Filmgenres zitten vooral in het hoofd van de kijker. Misschien werkt het zo: de toeschouwer ziet een film voor het eerst in de bioscoop en krijgt een stroom van soms heftige indrukken te verwerken die niet kan worden stopgezet. Prettig, maar ook enigszins ongemakkelijk, soms zelfs angstaanjagend. Hokjes bieden houvast. Als film x lijkt op film y heeft de kijker iets om zich aan vast te houden en de onrust te bezweren. Die behoefte zou weleens groter kunnen zijn dan de wens om iets nieuws te zien.
Veel films spelen met genreverwachtingen, voldoen er in sommige opzichten wel aan en in andere juist weer niet, of mengen genres op een manier die nieuw en verrassend kan zijn. Dat spel tussen herkenbaar zijn én verschil maken, is volgens sommige kunstsociologen de doorslaggevende factor die het succes bepaalt van een kunstwerk of een cultureel verschijnsel. Toch speelt dit mechanisme in de manier waarop over films wordt gesproken en geschreven maar een geringe rol, kleiner in ieder geval dan de niet aflatende energie – en ook wel achteloosheid – waarmee te allen tijde de juiste film in het juiste hokje moet worden geplaatst. lees verder›







