarom als grotendeels onwaar.
‘Nederland zit met ontwikkelingshulp in top van de wereld’
Het bedrag voor ontwikkelingshulp gaat omlaag. Maandagavond bij Pauw en Witteman verdedigde Samsom deze bij zijn achterban gevoelig liggende maatregel: „Uiteindelijk blijven wij met 0,55 procent van ons bruto nationaal product (bnp) aan ontwikkelingssamenwerking op plaats 6 van de wereld staan.” Rutte vulde aan: „Nederland zit nog steeds in de top van de wereld.” Komt Nederland met dit percentage van het bnp inderdaad in de top van de wereld uit?
De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) houdt voor de welvarende landen bij hoeveel zij aan ontwikkelingshulp besteden. Het meest recente overzicht is uit 2011 en hierin staat Nederland op de vijfde plaats met 0,75 procent van het bnp dat naar ontwikkelingssamenwerking gaat. Zweden (1,02), Noorwegen (1), Luxemburg (0,99) en Denemarken (0,86) staan boven ons. Als andere landen hun percentages gelijk houden, zal Nederland met 0,55 procent van het bnp op plaats zes terechtkomen. Maar waar Nederland aan zijn bijdrage kan sleutelen, kunnen andere landen dat ook. Groot-Brittannië verhoogt bijvoorbeeld zijn ontwikkelingsbudget naar 0,7 procent.
In 2002 en 2005 zijn er Europese afspraken gemaakt dat alle ‘oude’ Europese landen in 2015 0,7 procent van hun bnp aan ontwikkelingshulp besteden. De zuidelijke landen moeten ook in hun ontwikkelingsbudgetten snijden en zullen 0,7 procent niet halen, maar volgens Paul Hoebink, hoogleraar Ontwikkelingssamenwerking in Nijmegen, zijn landen die net onder ons stonden in het rijtje van 2011 wel nog steeds op de goede weg. De percentages voor 2013 zijn nog niet voor alle landen bekend, „maar Nederland zal in 2013 niet zesde staan, want zelfs de Finnen en Ieren gaan ons voorbij”, zegt Hoebink. Daarmee zijn wij de afgelopen jaren flink gedaald, lange tijd stond Nederland derde. Waar we precies terechtkomen, is niet duidelijk, maar de kans dat dit lager dan de zesde plek is, is groot. Daarmee zijn we eerder een middenmoter. De bewering dat Nederland wat betreft het percentage ontwikkelingshulp van het bnp in de top van de wereld zit beoordelen wij daarom als grotendeels onwaar.
‘Tot nu toe was het altijd zo dat in de crisis de inkomensverschillen groter werden’
„Ik heb in de campagne telkenmale gezegd, het wordt zwaar”, zei Samsom maandag bij Pauw en Witteman: „We hebben nu eenmaal een rekening van 16 miljard euro.” Maar volgens Samsom wordt die rekening dankzij de PvdA wel „eerlijk verdeeld”: „Tot nu toe was het altijd zo dat in de crisis de inkomensverschillen groter werden.” Klopt dat?
De meest gebruikte maat om inkomensongelijkheid in een samenleving te meten is de in 1912 door de Italiaanse statisticus Corrado Gini ontwikkelde ‘Ginicoëfficient’. De Ginicoefficiënt ligt altijd tussen 0 en 1: bij 0 heeft iedereen hetzelfde inkomen, bij 1 is al het inkomen in handen van één persoon.
In 2000 was de Ginicoëfficient in Nederland volgens het CBS 0,278; in 2010, het meest recente peiljaar, was die 0,279 – een lichte stijging dus. Zoom je in op de tussenliggende periode, dan blijkt dat de Ginicoëfficient in 2007 was opgelopen tot 0,281, om in 2008, het eerste jaar van de crisis, flink te dalen: naar 0,271. In het CBS-rapport Welvaart in Nederland, dat eerder dit jaar verscheen, wordt uitgelegd hoe dat komt. In 2007 ging het economisch goed: daar „profiteerden de hoogste inkomens, waaronder veel zelfstandigen” bovengemiddeld van en zo nam de ongelijkheid toe. Omdat diezelfde ondernemers in 2008 en 2009 ook „als eerste werden getroffen door de economische crisis” nam de inkomensongelijkheid juist af; „Licht economisch herstel” zorgde in 2010 weer voor groei. Omdat de inkomensongelijkheid tijdens de eerste twee jaar van de crisis dus juist kleiner werd dan in de jaren daarvoor, beoordelen we de stelling van Samsom als grotendeels onwaar.



Geen reiskostenvergoeding meer van vadertje staat?
Student ga liften! Voor mijn generatie in de seventies vanzelfsprekend voor jou lekker retro! Dan wordt het weer gezellig langs de snelweg – mensen van alle rangen en standen en uit alle landen die de jeugd op weg helpt! Ik bewaar er geweldige herinneringen aan!
Louise, ik ben het geheel met je eens. Als “rijke” student (zelf verdiend, overigens) had ik in die heerlijke zestiger jaren mijn eigen lelijke eend (met zijn vieren naar Parijs voor 25 gulden)en nam de lifters – met een zwakke voorkeur voor lifsters, dat mocht toen ook nog – altijd mee.
Maar met al die angstaanpraterij van Opstelten’s, Teeven’s, Peter’s R’én de Vriezen, en de verzekeringslust van sociale werkplaatsen als Achmea en kornuiten, is dat haast niet meer denkbaar.
Maar één ding wordt in dit artikel vergeten: Een student die zijn studie zelf betaalt (ook als dat met een lening is) mag de kosten van zijn studie – en dus ook de reiskosten – aftrekken voor de belasting. De persoonsgebonden aftrek die dat oplevert (en het eventuele negatieve inkomen)kan ter verrekening meegenomen worden naar later jaren wanneer hij gaat verdienen. En dat scheelt een slok op een borrel.