Een aanstekelijke rockfilm, The Runaways, morgen in de bioscoop. Over zes Californische tienermeisjes die in 1975 bijeen werden gebracht door cultproducer Kim Fowley, die ze uitbuitte, uitschold, opjutte en opstookte. Een hardhandige opvoeding in de ’school of rock’, in een maalstroom van drank, pillen en seksuele experimenten.

In tijden van glamrock, met rocksterren als Iggy Pop en David Bowie die zich als masochistische meisjes gedroegen, was er behoefte aan een contrapunt: meisjes die zich gedroegen als viriele macho’s, zo redeneerde Fowley. Niks ‘woman’s lib’, maar ‘woman’s libido’. En dat kreeg de wereld van de in wit korset met jarretelgordel gehulde, wijdbeens poserende zangeres Cherie Currie, de stoere motorgirl Joan Jett en het loeder Lisa Ford op sologitaar.
Muzikaal waren The Runaways misschien een voetnoot in de rockhistorie, hun machopose was invloedrijk. Een soort vrouwelijke Ramones, schrijft Hester Carvalho morgen in de krant, met wie de dames later ook toerden. De Ramones altijd achter kippengaas omdat het publiek steevast met bierflessen gooide. En The Runaways zonder ‘omdat ze naar ons alleen maar condooms gooiden’.
Strikt genomen was de act van The Runaways niet helemaal origineel: hardrockgroep Fanny was in 1970 de eerste succesvolle vrouwengroep: zie hier. En Joan Jett modelleerde haar uiterlijk naar een eerdere gitariste-in-leder Suzi Quatro, die ze zelfs een tijdlang stalkte. Maar Suzi Q. was voorvrouw van een mannengroep, The Runaways een vrouwengroep.
Morgen in nrc.next meer over de film. Voor liefhebbers van glamrock en protopunk hier clips. lees verder›