Moeten lelijke mensen positief worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt? Die vraag wierp professor Daniel Hamermesh gisteren op bij het uitspreken van zijn oratie. Hij aanvaardde daarmee zijn leerstoel arbeidseconomie aan de Universiteit Maastricht.
Dat mooie mensen meer verdienen dan lelijke is bekend. Mooie mensen worden positiever beoordeeld door hun omgeving en gezien als behulpzamere en vriendelijkere werknemers dan hun lelijke collega’s. Hamermesh verwees gisteren in zijn oratie naar onderzoek onder advocaten, waaruit blijkt dat vijf jaar na het afstuderen de mooie advocaten 4 procent meer verdienden dan hun lelijke collega’s. Na 15 jaar is dit verschil opgelopen tot 6,5 procent. En dat blijft voorlopig nog wel even zo, volgens Hamermesh:
Ik betwijfel of schoonheid zal verdwijnen als determinant voor economische resultaten. Mooie mensen zullen in het voordeel blijven, zowel op het gebied van geld als bij andere uitwisselingen; lelijke mensen blijven in het nadeel.
Maar wat maakt een werknemer eigenlijk knap of lelijk? Hoogleraar psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, schreef hierover in 2009:
Een mooie vrouw heeft grote ogen, hoge wenkbrauwen, een smalle neus, kin en wangen, geprononceerde jukbeenderen, een kleine afstand tussen neus en kin, en natuurlijk een ideale taille-heup-verhouding van 7:10. Een knappe man heeft meer typisch mannelijke kenmerken zoals dieper liggende ogen, een donkerder huid, inhammetjes in de haargrens en een rechthoekige kaaklijn.
Volgens Hamermesh zijn lelijke mensen “een minderheidsgroep, die net als alle andere minderheidsgroepen gediscrimineerd wordt op de arbeidsmarkt”. Wat vinden jullie? Moeten lelijke mensen bij sollicitaties of op de werkvloer worden bevoordeeld? Discussieer mee op het Geld&Werk-blog





