Engels kunnen ze allemaal, min of meer toch. En Frans ook, min of meer toch. Maar als het aan de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Guido Westerwelle ligt, dan moeten de toekomstige Europese diplomaten ook verzorgd Duits kunnen. Duits is nu eenmaal een grote belangrijke taal en zelfs de meest gesproken taal binnen de Europese Unie van 27 lidstaten.
Dat is niet zomaar een ideetje van Westerwelle, er is binnen de Unie een echte machtsstrijd over losgebarsten. Dat zit zo: de Europese Unie heeft sinds dit jaar niet alleen een voorzitter, de Belg Herman Van Rompuy, maar ook een buitenlandcoördinator, zeg maar een soort superminister van Buitenlandse Zaken. Dat is de Britse Catherine Ashton. Zij krijgt een eigen diplomatieke dienst. Veel landen vrezen dat de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Unie waar Ashton ook lid van is, te veel invloed zal uitoefenen op de diplomatieke dienst. En dat ze dus zelf aan invloed zullen verliezen. Daar zijn veel ministers van Buitenlandse Zaken niet zo happy mee, Westerwelle voorop. Dus wil hij op zijn minst dat die diplomaten naast Engels en Frans ook Duits beheersen.
Duits, zegt Westerwelle elke keer als het erover gaat, is de taal die het meest gesproken wordt in de EU. Duits is in de Brusselse instellingen officieel een werktaal, naast het Engels en het Frans. Duits, vindt Westerwelle, moet dus ook een officiële taal worden in de nieuwe dienst.



